Christelijke bronnen over de heidenen

Wat de christenen lieten staan van het Serapeum in Alexandrië
Wat de christenen lieten staan van het Serapeum in Alexandrië

In de eerdere stukjes in deze reeks heb ik betoogd dat het christendom en het heidendom niet zo scherp tegenover elkaar hebben gestaan als het vaak wordt gepresenteerd. “Maar in Alexandrië is het Serapeum toch door christenen bestormd?” hoor ik u tegenwerpen, en u heeft volkomen gelijk.

Dit is echter een schoolvoorbeeld van de Everest Fallacy: dat wat heel groot is – zoals het schandaal van het Serapeum – valt op en nodigt dus uit tot onderzoek. Maar grote en opvallende dingen zijn niet per se representatief. De Mount Everest is niet representatief voor de bergen op aarde, Donald Trump is niet representatief voor de Amerikanen en Mark Rutte is niet representatief voor de Leidse historici. De gebeurtenissen in een exceptionele stad als Alexandrië zijn net zo representatief voor de relaties tussen de diverse Romeinse godsdiensten als de keizer representatief is voor de Romeinen in het algemeen.

Ik zeg daarmee niet dat alles altijd koek en ei is geweest. Ik zeg alleen dat ons beeld van een enorm conflict tussen heidendom en christendom is gebaseerd op bewijsmateriaal dat de extremen belicht, terwijl de gematigden – mensen als de Bacurius die ik in het voorafgaande stukje noemde – de overgrote meerderheid vormden. Het feitelijke verhaal is dat van gelovigen die elkaars ideeën overnamen omdat ze de verschillen tussen christenen en heidenen niet zo belangrijk vonden. En aangezien het christendom, vóór de Drie-eenheid een echt thema werd, naar ditheïsme neigde, terwijl de traditionele culten steeds meer naar monotheïsme neigden, waren die verschillen ook zo belangrijk niet.

Die zijn belangrijk gemáákt door bisschoppen en vroege theologen, waaronder nogal wat scherpslijpers waren. Zij deden iedereen die niet voldeed aan hun definitie van het christendom af als heiden. Een voorbeeld is Eugenius, die in 394 een blauwe maandag keizer is geweest maar werd verslagen aan de rivier de Frigidus in Slovenië. Zijn overwinnaar Theodosius had, zo redeneerde men, goddelijke steun gehad en Eugenius had die dus niet – ergo hij was een heiden. In feite was hij, zoals in die jaren gebruikelijk, christelijk, maar die nuance ging verloren in de christelijke polemiek.

De polemisten hebben echter ons beeld bepaald van een grootse strijd tussen heidenen en christenen. Zo zagen zij het graag en zo gedroegen zich ook. Tegenover een groep welbewust in een bepaalde richting duwende fanatici stond de op religieus gebied open Romeinse samenleving machteloos.Er was geen echte strijd want er was geen heidense tegenpartij die weerstand wilde bieden. Dus kregen de fanatiekste christenen steeds meer invloed.

En dus bepaalden zij ons geschiedbeeld. In de Middeleeuwen zou de geloofsijver van de polemisten gelden als voorbeeldig, zodat hun teksten netjes werden overgeschreven, terwijl meer gematigde auteurs – als die de moeite al hadden genomen om in de pen te klimmen – in de Middeleeuwen niet werden gekopieerd. Zo kon het beeld dat de bisschoppen en theologen schiepen, onze eigen tijd halen, in stripverhalen als De laatste profetie en in films als Agora.

Dit beeld heeft dus een empirische grondslag, want het is gebaseerd op bronnen, maar oudheidkunde is niet alleen een empirische wetenschap. Das wahre Faktum steht nicht in den Quellen. Het gaat ook om het logische nadenken over de “known unknowns” en – als dat zou kunnen – de “unknown unknowns”. In dit geval weten we voldoende over joden die Pan vereerden, over Kleine JHWHs en over gematigde Romeinen als Bacurius om te weten dat de algemene strekking van het bronnenmateriaal niet juist is. Of ik in deze reeks de juiste accenten wél leg, is een andere vraag – maar het standaardbeeld is in elk geval kwestieus.

***

Laat ik afronden en samenvatten. In het Romeinse Rijk stonden mensen religieus open voor elkaar. Misschien niet tot genoegen van de joodse en christelijke religieuze autoriteiten, maar de gemiddelde Romein trok zijn eigen plan. Zo kon het vroegste christendom het optreden van Christus interpreteren als dat van een middelaarfiguur zoals de Kleine JHWH. Tegelijkertijd werden de oude culten steeds monotheïstischer. Kruisbestuiving was mogelijk en niemand keek daar van op.

Zeker, de christenen zijn vervolgd, maar de vervolgingen zijn niet het hele verhaal, zoals de door scherpslijpers geschreven bronnen ook niet het hele verhaal vertellen. Wat wél zo is, is dat de vervolgingen het kader boden waarbinnen die christelijke scherpslijpers de geschiedenis interpreteerden. Soms handelden ze ernaar en wilden ze wraak, zoals bij de aanval op het Serapeum. Maar de gemiddelde Romein was gematigder.

Summa summarum: het gaat niet aan om anno 2016 het geschiedbeeld van de fanatiekste christenen uit de Oudheid over te nemen en in de Late Oudheid een enorme religieuze strijd waar te nemen. Een historicus die zo denkt, verabsoluteert de extremen, negeert de nuance en denkt als een christen. Er is helemaal niets mis met die religie, maar een historicus dient professioneel anders naar de dingen te kijken.

[Einde van deze reeks. Later deze week nog een toegift: kanttekeningen bij de speelfilm Agora.]

3 gedachtes over “Christelijke bronnen over de heidenen

  1. Jos Noorhoff

    Zou de Codex Theodosius een goede bron zijn om te bepalen wat de intentie van de machthebbers ( keizers en bischoppen ) in die tijd zou zijn ?

    Er staat bijvoorbeeld te lezen: (14 nov. 435 )

    Pagan sacrifices are forbidden. Pagan temples and shrines are to be torn down and replaced with the symbol of Christianity: the cross. Anyone who mocks this law faces execution.

    http://www.fourthcentury.com/index.php/imperial-laws-chart-395

    Een lutherse site wil bovenstaande natuurlijk wel laten zien, een rooms katholieke natuurlijk liever niet.

    Had deze Theodosius de 2e niet de bijnaam “de tempelverwoester” ?

    Ik wil geen extremen verabsoluteren alleen maar blootleggen

  2. henktjong

    Zeer interessant, Jona. En het werkt in de middeleeuwen gewoon door. Die worden door (bijna) iedereen gezien als rooms-katholiek, terwijl die hele 1000 jaar door er afwijkingen in de leer zijn geweest die in meer of minderen mate als ketters gezien werden, en dus meer en minder zwaar werden bestreden door de orthodoxie. Maar die intussen allemaal wel lokaal of regionaal hun invloed hadden en voor een zeer kleurrijk geloofspatroon zorgden. Bovendien waren er ‘ketterse’ bewegingen die wel opgenomen werden in de leer en tegelijk voor diverse soorten variatie in verschillende gebieden zorgden. Ik noem alleen de beweging van Cluny, de armoedebeweging der bedelorden en de z.g. moderne devotie. Geschiedenis? Niks is wat het lijkt of wat ervan gemaakt is.

  3. Iemand als Augustinus bleef zichzelf als Christen beschouwen in de jaren dat hij als toehoorder in de Manicheïsche beweging betrokken was. Dat bewijst misschien ook dat de tegenstellingen tussen christenen en anderen vaak overdreven werden/worden.

Reacties zijn gesloten.