Toerist in Zaragoza

Aljafería, Zaragoza

De dingen die ik te doen had in het Catalaanse stadje Lleida – zie een eerder blogje – gingen gemakkelijker dan ik had voorzien en ik had daardoor zomaar een dag vrij. Ik kon dus een dagje naar Zaragoza, voor mij een stad met een magische naam. Zeg maar zoiets als Samarkand of Buchara: je associeert het met een stoer middeleeuws verleden en exotische pracht. De hogesnelheidslijn bracht me in minder dan geen tijd van Lleida naar Zaragoza, en ik ben meteen naar het Aljafería gewandeld, dat maar een kwartier verderop ligt.

Aljafería

Met het Alhambra in Granada, de grote moskee van Córdoba en Madinat al-Zahra vormt het paleis van Zaragoza, om zo te zeggen, “de grote vier” van Arabisch Spanje. Chronologisch ligt het er tussenin: de moskee en Madinat al-Zahra dateren uit de Vroege Middeleeuwen, het Aljafería is gebouwd in de tijd van de Eerste Taifas, en het Alhambra vertegenwoordigt de Late Middeleeuwen. Deze relatie is ook anders te omschrijven: de architectuur van het Alhambra bouwt voort op die van het paleis in Zaragoza, dat weer voortbouwt op de bouwkunst van het Umayyadische Emiraat van Córdoba, die weer een voortzetting is van de architectuur die de Umayyaden prefereerden toen ze nog de macht hadden in het Midden-Oosten.

Lees verder “Toerist in Zaragoza”

Het Alhambra: een hemels paradijs (4)

Albaicín, aan de voet van het Alhambra

In mijn vorige blog heb ik het Mexuar, het Comares en het Leeuwenpaleis beschreven: de bekendste paleizen van het Alhambra. Er waren in de tijd der Nasriden echter meer paleizen in deze ommuurde stad te vinden. Vele hebben de tand des tijds niet overleefd of werden door latere heersers omgebouwd of platgegooid om hun eigen woongemak te dienen. In dit vierde blogje focus ik op deze andere paleizen en enkele christelijke gebouwen, om met het laatste te beginnen.

De christelijke gebouwen van het Alhambra

De Reyes católicos, Isabella van Castilië en Ferdinand II van Aragón, kreeg op 2 januari 1492 de sleutel van het Alhambra overhandigd van Boabdil, de laatste sultan van Granada. Ze waren aangenaam verrast door de schoonheid die ze aantroffen, maar vonden dat de paleizen niet voldoende voldeden aan hun eigen woonwensen. Derhalve was verbouwing wenselijk.

Lees verder “Het Alhambra: een hemels paradijs (4)”

Het Alhambra: een hemels paradijs (3)

Zuilen met stucwerk in het Leeuwenpaleis in het Alhambra

Ik was gisteren begonnen met een reeks over het Alhambra in Granada. Vandaag beschrijf ik de beroemdste gebouwen, namelijk de drie best bewaarde paleizen: het Mexuar, het Comares en het Leeuwenpaleis.

De Moorse woning ‘maal tien’

In de residentiële zone van het Alhambra zijn verschillende paleizen gebouwd. Deze waren in feite de uit de kluiten gewassen Moorse woningen waar ik in het vorige deel over heb geschreven. De meeste paleizen  zijn vernietigd, verbouwd of door latere heersers overbouwd, maar het Mexuar, het Comares en het Leeuwenpaleis zijn bijzonder goed bewaard gebleven. Ze werden op verschillende momenten gebouwd en waren onderhevig aan diverse veranderingen door de tijd heen.

Lees verder “Het Alhambra: een hemels paradijs (3)”

Het einde van de Nasriden

De leeuwenfontein van het Alhambra, het paleis van de Nasriden

In het vorige stuk zagen we dat er voortdurend wisselende loyaliteiten en conflicten waren in de buitenlandse politiek van de Nasriden. Conflicten waren er ook over de troonopvolging. Menig sultan stierf een onnatuurlijke dood, zoals Mohammed II in 1302. Zijn opvolger Mohammed III, de derde sultan van Granada, was berucht om zijn wreedheid en zou zijn vader mogelijk naar de volgende wereld hebben geholpen door hem gif toe te dienen. Ismail I, de vijfde sultan van Granada, werd om het leven gebracht door een van zijn neven, naar verluidt omdat ze ruzie hadden over het bezit van een slavin.

De achtste sultan, Mohammed V, was na een vijfjarige regering genoodzaakt zijn toevlucht te zoeken bij de Mariniden in Fez, terwijl zijn koninkrijk bestierd werd door Ismail II en kort daarna door Mohammed VI. In 1362 zou Mohammed V terugkeren naar Al-Andalus nadat koning Peter I van Castilië sultan Mohammed VI naar Sevilla had gelokt en gedood. Koning Peter deed het hoofd cadeau aan de terugkerende Mohammed V.

Lees verder “Het einde van de Nasriden”

Opkomst van de Nasriden

Het Alhambra, de residentie van de Nasriden

“Je doet er goed aan, mijn zoon, te huilen als een vrouw om wat je als man niet kon verdedigen”. Dit waren de legendarische woorden die sultana Aïcha tegen haar zoon Boabdil, de laatste sultan van het koninkrijk Granada, sprak op 2 januari 1492. Op deze dag had hij zijn hemelse paradijs op aarde, het beroemde Alhambra, overgegeven aan het koningspaar Isabella van Castilië (r.1474-1504) en Ferdinand II van Aragón (r. 1479-1516). Voordat het echter zo ver kwam, wisten de Nasriden het ruim 250 jaar vol te houden in het zuiden van het Iberische schiereiland, tot ze het onderspit dolven tegen de nieuwe, christelijke machthebbers.

Het Koninkrijk Granada

Het verhaal van Granada begint al in de tiende eeuw, toen de stad deel uitmaakte van het Kalifaat van Córdoba. In 1013, bij het uiteenvallen van dit kalifaat, werd Granada een onafhankelijke taifa om vervolgens in 1091 te worden veroverd door de Almoraviden en in 1154 weer door de Almohaden, twee dynastieën uit het huidige Marokko. Fast forward naar 1212: na de Slag bij Las Navas de Tolosa brokkelt het Almohadische gezag af en in 1228 is het definitief voorbij. In de tussenliggende tijd is de ene Moorse stad na de andere in handen van de christenen gevallen.

Lees verder “Opkomst van de Nasriden”

Geliefd boek: De ongelukkige

Eén van de meest historisch interessante en intrigrerendste maar tegelijkertijd ontroerendste romans die ik ken is een minder bekend werk van Louis Couperus: De ongelukkige (1915). Het verhaal speelt zich af in het Spanje aan het einde van de vijftiende eeuw tijdens de regering van Ferdinand van Aragón en Isabella van Castilië, het katholieke koningsechtpaar dat met hun huwelijk Spanje verenigde en vervolgens in 1492 de laatste Arabisch-islamitische machthebber op de knieën dwong. Die heerser, vorst van Granada, heette Mohammed XII Abu-Abdallah (ca 1459 – ca 1533), de laatste Moorse koning uit de Nasriden-dynastie van het Koninkrijk Granada, wiens naam door de Spanjaarden verbasterd werd tot ‘Boabdil’.

Eén van zijn bijnamen luidde El Zogoybi, de Ongelukkige. Boabdil is in het boek een immer weifelende koning die steeds tussen twee vuren zit. Enerzijds heeft hij zijn macht te danken aan het Spaanse koningspaar waarvan hij in feite de vazal is en dat zijn enige zoon in Córdoba gegijzeld houdt. Anderzijds komt hij voortdurend in conflict met zijn islamitische geloofsgenoten die hem verwijten dat hij zijn hoogste opdracht, het verslaan van de Ongelovigen, verzaakt. Boabdil ziet zich voortdurend als speelbal van het Noodlot, als de Ongelukkige. De plek waar Boabdil een laatste blik geworpen zou hebben op Granada heet nog steeds El último suspiro del Moro (De laatste zucht van de Moor). Daarbij zou zijn moeder hem sarcastisch hebben toegevoegd: ‘Huil als een vrouw om wat je als een man niet kon verdedigen.’

Lees verder “Geliefd boek: De ongelukkige”