Toerist in Córdoba

Puerta de Sevilla

Ik liet u in de vorige aflevering van dit narcistische winterfeuilleton gistermiddag achter op het station in Málaga, in de hoop dat we fors vertraagd om half drie zouden vertrekken naar Córdoba. Dat gebeurde inderdaad, maar na 500 meter stopte de trein, en na twee uur stilstand reed hij terug naar het station. Dat was niet naar de zin van de eveneens aanwezige Feyenoordsupporters. “Kankerland”, herhaalde een zo’n fan luidkeels, en zo klonk er meer. Niet handig, als de politie op scherp staat voor een risicowedstrijd. Toen we de trein verlieten, moesten we onze legitimatie tonen en haalde de politie supporters uit de mensenmassa. Toen een andere trein ons later naar Córdoba reed, ontbrak in onze coupé de Feyenoordaanhang.

Een snelle wandeling

We hadden, achteraf bezien, vijf uur langer kunnen doorbrengen in Málaga, maar goed: we zijn aangekomen in Córdoba, ooit de hoofdstad van het gelijknamige emiraat. Mijn vriendin was er al eens met haar zus geweest en ook voor mij is de stad niet nieuw – zie dit blogje.

Lees verder “Toerist in Córdoba”

Çatalhöyük

Reconstructie van een huis uit Çatalhöyük (Museum voor Anatolische Beschavingen, Ankara)

Ik ben er twee keer in de buurt geweest, maar steeds op weg naar iets anders: Çatalhöyük, een van de beroemdste archeologische opgravingen ter wereld. Het is een tell: een plek waar mensen lange tijd hebben gewoond, steeds op de resten van een eerdere nederzetting. Het klassieke voorbeeld is Troje, waar archeologen vele tientallen bewoningslagen boven elkaar hebben gevonden. Steeds als zo’n nederzetting was verwoest, keerden mensen terug om er nieuwe woningen te bouwen. Aangezien niemand voor z’n plezier op ’n ruïne of tussen de geblakerde resten van een oude boerderij gaat wonen, moet er een reden zijn, en inderdaad liggen de meeste tells op vruchtbare gronden, bij een handelsweg of allebei. En als die heuvel maar hoog genoeg was, was ze om een extra reden interessant: zo’n plek was veilig.

Çatalhöyük

De tell van Çatalhöyük, bewoond tussen pakweg 7100 en 5700 v.Chr., was uiteindelijk tweeëntwintig meter hoog. In zijn boek Dageraad, waarover ik het al had, schrijft Johan Hendriks: zeventien meter, en wellicht is dat waar, ik weet het niet, ik ben er immers niet geweest. Feit is: er zijn achttien bewoningslagen, en in de oudste fase bestond de nederzetting uit zo’n tweehonderd woonhuizen. Men had 9000 jaar geleden de deur nog niet uitgevonden, dus je moest vanaf het dak met een ladder in je woonst afdalen. Hierboven ziet u zo’n huis: een haard, wat lage banken langs de beschilderde muren, soms een opslagkamertje, en een decoratie van dierenschedels en -klauwen.

Lees verder “Çatalhöyük”

De kerken van Cyprus

Apsismozaïek in de Angeloktisti-kerk bij Larnaka, een van de oudste kerken op Cyprus

Ik beloofde u onlangs een stukje over de kerken van Cyprus. Ze zijn mooi en vaak interessant. Kerken vind je uiteraard overal, maar ik ken geen plaats waar zoveel verschillende soorten christelijke godshuizen bij elkaar staan: orthodoxe kerken in het binnenland én gotische kathedralen uit de tijd van de Kruistochten, orthodox én nestoriaans én katholiek.

***

De Byzantijnse kerken

Hierboven zag u een Byzantijns mozaïek uit de Panagia Angeloktisti-kerk bij Larnaka. Angeloktisti wil zeggen dat de kerk is gebouwd door engelen, Panagia betekent zoiets als de Alheilige en is een gebruikelijke eretitel voor Maria. Het mozaïek dateert uit de zesde eeuw, het kerkje is in de Middeleeuwen herbouwd.

Lees verder “De kerken van Cyprus”

Notre-Dame

Notre-Dame van Parijs

Hoewel ik Parijs enkele keren heb bezocht, was ik nog nooit in het Institut du Monde Arabe geweest. Dat voelde als een omissie, want ik stel wel enig belang in de Arabische cultuur. Het IMA stond dus hoog op mijn verlanglijstje en zaterdag zijn we er inderdaad naartoe geweest. Ik kan u een bezoek zeker aanraden. We zijn er, afgezien van de lunch, ongeveer zes uur binnen geweest zonder ons ook maar een minuut te vervelen. Dat er een expositie was over het Saoedische Al-‘Ula, een belangrijke IJzertijdnederzetting en een Romeins fort, was mooi meegenomen. Maar daarover wil ik het nu even niet hebben.

Op het Île Saint-Louis wilde ik het parkje fotograferen waar het verhaal van Julio Cortázar zich afspeelt dat beroemd werd als “Blow-up”, maar ik vergat het toen ik in de verte de Notre-Dame zag staan. Ik wist dat ik de aanblik van de door steigers verborgen kathedraal onprettig zou vinden maar toen ik het feitelijk zag, was ik werkelijk ontdaan. Ik realiseerde me ineens dat de Notre-Dame me ronduit dierbaar was.

Lees verder “Notre-Dame”

Het Woudagemaal

Het Woudagemaal bij Lemmer

Station Zwolle is voor Noordoost-Nederland wat Utrecht is voor Midden-Nederland: een knooppunt waar elke treinreiziger langs komt. Als er in Zwolle moet worden verbouwd, is er een stevig mobiliteitsprobleem. Dit voorjaar betrof het de brug over de IJssel, deze zomer moesten er een stuk of zeventig oude wissels uit en een stuk of veertig nieuwe in. Dus was station Zwolle de eerste twee weken van deze maand gesloten en moest je met een bus van Meppel naar Kampen en andersom.

Ik houd niet van bussen – of beter: ik wil niet hoeven meeluisteren naar de muziek van de chauffeur. Voor mij zat er dus weinig anders op dan, als ik op een vrijdagavond van Leeuwarden naar de Randstad wilde, of op een zondagmiddag naar het noorden terugkeerde, een stuk te fietsen. Dat is natuurlijk geen straf. Van Sneek via Urk naar Lelystad. Van Hardenberg via Hoogeveen naar Meppel. Van Heerenveen via Schokland naar Kampen. Zo kwam ik afgelopen vrijdag bij Lemmer, waar ik erin slaagde de weg kwijt te raken en me ineens niet bevond ten oosten van het stadje, waar de brug ligt naar de Noordoostpolder, maar in het westen. Kortom, ik was ineens vlakbij het Woudagemaal. Werelderfgoed.

Lees verder “Het Woudagemaal”