Pontius Pilatus (6) Besluit

Kopie van de inscriptie van Pontius Pilatus uit Caesarea.

[Dit is het laatste van zes blogjes over Pontius Pilatus. Het eerste was hier.]

Prefect

Ik heb in de vorige vijf blogjes verteld dat de evangelisten, Filon van Alexandrië en Flavius Josephus de voornaamste bronnen zijn voor de loopbaan van Pontius Pilatus. De Romeinse geschiedschrijver Tacitus noemt de man ook een keer, en typeert hem als procurator. Hij was feitelijk prefect. Dat weten we uit bovenstaande inscriptie, gevonden in 1961 in Caesarea Maritima, de residentie van de gouverneur van Judea. Ik heb er al eens over geblogd.

De ene helft van de steen is beschadigd, maar we kunnen de andere helft lezen:

. . . . S TIBERIEUM
. . [Po]NTIUS PILATUS
[praefe]CTUS IUDA[ea]E
[ref]ECI[it]

Dit betekent dat Pontius Pilatus, de prefect van Judea, iets heeft hersteld dat Tiberieum heette. Wat dat zou moeten zijn geweest, is vooralsnog onbekend, maar het is aannemelijk dat het een tempel was ter ere van keizer Tiberius.

Lees verder “Pontius Pilatus (6) Besluit”

Simon de Magiër

Simon de Magiër en Petrus (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel). Ik illustreer de Oudheid liever niet met niet-antieke plaatjes, maar deze vind ik te mooi om niet te gebruiken.

Een nieuwe zondag, een nieuw blogje over het Nieuwe Testament. We gaan het hebben over een zekere Simon, van wie de auteur van de Handelingen 8.9-25 van de Apostelen weet dat hij bedreven was in magie en grote populariteit had verworven in de stad Samaria (het huidige Nablus).

Hoezo magie?

Wat daarmee is bedoeld, is minder duidelijk dan het lijkt. De tekst bevat eenmaal het werkwoord μαγεύω, dat zoiets betekent als “geschoold zijn in de magische vaardigheden” en eenmaal het zelfstandig naamwoord μαγεία, “de kunst van de magiërs”.

Er liggen hier twee probleem. Het eerste is dat magiërs oorspronkelijk Perzische religieuze specialisten waren. In die betekenis, de oudste en gebruikelijkste, komt het woord voor in het evangelie van Matteüs, als hij de wijzen uit het oosten zo aanduidt.noot Matteüs 2.1. Een Griek die de tekst las, zou in eerste instantie denken dat Simon een oosterling was met innovatieve godsdienstige opvattingen. Er is ook weinig dat daar tegen pleit.

Lees verder “Simon de Magiër”

Bar Kochba, het sterrenkind (5)

Na de opstand van Bar Kochba was Jeruzalem de basis van het Tiende Legioen Fretensis. Het embleem was een varken, wat door de Joden als belediging werd ervaren. (Davidson Centrum, Jeruzalem)

[Laatste deel van een verhaal over de Bar Kochba-opstand. Het eerste deel vond u hier.]

Ergens na 6 november 135, de datum van zijn laatste ons bekende brief, raakte Bar Kochba in Betar afgesloten van de buitenwereld. Het voornaamste verdedigingswapen zou volgens de rabbijnse bronnen het gebed zijn geweest van de hogepriester, de Eleazar die staat genoemd op de munten. Het is mogelijk dat de opstandelingen voor hem een als tijdelijk bedoelde tempel hebben gebouwd, maar van de vierkante ruïne die ooit op het plateau stond, is niets over dat zich leent voor archeologisch onderzoek. Hoe dan ook, de auteur van een rabbijns commentaar op het Bijbelboek Klaagzangen vermeldt dat Hadrianus, ontmoedigd doordat hij niet in staat was Betar te veroveren, overwoog naar huis te gaan.

Lees verder “Bar Kochba, het sterrenkind (5)”

Christenvervolging? (1)

Vier jaar geleden las ik in de Huffington Post een artikel dat even goed bedoeld als verbijsterend was. Drie godsdienstwetenschappers wezen erop dat de Bijbel nergens het huwelijk definieert als verbintenis tussen een man en een vrouw, waaraan ze de conclusie verbonden dat er dus geen bijbelse bezwaren konden zijn tegen het openstelling van het huwelijk voor homoseksuelen. Een sympathieke conclusie, daar niet van, maar niet op basis van dit argument. Iedereen ging er in het oude jodendom namelijk van uit dat alleen een man en een vrouw konden trouwen. Zoiets hoefde niet op papier te worden gezet. De antieke teksten laten wel meer zaken onvermeld. De Bijbel biedt bijvoorbeeld ook nergens de taakomschrijving van een messias.

Dat wisten die drie godsdienstwetenschappers natuurlijk ook. Ze moeten hun studenten hebben uitgelegd dat je, bij elke tekst die je begint te lezen, eerst behoort na te denken over dat wat de auteurs bekend veronderstelden. Wat me verbijsterde was dat ze dit inzicht ondergeschikt maakten aan een op dat moment actueel politiek doel en zo alle vooroordelen bevestigden als zouden de humaniora een linkse hobby zijn (wat “links” ook moge betekenen). Ik dacht dat het een incident was, maar er lijkt echt iets grondig mis in de Amerikaanse humanities. Ik voel althans dezelfde ergernis bij het boek van Candida Moss over de christenvervolgingen, The Myth of Persecution. How Early Christians Invented a Story of Martyrdom. De politieke boodschap aan de Amerikaanse christenen ligt er te dik bovenop.

Lees verder “Christenvervolging? (1)”