Hunebed van de dag: D35 (Valthe)

Hunebed D35 bij Valthe

Het op vijftien na zuidelijkste hunebed in Nederland, hunebed D35 is zo’n acht-en-halve meter lang en 3¼ meter breed. Nu zeggen we: “Het is bij Valthe”. De hunebedbouwers zelf zullen wel hebben gezegd dat het was aan een weg die liep van het noorden naar het zuiden en die wij kunnen volgen vanaf hunebed D31 langs hunebed D34 (en het gesloopte D33) tot het hunebed van vandaag, D35 dus.

Niet het alleropvallendste grafmonument uit de Trechterbekertijd: het hunebed is wat ietwat klein uitgevallen en ligt gedeeltelijk ingegraven. “Aan dit hunebed is niet heel veel te zien,” merkt Hunebeddeninfo.nl droogjes op. Toch is het een omweg waard, want het meertje dat je vaak vindt bij zo’n megalithisch graf vindt, is hier werkelijk vlakbij en ook nog goed te herkennen als een open plek in het bos. Het is een pingoruïne, net als bij D2 bij Westervelde.

Lees verder “Hunebed van de dag: D35 (Valthe)”

Hunebedden van de dag: D36 en D37 (Valthe)

Hunebed D36 bij Valthe

Een paar bomen ten zuiden van het Drentse dorp Valthe op wat bekendstaat als de Oosteres, met daar onder twee hunebedden in elkaars verlengde: hunebed D36 en hunebed D37 staan samen ook bekend als de Valther Tweeling. Dat klinkt poëtisch maar de waarheid is dat het niet echt een indrukwekkend stel is. Ze zijn, zoals Herman Clerinx het in Een paleis voor de doden verwoordt, eigenlijk tamelijk vervallen. In de Gids voor de hunebedden heeft Wijnand van der Sanden er ook niet heel veel over te vertellen.

Lees verder “Hunebedden van de dag: D36 en D37 (Valthe)”

Hunebed van de dag: D34 (Odoorn)

Hunebed D34 bij Odoorn

De hunebedbouwers, waarvan ik me voorstel dat ze met kuddes heen en weer trokken, schiepen een wegennetwerk. Of misschien moeten we het hebben over paden. En of het opzet was, dat zullen we ook maar in het midden laten. Hoe dan ook, in de Trechterbekertijd ontstonden routes door het Drentse landschap. Een daarvan liep van hunebed D31 bij het huidige Exloo, zuidwaarts. Via een recentere grafheuvel passeerde de weg hunebed D34. U vindt dit ten zuidoosten van het huidige Odoorn, in de richting van Valthe. De oude weg vervolgend zou een trechterbekerreiziger zijn aangekomen bij hunebed D35, halverwege Valthe en Klijndijk.

Nog niet zo heel lang geleden zou in het rijtje D31 – grafheuvel – D34 – D35 ook hunebed D33 opgenomen zijn geweest. Dat lag slechts honderdvijftig meter noordelijker dan D34, maar Albert van Giffen heeft het in 1955 gesloopt. De oeroude zwerfkeien zijn gebruikt om hunebed D49 te restaureren, de “Papeloze kerk” bij Schoonoord. Dat klinkt als vandalisme en ik weet niet of dit tegenwoordig nog zou mogen, maar D33 verkeerde destijds in een nog slechtere staat dan hunebed D34, dat ook niet moeders mooiste is.

Lees verder “Hunebed van de dag: D34 (Odoorn)”

Hunebed van de dag: D32 (Odoorn)

Hunebed D32 bij Odoorn

Het op negentien na zuidelijkste hunebed in Nederland is hunebed D32. U vindt het naast de weg naar Borger, even ten noordwesten van het Drentse dorp Odoorn. Het is niet heel erg groot. (Ik bedoel het hunebed.) Het graf is 7½ meter lang en drie meter breed. Het ligt nog voor een deel in de grond, zodat het wat laag oogt. Er zijn er hier ooit meer megalithische graven geweest: de hunebedden D32a, D32b, D32c en D32d zijn echter verdwenen.

Ik lees in Een paleis voor de doden, het boek van Herman Clerinx dat ik als allereerste gids had toen ik me in de cultuur van de hunebedbouwers verdiepte, dat archeologen in 1958 voor de ingang van hunebed D32 een kuil vonden met twee complete trechterbekers die ouder zouden zijn geweest dan het graf zelf. Was D32, dat op een heel laag heuveltje staat, een graf of offerplaats? Is het hunebed er pas later geplaatst? Mijn andere gids door trechterbekerland, Wijnand van der Sandens Gids voor de hunebedden, weet het antwoord ook niet.

Lees verder “Hunebed van de dag: D32 (Odoorn)”

Hunebed van de dag: D52 (Diever)

Hunebed D52 bij Diever

Het op twintig na zuidelijkste hunebed in Nederland is ook een van de mooiste. Ik heb het over hunebed D52, even ten noordoosten van Diever. Met een breedte van 4¾ meter en een lengte van 14½ meter was is het best wel groot. Het aardewerk is te dateren tussen 3250 en 2975 v.Chr. en tegenwoordig in het Hunebedcentrum in Borger.

Archeoloog Albert van Giffen, die het naast dit hunebed gelegen landgoed Heezeberg bezat, heeft het graf in 1953/1954 laten restaureren, zodat de bezoeker een redelijk beeld heeft van het geheel. Toen ik er was, bleek dat iemand er bloemen had neergelegd.

Lees verder “Hunebed van de dag: D52 (Diever)”

Hunebed van de dag: D31 (Exloo-Zuid)

Hunebed D31 bij Exloo

Laten we er geen doekjes om winden: één hunebed moet het minst interessante zijn en ik denk dat het hunebed D31 is. Het ligt even ten zuiden van Exloo op een helling in het bos. De aanzet van de dekheuvel die er ooit overheen lag, zou nog herkenbaar zijn maar ik heb die zelf niet herkend.

Het grafmonument is niet groot: zeven meter lang en 3¼ meter breed. Ik kan zelf geen hunebed bouwen. Ik ben nooit verder gekomen dan in Archeon duwen tegen zo’n rolling stone. Dus ik doe het de hunebedbouwers allemaal niet na, maar toch, om eerlijk te zijn, daar bij Exloo maakten ze zich er wat makkelijk vanaf. En inmiddels is dit prehistorische monument ook nogal beschadigd. Wetenschappelijk onderzoek van de kelder is vooralsnog achterwege gebleven. Herman Clerinx typeert het in Een paleis voor de doden als ruïne.

Lees verder “Hunebed van de dag: D31 (Exloo-Zuid)”

Hunebed van de dag: D30 (Exloo-Noord)

Hunebed D30 bij Exloo

Het op tweeëntwintig na zuidelijkste hunebed in Nederland, hunebed D30, staat ook bekend als Exloo-Noord. In 1918, toen Albert van Giffen hier het eerste wetenschappelijk onderzoek verrichtte, was de dekheuvel er nog. De begrenzing is nog te herkennen aan de kransstenen.

Van de dekheuvel is vastgesteld dat die in twee fasen is aangebracht. De eerste fase stamt uit de tijd van de hunebedbouwers zelf, dus uit het Neolithicum. De tweede fase is uit de Bronstijd – meer precies ten tijde van de Wikkeldraadcultuur – en mogen we plaatsen tussen 2100 en 1800 v.Chr. Dat betekent, zoals zo vaak, dat deze plek in gebruik is gebleven na de bouw van het grafmonument. De mensen in de omgeving bleven er steeds teruggekomen.

Lees verder “Hunebed van de dag: D30 (Exloo-Noord)”

Hunebedden van de dag: D28 en D29 (Buinen)

De hunebedden D28 (vooraan) en D29

Ik zal niet snel zeggen dat dit of dat hunebed mijn enige favoriet is. Ook een kleine stapel zwerfkeien heeft charmes, zeker als je na een fietstochtje je bestemming vindt. Maar ik heb een zwak voor de hunebedden D28 en D29. Ze liggen in een klein bosje halverwege Borger en Buinen. Een foto die ik er van de bomen maakte – mooi zacht licht, een vermoeden van regen – dient op mijn computer als bureaublad.

Niet dat de hunebedden D28 en D29 zo speciaal zijn. Het bezoek was echter zo’n zeldzaam moment van harmonie. Alles klopte even. En dat is eigenlijk het grotere doel van mijn fietstochtjes: de landschappen van Drenthe zijn, als ik een cliché mag slaken en negeren dat ik vlakbij de N374 stond, vaak zo sereen dat je even weggetrokken bent uit het jachtige hier en nu. De hunebedden zelf zijn al even tijdloos. Anderen mogen houden van de gezellige drukte van een festival, maar ik zoek rust. (Ik bedenk ineens dat toen ik als dienstplichtige naar de kazerne moest, ik reisde in het goederencompartiment van de trein om niet te hoeven luisteren naar gesprekken.) Als ik werk zou kunnen vinden in Drenthe, zou ik de verhuizing serieus overwegen.

Lees verder “Hunebedden van de dag: D28 en D29 (Buinen)”

Hunebed van de dag: D27 (Borger)

Hunebed D27 naast het Hunebedcentrum in Borger

Het is niet vreemd dat hunebed D27 weleens aangeduid is geweest als “de onbesuisde steenhoop”. Het op vijfentwintig na zuidelijkste hunebed in Nederland heeft namelijk een lengte van 22½ meter en een breedte van ruim vier meter. Dat maakt het het het grootste hunebed in eigen land. Een van de dekstenen weegt twintig ton. De bouwers van de hunebedden waren voor geen kleintje vervaard maar dit moet ook voor hen een joekel zijn geweest. Lodewijk Napoleon, de eerste koning van Nederland, bracht in 1809 een bezoek aan dit monument.

De Groningse dichteres Titia Brongersma heeft het monument al in 1685 onderzocht. Na wat spitwerk vond ze mensenbotten. Daarover zouden we graag meer willen weten omdat skeletmateriaal in de Drentse bodem zeldzaam is. Later heeft Caspar Reuvens, als eerste directeur van het Rijksmuseum van Oudheden ook de eerste wetenschappelijke archeoloog van Nederland, er nog eens een blik op geworpen. Het schijnt vast te staan dat er nog in de Bronstijd crematies in dit hunebed zijn bijgezet, dus ik neem aan dat er op enig moment urnen zijn opgegraven. Ik heb echter niet kunnen achterhalen wanneer dat is geweest, al vermeldt Hunebedden.nl de vondst van nog meer menselijk botmateriaal.

Lees verder “Hunebed van de dag: D27 (Borger)”

Hunebed van de dag: D26 (Drouwenerveld)

Hunebed D26 bij Drouwen

Het op zevenentwintig na noordelijkste hunebed in Nederland, uiteraard als we het nep-hunebed bij Gasselte niet meetellen, ligt te zuidwesten van Drouwen, ongeveer op dezelfde breedte als de hunebedden bij Bronneger: het groepje D22 en D21 en het drietal D23, D24 en D25. Je krijgt de indruk dat hier in de tijd van de hunebedbouwers een doorgaande weg was die vanuit Grolloo naar het oosten liep, in de richting van de monding van een beekje dat bij Bronneger van de Hondsrug neer kwam stromen.

Met een lengte van twaalf meter en een breedte van 3¾ meter is dit grafmonument middelmatig groot. De kransstenen zijn nog zichtbaar.

Lees verder “Hunebed van de dag: D26 (Drouwenerveld)”