De brug van Nero

Een fundament van de brug van Nero, Rome

Ik kan natuurlijk niet naar bed gaan zolang er iemand op het internet flauwekul rondbazuint. Dus ik moet even een blogje de wereld ingooien. Als trouwe lezer van deze blog weet u wel wat mij zoal ergert en ja, ik heb weer eens een archeologisch nieuwsbericht gevonden dat de conclusie rechtvaardigt dat archeologen het publiek liever misleiden dan informeren. Vier van de vijf verpesten het voor de rest. Want ook vandaag is er weer iemand die vond dat de archeologie in het nieuws moest komen, maar geen zin of geen talent had om echt iets te noemen.

Dus wat doe je? Het is komkommertijd, elk bericht is sowieso goed, zeker als het aansluit bij het weinige nieuws dat er wel is. Voilà, het is heet en droog, en in veel rivieren staat weinig water. Hier en daar worden archeologische resten zichtbaar die dat anders niet zijn. Daar heb je iets om mee naar aandacht te hengelen.

Lees verder “De brug van Nero”

Bleef Paulus in Rome? (2)

Paulus (Teseum, Tongeren)

In het vorige blogje legde ik uit dat het archeologisch onderzoek onder de Sint-Paulus buiten de Muren niet hielp om vast te stellen of Paulus na zijn gevangenschap in Rome in die stad was gebleven. De traditie geeft echter een duidelijk antwoord: Paulus is onthoofd tijdens de vervolging door Nero, die plaatsvond na de grote brand van Rome. Die woedde in de zomer van 64 en afgaand op het verslag van Publius Cornelius Tacitus liet de keizer enkele christenen levend verbranden. De bevolking, voegt Tacitus toe, was verontwaardigd over deze onmenselijke straf. Er is geen vermelding van Paulus.

Clemens en Ignatius: geen Rome, geen Nero

De marteldood van Paulus is echter in een oude bron vermeld: de Eerste Brief van Clemens. Die dateert vermoedelijk uit de laatste jaren van de eerste eeuw, misschien een tikje later.

Lees verder “Bleef Paulus in Rome? (2)”

Bleef Paulus in Rome? (1)

De sarcofaag die sinds de tweede eeuw (?) wordt aangewezen als graf van Paulus

Omdat ik op zondag graag blog over het Nieuwe Testament, schrijf ik vandaag weer over de apostel Paulus. Die maakte verschillende reizen, waarvan verslag wordt gedaan in de Handelingen van de Apostelen. In zijn eigen brieven verwijst Paulus ook wel naar die reizen. De Handelingen eindigen met zijn aankomst in de stad Rome, waar hij moest wachten op de behandeling van het hoger beroep in een rechtszaak; dat duurde blijkbaar twee jaar.noot Handelingen 28.30. Omdat bekend is dat Paulus contact heeft gehad met gouverneur Festus en koning Herodes Agrippa II, die we scherp kunnen dateren, mogen we aannemen dat Paulus op z’n laatst in het voorjaar van 61 arriveerde in Rome. In zijn Brief aan de Romeinen vertelt Paulus dat hij van plan is verder te reizen naar Spanje.noot Romeinen 15.23-24. Hij zou in het voorjaar van 63 zijn reis dus hebben kunnen voortzetten.

Het graf van Paulus

Heeft hij die reis werkelijk gemaakt? Tja. De christelijke traditie wil dat hij is onthoofd ten tijde van Nero’s vervolging van de christenen in Rome. Paulus’ graf wordt even buiten het historisch centrum aangewezen, in de door keizer Constantijn de Grote gebouwde Sint-Paulus buiten de Muren (ook wel: “buiten de veste”). Daar hebben archeologen in 2002-2003 de ruimte rond het graf onderzocht. In de oudste fase, dus ten tijde van Constantijn, lag het graf in de apsis, maar in 390 lieten de toen regerende keizers Theodosius I, Arcadius en Valentinianus II de kerk compleet herbouwen. De aanleiding was vermoedelijk wateroverlast.

Lees verder “Bleef Paulus in Rome? (1)”

V Macedonica aan de Donau

Inscriptie van V Macedonica uit Oescus (Archeologisch museum, Sofia)

Van de meeste Romeinse legioenen kennen we de ontstaansgeschiedenis. Soms weten we welke keizer het heeft gesticht, soms kunnen we de geschiedenis herleiden tot de tijd van Julius Caesar en zijn opvolgers Marcus Antonius en Augustus. Van V Macedonica is de herkomst minder duidelijk. We kennen uit de vroegste tijd twee vijfde legioenen, V Urbana en V Gallica, die allebei identiek kunnen zijn aan het vijfde legioen dat later naar zijn standplaats Macedonië zou worden vernoemd. Misschien is het geformeerd door consul Gaius Vibius Pansa en diende het voor het eerst in 43 v.Chr., maar dat is slechts een hypothese.

V Macedonica was waarschijnlijk aanwezig bij de campagne rond Aktion (31 v.Chr.), waarna veteranen werden gevestigd in de Veneto. Een latere generatie veteranen is vijftien jaar later gedemobiliseerd in Fenicië in Beiroet. Hier kregen ook veteranen van VIII Augusta land toegewezen. In elk geval diende het legioen zelf in Macedonië.

Lees verder “V Macedonica aan de Donau”

III Augusta, het garnizoen van de Maghreb (1)

De veldtekens van III Augusta (Koninklijke musea voor kunst en geschiedenis, Brussel)

De legioenen uit de vroege Keizertijd gaan terug op eenheden uit de late Republiek. Ze zijn vrijwel allemaal geformeerd door Julius Caesar of Octavianus. Het Derde Legioen, dat later de bijnaam Augusta zou krijgen, is een uitzondering. Het is in 43 v.Chr. in het veld gestuurd door consul Gaius Vibius Pansa. De nummers één tot en met vier waren toen, in de laatste jaren van de Republiek, gereserveerd voor de legers van de consuls. Pansa nam dus een eerste en een derde legioen mee toen hij oprukte naar Modena op de Povlakte om te strijden tegen Marcus Antonius. Een tweede en een vierde legioenen gingen mee, gecommandeerd door consul Aulus  Hirtius. Ook in het gezelschap: Octavianus, met een privéleger.

Het drievoudige leger won. Beide consuls kwamen echter om het leven. Octavianus was nu ineens meester van een heel groot leger, marcheerde op Rome en eiste de macht. Zo simpel.

Lees verder “III Augusta, het garnizoen van de Maghreb (1)”

Poëzie: Keizer Nero

Nero (Kunsthistorisch museum, Boedapest)

[Fragment uit een verloren gewaand handschrift van Suetonius, teruggevonden in de abdij van Fulda, vertaald door Marieke Baert. Dit is het zesde deel van een twaalfdelige reeks over macht en onmacht in Rome. Het eerste deel was hier.]

Niets aan de hand
Rome in brand
Geen keizer ooit zo alleen

Uit met de pret
In moeders bed
Zijn hart zo koud als steen

Zelfmoordenaar
Maar wat een kunstenaar
Ging er met hem heen

***

Een gastbijdrage van onze huisdichter Hans Koonings. Wordt vervolgd. Dank je wel Hans!

Het theater van Marcellus

Het theater van Marcellus in Rome

Het is tegenwoordig wat moeilijk voorstelbaar, maar het deel van Rome dat nu het meest geldt als het historische centrum, het deel in de grote Tiber-boog, lag in de Oudheid buiten de stadsmuur. Het heette Campus Martius, “Marsveld”, en werd pas in de late derde eeuw na Chr. bij de stad getrokken. Toen was het volgebouwd met allerlei monumenten, waarvan de tempels van de Largo Argentina, het Mausoleum van Augustus en het Pantheon het opvallendste zijn. Omdat Pompeius hier een theater had gebouwd, wilde Julius Caesar dat ook doen, en uiteraard moest dat groter en luxueuzer zijn.

Het theater van Marcelles

Na Caesars dood bleef het werk liggen, maar toen Augustus eenmaal aan de macht was gekomen, werd de constructie hervat. Uit een inscriptie weten we dat het gebouw al was voltooid in 17 v.Chr., toen Augustus er een feest organiseerde. Niettemin werd het pas in 13 officieel ingewijd en genoemd naar Marcus Claudius Marcellus, de tien jaar eerder gestorven neef en schoonzoon van de keizer. De keizerbiograaf Suetonius vermeldt de schouwburg:

Lees verder “Het theater van Marcellus”

Een oud legioen: VII Claudia (1)

Grafschrift van een soldaat van VII Claudia (Archeologisch Museum, Split)

Met het Achtste, Negende en Tiende legioen behoorde het Zevende tot de oudste eenheden van het Romeinse leger uit de keizertijd. Deze vier eenheden waren al bij Julius Caesar toen die in 58 v.Chr. Gallië binnenvielen en moeten al vóór zijn gouverneurschap zijn samengesteld. De Romeinse commandant vermeldt het Zevende in zijn verslag over het jaar 57: het nam deel aan het gevecht tegen de Nerviërs aan de rivier de Sabis, de Selle in Noord-Frankrijk.

Later lijkt het Zevende te hebben gevochten in westelijk Gallië; het was aanwezig bij de campagne tegen de Veneten in wat nu Bretagne heet, en nam deel aan de twee expedities naar Brittannië (in 55 en 54). Tijdens de oorlog tegen Vercingetorix was het Zevende actief in de omgeving van Lutetia (52) en bij Alesia. Het was later betrokken bij de “veegoperaties” tegen de Bellovaci (51).

Lees verder “Een oud legioen: VII Claudia (1)”

IIII Macedonica

Munt van IIII Macedonica (Haltern)

In de Romeinse Republiek waren de legioennummers één tot en met vier gereserveerd voor de twee legers van de twee consuls. Het Vierde Legioen, dat later de bijnaam Macedonica zou krijgen, is dus geformeerd door een consul, en aangezien het in de lente van 48 v.Chr. voor het eerst in actie kwam in Dyrrhachion, moet die consul Julius Caesar zijn. In Dyrrhachion streed hij tegen de troepen van de Senaat, gecommandeerd door Pompeius, die de slag won.

Macedonië

Evengoed won Caesar later de slag bij Farsalos en de Tweede Burgeroorlog; zijn Vierde Legioen stationeerde hij daarna in Macedonië. De eenheid had zullen deelnemen aan Caesars campagne tegen het Parthische Rijk, maar die werd geannuleerd na de dood van de dictator. In de zomer van 44 v.Chr. riep Marcus Antonius daarom IIII Macedonica terug naar Italië; het was gestationeerd in het oosten van het schiereiland, waar het al snel partij koos voor Caesars geadopteerde zoon Octavianus. In de oorlog rond Modena (in april 43) streed het voor deze nieuwe commandant en leed daarbij zware verliezen.

Lees verder “IIII Macedonica”

De “Keizerlevens” van Suetonius

Hadrianus, onder wie Suetonius werkte als ab epistulis, als almachtig heerser (Altes Museum, Berlijn)

In het vorige stukje hebben we het leven van Suetonius bekeken. Maar hij is natuurlijk bekender als auteur dan als ab epistulis. We kennen van zijn hand diverse titels, zoals een biografie van Cicero, een boekje over Griekse kinderspelletjes, een scheldwoordenboek en een boek met de intrigerende titel Fysieke gebreken van de man. Helaas zijn al deze boeken verloren gegaan.

We weten iets meer over een werk dat de Pratum de rebus variis heette. Dat is te vertalen als “een weide vol uiteenlopende dingen” of, om het lichtvoetige karakter te accentueren, als “de speeltuin”. Hierin verzamelde Suetonius nuttige, interessante en vermakelijke feitjes, waarvan hij hoopte dat ze de lezer zouden amuseren. We hebben meer van dit soort collecties over uit de Grieks-Romeinse Oudheid.

Lees verder “De “Keizerlevens” van Suetonius”