Marcus Caelius

Kopie van de cenotaaf van Marcus Caelius
Kopie van de cenotaaf van Marcus Caelius

In 1991 maakte ik een fietstocht naar Griekenland en op enkele mooie voorjaarsdagen reed ik van Turijn via Pavia, Cremona, Modena, Bologna naar Ravenna. Bij mijn aantekeningen vond ik later een zinnetje dat ik op een oud-Romeinse inscriptie had gezien:

Het ergste van mijn dood is dat nu niemand zich meer de dierbare mensen herinnert die alleen ik mij nog herinnerde.

Ik heb het nooit meer teruggevonden. Het helpt niet dat ik geen Latijn erbij heb genoteerd (wat ik meestal wel doe) en ook de plaats niet heb opgeschreven, al moet het ergens voorbij Cremona zijn geweest. Ik heb de inscriptie nooit kunnen terugvinden en ik heb wel eens bedacht dat het “inscr” erbij een vergissing was of dat het ging om een Italiaanse tekst.

Lees verder “Marcus Caelius”

De limes

Maquette van een Romeins fort (AVRA, Antwerpen)
Maquette van een Romeins fort (AVRA, Antwerpen)

Er zijn zoveel geschiedenissen als er mensen zijn. De een vindt dit belangrijk, de ander dat. Om toch een beetje overzicht te houden, wordt op school wel eens gebruik gemaakt van “de canon”: dat zijn vijftig dingen die iedereen over vroeger moet weten. Wat hunebedden zijn bijvoorbeeld, wat slavernij was, wie Anne Frank was en wat er is gebeurd in Srebrenica. Als het gaat om de Romeinse tijd, gaat het om de “limes”, de grens van het Romeinse Rijk.

Lees verder “De limes”

Tacitus’ Germanen (5)

Beslag van Plinius’ paard (British Museum, Londen)

[Onder de onheilspellende titel In moerassen en donkere wouden heeft de Nijmeegse classicus Vincent Hunink vertalingen samengebracht van alle teksten die de Romeinse historicus Tacitus wijdde aan de Germanen.

Daarover valt een hoop te zeggen. Dit is het vijfde van zeven à acht stukjes, waarmee ik u wil verleiden dat boek te lezen. Het is namelijk echt interessante materie. En nee, ik krijg voor deze blogstukjes – net als voor mijn reeksen over de Historia Augusta en Het leven van Apollonius – geen commissie.]

Eigenlijk zouden we moeten ophouden Tacitus aan te duiden als historicus. Voor zover hij bijvoorbeeld nadenkt over een fundamenteel onderwerp als de tijdrekening, benut hij die om een politiek punt te maken: hij dateert gebeurtenissen, zoals senatoren vanouds deden, aan de hand van de namen van degenen die in een bepaald jaar het consulaat bekleedden. Ons jaar 15 na Chr. heet dus “tijdens het consulaat van Drusus Caesar en Gaius Norbanus”. Met deze keuze wijst Tacitus de door keizer Augustus geautoriseerde jaartelling “sinds de stichting van de stad” af. Tacitus’ voorgangers Titus Livius en Velleius Paterculus deden dat eveneens, maar waar je bij deze auteurs nog kunt vermoeden dat ze het deden omdat ze de fouten in Augustus’ systeem begrepen, lijkt Tacitus’ keuze vooral te zijn ingegeven doordat hij hechtte aan aloude senatoriële voorrechten.

Lees verder “Tacitus’ Germanen (5)”

Tacitus’ Germanen (3)

Munt van keizer Tiberius, die de Germane met rust liet (Valkhof-museum, Nijmegen).

[Onder de onheilspellende titel In moerassen en donkere wouden heeft de Nijmeegse classicus Vincent Hunink vertalingen samengebracht van alle teksten die de Romeinse historicus Tacitus wijdde aan de Germanen.

Daarover valt een hoop te zeggen. Dit is het derde van zeven à acht stukjes, waarmee ik u wil verleiden dat boek te lezen. Het is namelijk echt interessante materie. En nee, ik krijg voor deze blogstukjes – net als voor mijn reeksen over de Historia Augusta en Het leven van Apollonius – geen commissie.]

Zoals we gisteren zagen, vond Tacitus de term “Germanen” onhandig en hij doet er dan ook weinig mee. In het tweede deel van zijn Germania kiest hij dan ook voor een andere benadering: hij concentreert zich op de individuele stammen. Enkele daarvan waren op het moment waarop hij schreef, kort voor het jaar 100 na Chr., al oude bekenden.

Lees verder “Tacitus’ Germanen (3)”