De Zesentwintigste Dynastie

Amasis is de bekendste farao uit de Zesentwintigste Dynastie (Neues Museum, Berlijn)

Wat grappig: ik heb nog nooit geblogd over de Zesentwintigste Dynastie, die van 664 tot 525 v.Chr. heerste over Egypte. En dat terwijl ik wel heb geschreven over de daaraan voorafgaande dynastie, de Nubische of Vijfentwintigste. Ook heb ik al geblogd over enkele min of meer belangrijke Egyptenaren uit deze tijd, zoals Wahibre-em-achet, Taparet, Peneptah en Wedjahor-Resne. Het grote plaatje heb ik echter nooit geschetst. Tijd dus om iets te corrigeren.

Eerst even wat er voorafging: de Nubiërs hadden Egypte onderworpen en waren vervolgens beland in een conflict met de Assyriërs. Hun koning Esarhaddon had in 671 v.Chr. Egypte veroverd en de Nubische farao Taharqo zuidwaarts verdreven. Vervolgens had de Assyriër gouverneurs aangesteld, die hij rekruteerde uit de Egyptische elite. Toen was Esarhaddon overleden.

Lees verder “De Zesentwintigste Dynastie”

Het verhaal dat Herodotos liet liggen

Wedjahor-Resne met een cultusbeeldje van Osiris. Het beeld werd door de Romeinse keizer Hadrianus (117-138) meegenomen naar Italië en geplaatst in zijn villa in Tivoli. Het is nu in de Vaticaanse Musea.

Ik heb al weleens eerder gewezen op de verovering van Egypte door de Perzische koning Kambyses, een gebeurtenis die traditioneel wordt geplaatst in 525 v.Chr. Vóór hem had de Assyrische heerser Esarhaddon de Egyptenaren onderworpen, en dat was eigenlijk de enige keer dat een leger vanuit Azië de Nijl had bereikt. Het was dan ook een formidabele prestatie.

Een leger dat vanuit Palestina naar Egypte trekt, moet namelijk vijf dagen langs de kust marcheren, door een woestijnachtig gebied zonder veel bronnen. Als farao Psamtek III zijn vloot tegen Kambyses zou hebben ingezet, zou het er slecht hebben uitgezien voor de Perzen. Die wisten evenwel zonder verliezen Pelousion te bereiken, het huidige Port Said. De Griekse auteur Herodotos, een voorname bron, vermeldt een gevecht maar heeft daarover weinig te vertellen. Hier is de vertaling van Historiën 3.11-12 door Hein van Dolen.

Lees verder “Het verhaal dat Herodotos liet liggen”

De Elefantine-papyri

Joods verzoekschrift betreffende de restauratie van de tempel in Elefantine, gericht aan gouverneur Bagoas (Neues Museum, Berlijn)

Eén van de voorbeelden van migratie die ik behandel in Wahibre-em-achet en andere Grieken is het garnizoen van Elefantine in het zuiden van Egypte. De farao’s van de Zesentwintigste Dynastie, die aan de macht was gekomen nadat de Assyriërs begin zevende eeuw v.Chr. de Nubische koningen hadden verdreven, plaatsten aan de nieuw-geschapen zuidgrens een garnizoen met soldaten uit Judea. Zoals in de Oudheid gebruikelijk was kregen de soldaten bij wijze van tegenprestatie een stuk land. Rond 525 v.Chr. veranderde het garnizoen zijn loyaliteit, toen de Perzen de macht in Egypte overnamen, wat eens te meer een aanwijzing vormt dat Egypte viel door verraad van zijn officieren. De inscriptie van admiraal Wedjahor-Resne, die wél vermeldt hoe hoog de Perzen hem waardeerden maar geen enkele zeeslag vermeldt, is een andere clue.

Terug naar de Joden in Elefantine: verschillende papyri en beschreven potscherven documenteren hun aanwezigheid, zoals de brief hierboven, die is te zien in het Neues Museum in Berlijn. Hij is gericht aan de Perzische gouverneur Bagoas en bevat een verzoek om hulp bij de restauratie van de tempel van Jaho, zoals de naam van de joodse god werd gespeld in het Aramees. Een andere beroemde joodse papyrus uit Elefantine beschrijft het pesach-feest van 419 v.Chr. Een van de aardige verrassingen was dat Jaho hier nog een echtgenote had, die hier Anat wordt genoemd. (In Judea werd Mevrouw God aangeduid als Asjera.) De joden van Elefantine zullen de nieuwerwetse regels van Deuteronomium, dat joden uitsluitend in de tempel van Jeruzalem mochten offeren en uitsluitend JHWH mochten vereren, schouderophalend naast zich neer hebben gelegd. Emigranten zijn immers wel vaker conservatiever dan de mensen in het moederland.

Lees verder “De Elefantine-papyri”