De ring van Polykrates

Gevelsteen (Sint-Luciënsteeg, Amsterdam)

Misschien kent u het verhaal van het vrouwtje van Stavoren, dat is overgeleverd door de gebroeders Grimm. Simpel samengevat – en dus ontdaan van de charmante details die het maken tot een echt verhaal – komt het erop neer dat een steenrijke dame onheil krijgt aangekondigd en haar ring in zee werpt met de woorden “ik zal net zo min arm worden als deze ring ooit wordt teruggevonden!”, waarna de ring wordt aangetroffen in de maag van een vis en de vanzelfsprekend slechte afloop onvermijdelijk volgt.

Het sprookjesmotief van de ring in de vissenmaag is welbekend. In de Aarne-Thompson-index van folkloristische motieven is het nummer 736a. Een klassieke variant is het verhaal van Polykrates, dat wordt verteld door Herodotos van Halikarnassos, die Polykrates typeert als de immer succesvolle alleenheerser van Samos, die honderd schepen heeft met vijfduizend roeiers en duizend boogschutters. Op een dag krijgt Polykrates advies van zijn vriend Amasis, de koning van Egypte. Hier is een deel van die brief, in de vertaling van Hein van Dolen:

Lees verder “De ring van Polykrates” →

Karel ende Elegast (3)

Karel ende Elegast is geschreven in de twaalfde eeuw maar veronderstelt een verhaal dat al de ronde deed:

Wat den konink daar gevel,
dat weten nog die menige wel.

Het verhaal van Karel ende Elegast bevat inderdaad oudere elementen. Daarbij denk ik niet meteen aan een historische kern, al is er misschien (en zonder dat we dat ooit zeker kunnen weten) wel een stille echo van een historische gebeurtenis. Die ligt vanzelfsprekend niet in Karels avonturen op het dievenpad, maar wel in wat daarop volgt: de ondergang van Karels verwant Eggerik, tijdens een hofdag in Ingelheim. Karel heeft namelijk in die palts in 788 een einde gemaakt aan de carrière van een van zijn voornaamste en invloedrijkste familieleden, Tassilo van Beieren. Meer denkbare historische echo’s kan ik echter met de beste wil van de wereld niet aanwijzen en zoals gezegd is ook deze niet bewijsbaar.

Lees verder “Karel ende Elegast (3)” →

Skyfall

istanbul_acropolis
Ook dit is Istanbul en het is net zo mediageniek.

Ik ben net aangekomen in Istanbul. Er was al wat tijd om rond te neuzen en ik ben blij dat ik nu eindelijk heb gezien waar, in het kader van de aanleg van een nieuwe metrolijn, een Romeins-Byzantijnse haven wordt opgegraven. Net als nu moeten er destijds eindeloos veel schepen hebben liggen wachten tot ze door de Bosporus konden varen.

Interessant is de discussie die ik al twee keer beluisterde, over een onderwerp dat hier blijkbaar erg leeft: de nieuwe James Bond-film Skyfall. Begrijp ik het goed, dan heeft men wat decorstukken gemaakt die nog modern-Turks, noch Ottomaans ogen. Ook liepen er door de bazar vrouwelijke figuranten met een sluier. Vermoedelijk hebben de filmmakers weer eens meer gekeken naar andere films dan naar de werkelijkheid en zich laten misleiden door oriëntaalse clichés. Zelfs Craig Thompson, die zich serieus in het Midden-Oosten verdiepte voor de documentatie van Habibi, ontkwam er niet aan.

Lees verder “Skyfall” →

Liefde en orientalisme

Twee weeskinderen, het meisje Dodala en de jongen Zam, groeien op in een schip, dat ergens middenin de woestijn ligt. Om in leven te blijven, haalt hij water en verleent zij, in ruil voor voedsel, seksuele diensten aan karavaanreizigers. Uiteraard raken ze elkaar kwijt, zoeken ze elkaar, en hebben ze elkaar tegen het einde gevonden. Habibi, de vorig jaar verschenen graphic novel van Craig Thompson, is een smartlap.

En toch. Het lijvige boek blijft boeien doordat het in feite niet gaat over de twee weeskinderen. Thompson gebruikt hun avonturen slechts om de lezer mee te nemen door de islamitische wereld, waarvan hij de lezers zo’n beetje alle aspecten toont: legendes en volksverhalen, de poëzie van Rumi, de folklore van de islamitische kalligrafen. De getekende paleizen illustreren de architectuur van het Nabije Oosten, sommige pagina’s zijn opgemaakt als oosterse tapijten. We zien echter ook de moderne Derde Wereld-steden, waar klaplopers profiteren van de goedgeefsheid van de enige bewoner die zo handig was een waterzuiveringsapparaat te bouwen.

Lees verder “Liefde en orientalisme” →

Theodor Holman, De plant die muziek maakte

Als ik u zeg dat Mia is getrouwd met Eibert en dat deze scharrelt met Moniek, als ik over laatstgenoemde vertel dat ze beweert zwanger te zijn van Ferdinand, die nog verliefd is op Orli maar een kind heeft met Ex, als ik toelicht dat Ex inmiddels weliswaar een relatie heeft met Wim maar dat ze ook het bed eens heeft gedeeld met Onno, en als ik tot slot onthul dat deze weer iets zou hebben gehad met Orli en dat die samenwoont met Arend, dan weet u dat u bent beland in een roman over alleszins welvarende, Randstedelijke, verbaal begaafde, intelligente babyboomers, die ondanks hun welvaart, de Randstad, hun verbale begaafdheid, hun intelligentie en hun voordelig geboortejaar geen idee hebben wat ze met hun leven aanmoeten en weinig meer om handen lijken te hebben dan relationeel gehannes. Kortom, met de beminnelijke egoïsten van wier leven Theodor Holman chroniqueur is.

Misschien is ‘geen idee hebben wat ze met hun leven aanmoeten’ te makkelijk geformuleerd. De generatie dacht immers dat ze het wel degelijk wist. De twee hoofdpersonen, Ferdinand en Orli, kennen elkaar vanaf de middelbare school, waar een docent hen inwijdde in het existentialisme. Later woonden ze in Frankrijk in een kolonie marxistische artiesten, die hoopten met hun voorstellingen en kunstwerken de mensen uit de omgeving meer politiek bewust te maken. Daarover is vaker geschreven, en in al die publicaties worden de betrokkenen uit de droom geholpen. De winnaar is dan meestal de lepe hippie die het snelst zijn idealen vercommercialiseert. Zo is het immers ook in het echt gegaan: vals klassenbewustzijn of niet, de werkende klasse bleek zich liever te spiegelen aan de middenklasse dan de revolutie na te jagen.

Lees verder “Theodor Holman, De plant die muziek maakte” →