De eerste filosofen en het boeddhisme

Boeddha (Nationaal Museum, Tasjkent)

[Omdat ik het in april redelijk druk heb, geef ik het woord aan Kees Alders, webdesigner en tevens auteur van het boek De wereld vóór God. Filosofie van de Oudheid. Vandaag gaan we verder met zijn reeks over de eerste filosofen, de zogenaamde voorsocratici. Het eerste deel was hier.]

Tot in de negentiende eeuw was men er nog van overtuigd dat de filosofie pas ten tijde van Sokrates tot wasdom was gekomen. Tegenwoordig zien we dat anders. Nu worden de natuurfilosofen beschouwd als degenen die het fundament legden voor het Griekse denken. Daar valt veel voor te zeggen.

Reductionisme en materialisme

Al bij de natuurfilosofen komen we de eerste ontwikkelingstheorieën tegen, die het ontstaan van het heelal, de aarde en zijn levende wezens op een andere manier verklaren dan met behulp van mythen. Daarbij zien we herkenbare zaken ontstaan, zoals empirisme en reductionisme. Daarnaast introduceren de natuurfilosofen het idee van een onveranderlijk Zijn achter de verschijnselen.

Xenofanes liet in het midden wat dit dan was, en noemde het voor het gemak ‘God’. Voor Pythagoras waren de getallen het onveranderlijke Zijn achter de verschijnselen. Voor Herakleitos was de natuurwet of logos de hogere waarheid.

Een belangrijke botsing in die periode, waarvan de echo’s nog lang zouden nadreunen, is die tussen Parmenides en Herakleitos. Zij lijken in veel opzichten lijnrecht tegenover elkaar te staan. Parmenides stelt dat beweging en verandering illusies zijn, terwijl Herakleitos zegt dat verandering hét kenmerk is van de werkelijkheid: alles stroomt. Meer verschil is toch niet denkbaar?

Toch zijn er tussen de kemphanen twee belangrijke overeenkomsten. Ten eerste gaan ze er allebei van uit dat de wereld begin noch einde heeft. De wereld heeft altijd bestaan. Ten tweede zijn Parmenides als Herakleitos allebei metafysische denkers. Ze nemen allebei aan dat er een onveranderlijke waarheid schuilt achter de veranderlijke verschijnselen. Bij Herakleitos is dit de logos, bij Parmenides het Zijn.

Het verschil is dat Parmenides’ onveranderlijke waarheid transcendent is. Het Zijn staat buiten de waarneming. Het is niet rechtstreeks afleidbaar uit zichtbare eigenschappen. Logos is dat wel: we kunnen bijvoorbeeld zien dat objecten altijd omlaag vallen. Dit is een natuurwet, die we tegenwoordig zwaartekracht noemen.

Latere filosofen hebben zich in allerlei bochten gewurmd om onveranderlijke ‘vaste’ deeltjes te vinden achter de veranderlijke verschijnselen. Het is belangrijk om op te merken dat deze materialistische zienswijze de meest dominante in het westerse denken is geworden. Via de Grieken denkt de westerse mens nog altijd reductionistisch en materialistisch.

De fysica van Boeddha

Tijd voor een uitstapje naar het oosten. Vlak na Herakleitos en Parmenides leefde in India prins Siddhartha Gautama, die in zijn leven de naam Boeddha aannam: ‘hij die ontwaakt is’. Over zijn leven en ethiek zullen we het nog weleens hebben. Hier hebben we het slechts over zijn kijk op de fysische wereld, zodat we hem kunnen vergelijken met de Grieken die hiervoor aan bod kwamen.

Volgens het boeddhisme is de wereld van de verschijnselen te omschrijven als bestaande uit een oneindig aantal kleine elementen, die geen duur hebben: alles ontstaat en verdwijnt meteen. Het bestaan is een voortdurend ontstaan en vergaan van deze vergankelijke elementen, een continuüm van vergankelijkheid. Een duurzaam en blijvend Zijn is er daarom niet. De oorzaak van deze keten van vergankelijkheden is volgens Boeddha het verlangen, waar onvrede uit geboren wordt. Volgens het boeddhisme komt het hele bestaan voort uit dit sentiment.

Verlangen leidt tot handelingen en gebeurtenissen. Volgens Boeddha heeft iedere handeling een gevolg, het karma. (Of, om heel precies te zijn: karma vipaka. Karma duidt op intentionele handelingen en vipaka op de gevolgen.) Ieder verlangen veroorzaakt zo weer nieuw verlangen. En zo draait alles maar door en door. Wie verlangt, verkeert in samsara: de oorzaak- en gevolgwereld zoals wij die ervaren, een wereld waarin alles vergankelijk is, en waarin niets bestendig is.

Boeddha en de Grieken

Deze kennisleer doet aan denken aan die van Herakleitos. Deze beweerde immers dat alles stroomt. En zoals Herakleitos een abstracte scheppende kracht aanneemt als oorzaak van alles – de strijd – zo kiest Boeddha voor een algemene kracht die alles in stand houdt: verlangen.

De visie van Boeddha lijkt daarmee haaks te staan op die van Parmenides. Die stelde immers dat dingen onmogelijk zomaar kunnen verschijnen, verdwijnen of veranderen. Achter de schijnbaar veranderlijke wereld moet een hogere waarheid liggen: een onveranderlijk Zijn. Volgens Boeddha ligt achter deze wereld geen onbeweeglijk Zijn. Sterker nog, volgens Boeddha hebben de dingen helemaal geen afzonderlijk wezenlijk ‘zijn’. Alles bestaat alleen maar bij de gratie van al het andere.

De verschijnselen zelf zijn zo vluchtig dat ze geen duur hebben, en omdat ze alleen maar kunnen bestaan in samenhang, hebben ze geen eigen wezen. Volgens Boeddha is de wereld van de verschijnselen slechts een sluier van illusies, maya. Dit verschilt heel sterk van wat Parmenides zegt: die gaat juist op zoek naar een wezenlijk Zijn, de essentie van alles wat er is?

En toch kent ook de Boeddha een hogere waarheid. Iemand kan zich afwenden van de maya. Wie dat lukt, bevindt zich niet meer in samsara. Zo iemand heeft geen verlangen meer, maar vindt berusting, en kan werkelijk houden van de wereld zoals deze is. Zo iemand ergert zich niet meer aan de harde muziek van de buurman. Ook hoeft hij niet langer de nieuwste telefoon te hebben en hij hoeft zelfs niet meer anders te gaan zitten als hij even pijn ervaart. Hij ziet in dat alles met elkaar samenhangt, het heden en het verleden en de toekomst, en dat het één niet zonder al het andere kan bestaan.

Hierdoor komt hij tot het volle besef dat waar alle verschijnselen puur vergankelijk zijn, de hele wereld dat niet is, integendeel. En omdat alles in de wereld is, is bezien vanuit de hogere waarheid in feite niets vergankelijk. Deze staat van zijn omschrijft het boeddhisme als het nirwana.

Hoe groot de verschillen tussen Boeddha, Herakleitos en Parmenides ook zijn, wat ze verbindt, is dat ze zich niet neerleggen bij de schijn van alledag, maar proberen meer te weten te komen over de werkelijkheid achter de verschijnselen. Bij Parmenides is dat een Zijn, bij Herakleitos is dat een oerwet, en bij Boeddha is dat het bewustzijn, het nirwana.

Reïncarnatie

De fysica van Boeddha hangt samen met zijn geloof in reïncarnatie, een geloof dat hij deelt met de eerdere Indiase filosofie. Het is voor oosterse denkers een vanzelfsprekendheid. Alles wat verdwijnt, verschijnt weer als iets anders. De ziel is onsterfelijk. Na de dood van het lichaam reïncarneert hij. Zolang de ziel blijft verlangen, krijgt hij geen rust.

De hedendaagse westerse mens is natuurlijk wel bekend met het concept ‘reïncarnatie’, maar er zijn uiteindelijk weinig mensen die er vanuit gaan dat daadwerkelijk zoiets bestaat. Westerlingen geloven doorgaans in een eenmalig leven, misschien gevolgd door een hiernamaals. Dat alles telkens in andere vormen terugkeert is niet heel wijdverbreid.

Het komische is: daar waar een westerling vaak worstelt met de eindigheid van het bestaan, krijgt een boeddhist zijn stress door angst dat de maalstroom nooit eens stopt. De filosofie van Boeddha lijkt niet gericht op een eeuwig leven, maar juist op het tegengestelde, op het aan de rem trekken van dat hele gebeuren.

Veel Griekse filosofen deelden het oosterse uitgangspunt. We zagen bijvoorbeeld hoe dit geloof in reïncarnatie centraal stond bij Pythagoras. Ook Empedokles en Plato sympathiseerden met het idee.

Tot slot een sociologische observatie. Veel Griekse natuurfilosofen gedroegen zich als oosterse goeroes, waaromheen sektes ontstonden die vele volgelingen aantrokken. Ze mediteerden en claimden niet zelden kennis van een hiernamaals, die een richtlijn bood voor hun handelen. In dit opzicht staat de Griekse filosofie dichter bij de oosterse wijsbegeerte dan bij de hedendaagse westerse filosofie.

[Morgen meer. Deze reeks, oorspronkelijk gepubliceerd op de beëindigde website Grondslagen.net, is gebaseerd op het boek De wereld vóór God, dat een introductie biedt tot de filosofische stromingen van de oude wereld. Het hele boek is hier te bestellen.]

2 gedachtes over “De eerste filosofen en het boeddhisme

  1. Robbert

    Zeer interessante serie, Kees! Delen had ik eerder gelezen.
    Dit vlotte filosofie-overzicht rakelt oude kennis op en voegt nieuwe toe.
    De mens denkt alle kanten op.
    Wat mijzelf betreft: de “schijn van alledag” is voor mij werkelijkheid genoeg.

Reacties zijn gesloten.