De Meden (1): een fictief koninkrijk

Herders in het Zagrosgebergte

We moeten het eens hebben over de Meden. U kent ze van “de wetten van Meden en Perzen”, die gelden als onveranderbaar. De uitdrukking, zonder uitleg gebruikt in de Bijbel, bewijst dat in elk geval geen Jood ervan opkeek dat de twee volken in één adem werden genoemd. Ook bij de Griekse onderzoeker Herodotos zijn Meden en Perzen vrijwel synoniem. Verwante volken dus, zou je denken, en dat dacht je goed.

Hoewel de eerste notie dus klopt, vormen de Meden voor de oudheidkundige ook een probleem. Het bewijsmateriaal is nogal eens onbetrouwbaar. Het bestaat uit opgravingen, uit verwijzingen in Assyrische en Babylonische spijkerschrifttabletten, de Historiën van Herodotos, de Perzische Geschiedenis van Ktesias van Knidos en een handvol hoofdstukken uit de Bijbel. De moeilijkheid is dat de archeologische data niet overeenkomen met de Griekse teksten en dat het spijkerschriftbewijs nogal nietszeggend is.

Lees verder “De Meden (1): een fictief koninkrijk”

Thin places

Het graf van Maria

Jeruzalem heeft er twee. Reyy is er een, Geghard is er een en Delfi is er ook een. En o ja, Gibilmanna. En dat is het dan: de zes plekken die ik als “thin places” zou definiëren, plaatsen waar een bezoeker het gevoel heeft dat de grens tussen deze aardse werkelijkheid en een andere werkelijkheid wat dunner is dan elders. Dat is natuurlijk een volkomen subjectieve, misschien zelfs mystieke beleving, maar ik ben daar dus gevoelig voor.

Over het Iraanse Reyy heb ik al eens geschreven: een voorstad van Teheran waar een zekere Abd ol-Azim ligt begraven. Ik noteerde destijds de sereniteit.

Je hoeft geen moslim of gelovige te zijn om er rust te vinden en ik zou er uren hebben kunnen zitten mijmeren.

Dat is een zinnetje dat ik eigenlijk bij elk van deze plekken kan noemen en ik heb er ook menig uur zitten mijmeren.

Lees verder “Thin places”

Langs de Zijderoute (3)

Het mausoleum van Abd ol-Azim in Reyy
Het mausoleum van Abd ol-Azim in Reyy

In mijn eerste stukje over de Iraanse Zijderoute van Teheran naar Mashhad vertelde ik dat dit gebied, zolang de Arabische legers streden in wat nu Turkmenistan en Oezbekistan heet, strategisch belangrijk was. De kalief in Damascus zag daarom toe op de islamisering en faciliteerde deze door bijvoorbeeld de bouw van de moskee in Damghan. In het tweede stukje gaf ik aan dat het belang van dit gebied de bewoners in staat stelde de islam te aanvaarden op hun eigen voorwaarden, en dat zij hun steun gaven aan de afstammelingen van Mohammed, die terzijde waren geschoven toen de Umayyaden het kalifaat naar zich toe hadden getrokken.

Rond het midden van de achtste eeuw slaagden de moslims van de Zijderoute erin de Abbasiden aan de macht te brengen: een zijtak van de familie van de profeet, residerend in Bagdad. Als de gelovigen hadden gemeend dat nu de vraag wie moest heersen voorgoed ten grave was gedragen, kwamen ze bedrogen uit. Er bleven er die vonden dat het familiehoofd van de hoofdtak, de imam, moest heersen. Kalief Al-Ma’mun heeft daarmee ook ingestemd en heeft de achtste imam, Reza, aangewezen als opvolger. In 818 overleed deze echter in Mashhad – door vergiftiging, zoals zijn aanhangers wisten.

Lees verder “Langs de Zijderoute (3)”

Onwennige gastvrijheid

Het mausoleum van Abd al-Azim
Het mausoleum van Abd al-Azim

Reyy is een voorstad van Teheran, al zeggen de mensen ter plekke dat het andersom is: het jonge Teheran is een voorstad is van het oeroude Reyy. Het stadje is inderdaad zo oud als de geschreven geschiedenis: Rhagai, zoals het ooit heette, was bewoond in de Achaimenidische tijd en wordt genoemd in de religieuze teksten van de joden en zoroastriërs. In de Vroege Middeleeuwen was het een metropool en omdat hier veel mensen woonden, kwam Abd ol-Azim hier de sjiitische leer verkondigen.

Abd ol-Azim was niet de eerste de beste. Hij was een afstammeling van Hassan, die op zijn beurt de zoon was van Mohammeds dochter Fatima en kalief Ali. Veel mensen keken naar deze familie voor advies en de familiehoofden, de imams, gelden tot op de huidige dag in de sjiitische islam als onfeilbare bronnen van gezag. Het was de tiende imam, Ali al-Hadi, die zijn verwant Abd ol-Azim zo rond het midden van de negende eeuw naar de grote stad Reyy zond. Hij schreef er twee boeken en wordt door de sjiitische geleerden als een betrouwbare overleveraar van anekdotes over het leven van de profeet Mohammed.

Lees verder “Onwennige gastvrijheid”