Asinus nica

Asinus Nica (Huis van de ezel, Djemila)

Het bovenstaande Romeinse mozaïek, dat dateert uit de late vierde of vroege vijfde eeuw na Chr., is te zien in het museum van Djemila in Algerije, de antieke stad Cuicul. Het opschriftnoot EDCS-23600210. combineert het Latijnse woord voor ezel, asinus, met de in Latijnse letters geschreven Griekse strijdkreet nika, “win!” Het woord kan ook verwijzen naar de personificatie van de overwinning. De ezel moet dus winnen, of heeft gewonnen, of zal winnen, of overwint – de strekking is duidelijk. De zegevierende ezel was duidelijk iets dat de eigenaar in wiens huis dit is gevonden, en dat de opgravers heel origineel “maison de l’âne” hebben genoemd, na aan het hart lag, want het motief is herhaald. Dus wat betekent het?

Zoals eigenlijk altijd weten we het niet, maar niets weerhoudt ons ervan beredeneerd te gokken. Het is antichristelijke polemiek.

Lees verder “Asinus nica”

De Panter, de “vader” van Jezus

Panter, de “vader” van Jezus (Römerhalle, Bad Kreuznach)

Ik noemde vorige week dat het wat curieus is dat Jezus in het Marcus-evangelie als “zoon van Maria” wordt aangeduid, terwijl het Lukas-evangelie aangeeft dat Jezus’ vader Jozef nog in leven was toen Jezus twaalf was. Je zou daarom hebben verwacht dat Jezus ook door Marcus “zoon van Jozef” genoemd werd. Misschien hebben de twee auteurs verschillende informatie ontvangen en heeft Lukas, die het evangelie van Marcus kende, de strijdigheid tussen diens en zijn eigen informatie niet herkend. Ik weet het niet.

Je kunt je voorstellen dat in het oude Judea, waar geruchten de gewoonste zaak van de wereld waren, ook allerlei lasterpraatjes circuleerden. En de vader van Jezus was daarvoor een goed doelwit. Waarom heette Jezus niet gewoon “zoon van Jozef”? Waarom beweerden zijn volgelingen dat Maria als maagd zwanger was geworden? En hoe liet die maagdelijkheid zich rijmen met het feit dat Jezus enkele broers en minimaal twee zussen had? Was Maria, toen Jezus al twaalf was of ouder, nog eens hertrouwd en kreeg ze de andere kinderen van een andere echtgenoot? Het gezin van Jezus was, hoe dan ook, een punt waarop critici het christendom konden aanvallen.

Lees verder “De Panter, de “vader” van Jezus”

Augustinus schiet op een stroman

Augustinus (Liebieghaus, Frankfurt)

Een tijdje geleden blogde ik over het boek van Floris Overduin, die Trojaanse Redevoering van Dio van Prusa had vertaald. De Grieks-Romeinse redenaar betoogde daarin dat Troje nooit door de Grieken was ingenomen. Dat is een mooi voorbeeld van de speelse wijze waarop men destijds omging met zulke verhalen. Je kon ze tegenspreken, op z’n kop zetten, parodiëren, of allegorisch duiden (zoals Palaifatos deed). Zo werkt literatuur nu eenmaal. De Quichot heeft ook allerlei interpretaties, is geparodieerd, aangepast, bekort, gemoderniseerd.

Ik denk niet dat de kerkvader Augustinus veel heidenen overtuigde toen hij de absurditeit van de aloude mythen en sagen wilde aantonen door de Trojaanse verhalen letterlijk te nemen, Dat deed sowieso niemand. Dat laat onverlet dat Augustinus wel zijn christelijke publiek aan het lachen zal hebben gekregen. In De stad van God 3.2 wijst hij er eerst op dat de Grieken en Trojanen dezelfde goden even gewetenvol vereerden: de goden verhoorden dus wel de gebeden van de ene, maar niet die van de andere partij. Dat is onrechtvaardig.

Lees verder “Augustinus schiet op een stroman”

Birkat haMinim

De synagoge van Sepforis

Voor christenen was het ooit simpel: de joden hadden Christus niet erkend als messias en waren als verbondsvolk vervangen door christenen. Voor joden was het al even simpel: het christendom was verwaterd jodendom, monotheïsme voor de export naar andere volken. Beide standpunten zijn achterhaald. De twee wereldgodsdiensten wortelen allebei in het jodendom van vóór 70 na Chr. Dat was de tijd waarin de tempel nog het hart vormde van de eredienst.

Het scheiden der wegen

De vraag is waarom na de verwoesting van de tempel de wegen gescheiden zijn geraakt. Die vraag is des te complexer nu we de rol van Paulus beter begrijpen; het Nieuwe Perspectief op Paulus is een van de meer wezenlijke hedendaagse oudheidkundige discussies. Het antwoord is dat de scheiding zich in diverse stappen voltrok.

Lees verder “Birkat haMinim”

Prebunking: Valentijnsdag

Rond Valentijnsdag maakt een diepe verslagenheid zich van je meester

De Wet van Brandolini komt erop neer dat “the amount of energy needed to refute bullshit is an order of magnitude bigger than to produce it”. Of dat waar is, valt niet te meten maar het zal niet ver bezijden de waarheid zijn. Toen ooit een interview dat mijn collega Arjen Bosman en ik hadden gegeven aan Het Parool wat al te beknopt op de voorpagina was samengevat (Amsterdam zou een Romeinse stadstichting zijn), ben ik een weekend lang bezig geweest om het uit allerlei nieuwsgroepen verwijderd te krijgen.

De reden waarom misvattingen zo hardnekkig zijn, is dat ze ons vertellen wat we graag willen horen, terwijl feiten soms maar in de weg zitten. Kul is verleidelijk. We kunnen echter vaak verhinderen dat onzin de ronde zal gaan doen. Desinformatie is lui en kent daardoor een eigen cyclus, zodat je er weleens op kunt anticiperen en mensen alvast kunt uitleggen waarom niet waar is wat ze zullen gaan horen (“prebunking”). In december komen bijvoorbeeld de krantenstukjes dat kerstmis is afgeleid van een Mithrasfeest, dus je kunt alvast uitleggen dat het in feite andersom was, en ook valt in december te lezen dat Chanoeka wordt gevierd omdat Judas de Makkabeeër de Joden bevrijdde, dus je kunt de mensen alvast voorinformeren dat hij de Tempel weliswaar reinigde maar werd verslagen. En zo is er medio februari altijd weer de claim dat Valentijnsdag is afgeleid van de oud-Romeinse Lupercalia.

Lees verder “Prebunking: Valentijnsdag”

Multatuli en W.F. Hermans

Van Gerard Reve is het bekende grapje dat hij ooit een boek zou schrijven dat alle andere boeken overbodig zou maken, behalve natuurlijk de Bijbel en het telefoonboek. Nu dat laatste er niet langer is en Reve zijn eigen monumentale boek niet heeft geschreven, is de vraag pertinent welke boeken er wel echt toe doen. Er zijn lijstjes, zoals deze top-tien en deze canon, en ze zijn niet helemaal onzinnig, maar eigenlijk liggen maar een stuk of twintig titels me echt na aan het hart en daarvan zijn er maar drie gecanoniseerd: Karel ende Elegast, Multatuli’s Woutertje Pieterse en Hermans’ De donkere kamer van Damokles.

Het komt mij dus goed uit dat het laatste Multatuli Jaarboek – de opvolger van het tijdschrift Over Multatuli – is gewijd aan Hermans én Multatuli. Twee literaire helden in één klap. Ik heb het meteen uitgelezen.

Lees verder “Multatuli en W.F. Hermans”

NWA: Antisemitisme

Isis (gevonden in Valkenburg ZH; foto Rijksmuseum van Oudheden)
Even een neutraal plaatje van Isis (gevonden in Valkenburg ZH; foto Rijksmuseum van Oudheden) omdat ik geen zin heb antisemitisch illustratiemateriaal te recyclen.

Deze dagen blog ik wat rond de vragen van de Nationale Wetenschapsagenda en vandaag wil ik het hebben over twee verwante kwesties:

  • Waar komt het antisemitisme in Europa steeds vandaan?
  • Kan een bestudering van antieke bronnen nieuw licht werpen op het ontstaan van antisemitisme?

Dit is lastige materie en ik kan er alleen een persoonlijke mening over geven. En dan begin ik met een observatie op het snijvlak van antropologie en filosofie: mensen zijn voortdurend de wereld aan het interpreteren en scheppen voortdurend categorieën. Alleen kloppen die nooit en dat roept ergernis op. (Een recent voorbeeld is de intense haat die de draagsters van een boerkini de afgelopen zomer ten deel viel. Als je de wereld verdeelt in vrije westerse vrouwen en onderdrukte moslima’s, is een boerkini-draagster een nachtmerrie, want ze past niet in een van die twee hokjes.) Ik vermoed dat een soortgelijk mechanisme de diepste oorzaak is van het antisemitisme: in een cultuur als de onze, die onderscheid maakt tussen iemands nationaliteit en iemands religie, past het niet dat joden zowel een volk als een religie zijn.

Lees verder “NWA: Antisemitisme”

De joden van Simon Schama

De geschiedenis van de joden, ga er maar aan staan. De historicus die eraan begint, kiest voor een onderwerp dat drie millennia lang is, verspreid ligt over de landen van zes werelddelen en is gedocumenteerd in zo’n beetje alle menselijke talen. Het grootste probleem is echter niet de omvang van het onderwerp, maar de simpele vraag wat een jood is. Het is al een positiebepaling dat ik het woord hier schrijf met een kleine letter: ik leg daarmee de nadruk op religie, maar Joden zijn tevens een volk.

Het sociologische probleem wat iemand tot lid van een geloofsgemeenschap maakt, is serieuzer dan onze onpraktische spellingsregels. Er zijn ruwweg twee antwoorden. Het eerste is dat je de officiële criteria van de religieuze autoriteiten aanvaardt. Dan komt er echter een moment waarop je mensen die zichzelf rekenen tot een religie, moet beschouwen als afvalligen, assimilanten of ketters. Een voorbeeld zijn de huidige messiasbelijdende joden, die zichzelf omschrijven als joden die geloven dat Jezus de messias was, maar door slechts een enkele joodse autoriteit als geloofsgenoten worden erkend. Het tweede antwoord is dat je iemand als gelovige beschouwt als hij zichzelf zo ziet, maar dan loop je het risico dat de grenzen zo vaag worden dat er niets meer is wat de gelovigen alleen delen met elkaar en niet met buitenstaanders.

Lees verder “De joden van Simon Schama”

Christelijke bronnen over de heidenen

Wat de christenen lieten staan van het Serapeum in Alexandrië
Wat de christenen lieten staan van het Serapeion in Alexandrië

In de eerdere stukjes in deze reeks heb ik betoogd dat het christendom en het heidendom niet zo scherp tegenover elkaar hebben gestaan als het vaak wordt gepresenteerd. “Maar in Alexandrië is het Serapeion toch door christenen bestormd?” hoor ik u tegenwerpen, en u heeft volkomen gelijk.

Dit is echter een schoolvoorbeeld van de Everest Fallacy: dat wat heel groot is – zoals het schandaal van het Serapeion – valt op en nodigt dus uit tot onderzoek. Maar grote en opvallende dingen zijn niet per se representatief. De Mount Everest is niet representatief voor de bergen op aarde, Donald Trump is niet representatief voor de Amerikanen en Mark Rutte is niet representatief voor de Leidse historici. De gebeurtenissen in een exceptionele stad als Alexandrië zijn net zo representatief voor de relaties tussen de diverse Romeinse godsdiensten als de keizer representatief is voor de Romeinen in het algemeen.

Lees verder “Christelijke bronnen over de heidenen”

Heidendom en christendom en zo

Christenen vallen de Serapistempel in Alexandrië aan: scène uit de speelfilm "Agora"
Christenen vallen de Serapistempel in Alexandrië aan: scène uit de speelfilm “Agora”

Het is een van de grote oudheidkundige verhalen: hoe het monotheïstische christendom en het polytheïstische heidendom streden om de harten van de oude Romeinen. Nu heeft de oude geschiedenis wel meer aantrekkelijke verhalen, maar dit is anders: de uitkomst ligt aan de basis van het nog altijd bestaande christendom. Christenen hebben eeuwenlang hun visie op dit conflict kunnen uitdragen en daardoor is het niet zo vreemd dat ook mensen zonder speciale liefde voor de oude wereld doorgaans wel iets over dit conflict weten: Jezus, Paulus, de vervolgingen, Constantijn de Grote, Julianus de Afvallige, de laatste heidense bloei, de verwoesting van de tempel van Serapis in Alexandrië en missionarissen die eeuwenoude bomen omhakten.

Probleem is: je hoeft maar een beetje in te zoomen om te zien dat de werkelijkheid niet een beetje complexer was, maar zóveel complexer dat we het verhaal in feite moeten bijzetten op de schroothoop. Het idee van een lange en felle strijd is, om het wat scherp te formuleren, christelijke legendevorming. Dat is alle reden om eens wat stukjes te wijden aan het onderwerp: over de polytheïstische aspecten van het jodendom, over de joodse Paulus, over het heidense monotheïsme, over Constantijn de Grote en over het schlemielige einde van het heidendom, dat helemaal geen laatste bloei heeft gekend.

Lees verder “Heidendom en christendom en zo”