Het Emiraat van Córdoba (1)

Puerta de Sevilla, Carmona

[Eerste van vier blogjes over het Emiraat van Córdoba. De vestiging van de Arabische macht op het Iberische Schiereiland beschreef ik hier.]

Ik eindigde mijn vorige blogje op het moment waarop Yusuf al-Fihri zich had uitgeroepen tot koning en bezig was zijn macht op het Iberische Schiereiland te consolideren. Hij had geprofiteerd van het conflict waarmee de Abbasiden een einde hadden gemaakt aan het Kalifaat van Damascus. De leden van de zittende dynastie, de Umayyaden, waren allemaal vermoord. De cliffhanger van het blogje van gisteren was dat desondanks in september 755 een overlevende in Andalusië arriveerde: Abd al-Rahman.

Abd al-Rahman

Alle berichten over Abd al-Rahmans ontsnapping uit Damascus en zijn zwerftocht gaan terug op hemzelf, en we kunnen niet zonder meer aannemen dat de man werkelijk de prins was die hij voorgaf te zijn. Ik heb die materie al eens behandeld, dus ik laat het nu rusten. Het wezenlijke punt is dat de Andalusiërs hem erkenden als lid van het Umayyadische huis en dus als legitieme heerser. Met hun steun wist Abd al-Rahman af te rekenen met Yusuf en zijn macht stapsgewijs naar het noorden uit te breiden.

Lees verder “Het Emiraat van Córdoba (1)”

Vermist: een legioenbasis

Een niet zo heel verhelderende foto van de opgraving van Anreppen. Onder het plastic ligt de weg naar het oosten, in de richting van een nog onbekende Romeinse site.

De geschiedenis herhaalt zich niet. Geschiedkundigen herhalen elkaar. Omdat ze niet alles kunnen weten, vertrouwen ze op de boeken van hun collega’s, met als risico dat ze fouten overschrijven. Een bekend voorbeeld is te vinden in de traditionele beschrijvingen van Romes Germaanse Oorlogen. Nog niet zo heel lang geleden vermeldden de handboeken dat de Romeinen de grens van de Rijn hadden willen verleggen naar de Elbe – al blijkt dat niet uit de geschreven bronnen. Voor zover valt na te gaan, beperkten de Romeinen zich tot het land ten westen van de Wezer. Het gebied tussen die stroom en de Elbe werd slechts driemaal aangedaan tijdens verkenningsexpedities die weliswaar net zo spectaculair waren als soortgelijke campagnes naar Nubië en Jemen, maar evenmin waren bedoeld om grenzen te verleggen. Dat de Romeinen naar de Elbe wilden oprukken is niets meer dan een onbevestigde hypothese.

Fouten als deze kunnen worden vermeden door voortdurend de vraag te stellen wat er écht in de bronnen staat. Maar ook bronnentrouw is niet zonder gevaar, zoals blijkt uit een ander aspect van het traditionele relaas. Na de nederlaag in het Teutoburgerwoud in 9 na Chr., zo lezen we, lieten de Romeinen Germanië wat het was, want de keizers realiseerden zich dat de militaire inspanningen niet opwogen tegen de te verwachten opbrengst. Het land was immers veel te arm: “Het terrein is er woest, het klimaat ruw, het leven en landschap somber”, noteert Tacitus. Zo staat het dus in de oude bronnen. Alleen: het is niet waar.

Lees verder “Vermist: een legioenbasis”

Karel de Grote in Spanje

Beeldje van Karel de Grote uit Metz, nu in het Louvre. Het kan ook Karel de Kale voorstellen.

Het huis van mijn ouders staat vol boeken, maar mijn ouders weten dat ze die niet allemaal meer zullen (her)lezen. Daardoor gebeurt het regelmatig dat ik wat boeken meekrijg: ik heb immers de gelegenheid nog wel de boeken te benutten waarvoor ze zijn bedoeld. Dus las ik onlangs de Middelnederlandse versie van het Roelandslied.

De historische achtergrond: in 750 was een einde gekomen aan het kalifaat van Damascus, de daar heersende Umayyadenfamilie was uitgemoord maar er was één overlevende, die in Spanje een Umayyadisch emiraat voor zichzelf begon en lokale potentaten bedreigde, zodat emir Suleyman ibn al-Arabi van Barcelona naar Paderborn trok om zich te plaatsen onder bescherming van Karel de Grote. Die brak zijn campagnes tegen de Saksen af en stak in 778 de Pyreneeën over met – zo vertelt Karels biograaf Einhard – “een zo groot mogelijke troepenmacht”.

Lees verder “Karel de Grote in Spanje”