De roeping van de eerste leerlingen (1)

De “Jezusboot” in Ginosar

Kijk, het zit zo. Je wil je medemens in nood natuurlijk helpen, en dat geldt ook voor mensen in grote geestelijke nood, maar er zijn grenzen. Pelgrims die betalen om, net zoals de eerste leerlingen van Jezus van Nazaret, netten te mogen uitwerpen in het Meer van Galilea, hebben hun recht op humanitaire hulpverlening verspeeld. Vandaar dat je in Ginosar, het antieke Gennesaret, een scheepswrak kunt bekijken dat al sinds jaar en dag wordt gehypet als de boot van Jezus. Het is niet uit te sluiten dat Jezus het bootje heeft gezien, maar er is een koolstofdatering uit 40 v.Chr. ± 80, zodat er fors meer kans is dat het scheepje al is vergaan voordat Jezus zich vestigde in Kafarnaüm. Kortom: over de rug van mensen die ook echt niet beter verdienen maakt de archeologie, de scheepvaartarcheologie in dit geval, zichzelf weer eens ondergeschikt aan andere doeleinden dan het delen van inzicht.

Omdat dat niets nieuws is, gaan we snel naar het Bijbelverhaal in kwestie, dat gaat over de roeping van de eerste leerlingen. Middenin het origineel, links en rechts leest u hoe Matteüs en Lukas het hebben aangepast. De Nederlandse versie is de Nieuwe Bijbelvertaling.

Lees verder “De roeping van de eerste leerlingen (1)”

De historische Jezus

Sarcofaag uit het mausoleum van de Anicii (Louvre, Parijs)

Het is zondag, de dag waarop ik meestal iets blog over het Nieuwe Testament en probeer uit te leggen dat deze kleine bibliotheek, ongeacht de betekenis die ze heeft voor het christendom, ook met vrucht valt te lezen als verzameling joodse teksten. En omdat ik tevens bezig ben met een reeks filmpjes over oudheidkundige boeken, moet het vandaag maar gaan over een boek over de beroemdste jood van allemaal.

Wetenschap en obscurantisme

Al in de achttiende eeuw begreep men dat de Christus van de kerk en de historische Jezus niet dezelfde zijn. Ik blogde lang geleden al eens over de Jefferson-bijbel, een van de geestigste pogingen om het probleem op te lossen. Niet de best-doordachte overigens. Pas de Duitse geleerden die de Tweebronnenhypothese opstelden brachten het onderzoek werkelijk verder: achter de drie eerste evangeliën gingen maar twee bronnen schuil, aangeduid als P en Q. Waarbij P een aanduiding was voor het evangelie van Marcus, die geacht werd een leerling van P(etrus) te zijn, en waarbij Q een uitsprakenverzameling was.

De volgende complicatie was nu dat de ene bron betrekkelijk laat was en de andere, tja, wel wat leek op een collectie boerenspreekwoorden. In de praktijk besloten Jezus-vorsers vaak te nemen wat ze leuk vonden en weg te laten wat ze niet konden gebruiken. Dat gebeurt nog volop: ik blogde al eens over de kwakgeschiedenis van Reza Aslan en Ronald van Raak, die ondanks zijn obscurantisme jarenlang lid was van de Tweede Kamer. Echt, de pseudowetenschap is niet met Baudet en Van Haga parlementfähig gemaakt.

Lees verder “De historische Jezus”

Popović over de Dode-Zee-rollen

Een commentaar op Jesaja: een fragment van een Dode Zee-rol, nu in het Jordan Museum in Amman.

Over de Dode-Zee-rollen zijn honderden boeken geschreven in tientallen talen. Het boek dat de Groningse hoogleraar Mladen Popović in 2013 presenteerde bij de expositie in het Drents Museum in Assen is een van de betere. Het biedt geen schijnzekerheden, zoals de “conclusie” dat het zou gaan om de bibliotheek van de sekte van de essenen. Dat is op zich een respectabel idee, ooit door Géza Vermes naar voren gebracht, maar het is zeker niet bewezen.

Lees verder “Popović over de Dode-Zee-rollen”

De Grafbasiliek in Jeruzalem

In de Grafbasiliek

Zoals beloofd een stukje over de Grafbasiliek in Jeruzalem. Ik lees momenteel From the Passion to the Church of the Holy Sepulcher door de Amerikaanse nieuwtestamenticus Jordan J. Ryan. De ondertitel is in al zijn onaantrekkelijkheid stukken verhelderender: Memories of Jesus in Place, Pilgrimage, and Early Holy Sites of the First Three Centuries. De drie eeuwen ná Christus natuurlijk. En het gaat er dus om op welke plaatsen en hoe de mensen Jezus herdachten vóór het christendom in de vierde eeuw institutioneel vorm kreeg.

Het probleem

De kwestie is deze. Er waren allerlei joodse halachische stromingen die zichzelf opnieuw moesten uitvinden toen de Romeinen in 70 n.Chr. een einde maakten aan de eredienst in de tempel. Het was Stunde Null, alles moest opnieuw beginnen en na enkele eeuwen waren twee nieuwe godsdiensten ontstaan: het rabbijnse jodendom en het christendom. Beide kregen hun voor ons herkenbare vorm dus in de Late Oudheid, ruwweg op het moment waarop ook de schrijfcultuur veranderde: papyrus werd ingeruild voor perkament. Kostbaar als dat was schreef men alleen het noodzakelijke over en dat waren dus de teksten die naar de mening van de mensen uit de vierde, vijfde eeuw geïnspireerd waren. De rest ging onherroepelijk verloren.

Lees verder “De Grafbasiliek in Jeruzalem”

Nieuwe Dode-Zee-rollen? Ja, maar niet helemaal.

Munt van Bar Kochba (British Museum, Londen)

Even een snelle reactie, uit de heup: ja, er zijn antieke teksten gevonden in Israël. Het bericht in de Jerusalem Post is correct. Het gaat om snippers van een boekrol waarop de twaalf “kleine profeten” staan, vertaald in het Grieks, de taal van de schrijvende Joodse elite in de Oudheid. (De volks- en spreektaal was Aramees.) De vier letters van de naam van God, JHWH, zijn in het oud-Hebreeuws geschreven. Iets wat je vaker ziet. Door van alfabet te wisselen werd vermeden dat de lezer per ongeluk de naam van God uitsprak.

De naam “Dode-Zee-rol” is op zich niet incorrect maar enigszins misleidend. De echte Dode-Zee-rollen zijn gevonden bij Qumran en documenteren het joodse leven tussen pakweg 200 v.Chr. en 70 n.Chr. Een deel daarvan is sektarisch van aard. De naam “Dode-Zee-rollen” wordt echter sinds jaar en dag gebruikt voor andere tekstvondsten in grotten ten westen van het zoutmeer. Zo ook dit keer.

Lees verder “Nieuwe Dode-Zee-rollen? Ja, maar niet helemaal.”

Moses Shapira en de Moabitische beeldjes

Moabitisch beeldje

Vervalsingen volgen de oudheidkunde als een schaduw. Ik heb al weleens beschreven hoe het vak in feite is ontstaan doordat een vijftiende-eeuwse vervalser zó succesvol was dat mensen wel nadenken móesten over de vraag wat echt was en onecht. Dat was in de tijd van de Renaissance en is in onze tijd nog altijd zo, dus het zal in de tussenliggende eeuwen ook wel zo zijn geweest . En inderdaad: vandaag een geval uit de negentiende eeuw. Meer in het bijzonder: uit 1872. Schliemann was nog maar net begonnen met de opgravingen in Troje, de archeologie was nog een ontluikende wetenschap.

Moabitische beeldjes

In Jeruzalem woonde Moses Shapira, Pools van afkomst en Duits door naturalisatie, die rariteiten – liefst antiek of op een andere manier te verbinden aan het verhaal van de Bijbel – inkocht en doorverkocht aan pelgrims en andere bezoekers. Als het ging om oudheden was daarvoor een vergunning nodig, want de sultan had in 1869 regels gesteld. Shapira had die papieren en wist wat hij aankocht. En hij wist eveneens wat hij doorverkocht en wat dat waard was. Wetenschappers in Jeruzalem kenden de tweede ruimte achter zijn winkel, waar de meest waardevolle spullen stonden.

Lees verder “Moses Shapira en de Moabitische beeldjes”

Kersthoax: Het huis van Jezus

Ik kon, betreffende de Tweede Hoofdwet van de Archeologie, niet méér op mijn wenken worden bediend dan door de Britse archeoloog Ken Dark. Hij kwam al eerder in het nieuws met de paashoax van dit jaar: Nazaret was groter dan gedacht. Nu lijkt hij een kersthoax voor te bereiden: hij heeft mogelijk het huis van Jezus’ ouders opgegraven!

Het is niet helemáál uit te sluiten, want de vroege christelijke gemeenschap zal de plek in ere hebben gehouden en hebben herinnerd. De vraag komt wel op waarom keizerin Helena er dan niet een archeologisch vindbare kerk overheen heeft gebouwd, zoals ze over het graf heeft gedaan. Het feit dat die vierde-eeuwse basiliek ontbreekt, suggereert vrij sterk dat de christenen destijds niet wisten waar het huis was geweest waar hun verlosser zijn jeugd had doorgebracht.

Lees verder “Kersthoax: Het huis van Jezus”

Misverstand: Brand in Jeruzalem

Het “verbrande huis” in Jeruzalem: een van de herinneringen aan de verwoesting van Jeruzalem in 70. De bewoner was priester.

Misverstand: De joodse tempel brandde per ongeluk af

In 66 kwamen de Joden in opstand tegen Rome. De onafhankelijkheid duurde ongebruikelijk lang, maar in de zomer van 70 heroverde de Romeinse generaal Titus, de latere keizer, Jeruzalem. De tempel werd geplunderd en brandde af. Hierdoor moesten de joden hun religie opnieuw vorm geven: een religie zonder tempel, zonder politiek centrum en zonder erkende religieuze autoriteit. Slechts twee joodse groepen kwamen deze klap te boven: vanuit de farizeeën ontstond het huidige rabbijnse jodendom en vanuit de aanhangers van Jezus van Nazaret ontstond het christendom.

De twee religies hebben sindsdien geen al te vriendelijke relatie, en daarmee is de tempelbrand een van de weinige gebeurtenissen uit de Oudheid met nog altijd actuele gevolgen. De geschiedschrijver Flavius Josephus suggereert dat de brand de wil van God was:

Lees verder “Misverstand: Brand in Jeruzalem”

Misverstand: Een- en tweebulters

Reliëf uit Jemen van een vrouw en een man, beide gezeten op een dromedaris, die elkaar ontmoeten bij een bron (Istanbul, Archeologische Musea)

Misverstand:  In het Nabije Oosten leefden kamelen

Mel Gibson wilde zó graag een realistische film maken over de dood van Jezus van Nazareth dat hij de acteurs dwong Aramees en Latijn te spreken. Of The Passion of the Christ daarmee een betere film werd, staat te bezien. Het Aramees klonk althans niet alsof de spelers begrepen wat ze zeiden. Maar eerlijk is eerlijk, er zijn films gemaakt met minder aandacht voor historische details. Jammer alleen dat Gibson niet ook het advies inwon van een bioloog, want dan zou de kijker niet die kameel hebben hoeven zien die in een scène pontificaal door Jeruzalem beent.

Lees verder “Misverstand: Een- en tweebulters”

De koperen rol

Deel van de Koperen Rol (Jordan Museum, Amman)

Er zijn allerlei antieke voorwerpen waarvan we niet weten wat ze zijn. De metalen dodecaëders in diverse Romeinse musea zijn een voorbeeld: niemand die weet waartoe ze hebben gediend. Er is de Bagdad-batterij, die misschien werkelijk een batterij is geweest en misschien iets heel anders. En onder de Dode Zee-rollen is de Koperen Rol die, ooit opgegraven in Grot 3 van Qumran, momenteel is te zien in het Jordan Museum in Amman. Als u er een indruk van wil krijgen hoeft u overigens niet verder te reizen dan Parijs, want er is een goede kopie in het Louvre.

Die heeft het voordeel dat de drie koperplaten waar het om gaat nog heel zijn. De originelen waren opgerold en moesten worden opengeknipt om ze leesbaar te maken. Zie hierboven: een groen uitgeslagen strook koper met letters die weliswaar Hebreeuws zijn maar niet lijken op de soepele kopiïstenhandschriften waarmee de andere teksten op perkament of leer zijn geschreven. Dat maakt het moeilijk de tekst te dateren door middel van vergelijking met de letters op andere rollen, een methode die bekendstaat als paleografie en uitgaat van het principe dat als handschriften op elkaar lijken, ze ook wel even oud zullen zijn. Het Hebreeuws is ook al anders dan dat van de andere Dode Zee-rollen (geschreven tussen 200 v.Chr. en 70 n.Chr.) en lijkt meer op dat van de Mishna. Die verzameling van rabbijnse wijsheid is samengesteld rond 200 n.Chr. op basis van oudere bronnen, zodat we met de datering nog geen stap verder zijn.

Lees verder “De koperen rol”