Romeinse astrologie

Deel van een diptiek van twee astrologische tabletten (Archeologisch museum, Grand)

Wat u hierboven ziet, is de rechterhelft van een van de twee bijna identieke astrologische diptieken die in 1967 zijn opgegraven in het Franse Grand, het antieke Andesina. Of beter: er zijn daar 188 ivoren splinters opgegraven, waarvan in het lab twee diptiekjes vielen te maken. Ze zijn bijna dertig centimeter lang, ofwel precies één Romeinse voet, en dateren uit de late tweede eeuw n.Chr.

Hoe ze precies zijn gebruikt en door wie, dat valt weer eens niet te weten, maar dat deze voorwerpen het eigendom zijn geweest van een professionele sterrenwichelaar lijkt in elk geval mij een voor de hand liggende aanname. Je kunt je voorstellen dat zo iemand zijn praktijk had in de buurt van het Apolloheiligdom: een zonnegod immers die ook nog eens de geneeskunde een warm hart toedroeg. Op deze plek, waar mensen kwamen om te baden in de geneeskrachtige wateren, was behoorlijk wat publiek en menigeen zal hebben willen weten hoe groot de kans was op genezing. Zoiets verbeeld ik me althans bij deze tabletten.

Lees verder “Romeinse astrologie”

Aion

Aion-mozaïek (Munchen, glyptotheek)

Het bovenstaande mozaïek fotografeerde ik in de glyptotheek, het sculptuurmuseum, van München. Dat is een van de mooiste collecties ter wereld, maar wat dat mozaïek er doet, weet ik ook niet: te midden van alle standbeelden valt het wat uit de toon. Je zou het hebben verwacht in de nabijgelegen Antikensammlung. Het is echter de moeite waard. Het is gevonden in Sentinum in Umbrië, een op zich onbeduidend stadje dat beroemd is omdat de Romeinen er in 295 v.Chr. een belangrijke veldslag wonnen.

De afbeelding is van een type waarvan er in de derde eeuw n.Chr. dertien gingen in het Romeinse dozijn. Rechtsonder zit een vruchtbaarheidsgodin met vier kinderen, die de jaargetijden representeren. Verder ziet u Aion staan, de personificatie van de eeuwigheid, met een soort hoepel in de hand waarop de tekens staan van de dierenriem. Kortom, een afbeelding van de eeuwige wederkeer der seizoenen.

Lees verder “Aion”

Babylonische astronomie

Tablet met een lijst van verduisteringen tussen 518 en 465 v.Chr.

In voorhistorische tijden had de Babylonische oppergod god Marduk het monster Tiamat verslagen. Hij had haar huid als een uitspansel gebruikt om de hemel te doen ontstaan en had de andere lichaamsdelen benut om de aarde, de bergen en wat dies meer te maken. Ook had Marduk de zon, de maan en de sterren geschapen, hun banen langs de hemel getrokken en de ritmes vastgesteld die de eindeloze tijd overzichtelijk maken. Alles zou zich vroeg of laat herhalen.

Zodoende konden mensen weten wat hun te wachten stond, mits ze goed registreerden wat er aan de hemel te lezen was en wat er daadwerkelijk gebeurde. En dus klommen de astronomen van Babylon elke nacht naar de top van de tempeltoren Etemenanki (“het huis van het fundament van de hemel op aarde”, de Bijbelse “Toren van Babel”) middenin de stad om te zien wat er gebeurde. Het resultaat is de enorme collectie kleitabletten in het British Museum die bekendstaat als de Astronomische Dagboeken. Nacht na nacht werd bijgehouden wat er te zien was geweest, dag na dag schreef men op wat er was gebeurd.

Lees verder “Babylonische astronomie”