Tja, de Romeinen

De “Sarcofaag van de Dronken Eroten” uit Tyrus (Nationaal Museum, Beiroet). Bacchanalen zijn niet representatief voor de Romeinse cultuur.

Éen van de verhalen die je over de Romeinen zou kunnen vertellen is dat ze de grondslag legden voor een westerse cultuur die expliciet erkent dat ze van andere culturen heeft geleend. Dit geeft Rome een bepaalde relevantie in het hedendaagse debat over cultural appropriation.

Uiteraard hoeft u dat niet met me eens te zijn. Ik schrijf dit minder om iets te zeggen over cultural appropriation, al is dat toevallig vandaag mijn aanleiding, dan om aan te geven welke betekenis de Romeinse cultuur voor ons heeft. Of beter: ik wil alleen maar aangeven dát die Romeinse cultuur betekenis heeft. Ze is te presenteren als iets met actualiteit. Er kunnen dingen over worden gezegd waarover te discussiëren valt. Zo heb ik op deze blog weleens uitgelegd dat we door de kennismaking met de oude (niet alleen Romeinse) wereld meer inzicht winnen in onze visies op grenzen, op religie en het onderscheid tussen oost en west. En zo voort.

Lees verder “Tja, de Romeinen”

Limesmoeheid (2)

Het skelet van een Germaan die zo onverstandig was al te dicht bij Fort Aardenburg te komen.

Ik wees er in mijn vorige stukje op dat het project om de limes te maken tot werelderfgoed een omslag vormt in ons denken over de Romeinse tijd in Nederland. Ik behoor tot degenen die de voordelen zien, maar dat betekent niet dat ik blind ben voor de tekortkomingen. Ik noemde het ontbreken van een tweede lijn, waardoor het project onnodig kwetsbaar is voor de onvermijdelijke scepsis. Helaas zijn er meer problemen.

Die hebben te maken met het eenvoudige gegeven dat de limessamenwerking eigenlijk nogal raar is. Het behoort te gaan om de grens van het Romeinse Rijk, maar twee van de  belangrijkste militaire locaties in Nederland zijn buitengesloten: Velsen en Aardenburg. Dat komt omdat ze liggen in Noord-Holland en Zeeland, terwijl de limes-samenwerking in handen is van Zuid-Holland, Utrecht en Gelderland. Daarmee is één ding duidelijk: niet het belang van een adequaat gepresenteerd verleden staat centraal maar iets wat ik, bij gebrek aan beter woord, zal aanduiden als “bestuurlijk gemak”. In dit enorme project, waarin allerlei belangen samenkomen, weegt dus niet het zwaarst dat het publiek belang heeft bij goede informatie.

Lees verder “Limesmoeheid (2)”

Interweekum

Een Grieks motief in een Romeinse context in een oosterse stad: Kleio, de beschermgodin van de historische wetenschappen, op een mooi mozaïek uit Jerash (Altes Museum, Berlijn).

Meneer Van Dale Wacht Op Antwoord. Ajax Voetbalt Goed. Herman Broods Fan Club Is Ondergang Nabij. Ons Buurmeisje Anne Frank Gaat Koekjes Maken. Hoe belachelijker een ezelsbruggetje klinkt, hoe beter mensen het onthouden. Als dit ook opgaat voor andere dingen dan ezelsbruggetjes, dan zal de belachelijkheid van “interweekum” ervoor zorgen dat dit ridicule woord – ik was erbij toen het op woensdag 17 mei werd verzonnen in de tuin van het Rijksmuseum van Oudheden – én lange tijd meegaat, én ingeburgerd raakt en én komt te staan voor het belangrijkste oudheidkundige evenement van het universum en wijde omtrek.

Het interweekum is de werktitel van enkele thema-avonden in opgemeld museum, maar als ik het u zo aankondig, haalt u uw schouders op. Het gaat om de achtergrond, namelijk dat we in Nederland en Vlaanderen ieder jaar de oude wereld in het zonnetje zetten met twee evenementen, beide in het voorjaar: de Week van de Klassieken en de Romeinenweek. Het is de organisatie van het laatste evenement, RomeinenNU (waar ik bestuurslid ben), al tijden een doorn in het oog dat die twee zo weinig samenwerken. Met elkaar samen kunnen we immers een evenement maken dat er écht toe doet. Met elkaar samen kunnen we de klassieken laten terugkeren naar de plaats waar ze behoren: middenin de wereld, als onderdeel van het maatschappelijk debat.

Lees verder “Interweekum”

#Romeinenweek: De Franken

Een Frankische krijger: de Heer van Morken (Johnny Shumate)

[Momenteel is de Romeinenweek. Er zijn tientallen activiteiten in het hele land en ze zijn zonder uitzondering allemaal ontzettend leuk. Het thema is “100% Romeins?”: hoe Romeins was de Romeinse tijd eigenlijk? Voor het laatst blog ik over de Romeinse aanwezigheid in de Lage Landen.]

De laatste Romeinse keizer die nog belang stelde in de gebieden ten noorden van de Alpen was Majorianus (r.457-461). Dat betekende dat hij het conflict aanging met de Franken, die inmiddels in het noorden van Gallië een staat aan het opbouwen waren. Ik blogde al eens over hun leider Childerik.

De Romeinse auteur Sidonius Apollinaris hield een lofrede op zijn keizer, waarin hij alle stereotypen uit de kast haalde om de Franken neer te zetten als allerafschuwelijkste woestelingen. De toekomst behoorde echter wél aan die woestelingen: Majorianus bereikte weinig en de Franken namen de macht in Gallië over. Over deze episode is groot nieuws op komst maar het is nog onder embargo.

Lees verder “#Romeinenweek: De Franken”

#Romeinenweek: Nebisgast

Romeins masker van een Germaan: let op de knoop in het lang gedragen haar (British Museum)

[Momenteel is de Romeinenweek. Er zijn tientallen activiteiten in het hele land en ze zijn zonder uitzondering allemaal ontzettend leuk. Het thema is “100% Romeins?”: hoe Romeins was de Romeinse tijd eigenlijk? Ik publiceer elke dag een stukje – en vandaag is dat een nog nooit eerder in het Nederlands vertaalde bron.]

Eunapios van Sardes is een laat-Romeinse historicus, die leefde rond het jaar 400 n.Chr. Hij was geen christen en zoals wel meer mensen in zijn tijd had hij grote bewondering voor keizer Julianus de Afvallige, die werd beschouwd als laatste kampioen van het heidendom. Nu was Julianus’ regering spectaculair onsuccesvol geweest, en daarom legden zijn bewonderaars vaak de nadruk op de militaire successen die hij, vóór hij keizer was geworden, had behaald in West-Europa.

Eén campagne voerde hem naar de Lage Landen, waar de Franken en Chamaven een inval hadden gedaan. Julianus stond de Franken toe zich als boeren te vestigen in de Kempen: zandgrond die de Romeinen konden missen. (De lössgronden hielden ze voor zichzelf en zo komt het dat de Taalgrens ruwweg samenvalt met de grens tussen löss en zand.) De Chamaven kregen opdracht terug te keren naar de Liemers, d.w.z. het gebied tussen Rijn en Oude IJssel. Ergens aan de Rijn kwam het tot een ontmoeting tussen generaal Julianus en de Chamaafse leider Nebisgast. Eunapios’ verslag, het twaalfde fragment uit zijn geschiedwerk, is gekleurd maar interessant. Het was nog nooit eerder in het Nederlands was vertaald, tot Hein van Dolen dit varkentje waste. Dank je wel Hein!

Lees verder “#Romeinenweek: Nebisgast”

Waarom een #Romeinenweek?

De een gaat op pad om lezingen te verzorgen. Een ander hijst zich in een historisch kostuum om antieke ambachten te demonstreren. De derde doet zijn best om de media adequaat te informeren. De chef-wetenschap van het NRC Handelsblad interviewt een Britse oudhistoricus die naar Nederland is gekomen. Wat beweegt tientallen vrijwilligers om onbezoldigd uitleg te geven over de Romeinse cultuur?

Plezier, ongetwijfeld. De Romeinenweek is elk jaar weer gezellig.

Maar er is méér. Wat eveneens speelt is het besef dat de Romeinen belangrijk zijn geweest. Dat leerde u niet in de geschiedenisles, want het eerste kwart van de Nederlandse geschiedenis is gereduceerd tot één canonvenster. Het is dus verklaarbaar dat Halbe Zijlstra als staatssecretaris van Cultuur het belang niet inzag van ‘musea vol opgegraven potten en pannen’.

Lees verder “Waarom een #Romeinenweek?”

#Romeinenweek: Het Romeinse platteland

Romeinse tuin (Orientalis)

[Momenteel is de Romeinenweek. Er zijn tientallen activiteiten in het hele land en ze zijn zonder uitzondering allemaal ontzettend leuk. Het thema is “100% Romeins?”: hoe Romeins was de Romeinse tijd eigenlijk? Deze week elke dag een stukje over de Romeinse aanwezigheid in de Lage Landen.]

Antieke steden zijn goed herkenbaar: ook na enkele eeuwen vallen de ruïnes nog altijd op. Het waren echter niet de enige nederzettingen in de Lage Landen. De oude heuvelforten van de oorspronkelijke bewoners werden weliswaar overvleugeld door de hoofdsteden van de Romeinse gemeentes, maar werden niet allemaal verlaten.

In de buurt van de militaire kampen lagen burgerlijke nederzettingen waar kooplieden, kroegbazen en de gezinnen van de soldaten verbleven. Aan de kust lagen vissersdorpen en zeehavens als Boulogne, Domburg, Colijnsplaat en Katwijk. Kolenbranders en jagers woonden in de bossen, mijnwerkers bij de groeven en pottenbakkers op plaatsen met goede klei, zoals in Berg en Dal, waar op industriële schaal dakpannen werden vervaardigd. Rond Heerlen werd even grootschalig keramiek geproduceerd: momenteel zijn er niet minder dan zesenveertig pottenbakkersovens bekend.

Lees verder “#Romeinenweek: Het Romeinse platteland”