Oorlog in Gallië: een nieuwe vertaling

Er zijn weinig antieke auteurs die je zó kunt lezen, als het ware voor de vuist weg. De Romeinse biograaf Suetonius is er een, de Griekse onderzoeker Herodotos is een andere. Caesars Oorlog in Gallië is ook zo’n tekst. De beschrijving van de campagnes waarmee de Romeinse generaal het gebied benoorden de Alpen onderwierp, laat zich makkelijk lezen, zonder veel uitleg. De vertaling van Vincent Hunink die sinds vorige week te koop is, bevat daarom weinig toelichting. U kunt gewoon op bladzijde 9 beginnen met lezen en doorgaan tot bladzijde 276 en u kunt daarna het beknopte nawoord, intelligent als het is, overslaan zonder dat uw leesplezier er minder om is.

Verwacht van mij geen objectieve bespreking. Dit is eerder een signalement van een boek dat uw belangstelling kan hebben. Ik ken Hunink immers persoonlijk. Ik heb regelmatig met hem samengewerkt en altijd met heel erg veel plezier. We zijn even oud en hebben wat gedeelde belangstellingen, maar hij is anders terechtgekomen dan ik, zodat we regelmatig anders denken over dezelfde zaken, wat garant staat voor een prettige uitwisseling van ideeën. Ik zou deze fijne werkrelatie niet waard zijn als ik nu pas aan kwam zetten met kritiek. De inhoud van de volgende twee alinea’s, dat er wél toelichting had moeten zijn, is hem dan ook allang bekend. We hebben het er namelijk al sinds 2015 over.

Op dat moment was de zeer uitgebreid toegelichte Landmark-vertaling, waarover ik al eens blogde, nog niet uitgekomen en waren ook de ontdekkingen van Nico Roymans bij Kessel nog niet algemeen bekend. Een boek met goede landkaarten, met toelichting over de wijze waarop Caesars tekst te combineren valt met de archeologie van de La Tène-cultuur, met veel foto’s en met nog wat toeters en bellen, zou een succes zijn geweest. Ik zou er zelf graag aan hebben bijgedragen: in de zomer van 2015 zat ik goed in mijn vrije tijd en ik heb aangeboden er gratis en voor niks aan te werken, inclusief een reisje naar Frankrijk om de in mijn collectie nog ontbrekende foto’s te maken.

Om hem moverende redenen heeft de uitgever van dat aanbod geen gebruik gemaakt en natuurlijk mag dat – ik draag het hem in elk geval niet na – maar toen Roymans’ onderzoeksresultaten in de winter van 2015/2016 discussie begonnen los te maken, lag er dus geen Nederlandse Caesarvertaling. Oorlog in Gallië had twee doelgroepen kunnen bedienen: degenen die dit boek wilden lezen omdat ze als tekst de moeite waard is en degenen die de vertaling wilden lezen omdat ze interessant is. Dat hier een kans is gemist op commercieel succes, soit: dat is niet mijn zaak. Dat hier een kans is gemist twee doelgroepen te bereiken en de mensen die de Oudheid als irrelevant hebben afgeschreven te tonen dat de Romeinen er wél toe doen, ja, dat doet me pijn. Op Twitter zou je zeggen: op het moment dat het zijn belang had kunnen tonen, stond #TeamOudheid er niet.

Maar goed. Hunink en zijn uitgever hebben een minder ambitieuze keuze gemaakt en de doelen die ze wél stellen, die halen ze met vlag en wimpel.

Er valt over Caesar zélf niet veel positiefs te zeggen: sinds hij een oorlog had gevoerd in wat we nu Portugal noemen gold hij als oorlogsmisdadiger, die een officieel ambt moest blijven bekleden om zijn onschendbaarheid te bewaren en gerechtelijke vervolging voor te blijven. Zijn noordelijke commando was een uitkomst en in Oorlog in Gallië vertelt hij hoe hij de stammen daar heeft onderworpen. Als Caesar tijdig was berecht, zouden tienduizenden Galliërs een rustiger bestaan hebben gekend.

De rekening voor hun onvermogen een oorlogsmisdadiger te neutraliseren kwam uiteindelijk toch terecht bij de Romeinen. Toen Caesars commando in Gallië verstreek en hij niet meteen een nieuw ambt kon verwerven, koos hij voor een burgeroorlog die uiteindelijk leidde tot de vernietiging van het republikeinse staatsbestel. Kortom, Caesar was niet iemand die je tot je vrienden zou willen rekenen. Het was echter wel iemand die briljant kon schrijven.

Dat vonden zijn tijdgenoten ook al. In een dialoog over de redenaarskunst, ironisch genoeg vernoemd naar Caesars latere moordenaar Brutus, geeft Cicero als zijn oordeel over Oorlog in Gallië dat het een eenvoudige, goed geschreven en elegante tekst is, ontdaan van alle opsmuk, als het ware uitgekleed. (Een opmerking die antieke lezers waarschijnlijk meteen hebben geassocieerd met degenen die zich in het openbaar uitkleedden: gespierde atleten.) Het is precies zoals Cicero zegt: Oorlog in Gallië is inderdaad een toegankelijke, vlot geschreven tekst. Zoals gezegd: je leest het voor de vuist weg.

Ik heb al eerder verteld dat Hunink een goede vertaler is – en dat betekent dat hij, afgezien van beheersing van de brontaal, twee dingen moet kunnen: hij moet beschikken over een goede Nederlandse woordenschat en moet zijn eigen talige voorkeuren ondergeschikt kunnen maken aan wat de gemiddelde lezer verwacht. Een gemiddelde lezer die natuurlijk ook verandert: denk maar aan de wijze waarop we, onder invloed van het Engelse “however”, ons “echter” anders zijn gaan gebruiken.

Hunink benoemt in de korte verantwoording van zijn vertaling dat Nederlandstaligen tegenwoordig wat toleranter zijn voor een afwisseling van bijvoorbeeld verleden en tegenwoordige tijd. Gelukkig maar, want taalkundigen hebben de laatste jaren nogal wat nieuwe inzichten gepresenteerd over de betekenis van de Latijnse verleden tijden. Hunink gaat daar nu speelser mee om dan toen hij, eenentwintig jaar geleden, Oorlog in Gallië voor het eerst vertaalde. (De huidige versie wordt bescheiden gepresenteerd als herziene herdruk maar is in feite een nieuw boek.)

Kortom, een vertaling die je in een adem uitleest. (In mijn geval: tijdens een treinreis Amsterdam-Venlo en vice versa.) Oorlog in Gallië is prima lectuur en deze vertaling, bedoeld voor degenen die gewoon willen genieten van een mooie tekst, maakt haar ambities waar. Huninks werkzaamheden hebben een eenvoudige, goed vertaalde en elegante tekst opgeleverd, ontdaan van alle opsmuk, als het ware uitgekleed. De lezer boft.

22 gedachtes over “Oorlog in Gallië: een nieuwe vertaling

  1. Ik heb de oudere vertaling van Hunink in de kast staan. Vond die vertaling al erg prettig om te lezen. Op school moesten we de Latijnse tekst lezen (ik herinner me dat dat vrij goed ging, want Caesar schreef kort en bondig, en ook nog eens over spannende gebeurtenissen) en ik kon de originele tekst goed herkennen in de vertaling van Hunink. Dat vond ik erg fijn: dicht bij de oorspronkelijke tekst blijven, maar wel in Nederlands dat prettig en vlot leest.

  2. Rudmer Koopal

    Een nieuwe Nederlandse vertaling, een nieuw boek, is een feestje waard in bijvb. het RMO. Jammer dat de uitgever er van afziet. Het stond namelijk eerst wel aangekondigd ( door uitgever in het RMO), maar is later kennelijk weer ingetrokken. Aan het RMO zal het niet hebben gelegen. Ik snap zo’n uitgeverij niet.
    Desniettemin ben ik benieuwd naar de nieuwe vertaling. Voor me heb ik liggen de druk uit 2000 van Vincent Hunink, dus dat wordt leuk vergelijken. In het bijzonder kijk ik uit naar naar het ‘Kesselmoment’ van boek IV 13-16. In de druk uit 2000 staat daar ” de vijand had vierhonderd dertigduizend man geteld”. Ben benieuwd wat er nu staat.
    Ik heb geen idee wat er in het Latijn staat, maar ik lees het niet als 430.000 mannen gedood. Kan ook niet, want de Tencteren en Bructuren waren al een tijdje op de vlucht voor de veel grotere stam van de Sueben die volgens Caesar “….honderd kantons hebben, die allemaal elk jaar duizend gewapende mannen leveren” (uitgave 2000, IV 1-2). Ergo 100.000 man. U begrijpt ongetwijfeld dat 100.000 mannen geen 430.000 mannen op de vlucht doen slaan in Germanië, helemaal als de helft van de 100.00 mannen thuisblijft tbv de voedselvoorziening en training.
    Lijkt me überhaupt interessant om eens Hunink te vragen waarom hij bepaalde pasages uit het Latijn zo heeft vertaald zoals ze nu zijn. Hermeneutiek wederom.
    Maar vanmiddag eerst maar eens het nieuwe boek kopen.

    1. Jeroen

      Voor een behandeling betreffende het interpreteren van de door Caesar genoemde aantallen is Tom Buijtendorps recente boek Caesar in de Lage Landen zeer geschikt!

      (Uiteraard reeds bij de meesten bekend, maar toch)

      1. Rudmer Koopal

        Buitendorp geeft een verklaring hoe Caesar op basis van een berekening op 430.000 vijanden (Hunink heeft het over 430.000 man) is gekomen. Het klinkt heel logisch zijn uitleg. Alleen gaat het bij mij er niet in dat Caesar het eerst heeft over de Sueben met 100.000 mannen die vervolgens 430.000 Usipeten- en Tencteren mannen voor zich uit jagen (en dan zijn in dit totaal de Bructuren niet eens meegerekend) .
        Caesar moet toch wel door hebben gehad dat met deze kromme refenering hij in Rome door de maand zou vallen. Vandaar mijn interesse naar de orginele Latijnse tekst en vertaling . Vijanden, man: is dit inclusief vrouwen en kinderen? Of hebben we het over exclusief mannen? Of is die 430.000 misschien een overschrijffout?

        1. Cornelia Blimber

          Het gaat om mannen. De vrouwen en kinderen van de Germanen waren al gevlucht, achtervolgd door Caesar’s ruiters (zie c. 14) Ander argument: voor 430, 000 zielen hoefden de soldaten van Caesar niet bang te zijn, als er vrouwen en kinderen bij waren geweest. Ze waren bang geweest vanwege het grote aantal vijanden. (nostri……ex tanti belli timore, cum hostium numerus capitum CCCCXXX milium fuisset, se in castra receperunt).
          Het gaat dus alleen om mannen. CCCCXXX staat in mijn Dinter (Teubner) ed. en in Loeb.
          Wat het aantal betreft: ”(…..) cum hostium numerus capitum CCCCXXX milium fuisset (…).
          CCCCXXX opgezocht in de Loeb-vertaling: 430,000 (ik lees cijfers vaak verkeerd)

  3. Manfred

    “Er valt over Caesar zélf niet veel positiefs te zeggen: sinds hij een oorlog had gevoerd in wat we nu Portugal noemen gold hij als oorlogsmisdadiger, die een officieel ambt moest blijven bekleden om zijn onschendbaarheid te bewaren en gerechtelijke vervolging voor te blijven.”

    Over welke oorlog en oorlogsmisdaad van wanneer heb je het hier?

    Dit is wat ik vond over Caesar in Lusitanië.

    “61 BC
    * Julius Caesar is assigned to serve as the Propraetor governor of Hispania Ulterior.
    * Julius Caesar attacks the Lusitanian areas between the Tagus and the Douro rivers, from his headquarters in Scallabis (modern Santarém).
    * Julius Caesar personally conducts an important naval expedition to the shores of Gallaecia.
    60 BC – Julius Caesar wins considerable victories over the Gallaecians and Lusitanians. During one of his victories, his men hailed him as Imperator in the field, which was a vital consideration in being eligible for a triumph back in Rome.”
    https://en.wikipedia.org/wiki/Timeline_of_Portuguese_history_(Lusitania_and_Gallaecia)

    1. Frans

      Dat zat ik me ook af te vragen, ja. Ik heb ook even rondgeneusd en niks gevonden over een massamoord in Lusitania.

      1. Dirk

        Suetonius, Plutarchus en Appianus schrijven nogal beknopt over Caesars campagne daar, of vermelden dat hij het gebied pacificeert op vraag van bondgenoten. Dio spreekt wel over het uitlokken van oorlog omdat Caesar uit was op roem en buit.
        Goldsworthy vermeldt dat Caesar hiervoor op de korrel werd genomen door zijn tegenstanders in de senaat, maar dat dat voorspelbare aanklachten waren. Goldsworthy twijfelt: er was daar niet veel rijkdom te halen en er was genoeg anarchie om militair optreden te rechtvaardigen zonder het te moeten uitlokken. Gezien zijn latere parcours in Gallië is het alvast niet onrealistisch dat Caesar zelf de omstandigheden schiep. Maar ik vind nergens terug dat hij andere mandaten nodig had om vervolging voor Spanje te ontlopen. Hij wil zich kandidaat stellen voor het consulschap nog voor hij terug is (en nog voor er sprake is van aanklachten?) en wil er uiteindelijk zelfs een triomf voor opgeven.

        1. Frans

          Caesar viel zijn eigen bondgenoten aan? Okay, ik ben geen expert en ik verwacht niet dat je alles voorkauwt, maar iets meer uitleg zou toch welkom zijn.

    2. Ik kan me alleen voorstellen dat Caesar berecht zou worden wegens het aanvallen van een Romeinse bondgenoot, het opstellen van legioenen alsook het aanvallen van Gallische stammen zonder toestemming van de senaat. Geen van die overtredingen waren ‘oorlogsmisdaden’ onder Romeins recht. Het afslachten van burgers etc. zoals wij dat oorlogsmisdaden zouden noemen, was niet strafbaar.

      Het onvermogen om Caesar ‘te neutraliseren’ had niets met mensenrechten of oorlogsmisdaden te maken, maar met het ontbreken van een krachtdadige overheid die onvermogend was om maffia-achtige machtige rijke mannen aan te klagen. Die parallel bestaat dan weer wel met het heden.

    1. De herinterpretatie de vondsten bij Kessel. Die waren eerst geïnterpreteerd als resten van een offerplaats. Inmiddels interpreteert Roymans het ze als de na-de veldslag-aangepaste resten van het gevecht met de Tencteri en Usipeten.

      1. Robert

        Ja precies. Dat zou ik niet willen kenschetsen als een ‘ontdekking’, behalve dan als:
        ‘ontdekking dat hij in zijn jarenlange analyse van precies dezelfde vondsten er om volslagen onduidelijke redenen blijkbaar toch naast zat’,
        of:
        ‘ontdekking dat met deze nieuwe interpretatie ineens internationale bekendheid in het verschiet lag’.

        Aan u de keus.

        1. Vind ik erg negatief geformuleerd. Het herinterpreteren van bekende data is inherent aan het wetenschappelijk proces. Het gaat ook niet om DEZELFDE vondsten, want het aantal baggervondsten bleef groeien, zodat op een gegeven moment de oververtegenwoordiging van skeletmateriaal uit de eerste eeuw geen toeval meer kon zijn.

  4. Wim Raven

    Wat betreft die grote getallen, misschien leek Caesar op president Trump? Honderdduizenden jubelende onderdanen bij de inhuldiging, waarom niet ook honderdduizenden op de vlucht: misschien vond ook Caesar zich domweg de grootste?

Reacties zijn gesloten.