C15 | De dood van Constantijn

Constantijn (Capitolijnse Musea, Rome)

[Vijftiende van zeventien blogjes over Constantijn de Grote (r.306-337). Het eerste was hier.]

Na de inwijding van Constantinopel regeerde Constantijn nog zeven jaar. Jaren waarin hij oorlogen voerde aan de grens, het muntstelsel herzag en wetten uitvaardigde. Die begunstigden het christendom, maar geen van zijn beslissingen was gericht tegen de oude culten. Ook begon hij zijn opvolgers in te werken. Uit zijn huwelijk met Fausta had hij drie zonen, die na zijn dood de macht zouden overnemen. Het feit dat ze christelijke leraren kregen zegt veel over de opvattingen van hun vader.

In juli 335 vierde Constantijn zijn tricennalia, het begin van zijn dertigste regeringsjaar. Alleen keizer Augustus had langer geregeerd. Aan het einde van dat jaar, in de zomer van 336, sprak bisschop Eusebios de traditionele feestrede uit – een andere aanwijzing dat de christenen niet langer slechts werden getolereerd, maar konden rekenen op belangrijke posities in het openbare leven.

Lees verder “C15 | De dood van Constantijn”

C12 | Constantijn versus Licinius

Munt van Constantijn de Grote, kort na de oorlog tegen Licinius: bovenaan Constantijns veldteken, op de banier de portretten van Constantijns drie zonen (Bodemusem, Berlijn)

[Twaalfde van zeventien blogjes over Constantijn de Grote (r.306-337). Het eerste was hier.]

In de vorige blogjes beschreef ik hoe keizer Constantijn sinds zijn visioen in 310 de zon was gaan vereren, maar open was gaan staan voor christelijke ideeën. De doorbraak zou weleens te maken gehad kunnen hebben met een oorlog tegen Licinius. Het was niet hun eerste conflict – u slaat mijn boek Het visioen van Constantijn er maar op na – maar het was wel het eerste dat Constantijn zou brengen naar gebieden met veel christenen: Klein-Azië, Syrië en Egypte. Door sympathie te tonen voor het christendom, kan Constantijn verdeeldheid hebben willen zaaien tussen zijn tegenstanders.

Ten oorlog

Feit is dat hij het initiatief tot de oorlog nam. Hij vaardigde het zojuist genoemde besluit van mei 323 uit in Sirmium op de Balkan, op weg naar het verwachte strijdtoneel, en bracht de winter door in Thessaloniki, waar hij een vloot bouwde. Zoals altijd opereerde zijn leger snel: in de lente van 324 viel hij Thracië binnen, het enige deel van Europa waar Licinius nog heerste. Na een gewonnen veldslag sloeg Constantijn in juli het beleg op voor Byzantium, terwijl zijn vloot, gecommandeerd door zijn zoon Crispus, de zeewegen blokkeerde. Licinius trok zich terug in Azië, werd daar opnieuw verslagen, vluchtte naar Nikomedeia, capituleerde en eindigde in verzekerde bewaring te Thessaloniki, waar Constantijn hem enkele maanden liet doden.

Lees verder “C12 | Constantijn versus Licinius”

C02 | Constantijn en de Tetrarchie

De Tetrarchie bestond uit vier keizers die het Romeinse Rijk bestuurden (San Marco, Venetië)

[Tweede van zeventien blogjes over Constantijn de Grote (r.306-337). Het eerste was hier.]

Ik vertelde gisteren hoe keizer Constantijn in 306 tot augustus werd uitgeroepen, dat zijn constitutionele positie onduidelijk was, dat hij een demotie tot caesar had geaccepteerd en dat ook anderen van de situatie gebruik hadden gemaakt om zich tot keizer uit te roepen. Eén daarvan, de door de oostelijke augustus Galerius en Constantijn erkende Severus II, was gevangen genomen.

Voor Constantijn vormde de gebeurtenis de aanleiding om zich anders te gaan presenteren. Opnieuw vormen de mijlpalen het bewijs: ze vermelden Constantijn niet langer als caesar van augustus Severus, maar duiden hem aan als caesar en zoon van keizer Constantius. Anders gezegd: de macht was niet aan hem gedelegeerd door een hoger lid van de Tetrarchie, maar was hem nagelaten door zijn vergoddelijkte vader.

Lees verder “C02 | Constantijn en de Tetrarchie”

Fausta

Fausta

Over Trier heb ik al eens eerder geschreven: oppidum van de stam der Treveri, legioenkamp uit de tijd van Caesar, een Romeins fort op de Petriberg, brug over de Moezel, voornaamste nederzetting van een belangrijke Romeinse gemeente, residentie van de Gallische keizer Victorinus en van de Romeinse heerser Constantijn de Grote, ballingsoord van Athanasios van Alexandrië, woonplaats van de jonge Ambrosius, hoofdstad van Arbogast de Jongere, middeleeuwse bisschopsstad. De stad ook van Karl Marx, waar de plaatselijke krant al sinds jaar en dag de Trierische Volksfreund heet (zie ook onder Marat, Jean-Paul) en het lokale bier reclame maakt met “Das Bier von Trier”.

Twee oudheidkundige musea: het grote en wat onoverzichtelijke Rheinisches Landesmuseum, waar vondsten uit de wijde omgeving zijn te zien, en het Museum am Dom, dat voorwerpen toont die zijn opgegraven rond de grote kerk. Die gaan terug tot de Oudheid, toen in dit deel van de stad enkele prachtige huizen stonden, die ten tijde van Constantijn werden geïntegreerd in het keizerlijk paleis. (U kunt de basiliek die daar deel van uitmaakte, kennen, want het is een van de bekendste monumenten van Trier.)

Lees verder “Fausta”