Illegale oudheden

ArcheoHotspots zijn ook leuk voor kinderen.

Een maand of wat geleden kreeg ik een vriendelijke brief van iemand die oudheden verzamelde en deze blog volgt. De keuze voor een ouderwets medium vond ik leuk en volgers vind ik ook altijd leuk, dus ik was meteen in een goed humeur. Hij noemde een gemeenschappelijke kennis uit de kunsthandel, wat ik een leuke introductie vond, en wilde me zijn collectie eens tonen, wat ik ook al leuk vond. Meer specifiek vroeg hij alvast mijn aandacht voor enkele papyri die hij lang geleden had aangekocht. Hij wist dat ik daarin geïnteresseerd zou zijn – in papyrologie zit momenteel immers nogal veel oudheidkundig nieuws – en wilde er eens met me over praten.

Zoals te verwachten werd het een aangename middag. Het is altijd fijn als een verzamelaar vertelt, want zo iemand heeft zijn hart erin liggen. Herinneringen hoe hij meteen verliefd was geworden op een mooi Romeins beeldje. Reisverhalen. Een anekdote over een vervalsing. Foto’s van voorwerpen die hij ooit had bezeten maar weer had verkocht.

Lees verder “Illegale oudheden”

Manuscriptenjacht

Het Catharinaklooster in de late negentiende eeuw op een schilderij van Adolf von Meckel (Museum voor Schone Kunsten, Gent)

Ik heb onlangs geblogd over het belang dat oude handschriften hebben voor oudheidkundigen: ze kunnen, door te kijken naar de schrijffouten in de manuscripten, vaststellen welke met elkaar verwant zijn, en zo een stamboom opstellen waarmee is vast te stellen hoe een verloren gegane tekst eruit moet hebben gezien. De alleroudste handschriften zijn niet per se de belangrijkste, maar ze hebben wel een voordeel. Boeken slijten immers en de inhoud moet daarom op gezette tijden worden gekopieerd, waarbij fouten kunnen worden gemaakt. Hoe kleiner het aantal keren dat de tekst is overgeschreven, hoe geringer de kans op fouten, en daarom is de ouderdom van een manuscript niet zonder belang.

Manuscripten, manuscripten

Het Nieuwe Testament, geschreven in het Grieks, is overgeleverd in talloze manuscripten. Het inlegvel in de alweer wat oudere editie die ik hier thuis heb staan (voor de insiders: een Nestle-Aland 25), noemt alleen al voor de evangeliën drieënvijftig niet-elimineerbare handschriften, dat wil zeggen manuscripten die niet van een bekend ouder handschrift zijn overgeschreven. Ze worden alle aangeduid met codes, maar één ervan heeft een speciale aanduiding: א, de Hebreeuwse letter A. Dit is de Codex Sinaiticus, die in 1859 door Konstantin von Tischendorf is ontdekt in het Katherinaklooster aan de voet van de berg Sinai.

Lees verder “Manuscriptenjacht”