De jeugd van Hannibal

Saguntum

Toen Hannibal (in zijn eigen Punische taal: Hanba’al, “genade van Ba’al”) in 247 v.Chr. werd geboren, stond zijn geboortestad Karthago op het punt een lange en belangrijke oorlog te verliezen, de Eerste Punische Oorlog (264-241). De stad was de welvarendste zeehaven van de Middellandse Zee geweest en had rijke provincies bezeten, maar het was onvoldoende om én tegen de Romeinen én tegen Numidië te vechten. Uiteindelijk nam Rome niet alleen Sicilië in bezit, maar ook Sardinië en Corsica. De vernedering moet grote indruk gemaakt hebben op de jonge Hannibal.

Hij was de oudste zoon van de Karthaagse generaal Hamilkar Barka, die de jongen in 237 meenam naar Iberië. Daar waren verschillende Karthaagse steden, zoals Gadir (“kasteel”, het moderne Cádiz) en Malkah (“koningsstad”, Málaga). Nieuw-Karthago, het huidige Cartagena, zou korte tijd later worden gesticht. De oude naam van Córdoba is onbekend, hoewel het Punische element Kart, “stad”, herkenbaar is in de naam.

Lees verder “De jeugd van Hannibal”

Boeken over Karthago

Oké mensen, ik heb jullie hulp even nodig. In januari verschijnt mijn boekje Hannibal in de Alpen. Zie boven. Daarin leg ik uit waarom we een ogenschijnlijk simpele vraag als “over welke bergpas trok het Karthaagse leger naar Italië?” niet beantwoorden kunnen. Op het eerste gezicht is een boek over een puzzel zonder oplossing even zinloos als het in het Portugees vertalen van Wat & Hoe Portugees?, maar het is een leuk onderwerp om te tonen dat zelfs een eenvoudige vraag een oudheidkundige dwingt na te denken over tekstuele problemen, klimaatreconstructie, topiek, archeologie, statistiek, biologie, tekstkritiek, paleohydrologie en wat dies meer zij. Kortom, tweede-lijn-voorlichting.

Eerste Punische Oorlog

In de tussentijd groeide ook een tweede boekje, dat in maart zal verschijnen, en is gewijd aan de Eerste Punische Oorlog. Dat is iets meer eerste-lijn-voorlichting: ik presenteer wat er is gebeurd. Hoewel ik soms inga op de vraag waarom we weten wat we weten, is het verder eigenlijk allemaal rechttoe, rechtaan. Eerst een deel over de strijdende partijen, dan een deel over de oorlog zelf, tot slot een deel over de gevolgen.

Lees verder “Boeken over Karthago”

Hannibals vrede

Een Romeinse soldaat in actie (monument van Aemilius Paullus, Delfi)

Terwijl de Romeinen en Karthagers de Eerste en Tweede Punische Oorlog uitvochten, streden in het oostelijk Middellandse-Zee-bekken de Ptolemaiën en Seleukiden om het bezit van Koile Syrië, ruwweg Libanon en Israël. Volgens een verdrag had dat gebied Seleukidisch moeten zijn maar het was in feite Ptolemaïsch. Er was een Karische Oorlog, er was een Eerste Syrische Oorlog, de Tweede Syrische Oorlog ging ergens anders over, in de Derde Syrische Oorlog ofwel Laodikese Oorlog bereikten het Ptolemaïsche leger zelfs Babylon, in de Vierde Syrische Oorlog verhingen de Seleukiden de bordjes, maar het was pas in de Vijfde Syrische Oorlog dat ze het hele gebied in handen kregen, waarna de Zesde Syrische Oorlog een preventieve Seleukidische aanval op Egypte zelf was. Het is waanzinnig interessant, al is het laatste boek dat erover is verschenen, een schoolvoorbeeld van falende peer review.

Wat deze oorlogen gemeen hebben is dat het conflict oplaait als in een van de twee landen een nieuwe koning aantreedt, dat het komt tot gevechten en dat na een of twee grote veldslagen een compromisvrede wordt getekend, waaraan beide koningen zich vervolgens ook houden, tot weer een van de ondertekenaars overlijdt. Iets dergelijks lijkt ook elders het geval te zijn geweest: Macedonië vocht nog weleens met de Griekse stadstaten en dan was één veldslag vaak beslissend en kwam het tot een compromisvrede.

Lees verder “Hannibals vrede”

Nog eens Regulus

Een Numidische ruiter (Musée national des antiquités, Algiers)

Een tijdje blogde ik over de expeditie van Regulus, een Romeinse consul in 256/255 v.Chr., naar wat nu Tunesië heet. Hij won eigenlijk alles tot de Karthagers een capabele Spartaanse huurlingenleider, Xanthippos, in dienst namen en hem versloegen. De veldtocht, die deel uitmaakt van de Eerste Punische Oorlog, is me bezig blijven houden omdat er iets raars mee aan de hand is. Een consulair leger bestond uit zo’n 18.000 man en Regulus commandeerde er maar 15.000. Het leger is te klein voor een zo belangrijke operatie, zeker als we erbij bedenken dat de Romeinen een kolossale vloot– 330 oorlogsbodems! – bouwden om het expeditieleger over te zetten.

Ik vermoed nu dat Regulus niet alleen was. De Numidiërs speelden een belangrijke rol. Daarvoor zijn enkele aanwijzingen.

Lees verder “Nog eens Regulus”

Xanthippos versus Regulus

Beeldje van een krijgsolifant uit Pompeii (Museo Archeologico Nazionale, Napels)

En nu hadden de Romeinen een probleem. Geconfronteerd met een Karthaagse olifantenaanval moesten ze hun linies verdiepen, om zoveel mogelijk soldaten met speren te plaatsen tegenover elk dier. De verdiepte Romeinse linie was echter minder wijd, wat een uitnodiging was aan de Karthaagse ruiterij om de Romeinen te overvleugelen. Polybios schrijft:

Lees verder “Xanthippos versus Regulus”

Regulus in Afrika

Clupea

De grootste oorlog uit de Oudheid was de Eerste Punische Oorlog, waarin de Romeinen het opnamen tegen de Karthagers. De gevechtshandelingen strekten zich uit over een periode van bijna vierentwintig jaar, van 264 tot en met 241, en de troepeninzet was ongekend. Omdat de Romeinen een landmacht waren en de Karthagers een zeemacht, was dit een asymmetrisch conflict, waarin de tegenstanders niet dezelfde strategie hebben. De Romeinen konden het uiteindelijk naar hun hand zetten door een vloot te gaan bouwen, terwijl hun tegenstanders zich bedienden van huurlingen, die slecht controleerbaar waren.

In 256 stuurde Rome niet minder dan 330 schepen richting Sicilië, met de bedoeling de Karthagers ter zee te verslaan en dan over te steken naar Afrika om de strijd op het land voort te zetten. Het eerste lukte: in de zeeslag bij Eknomos, niet ver van het huidige Licata aan de Siciliaanse zuidkust, versloegen ze een Karthaagse vloot van 350 schepen. Aan beide zijden waren niet minder dan 140.000 mensen bij de strijd betrokken, meest roeiers (meer). Na deze overwinning staken de consuls over naar Afrika en landden op Kaap Bon, het Tunesische schiereiland dat zich als een lange vinger uitstrekt naar Sicilië. Hier bezetten de Romeinen het Karthaagse heuvelfort dat in het Latijn Clupea en in het Grieks Aspis heette, “het schild”. Het huidige Kélibia lijkt inderdaad op een schild dat op de grond is neergelegd, zie de foto hierboven.

Lees verder “Regulus in Afrika”

Fake-Latijn

Ere-inschrift voor Duillius (Capitolijnse Musea, Rome)
Ere-inschrift voor Duillius (Capitolijnse Musea, Rome)

Ik heb al eens geblogd over de Eerste Punische Oorlog, de langste en (volgens historicus Polybios) grootste oorlog uit de toenmalige geschiedenis. Zonder onderbreking duurde het conflict van 264 tot 241 v.Chr., een lengte die te verklaren is door het feit dat de Romeinen op land superieur waren en de Karthagers op het water. Door gebruik te maken van enterbruggen slaagden de Romeinen er echter in de strijd op zee zó te veranderen dat ze leek op een landslag en konden ze de gevechten naar hun hand te zetten.

De Romeinse historicus Titus Livius schreef over de zeeslag bij Mylae, die plaatsvond in het jaar dat wij 260 v.Chr. noemen:

Consul Gaius Duillius vocht met succes tegen de Punische [=Karhaagse] vloot en vierde als eerste Romeinse veldheer een triomf na een overwinning ter zee. Om deze reden werd hem ook een blijvend eerbewijs toegekend: wanneer hij terugkeerde van een maaltijd werd hij voorafgegaan door een fakkeldrager en begeleid door fluitspel. (Periochae 17.2)

Lees verder “Fake-Latijn”

De grootste oorlog uit de Oudheid (3)

De Egatische Eilanden

[Dit is de derde aflevering van een reeks over de Eerste Punische Oorlog (264-241). In het eerste deel beschreef ik hoe de Romeinen en Karthagers in conflict raakten en dat de Romeinen een vloot waren gaan bouwen In het tweede deel beschreef ik hoe de Romeinen overstaken naar Afrika en hoe consul Regulus daar door de Karthagers werd verslagen.]

Het was een geweldige blamage dat Regulus krijgsgevangen was genomen, maar de operatie in Afrika was niet volledig mislukt. Enkele Numidische stammen ten westen van Karthago waren in opstand gekomen, wat betekende dat de Romeinen de volgende vijf jaar niet bang hoefden zijn voor grootschalige Karthaagse initiatieven. Bovendien verscheen de Romeinse vloot net op tijd om het expeditieleger te evacueren.

Lees verder “De grootste oorlog uit de Oudheid (3)”

De grootste oorlog uit de Oudheid (2)

Model van een enterbrug (Martin Lokaj)

[Dit is de tweede aflevering van een reeks over de Eerste Punische Oorlog (264-241). In het eerste deel beschreef ik hoe de Romeinen en Karthagers in conflict raakten en ik eindigde met een beschrijving van de Romeinse vlootbouw.]

Wat de Romeinen misten was ervaring ter zee. Nieuwkomers waren ze niet, maar ze hadden geen grootse maritieme traditie. Het waren landrotten. Om van een zeeslag een landslag te maken, voegden ze aan hun oorlogsschepen een enterbrug toe. Die maakte het schip weliswaar topzwaar, maar stelde de Romeinse strijdkrachten in staat aanvallen met rammen te pareren. Kwam een Karthaagse galei te dichtbij, dan lieten de Romeinen de enterbrug vallen, die zich dankzij een scherpe punt óf achter de dolboorden óf in het dek van het vijandelijke schip vasthaakte.

Dankzij deze uitvinding kregen de Romeinen al snel de overhand in de zeeoorlog – de eerste zege was die te Mylae, behaald door consul Duillius – en in 256 probeerden ze de strijd over te brengen naar Afrika, in de hoop dat hun vijanden de verdediging van Sicilië dan moesten opgeven. De Karthagers wisten dat ze hun platteland niet goed konden verdedigen en probeerden de invasie te verhinderen. Ze zetten 350 oorlogsbodems in van een type dat werd geroeid door 300 man en bemand door 120 soldaten: samen 147.000 koppen. De Romeinse cijfers deden er nauwelijks voor onder: 330 schepen, bijna 140.000 koppen. De schepen ontmoetten elkaar bij Kaap Eknomos, waar tegenwoordig het havenstadje Licata ligt.

Lees verder “De grootste oorlog uit de Oudheid (2)”

De grootste oorlog uit de Oudheid (1)

Sicilië

De ambassadeurs uit de Siciliaanse stad Messina die in 264 v.Chr. in Rome aankwamen om daar te vragen om militaire steun tegen Karthago, kunnen maar weinig vertrouwen hebben gehad in de goede afloop van hun missie. Hun stadsgenoten hadden zich de afgelopen jaren namelijk toegelegd op piraterij en daarmee Romeinse bondgenoten benadeeld. De ambassadeurs wisten dat deze activiteit hen niet bepaald geliefd had gemaakt. Van de andere kant: de Karthagers hadden een garnizoen in Messina geplaatst en dat schreeuwde om een oplossing. Desnoods moest die in Rome worden gezocht.

De diplomaten moeten hebben geweten dat er nog een tweede reden was waardoor hun missie tot mislukking was gedoemd. De Romeinen hadden pas kort daarvoor de Griekse steden in het zuiden van Italië veroverd na een zó moeizaam conflict dat ze het slechts hadden kunnen winnen door steun uit Karthago, dat vanaf West-Sicilië Griekse steden als Syracuse had aangevallen. De Griekse legers van Zuid-Italië hadden op Sicilië enige successen geboekt maar toen ze zich weer op Rome hadden gericht, bleken ze zó verzwakt dat Rome ze had kunnen verslaan. De ambassadeurs uit Messina stonden al met al dus voor de weinig benijdenswaardige opgave in de hoofdstad van Italië namens een stad vol piraten steun te vragen tegen uitgerekend de Karthagers, Romeinse vrienden, Maar ja, die Karthagers hadden wel een garnizoen in Messina gelegd.

Lees verder “De grootste oorlog uit de Oudheid (1)”