Koptische feniks

Feniks op een Koptische grafsteen (Allard Pierson-museum, Amsterdam)

Had ik in mijn reeks museumstukken al eens iets uit het Amsterdamse Allard Pierson-museum genoemd? Ik weet het niet, maar in elk geval de bovenstaande feniks is er te zien. Ze is op een grafsteen gehouwen door Koptische christenen in Egypte. Een vogel die uit de dood kan opstaan, dat was voor gelovigen en mooi symbool van de verrijzenis van Christus.

De feniks wordt voor het eerst genoemd door de Griekse dichter Hesiodos, die voorrekent dat deze vogel 972 keer zo oud wordt als een mens. Een kwart millennium later vertelt de Griekse onderzoeker Herodotos van Halikarnassos dat de feniks eens in de vijfhonderd jaar naar Heliopolis in Egypte kwam vliegen om zijn vader te begraven. Het verhaal dat wij kennen, dat de feniks aan het einde van zijn leven zichzelf verbrandt om uit zijn as te herrijzen, is jonger. Ik heb de oudste vermelding ervan niet kunnen vinden, maar het wordt in elk geval vermeld door de Romeinse encyclopedist Plinius de Oudere, een van de invloedrijkste schrijvers uit de Oudheid.

De Griekse auteur Filostratos, die in zijn Leven van Apollonios van Tyana het reisverslag citeert van iemand die in de eerste helft van de eerste eeuw n.Chr. India heeft bezocht, weet niets van de wedergeboorte, maar vertelt wel dat de vogel is geboren uit zonnelicht en aan het eind van zijn leven zichzelf verbrandt (3.49).

De vogel Phoenix, die eens in de vijfhonderd jaar in Egypte komt, vliegt de overige tijd in India. Hij is uniek, omdat hij is geboren uit zonnestralen en glanst van goud. In grootte en uiterlijk gelijk aan een adelaar zit hij op zijn nest, dat hij heeft gemaakt van aromatische planten bij de bronnen van de Nijl. De Egyptenaren vertellen dat hij naar Egypte komt, en de Indiërs bevestigen dat, maar zij voegen aan het verhaal de overlevering toe dat de Phoenix, wanneer hij in zijn nest door het vuur verteerd wordt, afscheidsliederen zingt voor zichzelf. En zij die met voldoende wijsheid naar hen luisteren, zeggen dat ook de zwanen dat doen.

Het aardige is dat de cyclus van dood en herleven ontbreekt. Dit is dan ook feitelijk een beschrijving van de Indische vogel garuda, die door de Griekse bezoeker van India is opgevat als de vogel uit zijn eigen cultuur. (Ik citeerde hier overigens uit de vertaling van Simone Mooij, die in november verschijnt bij Athenaeum – Polak & Van Gennep. Ik heb daaraan mogen meewerken, vandaar dat ik citeer uit een boek dat er nog niet is.)

Om nog even terug te keren naar het begin: waar haalde Hesiodos zijn feniks vandaan? Vermoedelijk uit Egypte, waar de vogel benu, een soort reiger, werd beschouwd als de ziel van de god Ra. Volgens de mythe die werd verteld in Heliopolis, had de vogel zichzelf geschapen uit het vuur dat in die stad brandde.

Zoals gezegd: dit is een cyclisch stuk gevogelte, dat leeft, sterft en herleeft. Maar het is ook aardig dat de mythe zijn oorsprong vindt in Egypte en via omzwervingen door Griekenland, Rome en India weer terugkeert naar Egypte, naar de Koptische christenen.

[Dit was de vierentwintigste aflevering in mijn reeks museumstukken; een overzicht is hier.]

4 gedachtes over “Koptische feniks

  1. ‘Ik heb de oudste vermelding ervan niet kunnen vinden’, raadselachtige zin! Betekent dit dat je wel weet wat de oudste vermelding is, maar dat je deze niet feitelijk terug hebt kunnen vinden? Anders is de” oudste vermelding’altijd een relatief begrip.

    1. Er moet, in het overgeleverde materiaal, een eerste vermelding zijn. Vermoedelijk een hellenistische Griek. Ik weet echter niet welke dat is. Als Tacitus en Plinius en andere Romeinen erover schrijven, is de mythe van de uit de as herlevende vogel al volledig uitgewerkt.

      Ik zou het vermoedelijk wel kunnen vinden, maar ben er te lui voor. Of beter: het heeft nu even niet mijn prioriteit.

Reacties zijn gesloten.