De Joodse Opstand (2)

Maquette van Jeruzalem (Museumpark Orientalis)

[Tweede deel van een reeks over de Joodse Opstand in 66-70 n.Chr. Het eerste deel was hier.]

Tot nu toe was het gewapende verzet tegen de Romeinen een plaatselijke aangelegenheid geweest, beperkt tot Jeruzalem, maar de zaak werd gecompliceerd toen de Sicariërs zich in de strijd mengden. Zij vonden hun deels Joodse, deels niet-Joodse aanhang op het platteland en stonden onder leiding van afstammelingen van Judas de Galileeër, die in 6 n.Chr. leiding had gegeven aan het verzet tegen de annexatie. Zijn zonen Jakob en Simon hadden in 47 een soortgelijke opstand met de dood moeten bekopen, en in 66 was een zekere Menachem aan de beurt, een tot dan toe onopvallende schriftgeleerde.

Hij overviel het arsenaal in Masada, bewapende zijn aanhangers met Romeinse wapens en trok naar Jeruzalem, waar hij de laatste Romeinse hulptroepen in het nauw dreef en een klimaat creëerde waarin de hogepriester kon worden gelyncht. Onmiddellijk daarna zou hij het, volgens Josephus, hoog in de bol hebben gekregen. De commandant van de tempelwacht, Eleazar, was woedend en riep de families van de stedelijke elite bij elkaar.

Zij zeiden tegen elkaar dat het absurd was eerst uit verlangen naar vrijheid in opstand te komen tegen de Romeinen en vervolgens de vrijheid op te offeren aan een gewone man uit het volk en zich te onderwerpen aan een meester die, zelfs als hij zich van geweld onthield, in alle opzichten hun mindere was. Als zij de leiding in handen van één man moesten leggen, was iedereen te verkiezen boven Menachem. Dus sloten zij zich aaneen. Zij vielen hem aan in de tempel toen hij, gekleed in koninklijke gewaden en omstuwd door een schare gewapende fanatici, de tempel binnenging om offers te brengen. Toen Eleazar en zijn metgezellen zich op hem stortten, kregen zij direct de steun van het volk, dat in grote woede stenen oppakte en die naar de geleerde gooide, omdat zij dachten dat met zijn dood de hele opstand zou verlopen. Menachem en zijn aanhangers boden korte tijd verzet; toen zij zagen dat de hele meute op hen afkwam, vluchtten zij naar alle kanten. […] Menachem zelf vluchtte naar een plaats die Ofel heette, waar hij zich in grote angst verstopte. Maar hij werd levend gevangengenomen, uit zijn schuilplaats gesleurd en ter dood gebracht nadat hij eerst de meest verschrikkelijke folteringen had moeten ondergaan. (Josephus, Joodse Oorlog 2.443-448; vert. Wes/Meijer)

Deze woorden zijn een goed voorbeeld van de wijze waarop Josephus zijn verhaal doet. Hij presenteert het als een conflict tussen mensen van het platteland en stedelijk rapaille dat Eleazar steunde (“het volk”). De historicus liegt nergens, maar hij verzwijgt het belangrijkste: dat deze boerenkinkel meende dat hij de messias was.

De clou is de opmerking dat Menachem in koninklijke gewaden de tempel betrad om te offeren: een van de handelingen die de messias geacht werd te verrichten als hij Israël kwam herstellen. Er waren destijds verschillende messianologieën in omloop. Eén daarvan behelsde dat de messias de koningen van deze wereld zou uitmoorden om Israël te herstellen, een andere ging uit van de verschijning van de ideale hogepriester, weer een andere dat het een vreedzame wijsheidsleraar was. Ook bestonden de opvattingen dat er twee messiassen zouden zijn, of dat hij een profeet zou zijn als Mozes, of als lijdende dienstknecht zou moeten sterven. Tot slot was er een groep die beweerde dat messianisme moest worden gecombineerd met een andere groep ideeën, de apocalyptiek, omdat de messias al was verschenen in de persoon van de wijsheidsleraar Jezus van Nazareth. Wat deze oriëntaties gemeen hebben is dat ze de messias beschouwden als een sterveling die Israël zou herstellen, de koninklijke titel zou voeren en zou worden aangekondigd door een ster aan de hemel  – dit laatste op gezag van het Bijbelvers dat

Een ster zal opkomen uit Jakob,
een scepter uit Israël,
die Moab de slapen zal verbrijzelen (Numeri 24.17).

Menachem streefde een zeer beperkt herstel van Israël na: nu de Romeinen uit de tempel waren verdreven, was dit doel al bereikt, kon hij afzien van geweld en van de gewelddadige rol overstappen naar die van wijsheidsleraar of hogepriester. Voor iemand als Eleazar de Tempelwachter was het echter onaanvaardbaar dat niet de tempel maar een individu het centrum zou zijn van het Jodendom. Dat gold ook voor de bevolking van Jeruzalem, die economisch profiteerde van de tienduizenden pelgrims. En dus werd Menachem net zo lang gemarteld totdat hij dood was.

[Wordt vervolgd]

20 gedachtes over “De Joodse Opstand (2)

    1. Daniel

      Iedereen verhaalt vanuit zijn eigen perspectief elke weergave van de historie is gekleurd. Daarom zijn juist vermeldde feiten die tegen het eigen perspectief in gaan zo belangrijk bij waarheidsvinding.
      Lees bijvoorbeeld eens “The historical Jesus” van Bart Ehrman.
      En oja, jouw Ajax analogieën mag je deze keer achterwege laten.

      1. FrankB

        Ajax?! Bedoelt u het schoonmaakmiddel?! Wat heeft dat waarmee te maken?
        Ik ben al van veel dingen beschuldigd in mijn leven, soms zelfs terecht, maar van Ajax analogieën nog nooit. Als u het over voetbal hebt, ik heb aan de arrogante godenzonen uit Mokum al net zo’n grote hekel als aan de zeurkousen uit Rotterdam-Zuid.
        Geef mij maar de Leeuwinnen.

  1. Frans

    Hou het hoofd koel, makkers! Zeker nu het buiten woestijntemperaturen zijn. Ik probeer me voor te stellen hoe het moet zijn geweest om in een dergelijke hitte te moeten marcheren in volle wapenrusting…

      1. FrankB

        De Romeinen waren uitstekende soldaten, dus die zullen hun maatregelen wel getroffen hebben. Zie het voorbeeld van Frans onder.
        De Romeinen waren een stuk kleiner en lichter dan wij en dat is bij hoge temperaturen een groot voordeel.

        1. Frans

          En de Gallische helm had ook de perfecte combinatie van zicht, gehoor en bescherming. En toch raakte die in onbruik, waarschijnlijk om economische redenen. Maar dan nog… als een muilezel van Marius langs de wegen van Rome sjokken… Dat moet vermoeiend zijn geweest. En daarna een kamp uit de grond rammen… Die Romeinse soldaten waren echte bikkels!

      1. Frans

        Ik las onlangs een boek over de condottieri in laat middeleeuws Italie, waar veldtochten voornamelijk in de zomer werden gevoerd. En daarin werd verteld dat het inderdaad voorkwam dat ridders stikten in hun harnas.
        En dan hebben we het verhaal van keizer Aurelianus die de strijd tegen de troepen van Zenobia in de slag bij Immae won omdat de Palmyrese ruiters uitgeput raakten in hun wapenrusting.

    1. FrankB

      Is het eigenlijk wel mogelijk om bij volslagen verbijstering het hoofd koel te houden? Want ik heb werkelijk geen idee waar Daniel’s in- en infame beschuldiging (voor zover het voetbal betreft – met andere versies van Ajax is weinig mis) vandaan komt. Wanneer heb ik ooit een schoonmaakmiddel of Griekse held als analogie gebruikt? Ik wist niet eens dat dat mogelijk was.

  2. Ben Spaans

    Wat deden die niet-Joden nou eigenlijk tussen die Sicarii? Belust op buit? Hoe gingen ze met elkaar om?

    Was die Menachem niet heel erg naïef?

    1. Zoals altijd weten we dat niet. Als Josephus zich niet op een gegeven moment had versproken, zouden we het ook niet hebben geweten, want hij doet zijn best om de Sicariërs te typeren als dolende joden, de “vierde filosofie” zoals hij het noemt.

      Wat we wel weten is dat de tegenstelling joods/niet-joods niet overdreven moet worden. Als er al een echte grens viel te trekken, was die grens buitengewoon vloeiend.

    1. jacob krekel

      @ Ben Spaans Interessante lectuur. Ik had nooit iets van Tacitus gelezen – behalve toen ik mijn dochter hielp bij de voorbereiding op haar eindexamen in 1993. Maar uit de manier waarop T vaak geciteerd wordt had ik de indruk gekregen dat hij redelijk evenwichtig schrijft en als bron een zekere gedegenheid heeft. Nou, dat valt vies tegen. Als Tacitus over de germanen als bron net zo betrouwbaar is als over de joden dan kunnen we hem ook daar gevoegelijk bij het grof vuil zetten.

      1. Ben Spaans

        Het is wat we hebben over deze episode, Josephus, Tacitus en een beetje Cassius Dio en een Justus van Tiberias van wie niets over is. (Toch?).

        De passage over de eigenlijke opstand lezend vraag ik me ook af in hoeverre Tacitus onafhankelijk is van Josephus? (ik weet dat Tacitus in het voor ons verloren gegane deel Titus niet vrijpleit van de vernietiging van de Tempel).

        1. Frans

          In deze link Josephus die Jona gisteren plaatste, schreef hij (Jona dus) dat Josephus niet zoveel gelezen werd, maar als ik de reacties hierboven zo lees heeft Tacitus Josephus waarschijnlijk wel gelezen.

      2. FrankB

        Het lijstje van antieke en middeleeuwse bronnen dat volgens uw criterium niet bij het grof vuil hoeft is nogal kort. En tegenwoordig doen wel het ook weer niet zo veel beter.

    1. Wat is dat nou weer van vraag? Een archeoloog, een historicus, een classicus: ze hebben geen religie. Net als de wiskundige, de chemicus en de rechtswetenschapper.

Reacties zijn gesloten.