Fik Meijers Petrus (2)

amsterdam_gevelsteen_prinsengracht_001
Petrus (gevelsteen Prinsengracht 1, Amsterdam)

[Ik wijd vandaag een stuk aan het boek Petrus. Leerling, leraar, mythe van Fik Meijer. Ik wil tonen dat er voor geschiedschrijving en wetenschapscommunicatie kwaliteitsnormen zijn. Meijer haalt die niet, zal bij menig lezer scepsis oproepen en draagt zo bij aan het afkalvende draagvlak voor de oudheidkundige wetenschappen. Het eerste deel is hier.]

Verouderde interpretaties

Zie ik het goed, dan citeert Meijer niet-Griekstalige joodse teksten (apocriefen, Dode Zee-rollen en rabbijnse literatuur) allemaal uit de secundaire literatuur. Net als in Jezus en de vijfde evangelist is Petrus dus een boek over een jood, geschreven zonder te kijken naar de joodse bronnen. De uitzondering die deze regel bevestigt is de Grieks-schrijvende joodse historicus Flavius Josephus, die Meijer vrijwel letterlijk volgt.

Josephus was een aristocraat die zich aan zijn privileges verplicht voelde op te komen voor de Joden én hun leiders. (Daarin was hij overigens niet anders dan zijn tijdgenoten Tacitus en Ploutarchos.) In Josephus’ visie waren niet alle Joden anti-Romeins, maar was het verzet beperkt tot een kleine groep, die niet luisterde naar het goedbedoelde leiderschap van de joodse elite. Die kleine groep zou sinds de Romeinse annexatie voortdurend de orde hebben verstoord: in de jaren tussen 6 n.Chr. en 66 zou het van kwaad tot erger zijn gegaan tot de Joodse Oorlog was uitgebroken en in 70 Jeruzalem was verwoest. Althans volgens Josephus.

Lees verder “Fik Meijers Petrus (2)”

MoM | De eerste hoofdwet van de archeologie

qumran_bath1_1
Deze structuur in Qumran werd geïdentificeerd als een ritueel bad (een mikve) maar bleek een bassin te zijn waarin pottenbakkersklei werd gezuiverd.

Een tijdje geleden plaatste ik foto’s online van het prachtige gebouw, opgegraven in de Iraanse stad Bishapur, dat bekendstaat als de “tempel van Anahita”. Dat was een watergodin die we kennen uit verschillende oud-Iraanse teksten en u moet voor plaatjes maar even op deze link klikken. Het monument bestaat uit een vierkante vijver, omgeven door een soort trottoir, waar een gang omheen loopt. Je kunt er alleen komen door eerst een trap af te gaan, want het ligt een paar meter onder de grond. Misschien omdat het anders niet mogelijk was water uit de rivier hierheen te leiden.

In feite hebben we geen idee of het werkelijk een tempel was en weten we ook al niet of het heiligdom – áls het dus een heiligdom was – was gewijd aan Anahita. Uit heel Iran is namelijk niet een tempel voor deze godheid bekend. Een ander bouwwerk dat “tempel van Anahita” wordt genoemd, een enorm terras bij Kangavar, is alleen maar zo genoemd omdat het is opgegraven in de buurt van een paar bronnen en omdat een tekst een tempel van Artemis vermeldt in deze omgeving. Het monumentale bouwwerk in Bishapur lijkt er bepaald niet op. Anahita lijkt ook niet op Artemis, trouwens.

Lees verder “MoM | De eerste hoofdwet van de archeologie”

Nieuws uit Qumran???

Het fragmentje uit de nieuw-ontdekte grot (©C. Olson & O. Gutfeld)
Het fragmentje – let erop hoe klein het is in verhouding tot de zandkorrels – uit de nieuw-ontdekte grot (© C. Olson & O. Gutfeld)

Qumran is de plek bij de Dode Zee waar in de late jaren veertig en vroege jaren vijftig een kleine duizend boekrollen zijn gevonden. Ze documenteren het joodse religieuze leven in de tijd na de afsluiting van de joodse Bijbel en voor de totstandkoming van het Nieuwe Testament. De teksten zijn gevonden in elf grotten. Soms lagen de rollen in kruiken en waren ze goed bewaard, maar in Grot 4 lagen duizenden snippers die, toen het complex rond 70 n.Chr. werd afgesloten, al oud waren. Het kan zijn dat Grot 4 een geniza is geweest, een opslag van religieuze teksten die weliswaar versleten waren maar die je als gewetensvolle jood nog niet daarom meegaf met het grofvuil.

Soms duiken er in de oudhedenhandel “nieuwe” snippers op. Die kúnnen authentiek zijn. Er kunnen immers onontdekte grotten zijn: langs de hele westelijke oever van de Dode Zee zijn grotten geweest waarin teksten zijn gevonden. (De oostelijke oever, die ook door Joden werd bewoond, is nooit zo systematisch verkend en is de plek waar ik het liefst zou zoeken naar antieke manuscripten.) Die “nieuwe oude snippers” kunnen echter net zo goed vals zijn. Zoals ik in deze kleine blog al vaker heb aangegeven, kunnen wetenschappers in een laboratorium niet vaststellen of een tekstfragment echt is of niet, wanneer de vervalser antiek papyrus gebruikt, de receptuur van antieke inkt volgt en een kwastje gebruikt in plaats van een pen. Oude manuscripten hebben uitsluitend betekenis als we ze vinden in een gecontroleerde opgraving. Anders zijn ze wetenschappelijk volstrekt waardeloos en is het een verspilling van tijd ernaar om te zien.

Lees verder “Nieuws uit Qumran???”

Dode Zee-rollen

4QTestimonia

Toen onlangs enkele oude opnames van Bob Dylan werden uitgebracht, noemde een journalist ze “Dylans Dode Zee-rollen”. Verdere uitleg was overbodig: elke lezer begreep dat het ging om herontdekt materiaal dat nieuw licht wierp op de tijd waarin iets belangrijks was ontstaan. In het geval van de echte Rollen gaat het om een kleine duizend teksten uit de tijd waarin de grondslagen zijn gelegd voor het christendom en rabbijnse jodendom.

Ze zijn in 1947 teruggevonden in de buurt van een ruïne die Qumran heet. Sommige teksten waren al bekend uit de Bijbel, andere uit Ethiopië of uit de synagoge van Cairo, maar er was ook nieuw materiaal. De eerste onderzoekers identificeerden de ruïne als het klooster waar de rollen waren geschreven en meenden dat ze behoorden tot een kolossale bibliotheek.

Maar wie waren de joodse monniken? Toevallig hebben we een overzicht van de stromingen binnen het toenmalige jodendom: historicus Flavius Josephus onderscheidde sadduceeën, farizeeën, essenen en zeloten, en de eerste onderzoekers meenden dat de ideeën in de Rollen het meest leken op die der essenen. De beroemd geworden Oorlogsrol toont dat deze asceten geloofden dat Israël in een apocalyptische oorlog de buurvolken – lees: de Romeinen – zou verslaan, terwijl andere teksten vertellen dat daarna een “koninklijke messias” de macht zou delen met een priesterlijke collega.

Lees verder “Dode Zee-rollen”

Dode Zee-rollen: een perfect boek

Twee snippers van de Dode Zee-rollen met daarop de tekst van Prediker (Jordan Museum, Amman)

Ik moet een jaar of acht, tien zijn geweest toen ik Piet Prins’ kinderboek Joesoef vindt een grote schat las. De titelheld was een bedoeïenenjongen wiens vrienden in de grotten bij de Dode Zee oude boekrollen vonden, die ze verkochten aan westerse bezoekers. Zo werden ze schatrijk. Joesoef wilde dat ook wel, maar de westerlingen die hij ontmoette, bekeerden hem tot het christendom, een schat die ik destijds ervoer als anticlimax. Het archeologische deel van het verhaal boeide me aanzienlijk meer.

Veertig jaar later vind ik de Dode Zee-rollen nog steeds boeiend. Het gaat om een kleine duizend religieuze teksten, die zijn geschreven tussen ca. 200 v.Chr. en 70 n.Chr. en werden ontdekt in 1947. Een aanzienlijk deel was volkomen nieuw en leek te zijn geschreven door de leden van een sekte, die aanvankelijk werd geïdentificeerd met de essenen. Zij zou hebben geleefd in Qumran, een destijds als klooster geïnterpreteerde ruïne, waar archeologen zelfs de tafel meenden te kunnen aanwijzen waarop de rollen zouden zijn geschreven. De monniken verwachtten dat in de Eindtijd een grote, apocalyptische oorlog zou plaatsvinden, zoals gedocumenteerd in de beroemd geworden Oorlogsrol.

Lees verder “Dode Zee-rollen: een perfect boek”

Israël verdeeld (synopsis)

Omslag

Hieronder de synopsis van Israël verdeeld; kort commentaar hier en enkele blogstukjes die ik tijdens het schrijven van dit boek publiceerde daar. Bestellen lukt met deze link.

Israël verdeeld

1. Joden en Romeinen

Het Judea dat de Romeinen aantroffen, verkeerde in een diepe crisis. De burgeroorlog waarin de Romeinse generaal Pompeius intervenieerde, is maar één uiting van die verdeeldheid. Nu is verdeeldheid tot op zekere hoogte een normaal verschijnsel: in elke samenleving zijn krachten werkzaam die groepen opzetten tegen andere groepen. Doorgaans worden deze destabiliserende krachten gecompenseerd door instellingen die de mensen juist met elkaar verbinden, zodat een samenleving doorgaans verkeert in een dynamisch evenwicht. In Judea was dit evenwicht echter zoek.

In dit hoofdstuk verder een overzicht van verouderde sjabloons (“het spirituele oosten” versus “het humanistische westen”) en enkele wetenschappelijke debatten, zoals de herinterpretatie van de Dode Zee-rollen, de “derde speurtocht” naar de historische Jezus, de nieuwe typering van het Palestijnse jodendom, nieuwe ideeën over Paulus, enz.

2. Verdeelde elite

Hoe Judea aansluiting vond bij de rest van het oostelijk Middellandse Zee-gebied, dat werd gedomineerd door twee koninkrijken: dat van de Ptolemaïsche dynastie in Egypte en dat van de Seleukiden in Syrië, Anatolië, Mesopotamië en Iran. De langzaam toenemende rijkdom leidde in Judea tot het ontstaan van een financiële elite die niet samenviel met het traditionele leiderschap, dat werd belichaamd door de hogepriesters. Dit was geen ongebruikelijk probleem, maar er waren meer tegenstellingen. Eén daarvan was die tussen de rijken, die aansluiting zochten en vonden bij de internationale elite, en de armen, die deze aansluiting misten en assimilatie afwezen. Het kwam tot opstand: de destabiliserende krachten hadden het gewonnen van de verbindende.

3. Hasmoneeën en Herodianen

De Joden herwonnen hun onafhankelijkheid, maar niet hun eenheid. De Hasmonese dynastie bouwde weliswaar een machtig koninkrijk op, maar kon steeds rekenen op verzet: de nieuwe leiders claimden het hogepriesterschap, waarop ze volgens menigeen geen recht hadden, en ontkwamen er niet aan zaken te doen met de internationale elite, hoewel deze dynastie ooit naar voren was gekomen omdat ze assimilatie afwees. Toen Rome de macht in 63 v.Chr. overnam, meende men aanvankelijk dat hogepriester Hyrkanos de eenheid zou kunnen herstellen, zodat het gebied makkelijker door de Romeinen kon worden bestuurd, maar dit bleek niet het geval. In 40 v.Chr. vervingen Rome de Hasmonese dynastie door een nieuwe bestuurder, koning Herodes. Ook hij slaagde er niet in de middelpuntvliedende krachten te overwinnen en enkele jaren na zijn dood lijfden de Romeinen Judea in als provincie.

4. Diversiteit

Dit hoofdstuk biedt een overzicht van de zaken waarover consensus bestond en waarover men van mening verschilde. Alle joden waren het erover eens dat de tempel in Jeruzalem belangrijk was, dat God de joden had uitverkoren en er een verbond mee had gesloten, dat joden alleen aan deze God mochten offeren en dat Hij zich aan hen had geopenbaard via een heilig boek. In de praktijk bestond echter onenigheid over de vraag of het tempelritueel wel door geschikte hogepriesters werd uitgevoerd, waren er diverse interpretaties van de joodse uitverkorenheid, en was men het grondig oneens over de teksten die behoorden tot de Bijbel, om over de wijze van interpretatie nog maar te zwijgen. Dit leidt tot uitvoerige discussies en ruzies over de juiste joodse levenswijze, de halacha.

5. Josephus’ vier scholen

Josephus systematiseert de chaotische halachische discussies en stelt dat er drie echte stromingen waren binnen het jodendom: de farizeeën, de sadduceeën en de essenen. Later ontstond nog een vierde stroming van mensen die meenden dat vooral de gewelddadige verdrijving van de Romeinen de prioriteit moest hebben. Zij worden in de moderne literatuur veelal aangeduid als ‘zeloten’. In dit hoofdstuk wordt gekeken of Josephus’ schetsen van deze stromingen correct zijn.

6. Toekomstvisies

Eén van de geschilpunten was de komst van de messias, een Joodse leider die volgens de voorspellingen Israël zou herstellen. Enkele theorieën komen aan de orde: oorlogsleider, hogepriester, profeet, het dubbele messiasschap in Qumran, de profeet als Mozes en andere messiaanse typen. De conclusie is dat er geen intern-joodse scheuringen bekend zijn m.b.t. het messianisme, terwijl halachische kwesties wel tot scheuringen leidden. Dit betekent dat de claim van Jezus de messias te zijn, in zijn tijd geen echt probleem kan zijn geweest. Wie wil weten waarom joden en christenen gescheiden wegen zijn gegaan, moet zich concentreren op halachische kwesties.

7. Leven in de Eindtijd

Levend in wat hij beschouwde als de Eindtijd, combineerde Jezus van Nazaret uiteenlopende halachische opvattingen en creëerde zo een nieuwe, vijfde stroming, waarin centraal stond dat God de wereld zou komen besturen en dat Israël zou herstellen. Dit hoofdstuk bevat ook een korte geschiedenis van het Christendom tot het jaar 70 en een beschrijving van de bronnenproblematiek. Het eindigt met een korte typering van het vroege Christendom.

8. De val van Jeruzalem

De ondergang van de pluriforme wereld in de Joodse Oorlog van 66-70.

9. Gescheiden wegen

Hoe de rabbi’s in Javne de grondslagen legden voor een nieuw Jodendom, waarom de Christenen dat niet aanvaardden, waarom de Romeinen juridisch onderscheid begonnen te maken tussen Joden en Christenen, hoe sommige synagogen voor Christenen werden gesloten, hoe sommige Christenen de Joden beschouwden als duivelskinderen en hoe de twee religies in de tweede eeuw langzaam maar zeker uiteen groeiden, hoewel er nog tot eind vierde eeuw “cross-overs” waren.

Hierna volgt nog een appendix, gewijd aan de hermeneutische methode en een geschiedenis van de Joodse literatuur. Een lijstje met boeken voor wie meer wil weten, een verklarende woordenlijst en een register vormen het obligate nawerk.

Testimonia uit Qumran

W#
4QTestimonia (Archeologisch Museum van Amman)

Na het stukje dat ik gisteren wijdde aan de expositie over de Dode Zee-rollen in het Drents Museum kon het natuurlijk niet uitblijven dat ik zou schrijven over een van die perkamentfragmenten. Helaas is zowel in “The Shrine of the Book” in Jeruzalem als op de tentoonstelling in Assen fotografie uitdrukkelijk verboden. Meestal is zo’n verbod onzinnig omdat de makers van antieke voorwerpen al een tijdje dood zijn en hun rechten dus zijn verlopen, maar voor één keer valt er iets voor zo’n verbod te zeggen. Zeker, bezoekers begrijpen best dat het licht van een flitser te energierijk en de kans op schade te groot is, maar niet iedereen weet hoe z’n camera werkt. Je zou eens moeten weten hoe vaak suppoosten mensen moeten helpen die niet weten hoe ze de flitser van hun nieuwe camera uitkrijgen.

In het oude Archeologische Museum van Amman was men echter niet zo terughoudend, en zo heb ik toch wel een paar foto’s van Dode Zee-teksten, die in dat museum zijn terechtgekomen omdat het gebied waarin Qumran ligt, tot 1967 werd bestuurd door Jordanië. De snipper hierboven lag er destijds redelijk in het volle licht, en je kunt op de foto de schaduw van de vitrine goed herkennen. Het stukje perkament is een paar centimeter kleiner dan een A4tje. Onderzoekers kunnen aan de lettervormen zien dat het moet zijn geschreven aan het begin van de eerste eeuw v.Chr.

Lees verder “Testimonia uit Qumran”