Samaritanen in Frankfurt

Het heilig boek van de samaritanen: de Samaritaanse Pentateuch. Dit exemplaar is in 1616 door Pietro della Valle in Damascus verworven en naar Europa meegenomen. Het was het eerste daar bekende exemplaar. (Bibliothèque nationale, Parijs)

In Frankfurt zijn momenteel vier interessante exposities:

Ik meende dat die laatste zou lijken op die in het Koninklijk Museum van Mariemont te Morlanwelz, waarover ik al eens blogde, maar er was voldoende nieuws te zien. Desondanks laat ik dit thema verder rusten. Liever schrijf ik over de samaritanen, waarover ik immers nog nooit heb geblogd.

Samaritanen

Het Bibelhaus bleek niet heel anders dan het Bijbels Museum dat tot voor kort in Amsterdam was gevestigd. Verwacht er geen topstukken. Wel wat replica’s en originelen uit de b-categorie, goede uitleg, een maquette van de Tempel in Jeruzalem, een handvol manuscripten. De Samaritanen-expositie was prima: uitleg van wat de samaritaanse geloofsgemeenschap van zichzelf zegt, gecombineerd met de visies van joden en christenen. De nadruk ligt dus, zoals in een museum als dit te verwachten is, sterk op de tijd waarin de Bijbel is ontstaan. Het heden komt in een klein zaaltje ook aan bod. Daar verneem je ook over islamitische visies.

Lees verder “Samaritanen in Frankfurt”

Archetype

Laatmiddeleeuws Juvenalis-manuscript, compleet met correcties en commentaar (Tresoar, Leeuwarden)

Hé, dat is grappig: ik heb hier weleens uitgelegd hoe classici reconstrueren wat in antieke teksten heeft gestaan – de Lachmannmethode – maar ik heb nooit de term “archetype” uitgelegd.

Kopiisten

Hoe zat het ook alweer? Tot vér in de Romeinse keizertijd schreven antieke auteurs op vellen papyrus. Of beter: iemand dicteerde een tekst aan een secretaris die de woorden op het kwetsbare materiaal schreef. Dat was nog steno. De eigenlijke publicatie bestond er daarna uit dat iemand de tekst in het net uitschreef en die voorlas aan mensen die het dictaat uitwerkten. Zo konden een stuk of dertig kopieën worden gemaakt. Die werden op hun beurt weer overgeschreven. De totale oplage zal nooit heel hoog zijn geweest. (Voor de Koran weten we dat het gaat om in eerste instantie drie plus één exemplaar – u leest het hier maar in detail.) In de Middeleeuwen maakte men vaker één op één kopieën. Een monnik, een Byzantijnse geleerde of een Syrische klerk schreef een eerdere tekst eenmaal over. Lees verder “Archetype”

Zo oud als Metusalem

Een oude man (gevelsteen, Oude Looiersstraat 4, Amsterdam)

Een vraag bij de mail: waarom staan in de geslachtslijsten in het Bijbelboek Genesis – en dan vooral de hoofdstukken 5 en 11 – mensen vermeld die zo ongelooflijk oud werden? Adam werd 930, zijn zoon Set 912, diens zoon Kenan 905, enz. De oudste is Metuselach (ook wel Metusalem), die 962 jaar oud zou zijn geworden.

De Bijbel zelf begint een antwoord te geven op de vraag. In het zesde hoofdstuk van Genesis lezen we dat er steeds meer mensen op aarde kwamen en dat die dochters kregen. De “zonen van de goden” zagen hoe mooi die waren en kozen hun als vrouw. Daarop bepaalde God dat de mensen nog maar 120 jaar oud mochten worden.

Als u het gevoel hebt dat er iets ontbreekt, dan heeft u gelijk. Het feit dat de zonen van de goden omgang hadden met de dochters van de mensen, is immers geen reden om de mensheid een kortere levensduur te geven, maar Gods motief blijft onvermeld. We hebben echter een alleszins redelijk vermoeden over de informatie die de auteur van dit deel van de Bijbel bij zijn publiek bekend kon veronderstellen: die informatie is namelijk te vinden in de tekst die bekendstaat als het Boek der wachters, dat bekend is uit (onder andere) de Dode Zee-rollen. Hierin lezen we dat de “zonen van de goden” engelen waren die bij de vrouwen nogal agressieve kinderen hadden verwekt, waardoor de menselijke misère ontstond. Dit was het antieke joodse antwoord op de vraag waar het kwaad vandaan kwam. (Het idee van een Zondeval in het Paradijs is veel jonger.)

Lees verder “Zo oud als Metusalem”