B2: Boeddha en de Indische filosofie

Boeddha (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Vanmorgen behandelden we het mogelijke belang van het boeddhisme voor de hellenistische filosofie en het leven van zijn grondlegger, Boeddha. Het is niet helemaal duidelijk wanneer deze wijsheidsleraar precies leefde, maar schattingen lopen uiteen tussen de de zesde eeuw v.Chr. (‘Achsenzeit’) en de vierde eeuw v.Chr. Dat sommige Grieken, zoals Pyrrhon van Elis, in India in de leer zouden zijn gegaan bij Boeddha, is onbewijsbaar, en het klinkt ook niet waarschijnlijk. De zogenaamde Indiase ‘naaktfilosofen’ waarnaar Pyrrhon volgens getuigenissen zou hebben verwezen doen niet erg Boeddhistisch aan. Zij zouden eerder behoord kunnen hebben tot het Jaïnisme of een andere spirituele sekte. We zullen het er daarom maar op houden dat eventuele beïnvloeding niet rechtstreeks is geweest. Het Perzische Rijk kan echter een doorgeefluik zijn geweest.

Ook de andere kant op trouwens. Maar terwijl er intrigerende aanwijzingen zijn voor Indische invloed op een Hegesias en de voornoemde Pyrrhon en het bij hem beginnende Grieks/Romeinse scepticisme, ontbreken zulke aanwijzingen voor Griekse of Hellenistische invloed op het Boeddhisme. Die levensbeschouwing is dan ook prima te duiden als een product van de Indiase cultuur.

Lees verder “B2: Boeddha en de Indische filosofie”

De eerste filosofen en het boeddhisme

Boeddha (Nationaal Museum, Tasjkent)

[Omdat ik het in april redelijk druk heb, geef ik het woord aan Kees Alders, webdesigner en tevens auteur van het boek De wereld vóór God. Filosofie van de Oudheid. Vandaag gaan we verder met zijn reeks over de eerste filosofen, de zogenaamde voorsocratici. Het eerste deel was hier.]

Tot in de negentiende eeuw was men er nog van overtuigd dat de filosofie pas ten tijde van Sokrates tot wasdom was gekomen. Tegenwoordig zien we dat anders. Nu worden de natuurfilosofen beschouwd als degenen die het fundament legden voor het Griekse denken. Daar valt veel voor te zeggen.

Reductionisme en materialisme

Al bij de natuurfilosofen komen we de eerste ontwikkelingstheorieën tegen, die het ontstaan van het heelal, de aarde en zijn levende wezens op een andere manier verklaren dan met behulp van mythen. Daarbij zien we herkenbare zaken ontstaan, zoals empirisme en reductionisme. Daarnaast introduceren de natuurfilosofen het idee van een onveranderlijk Zijn achter de verschijnselen.

Xenofanes liet in het midden wat dit dan was, en noemde het voor het gemak ‘God’. Voor Pythagoras waren de getallen het onveranderlijke Zijn achter de verschijnselen. Voor Herakleitos was de natuurwet of logos de hogere waarheid.

Lees verder “De eerste filosofen en het boeddhisme”