Krokodillentranen

Egyptische krokodil (Staatliche Museum Ägyptischer Kunst, München)

Er schijnt een spreekwoord te zijn – al heb ik het maar één keer gehoord en toen ook nog met de toelichting dat het een spreekwoord was – dat er geen beter vermaak is dan leedvermaak. Welnu, ik heb wat leedvermaak te bieden: de firma Hobby Lobby heeft een rechtszaak aangespannen tegen Dirk Obbink en eist zeven miljoen dollar terug.

Hobby Lobby is een andere naam voor de Green-collectie. Steve Green wilde graag een Museum voor de Bijbel openen in Washington – het is er inderdaad gekomen – en verzamelde daarvoor oudheden. Die kocht hij regelmatig aan via zijn bedrijf, Hobby Lobby, dat artikelen verkoopt voor mensen die houden van handwerken.

Lees verder “Krokodillentranen”

Gestolen papyri, een samenvatting (2)

De nachtwacht van Oxyrhynchos heeft een verzoek aan de politie. Grenfell en Hunt zorgden ervoor dat ook musea buiten Oxford beschikking kregen over delen van hun materiaal. Daarom is dit verzoekschrift te zien in de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis in Brussel

[Dit is het tweede deel van een overzicht van wat bekend is over de handel en handelingen van papyroloog Dirk Obbink. Het eerste deel is hier.]

Prijsopdrijving

Over de gang van zaken rond het Marcusfragment begrijpen we iets meer dankzij de zojuist genoemde verklaring van Daniel Wallace. Obbink wilde deze tekst verkopen aan een van de instellingen rond de Amerikaanse verzamelaar Steve Green, die een eigen collectie heeft waarvandaan hij vondsten doneerde aan een eigen bijbels museum om te profiteren van de belastingaftrek. Door Wallace te laten verklaren dat het fragment stamde uit de eerste eeuw, dreef Obbink de prijs op.

Het cruciale punt is dat Wallace zich daarvoor leende. Elke eerstejaarsstudent weet namelijk dat hij zijn vingers niet moet branden aan oudheden met een onduidelijke herkomst (vakterm: zonder gedocumenteerde provenance). Zulke dingen kunnen vals zijn en hebben dus wetenschappelijk geen waarde; wetenschappelijke belangstelling heeft geen nut, behalve dat het de verkoopprijs opdrijft. Nogmaals: elke student weet dit na het eerstejaarscollege wetenschapsleer en -ethiek. Waarom Wallace de gedragscodes negeerde, is een nog onopgelost raadsel, al heeft hij het fatsoen gehad zijn fout toe te geven.

De aandacht concentreert zich daardoor niet op Wallace maar op Obbink, die dus een Marcus-fragment uit de Oxyrhynchos-collectie stal om te verkopen aan de Green-collectie. In de loop van 2019/2020 is vastgesteld dat de EES 120 fragmenten kwijt is en dat Steve Green niet de enige koper is geweest. Het leidde tot Obbinks royement bij de Association Internationale de Papyrologues, tot aangifte, arrestatie en verhoor. En toen gebeurde er even niets.

Rechtszaak

Het bericht waarmee ik het vorige stukje opende meldt dat eenentwintig fragmenten zijn teruggevonden in Greens bijbelse museum en nu teruggaan naar Oxford. Aangezien er nog een half miljoen onuitgegeven fragmenten zijn, is het geen echt nieuws dat er nog wat terugkomen. De crux is dát het naar buiten wordt gebracht. Dit bewijst dat er inmiddels conclusies zijn en dat suggereert weer dat er onderzoek is afgerond. We mogen dus verwachten dat de rechtszaak tegen Obbink nu snel van start zal gaan.

Ik wijs nog even op dit eerdere stuk, waarin ik inga op oudheden die Green en zijn museum aan Egypte teruggeven. Daarbij zit een papyrus die, als we Obbink mogen geloven, hoort bij de gedichten van Sapfo die hij uit een kartonnage zou hebben gehaald. Zoals gezegd is de herkomst feitelijk onbekend.

Tot slot

Nog twee dingen. Eén: de uitgave van papyri met onduidelijke herkomst, of het nu Marcus of Sapfo is, is volstrekt onprofessioneel. Het gebeurt echter vaker; zie ook de Artemidorospapyrus, fragmenten uit de Dode-Zee-rollen en het zogenaamde Evangelie van de Vrouw van Jezus. Collegiale controle had deze verspilling van tijd, intellect en geld behoren te verhinderen. Er is echter geen collegiale controle. Een Obbink kan profiteren van het amateurisme van de Wallaces.

Het falen is dus institutioneel. En dat is het zorgwekkende.

Twee: classici en bijbelwetenschappers hebben het nu weleens over “the material turn”, waarmee ze bedoelen dat ze het materiële aspect van hun teksten inmiddels belangrijk meer waarderen en niet meer alleen kijken naar wat er staat geschreven. Met andere woorden, ze erkennen nu dat archeologen verstandige dingen zeggen. Dat dit een recent inzicht zou zijn, een turn in het debat, is echter een rookgordijn. Grenfell en Hunt wisten dit al in 1896. Bijbelwetenschappers en classici hebben een eeuw lang hun vingers in de oren gestoken om niet te luisteren naar deskundigen. Nogmaals: hun falen is institutioneel en zorgwekkend.

[Als u meer wil weten over vervalsingen, lees dan mijn boekje Bedrieglijk echt. Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

Het Gilgameš-tablet in de Green-collectie

Kleitablet met een deel van de tekst van het Epos van Gilgameš (niet het stuk dat ik hieronder beschrijf, overigens; Museum van Hattusa)

Twee weken zonder stukje over de Green-collectie is twee weken niet geleefd, dus vandaag een aflevering in onze reeks over hoe we niet moeten omgaan met de Oudheid. Korte samenvatting van het voorafgaande: de Amerikaanse verzamelaar Steve Green heeft een gigantische collectie oudheden aangelegd om een bijbels museum op te richten. We hoeven hem niet van altruïsme te verdenken: je koopt oudheden, wacht tot ze meer waard zijn, schenkt ze aan een je eigen museum en profiteert van de belastingaftrek. De Green-collectie ging nog een stap verder. Ze betaalde oudheidkundigen om over de voorwerpen te publiceren, wat de waarde opdreef. Dit was niet alleen financieel aantrekkelijk. Het betekende ook dat mensen die aan de bel hadden moeten trekken, op de eigen loonlijst stonden en een prikkel hadden om de andere kant op te kijken. Inderdaad, de Green-collectie had geleerd van de Enron-affaire.

Hoewel Green zijn best had gedaan de toezichthouders te neutraliseren, kwam uit dat hij veel materiaal had gekocht op de zwarte markt. (Wat dat betekent leest u hier.) Inmiddels is er geschikt: een miljoenenboete en teruggave van kleitabletten aan Irak en papyri aan Egypte. Van sommige voorwerpen, zoals een handvol snippers van de Dode-Zee-rollen, is inmiddels vastgesteld dat het vervalsingen zijn. Maar de Green-collectie heeft nog een laatste kaart in de mouw: je kunt natuurlijk rechtszaken beginnen tegen degenen die jou het materiaal hebben verkocht zonder te zeggen dat het illegaal was.

Lees verder “Het Gilgameš-tablet in de Green-collectie”

Nog even iets over papyrologie

De Leidse Amunpapyrus (foto Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Het filmpje dat u hierna ziet, illustreert de tijd waarin we leven. Mijn uitgever, Omniboek, wilde reclamefilmpjes hebben voor het interessante Mohammed-boek dat Marcel Hulspas heeft geschreven en voor mijn boek over de wedloop tussen papyrologie en vervalsers. Hulspas zou mij interviewen en ik Hulspas. Alles was al geregeld, toen de coronamaatregelen werden verscherpt en er niks van kwam. Als ik me goed herinner, kwam het nieuws dat we niet in de studio terecht konden, op de ochtend zelf. De tijd waarin we leven.

Hulspas’ boek is echter niet alleen interessant, zijn thematiek is ook belangrijk. En eerlijk gezegd vind ik ook mijn eigen boek redelijk belangrijk. Het gemak waarmee oudheidkundigen misdadigers een handje helpen, is voldoende schokkend om het, vooruitlopend op de rechtszaak tegen Obbink, nog eens over het voetlicht te brengen. En dus zaten Hulspas en ik onlangs in een uitgestorven Rijksmuseum van Oudheden. Zonder professionele apparatuur maar met een hoop praatjes.

Lees verder “Nog even iets over papyrologie”

Waardeloze museumstukken?

Op perkament geschreven amulet met magische tekens; zesde of zevende eeuw. Let op het Sator Arepo op de bovenste regel: een Latijnse spreuk, geschreven in het Grieks. (Neues Museum Berlijn)

Nog even een stukje over papyri. Sinds de Green-collectie zijn gestolen papyri heeft teruggestuurd naar Egypte, hoor ik nogal wat vragen. Eén daarvan:

Hoeveel waarde hebben deze items nou nog voor het Koptische museum, zonder die gedocumenteerde provenance, afgezien van de bemoeienissen om de illegaliteit tegen te gaan?

Het antwoord is dat het ervan afhangt. Het punt is, vrij simpel, het volgende: sommige oudheden kunnen zonder gedocumenteerde provenance vals kunnen zijn, maar andere niet.

Lees verder “Waardeloze museumstukken?”

Komt er duidelijkheid over de Sapfo-fragmenten?

Enkele teruggegeven papyri (©Egypt Independent)

Er is nieuws over de in januari 2014 opgedoken fragmenten van Sapfo. De Amerikaanse familie Green, die gedwongen is een enorme collectie illegale oudheden terug te geven aan de landen van herkomst, heeft inmiddels ruim 5000 stukken teruggestuurd naar Egypte. Dit volgt op de teruggave van gestolen Mesopotamische voorwerpen aan Irak. U leest hier meer over de Egyptische retourzending en foto’s zijn daar.

Sapfo

Voor wie geïnteresseerd is in de Sapfo-papyri, een van de interessantste ontdekkingen uit het afgelopen decennium, is dit groot nieuws. Wat we momenteel denken te weten is:

  • Een tussenhandelaar heeft enkele fragmenten, behorend tot één rol, verkocht aan de Green-collectie.
  • Deze behield enkele delen en droeg andere delen (met daarop de meeste poëzie) over aan iemand anders (hierna: Anonymus 1).
  • Die liet ze door Oxford-geleerde Obbink onderzoeken.
  • Deze ontdekte dat het ging om Sapfo.
  • Wetenschappelijke publicaties dreven de veilingprijs op.

Het is zeker dat de fragmenten die bij de Greens waren, nu naar Egypte gaan. Daar komen ze in het Koptisch Museum in Cairo, waar ze onderzocht kunnen worden.

Lees verder “Komt er duidelijkheid over de Sapfo-fragmenten?”

MoM| Brownwashing

Ik had mijn blogje voor zaterdag al geschreven toen het nieuws kwam dat Steve Green ruim 10.000 voorwerpen uit zijn verzameling – die ooit werd geschat op 40.000 – zou gaan teruggeven. Dat is netjes en de manier waarop hij het formuleerde, dat hij zélf verantwoordelijk was, trof me als verantwoordelijk. Hij erkende de verkeerde wetenschappelijke adviseurs te hebben genomen, die hij niet bij naam en toenaam noemde, al weten we dat het gaat om Scott Caroll en Dirk Obbink. Minimaal kan gezegd worden dat hun excuus nogal opvallend achterwege blijft; voor het overige komt de vraag op welk cijfer de olijke tweeling heeft gehad voor het eerstejaarscollege wetenschapsethiek.

Aan Greens verklaring was het een en ander voorafgegaan. We vernamen vorige week dat alle Dode Zee-rol-fragmenten in het Museum van de Bijbel (een spin-off van de Greencollectie) vals waren. Dat kwam niet als een schok, want we wisten al dat Green vervalsingen had aangekocht. Daarbij bleef het niet: op Twitter constateerde archeoloog Michael Press dat van de duizenden voorwerpen in het museum slechts van 150 de herkomst was opgegeven. Zoals elke student weet kunnen voorwerpen zonder gedocumenteerde provenance vals zijn. (In het geval van papyri is authenticiteit bovendien niet in een laboratorium vast te stellen.) Het zal niet zo zijn dat de voorwerpen in bezit van de Greencollectie en het museum allemáál onecht zijn, maar de publiciteit kan Green hebben doen besluiten het zinkende schip te verlaten. Het probleem is dat hij zelfs dat verkeerd doet.

Lees verder “MoM| Brownwashing”

Papyrologie: update (2)

Soms maakt een diepe verslagenheid zich van je meester

Eigenlijk had gisteravond mijn boek Bedrieglijk echt gepresenteerd zullen zijn in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Er zouden leuke antieke teksten zijn voorgelezen, we wilden ramanspectroscopie demonstreren en ik wilde het filmpje vertonen dat u hier kunt bekijken. Tot slot wilde ik gistermorgen op deze blog een update geven bij het boek. Want die was nodig, aangezien Bedrieglijk echt een verhaal bevat waarover nog steeds dingen bekend worden.

Ik raakte geboeid door de materie door het schandaal van het Evangelie van de Vrouw van Jezus. De betrokken onderzoekster zei dingen waarvan ze weten moest dat ze onwaar waren. In het onwaarschijnlijke geval dat ze het echt niet wist, had haar geheugen opgefrist behoren te zijn door de rel rond de Artemidorospapyrus. Terwijl ik het boek schreef, ontvouwden zich echter nog meer schandalen, zoals dat rond Eerste-eeuwse Marcus, de Sapfo-papyri en de diverse valse fragmenten van de Dode Zee-rollen. Ik heb bepaalde delen van mijn boek drie, vier, vijf keer moeten herschrijven. De laatste weken bleef het rustig maar een update is nog steeds zinvol.

Lees verder “Papyrologie: update (2)”

MoM | Zonder herkomst geen geschiedenis

Wie de Oudheid bestudeert, beschikt over ruwweg twee soorten gegevens: enerzijds materiële resten, anderzijds teksten. De eerste categorie bewijsmateriaal is het domein van archeologen, terwijl teksten het studieobject zijn van classici, papyrologen, qumranologen, egyptologen en andere filologen. Dat een en dezelfde antieke cultuur wordt bestudeerd door twee soorten wetenschappers is historisch gegroeid, wordt dus niet bepaald door wat feitelijk nodig is en is eigenlijk niet zo heel wetenschappelijk. Erger nog is dat wetenschappers hierdoor onvolledige of zelfs onjuiste inzichten kunnen overdragen aan de samenleving.

Dat blijkt wel uit het vrij recente schandaal rond het Evangelie van de Vrouw van Jezus, een zogenaamd antieke tekst waarvan al snel duidelijk was dat het ging om een vervalsing. De ontdekster erkende de problemen echter pas toen journalist Ariel Sabar de maker had opgespoord. Ondertussen was de wereld “verrijkt” met het inzicht dat in de Oudheid het idee had bestaan dat Jezus getrouwd was geweest. De ontdekster had zich onvoldoende gerealiseerd dat nieuw-ontdekte oude teksten uitsluitend wetenschappelijke waarde hebben als ze een gecontroleerde herkomst hebben.

Lees verder “MoM | Zonder herkomst geen geschiedenis”

Bijbelse musea

Oosters dorpje in Orientalis
Oosters dorpje in Orientalis

Ten zuidoosten van Nijmegen ligt Museumpark Orientalis, dat ooit bekend heeft gestaan als de Heilig Land-stichting en het Bijbels Openluchtmuseum. Het was ooit, een eeuw geleden, bedoeld om mensen die geen reis naar Palestina konden maken, een idee te geven van de wereld waarin Jezus had geleefd. De bedenkers hadden eerst het Ottomaanse Rijk bezocht – twee van hen overleden tijdens de expeditie – en hadden daar alles wat ze zagen zeer zorgvuldig gedocumenteerd, om het vervolgens in het Rijk van Nijmegen voor een tweede keer te bouwen.

Het resultaat kan alleen worden getypeerd als een museaal hoogstandje: in een tijd waarin openluchtmusea nauwelijks bestonden en niemand zelfs maar had gehoord van living history, werd een standaard gezet. Niet zonder reden zijn verschillende gebouwen op de monumentenlijst geplaatst, wat niet wil zeggen dat er sindsdien geen nieuwe reconstructies bij zijn gekomen, die al net zo verantwoord zijn als de oorspronkelijke. Wie het park nu bezoekt, krijgt niet alleen een beeld van de wereld waarin de monotheïstische religies zijn ontstaan, maar ook van een uniek museaal experiment.

Lees verder “Bijbelse musea”