Israël en de Palestijnse gebieden (2)

Caesarea Maritima, een van de mooiste opgravingen in Israël

In mijn vorige stukje behandelde ik de plekken waar je de Bronstijd en IJzertijd van Israël en Juda kon bekijken. Dat waren twee koninkrijkjes in de marge van een gestaag groeiend Mesopotamisch wereldrijk. De Assyriërs lijfden rond 724 v.Chr. het noordelijke rijk, Israël dus, in en toen de Babyloniërs de macht hadden overgenomen in Mesopotamië, onderwierpen zij in 586 het zuidelijke, Juda. De Judese bevolking belandde door deportatie in Babylonië maar mocht later, toen aan het hoofd van het oosterse wereldrijk een Perzische dynastie stond, terugkeren. Later namen de Macedoniërs de macht over in het Nabije Oosten.

Ik heb weleens gelezen dat het verblijf in Babylonië de Joden voorgoed een gevoel heeft gegeven dat ze in den vreemde konden wonen en toch één volk blijven. De terugkeer naar Jeruzalem was dan een eeuwenlange, gedeelde en verbindende droom. Ik houd niet van speculaties over eeuwenlange continuïteiten, maar erken dat het een zekere aannemelijkheid heeft. Al lijkt bewijs me lastig.

Lees verder “Israël en de Palestijnse gebieden (2)”

Sadduceeën (1)

Schriftgeleerde met boekrol (Catacombe van Petrus en Marcellus, Rome)

Een Jood behoorde tot het uitverkoren volk; in dank daarvoor hield hij zich aan de Wet van Mozes; om dat zo goed mogelijk te doen, bediscussieerden schriftgeleerden de details. We spreken van halacha. Zo ontstonden diverse stromingen, waarvan de farizeeën de bekendste zijn. Je hoort ook over zeloten, sicariërs, essenen. Daarnaast was er de sekte die bekend is van de Dode-Zee-rollen uit Grot 1 bij Qumran. Volgens verouderd onderzoek is die sekte dezelfde als die van de essenen, maar dat is bepaald niet onomstreden. We lezen verder over herodianen, die misschien ook al gelijk zijn aan de essenen. En dan zijn er nog sadduceeën. Daarover wil ik het vandaag hebben.

De sadduceeën worden vaak gepresenteerd als rijke, pro-Romeinse joden, met veel invloed op de tempelcultus. Dit laatste lijkt in eerste instantie te zijn gebaseerd op weinig meer dan een terloopse opmerking uit de Handelingen van de apostelen (5.17), waarin staat dat hogepriester Annas medestanders had onder de sadduceeën. Inhoudelijker is de typering van Flavius Josephus dat de sadduceeën naast de Wet geen normatieve boeken hadden. Daarin verschilden ze van de andere halachische stromingen. De lijst van normatieve boeken van de farizeeën was bijvoorbeeld veel langer: min of meer wat nog altijd de joodse Bijbel is. De sekte van de Dode-Zee-rollen erkende naast de Wet en enkele profeten ook eigen geschriften (zoals 4QMMT), maar lijkt bijvoorbeeld Esther niet te hebben erkend.

Lees verder “Sadduceeën (1)”

Nieuws of geen nieuws uit Qumran

De Vierde Grot van Qumran ligt recht tegenover de ruïne. Het is moeilijk voorstelbaar dat er geen relatie tussen de bewoners van het gebouw en de teksten in deze grot is geweest.

Eigenlijk had ik vandaag weer eens willen schrijven over het Nieuwe Testament, want ik beleef veel plezier aan het lezen van die tekst en het natrekken van parallellen in de joodse literatuur, maar ik heb er de laatste tijd de rust niet voor. Vandaag heb ik echter wel een verwant stukje. Er is namelijk een nieuwe – zegt men – theorie over Qumran, dat wil zeggen het gebouw bij de grotten waarin de Dode-Zee-rollen zijn gevonden. U vindt het artikel hier en in elk geval Ha’aretz is enthousiast: “New Study Solves the Mystery of the Dead Sea Scrolls”. De Israëlische krant legt uit:

Scholars have struggled how to explain the lack of more permanent residences at Qumran, but a new theory suggests that the grounds served as a religious competitor to Jerusalem.

Ik denk dat ik de drie eerste woorden voor mijn rekening kan nemen. Het vergt wat uitleg dat scholars have struggled.

Lees verder “Nieuws of geen nieuws uit Qumran”

De dag waarop de oudheidkunde een robuustere wetenschap werd

U ziet het verschil niet, maar er zijn hier twee kopiisten aan het werk geweest

Je hebt twee soorten nieuws. Enerzijds de dingen die dit jaar actueel zijn en straks vergeten zijn. Vijf jaar geleden was het voorpaginanieuws dat de gemeente Rotterdam voor een vermogen was opgelicht en was de Grexit nog actueel. Anderzijds de dingen die zachtjes op de achtergrond spelen, zoals het echte wetenschapsnieuws: een doorbraak, eenmaal geboekt, die resultaten oplevert waardoor onze kinderen en kleinkinderen meer zullen weten dan wij. Zulk nieuws is niet de waan van de dag, maar is wel het echte, feitelijke, werkelijk belangrijke nieuws.

Vanavond maken we het mee. Op het eerste gezicht is het wat banaal: onderzoekers van het Qumran-instituut in Groningen zijn erin geslaagd vast te stellen dat de Grote Jesaja-rol uit Grot 1 is vervaardigd door twee mensen die zó schreven dat het resultaat eenvormig was. De meeste qumranologen dachten dat er maar één kopiist aan het werk was geweest. Maar het zijn er twee en dat is niet door een slimme hedendaagse filoloog geconstateerd, zoals bij dit soort onderzoek normaliter gebeurt, maar is vastgesteld met behulp van Artificiële Intelligentie.

Lees verder “De dag waarop de oudheidkunde een robuustere wetenschap werd”

Popović over de Dode-Zee-rollen

Een commentaar op Jesaja: een fragment van een Dode Zee-rol, nu in het Jordan Museum in Amman.

Over de Dode-Zee-rollen zijn honderden boeken geschreven in tientallen talen. Het boek dat de Groningse hoogleraar Mladen Popović in 2013 presenteerde bij de expositie in het Drents Museum in Assen is een van de betere. Het biedt geen schijnzekerheden, zoals de “conclusie” dat het zou gaan om de bibliotheek van de sekte van de essenen. Dat is op zich een respectabel idee, ooit door Géza Vermes naar voren gebracht, maar het is zeker niet bewezen.

Lees verder “Popović over de Dode-Zee-rollen”

MoM | Digitale paleografie

Twee snippers van de Dode Zee-rollen met daarop de tekst van Prediker (Jordan Museum, Amman)

Om met de deur in huis te vallen: ik heb uw hulp nodig – daarover straks meer. Eerst wat context, daarna mijn verzoek.

Qumranologie

Over de Dode-Zee-rollen heb ik vaker geblogd. Het gaat om een grote groep tussen 1947 en 1956 ontdekte antieke religieuze teksten, gevonden in enkele grotten te Qumran, niet ver van de plek waar de Jordaan uitmondt in de Dode Zee. Het materiaal, dat pas in 2009 allemaal was uitgegeven, is ten dele afkomstig van een joodse sekte, misschien de essenen. Theorieën als zou de ruïne bij Qumran een klooster zijn geweest met de rollen als kloosterbibliotheek, zijn inmiddels achterhaald, maar een alternatief is er nog niet, terwijl wél duidelijk is dat er een relatie heeft bestaan tussen ruïne en grotten. (Er zijn overigens meer antieke teksten gevonden in die regio, die ook Dode-Zee-rollen worden genoemd, maar die hebben er weinig mee te maken.)

Het leuke van de qumranologie, zoals de bestudering van de Dode-Zee-rollen officieel heet, is dat er volop nieuwe technieken zijn, waardoor inzichten tot stand komen die niet alleen nieuw zijn maar ook anders. Er is dus sprake van een werkelijk innovatief onderzoeksprogramma. En het is nog Nederlands onderzoek ook.

Lees verder “MoM | Digitale paleografie”

De koperen rol

Deel van de Koperen Rol (Jordan Museum, Amman)

Er zijn allerlei antieke voorwerpen waarvan we niet weten wat ze zijn. De metalen dodecaëders in diverse Romeinse musea zijn een voorbeeld: niemand die weet waartoe ze hebben gediend. Er is de Bagdad-batterij, die misschien werkelijk een batterij is geweest en misschien iets heel anders. En onder de Dode Zee-rollen is de Koperen Rol die, ooit opgegraven in Grot 3 van Qumran, momenteel is te zien in het Jordan Museum in Amman. Als u er een indruk van wil krijgen hoeft u overigens niet verder te reizen dan Parijs, want er is een goede kopie in het Louvre.

Die heeft het voordeel dat de drie koperplaten waar het om gaat nog heel zijn. De originelen waren opgerold en moesten worden opengeknipt om ze leesbaar te maken. Zie hierboven: een groen uitgeslagen strook koper met letters die weliswaar Hebreeuws zijn maar niet lijken op de soepele kopiïstenhandschriften waarmee de andere teksten op perkament of leer zijn geschreven. Dat maakt het moeilijk de tekst te dateren door middel van vergelijking met de letters op andere rollen, een methode die bekendstaat als paleografie en uitgaat van het principe dat als handschriften op elkaar lijken, ze ook wel even oud zullen zijn. Het Hebreeuws is ook al anders dan dat van de andere Dode Zee-rollen (geschreven tussen 200 v.Chr. en 70 na Chr.) en lijkt meer op dat van de Mishna. Die verzameling van rabbijnse wijsheid is samengesteld rond 200 na Chr. op basis van oudere bronnen, zodat we met de datering nog geen stap verder zijn.

Lees verder “De koperen rol”

Misverstand: Dode Zee-rollen

Een commentaar op Jesaja (Jordan Museum, Amman)

Misverstand: De publicatie van de Dode Zee-rollen werd opzettelijk vertraagd

Zoals gezegd hebben de vroege joden en christenen beide een grote groep bronnen nagelaten. Ze zijn verzameld in de Bijbel, maar er is ooit meer geweest. Onder de Dode Zee-rollen, een enorme verzameling Joodse literatuur uit de periode van 200 v.Chr. tot 70 na Chr., waren veel teksten die eeuwenlang vergeten zijn geweest. De herontdekking, tussen 1947 en 1956, heeft ons beeld van het jodendom uit de tijd waarin de tempel nog bestond, sterk veranderd. Door de oorlog van 1948 kon maar beperkt onderzoek worden gedaan, maar na afloop van het conflict maakte het Palestine Archaeological Museum in Oost-Jeruzalem een begin met een wetenschappelijke verkenning van het gebied waar de rollen waren gevonden, de ruïneheuvel Qumran. De onderzoekers vonden zo’n 700 perkamentfragmenten, waarvan men aannam dat ze behoorden tot niet minder dan zeventig teksten. Toen moest de “vierde grot” nog worden ontdekt, waarin 15 000 snippers lagen.

Dit was teveel om door één museum te worden uitgegeven, maar de Vaticaanse Bibliotheek en instellingen in Chicago, Heidelberg, Manchester, Montreal, New York en Oxford sprongen bij. Het is bij zulke projecten gebruikelijk dat de betrokken instituten het salaris van de gedetacheerde onderzoekers betalen en in ruil daarvoor het auteursrecht op de wetenschappelijke publicatie krijgen. Het materiaal ligt tijdens het onderzoek onder embargo.

Lees verder “Misverstand: Dode Zee-rollen”

De Petrus van Fik Meijer (2)

amsterdam_gevelsteen_prinsengracht_001
Petrus (gevelsteen Prinsengracht 1, Amsterdam)

[Ik wijd vandaag een stuk aan het boek Petrus. Leerling, leraar, mythe van Fik Meijer. Ik wil tonen dat er voor geschiedschrijving en wetenschapscommunicatie kwaliteitsnormen zijn. Meijer haalt die niet, zal bij menig lezer scepsis oproepen en draagt zo bij aan het afkalvende draagvlak voor de oudheidkundige wetenschappen. Het eerste deel is hier.]

Verouderde interpretaties

Zie ik het goed, dan citeert Meijer niet-Griekstalige joodse teksten (apocriefen, Dode Zee-rollen en rabbijnse literatuur) allemaal uit de secundaire literatuur. Net als in Jezus en de vijfde evangelist is Petrus dus een boek over een jood, geschreven zonder te kijken naar de joodse bronnen. De uitzondering die deze regel bevestigt is de Grieks-schrijvende joodse historicus Flavius Josephus, die Meijer vrijwel letterlijk volgt.

Josephus was een aristocraat die zich aan zijn privileges verplicht voelde op te komen voor de Joden én hun leiders. (Daarin was hij overigens niet anders dan zijn tijdgenoten Tacitus en Ploutarchos.) In Josephus’ visie waren niet alle Joden anti-Romeins, maar was het verzet beperkt tot een kleine groep, die niet luisterde naar het goedbedoelde leiderschap van de joodse elite. Die kleine groep zou sinds de Romeinse annexatie voortdurend de orde hebben verstoord: in de jaren tussen 6 en 66 na Chr. zou het van kwaad tot erger zijn gegaan tot de Joodse Oorlog was uitgebroken en in 70 Jeruzalem was verwoest. Althans volgens Josephus.

Lees verder “De Petrus van Fik Meijer (2)”

MoM | De eerste hoofdwet van de archeologie

qumran_bath1_1
Een voorbeeld van de Eerste Hoofdwet van de Archeologie: deze structuur in Qumran werd geïdentificeerd als een ritueel bad, maar bleek een bassin te zijn waarin pottenbakkersklei werd gezuiverd.

Een tijdje geleden plaatste ik foto’s online van het prachtige gebouw, opgegraven in de Iraanse stad Bishapur, dat bekendstaat als de “tempel van Anahita”. Dat was een watergodin die we kennen uit verschillende oud-Iraanse teksten en u moet voor plaatjes maar even op deze link klikken. Het monument bestaat uit een vierkante vijver, omgeven door een soort trottoir, waar een gang omheen loopt. Je kunt er alleen komen door eerst een trap af te gaan, want het ligt een paar meter onder de grond. Misschien omdat het anders niet mogelijk was water uit de rivier hierheen te leiden.

In feite hebben we geen idee of het werkelijk een tempel was en weten we ook al niet of het heiligdom – áls het dus een heiligdom was – was gewijd aan Anahita. Uit heel Iran is namelijk niet een tempel voor deze godheid bekend. Een ander bouwwerk dat “tempel van Anahita” wordt genoemd, een enorm terras bij Kangavar, is alleen maar zo genoemd omdat het is opgegraven in de buurt van een paar bronnen en omdat een tekst een tempel van Artemis vermeldt in deze omgeving. Het monumentale bouwwerk in Bishapur lijkt er bepaald niet op. Anahita lijkt ook niet op Artemis, trouwens.

Lees verder “MoM | De eerste hoofdwet van de archeologie”