Cyprus in crisis

Bronzen standaard uit Enkomi (Cyprus Museum, Nicosia)

Zo rond 1200 v.Chr. raakte het oostelijke Middellandse Zee-gebied in een enorme crisis. Verschillende steden werden verwoest (zoals Ugarit) en andere werden verlaten (zoals de Hittitische hoofdstad Hattusa). In Griekenland werden de Mykeense burchten opgegeven en dit is ook de tijd waar de Trojaanse Oorlog wordt geplaatst. In Egypte begon de Derde Tussentijd, in de Levant traden de Arameeërs aan. Op Cyprus werden Enkomi en Kition geplunderd. Deze crisis wordt doorgaans geassocieerd met de “Zeevolken” die worden genoemd in de teksten van farao Ramses III. Een fijn boek over deze materie is dat van Eric Cline.

In deze verwarde tijd vestigden verschillende groepen Griekse immigranten zich op Cyprus, bijvoorbeeld in Maa (Palaiokastro). De Griekse dialecten die later, in de archaïsche en klassieke tijd, op Cyprus werden gesproken, bewijzen dat de kolonisten zijn gearriveerd vanaf de Peloponnesos. Latere Griekse mythen over helden uit de Trojaanse oorlog die zich op Cyprus vestigen, lijken echo’s te bevatten van deze gebeurtenissen. In elk geval wordt vanaf de twaalfde eeuw v.Chr. op Cyprus Grieks gesproken.

Lees verder “Cyprus in crisis”

Maa

De muur van Maa

Cyprus, het kopereiland, heeft altijd handelaren en kolonisten aangetrokken van de omringende drie werelddelen. In de Late Bronstijd, die zo rond 1600 v.Chr. begon, was het een belangrijk knooppunt in een internationaal handelsnetwerk. Een eeuw later keken de Cyprioten de kunst van het schrijven af van hun westerburen, de Kretenzers en rond 1400 v.Chr. zien we een toename van importen uit het nog net wat verderop gelegen Mykeense Griekenland. De handel is gedocumenteerd in de Griekse Lineair-B-teksten.

Tegen het einde van de dertiende eeuw v.Chr. verkeerde dat Mykeense Griekenland echter in een  crisis waarin de paleisburchten werden verwoest en verlaten. Het lijkt erop dat verschillende Mykeense aristocraten naar Cyprus verhuisden, de route volgend van hun handelscontacten. Ze waren echter niet de enige migranten: dit was de tijd van de “Zeevolken”, die in Egypte werden verslagen door koning Ramses III maar die elders steden als Hattusa (in Anatolië) en Ugarit (in Syrië) vernietigden. De Bronstijd liep in de twaalfde eeuw ten einde.

Lees verder “Maa”

De Trojaanse Oorlog (6)

Aardewerk uit Troje VI (Archeologisch Museum van Istanbul)
Aardewerk uit Troje VI, de stad van de Trojaanse Oorlog (Archeologisch Museum van Istanbul)

[Dit kerstweekend blog ik over de Trojaanse Oorlog. De legendarische expeditie van een coalitie van Griekse krijgers die ergens in de dertiende eeuw v.Chr. de stad Troje innamen vormt een romantisch verhaal en het onderzoek brengt diverse subdisciplines samen: klassieke talen, oude geschiedenis, archeologie, hittitologie. Allemaal redenen om u dit kerstweekend te trakteren op een longread. Het eerste deel vindt u hier.]

Archeologen kunnen aan de stratigrafie van hun vondsten afleiden wat ouder en en wat jonger is. Dit heet de “relatieve chronologie” en die is voor de Griekse Bronstijd voldoende robuust. Het is echter veel leuker als we de inzichten ook kunnen koppelen aan een kalenderjaar, al is het maar bij benadering. Om deze “absolute chronologie” vast te stellen, was er lange tijd niets beters dan zogeheten “kettingdatering”. Als op het Griekse vasteland een bepaald soort aardewerk werd gevonden – laten we zeggen Laat-Helladisch IIIb – dat ook bekend was van Cyprus, en daar werd aangetroffen in combinatie met Egyptisch aardewerk, dat op zijn beurt weer ergens was gevonden in combinatie met een scarabee met de naam van een farao, kun je aannemen dat LH IIIb werd gemaakt tijdens of ná die farao. Aangezien de regeringsjaren van de Egyptische koningen redelijk bekend zijn, kunnen we het Griekse aardewerk dateren door de schakel van de Mykeense cultuur te laten grijpen in de schakel van Cyprus in de schakel van Egypte. Vandaar: kettingdatering. De methode is bedacht door de op deze kleine blog al eens beschreven Oscar Montelius.

Lees verder “De Trojaanse Oorlog (6)”

Hypercoherentie

Eeuwen na de verwoesting van Troje staken de stadsmuren nog boven de velden uit. De herders die er hun kuddes weidden, waren er voldoende van onder de indruk om elkaar verhalen te vertellen. Er was ooit verschrikkelijk gevochten, zeiden ze, door helden die behoorden tot een ras dat sterker was geweest dan de mensen van de eigen tijd. De muren konden geen mensenwerk zijn maar moesten zijn gebouwd door goden.

Goden, helden en eeuwenoude ruïnes: meer wist een dichter als Homeros eigenlijk niet over het Troje van de dertiende eeuw v.Chr., dat de achtergrond vormt van zijn Ilias. Andere barden zongen heldenliederen over de steden Mykene en Thebe, waarin eveneens echo’s doorklonken van dat verre verleden. De verhalen zelf zijn echter grotendeels fictie.

Lees verder “Hypercoherentie”

Archeologie van Israël (6): de Intocht

Het paleis van de Egyptische gouverneur in Beth Shean

Zoals de lezer van deze reeks over maximalisme en minimalisme in de archeologie van Israël, die hier begon, inmiddels weet, concentreert de discussie zich op twee vragen. Om te beginnen: is de grootschalige bouwactiviteit tijdens het IJzer IIa toe te schrijven aan koning Salomo, of is zij jonger? Het antwoord gaf ik in mijn vorige stukje: voorlopig lijken grote bouwwerken als de large stone structure in Jerusalem jonger te zijn. De andere vraag is of er archeologisch bewijs is voor de Intocht.

Het standaardverhaal is in de jaren dertig geconstrueerd door W.F. Albright, de vader van wat men destijds “bijbelse archeologie” noemde. Ten tijde van Ramses III (r. 1184-1152) werd Egypte aangevallen door de zogenaamde Zeevolken, waarvan sommige over het water kwamen en andere over het land. Hun aankomst zou de oorzaak zijn geweest van grote veranderingen. Ramses claimt ze te hebben verslagen in 1175. Hij zou echter misschien een veldslag hebben gewonnen, was de redenering, maar een van de groepen zwervende plunderaars bemachtigde toch land in Kanaän. Deze Peleset zijn bekender als Filistijnen en gaven uiteindelijk hun naam aan Palestina. De ondergang van het Egyptische gezag leidde tot chaos en schiep ruimte voor nieuwe nomadenvolken, zoals de Hebreeën, om zich als boeren te vestigen in het bergland.

Lees verder “Archeologie van Israël (6): de Intocht”