Fake-Latijn

Ere-inschrift voor Duillius (Capitolijnse Musea, Rome)
Ere-inschrift voor Duillius (Capitolijnse Musea, Rome)

Ik heb al eens geblogd over de Eerste Punische Oorlog, de langste en (volgens historicus Polybios) grootste oorlog uit de toenmalige geschiedenis. Zonder onderbreking duurde het conflict van 264 tot 241 v.Chr., een lengte die te verklaren is door het feit dat de Romeinen op land superieur waren en de Karthagers op het water. Door gebruik te maken van enterbruggen slaagden de Romeinen er echter in de strijd op zee zó te veranderen dat ze leek op een landslag en konden ze de gevechten naar hun hand te zetten.

De Romeinse historicus Titus Livius schreef over de zeeslag bij Mylae, die plaatsvond in het jaar dat wij 260 v.Chr. noemen:

Consul Gaius Duillius vocht met succes tegen de Punische [=Karhaagse] vloot en vierde als eerste Romeinse veldheer een triomf na een overwinning ter zee. Om deze reden werd hem ook een blijvend eerbewijs toegekend: wanneer hij terugkeerde van een maaltijd werd hij voorafgegaan door een fakkeldrager en begeleid door fluitspel. (Periochae 17.2)

Lees verder “Fake-Latijn”

De grootste oorlog uit de Oudheid (3)

De Egatische Eilanden

[Dit is de derde aflevering van een reeks over de Eerste Punische Oorlog (264-241). In het eerste deel beschreef ik hoe de Romeinen en Karthagers in conflict raakten en dat de Romeinen een vloot waren gaan bouwen In het tweede deel beschreef ik hoe de Romeinen overstaken naar Afrika en hoe consul Regulus daar door de Karthagers werd verslagen.]

Het was een geweldige blamage dat Regulus krijgsgevangen was genomen, maar de operatie in Afrika was niet volledig mislukt. Enkele Numidische stammen ten westen van Karthago waren in opstand gekomen, wat betekende dat de Romeinen de volgende vijf jaar niet bang hoefden zijn voor grootschalige Karthaagse initiatieven. Bovendien verscheen de Romeinse vloot net op tijd om het expeditieleger te evacueren.

Lees verder “De grootste oorlog uit de Oudheid (3)”

De grootste oorlog uit de Oudheid (2)

Model van een enterbrug (Martin Lokaj)

[Dit is de tweede aflevering van een reeks over de Eerste Punische Oorlog (264-241). In het eerste deel beschreef ik hoe de Romeinen en Karthagers in conflict raakten en ik eindigde met een beschrijving van de Romeinse vlootbouw.]

Wat de Romeinen misten was ervaring ter zee. Nieuwkomers waren ze niet, maar ze hadden geen grootse maritieme traditie. Het waren landrotten. Om van een zeeslag een landslag te maken, voegden ze aan hun oorlogsschepen een enterbrug toe. Die maakte het schip weliswaar topzwaar, maar stelde de Romeinse strijdkrachten in staat aanvallen met rammen te pareren. Kwam een Karthaagse galei te dichtbij, dan lieten de Romeinen de enterbrug vallen, die zich dankzij een scherpe punt óf achter de dolboorden óf in het dek van het vijandelijke schip vasthaakte.

Dankzij deze uitvinding kregen de Romeinen al snel de overhand in de zeeoorlog – de eerste zege was die te Mylae, behaald door consul Duillius – en in 256 probeerden ze de strijd over te brengen naar Afrika, in de hoop dat hun vijanden de verdediging van Sicilië dan moesten opgeven. De Karthagers wisten dat ze hun platteland niet goed konden verdedigen en probeerden de invasie te verhinderen. Ze zetten 350 oorlogsbodems in van een type dat werd geroeid door 300 man en bemand door 120 soldaten: samen 147.000 koppen. De Romeinse cijfers deden er nauwelijks voor onder: 330 schepen, bijna 140.000 koppen. De schepen ontmoetten elkaar bij Kaap Eknomos, waar tegenwoordig het havenstadje Licata ligt.

Lees verder “De grootste oorlog uit de Oudheid (2)”

De grootste oorlog uit de Oudheid (1)

Sicilië

De ambassadeurs uit de Siciliaanse stad Messina die in 264 v.Chr. in Rome aankwamen om daar te vragen om militaire steun tegen Karthago, kunnen maar weinig vertrouwen hebben gehad in de goede afloop van hun missie. Hun stadsgenoten hadden zich de afgelopen jaren namelijk toegelegd op piraterij en daarmee Romeinse bondgenoten benadeeld. De ambassadeurs wisten dat deze activiteit hen niet bepaald geliefd had gemaakt. Van de andere kant: de Karthagers hadden een garnizoen in Messina geplaatst en dat schreeuwde om een oplossing. Desnoods moest die in Rome worden gezocht.

De diplomaten moeten hebben geweten dat er nog een tweede reden was waardoor hun missie tot mislukking was gedoemd. De Romeinen hadden pas kort daarvoor de Griekse steden in het zuiden van Italië veroverd na een zó moeizaam conflict dat ze het slechts hadden kunnen winnen door steun uit Karthago, dat vanaf West-Sicilië Griekse steden als Syracuse had aangevallen. De Griekse legers van Zuid-Italië hadden op Sicilië enige successen geboekt maar toen ze zich weer op Rome hadden gericht, bleken ze zó verzwakt dat Rome ze had kunnen verslaan. De ambassadeurs uit Messina stonden al met al dus voor de weinig benijdenswaardige opgave in de hoofdstad van Italië namens een stad vol piraten steun te vragen tegen uitgerekend de Karthagers, Romeinse vrienden, Maar ja, die Karthagers hadden wel een garnizoen in Messina gelegd.

Lees verder “De grootste oorlog uit de Oudheid (1)”