Vragen rond de jaarwisseling (2)

Een Romeinse dodecaëder (Archeologisch Museum, Zagreb)

Ik nodigde u onlangs uit om vragen te stellen voor het lijstje “Vragen rond de jaarwisseling” van 2024. De eerste zes vragen beantwoordde ik daar; hier zijn er nog eens zes.

7. Is er meer bekend over hoe bijv. Caesar een grote troepenmacht met alle ondersteuning over grote (zee) afstanden kon sturen?

Ik denk dat u dit stuk moet lezen.

8. Was er in de oude wereld een sociale status vereist om deel te nemen aan de eredienst? Kijkend naar de meest populaire godheden in de antieke culturen, zie ik elitaire prioriteiten zoals autoriteit, oorlog en wijsheid. Verraadt dat een bepaalde maatschappelijke structuur?

Lees verder “Vragen rond de jaarwisseling (2)”

Gamaliël I, de jood die het christendom redde

Schriftgeleerde met boekrol (Catacombe van Petrus en Marcellus, Rome)

Tweemaal noemt het Nieuwe Testament, waaraan ik op zondag nogal eens een blogje wijd, Gamaliël. Of beter: Gamaliël de Oudere, of Gamaliël I, want er zijn nogal wat rabbijnen geweest met die naam. Daarover zo meteen. Eerst iets over de man zelf, die leefde in de eerste helft van de eerste eeuw na Chr. Een tijdgenoot dus van Jezus van Nazaret, al zijn er geen aanwijzingen dat ze elkaar ooit hebben ontmoet.

Farizese wetsleraar

Eén vermelding is in een toespraak die de auteur van Handelingen in de mond legt van de apostel Paulus. Hij stelt zichzelf voor:

“Ik ben een Jood, geboren in Tarsus in Cilicië, maar opgegroeid in deze stad. Ik heb als leerling aan de voeten van Gamaliël gezeten en ben strikt volgens de voorschriften van de Wet van onze voorouders opgevoed.”noot Handelingen 22.3; NBV21.

Lees verder “Gamaliël I, de jood die het christendom redde”

De tempel in Jeruzalem

Maquette van de tempel in Jeruzalem (Israel Museum, Jeruzalem)

Ik heb het in mijn reeks over het Nieuwe Testament regelmatig over de joodse tempel in Jeruzalem. De vaste lezers hebben het plaatje hierboven al eerder gezien: de maquette die staat bij het Israel Museum. Middenin ziet u de eigenlijke tempel, links is de basiliek waar het Sanhedrin vergaderde en rechts is de Burcht Antonia, waar het Romeinse garnizoen was gestationeerd. Een wat systematische behandeling van de functie van de tempel, die heb ik echter nooit gegeven. Hier wat kanttekeningen.

Offerplaats

Om te beginnen: elke tempel was in de Oudheid de plek waar mensen kwamen om te offeren. De tempel in Jeruzalem was in zoverre bijzonder dat de priesters erin waren geslaagd de offerdienst te monopoliseren: oude offerhoogtes waren opgegeven en andere tempels voor Jahweh waren – althans voor de samenstellers van de Bijbel – niet de ware cultusplaatsen. Ze waren er overigens wel degelijk: er werd aan Jahweh geofferd op altaren op de berg Gerizim, in Elefantine, in Babylonië, in Leontopolis, mogelijk ook in Beiroet en Rome. Maar een voor een werden die tempels gesloten. Jeruzalem zelf werd in 70 na Chr. verwoest.

Lees verder “De tempel in Jeruzalem”

De farizeeën in context

De farizeeën stonden aan de wieg van het jodendom van de synagogen, zoals deze in Sepforis

Dit is de laatste van drie blogs over de farizeeën. In het eerste behandelde ik hun geschiedenis en in het tweede hun opvattingen. Daarmee ga ik nu verder.

Twee beweringen van Josephus zijn dat de farizeeën sober leefden en dat ze grote invloed hadden op de gewone mensen. Het eerste kan best waar zijn, maar je denkt niet meteen aan een sobere levenswijze als je in het Evangelie van Johannes leest dat farizeeën bedienden uitsturen om zaken te regelen (Jh 7.32, 7.45).

Josephus’ andere opmerking, dat de farizeeën populair waren bij de gewone mensen, lijkt niet onjuist maar is selectief, omdat vaststaat dat leden van de beweging ook de hoogste posities bekleedden: we lezen over farizeeën die spreken met de hogepriester, we treffen farizeeën aan als leden van hoge raadscolleges en we lezen hoe ze het Sanhedrin samenroepen. Er is zelfs een hogepriester van wie aannemelijk is dat hij tot de beweging behoorde, Gamaliëls zoon Jezus. Dit alles wil niet zeggen dat de farizeeën niet populair waren bij gewone mensen, maar dat dat ze tevens goed lagen bij andere bevolkingsgroepen.

Lees verder “De farizeeën in context”

De ideeën van de farizeeën

Zoals Jezus de beroemdste Jood is, zo is Paulus de beroemdste van alle farizeeën (Catacombe van Petrus en Marcellinus)

Ik vertelde twee weken geleden over de geschiedenis van de farizeeën. Het is tijd eens te kijken naar hun opvattingen. Dat is nog niet zo makkelijk want uit het farizeïsme is weliswaar het rabbijnse jodendom voortgekomen, dat farizese opvattingen documenteert, maar ook aanpaste. We kunnen de getuigenissen uit de Mishna, Tosefta en Talmoed niet zo maar gebruiken om de voorgeschiedenis van het rabbijns jodendom te schetsen.

Een complexe voorgeschiedenis. Ik schetste vorig keer fasen van afsplitsing, invloed, oppositie en macht, terwijl van de twee hoofdstromingen alleen het huis van Hillel – ofwel de helft van de farizese ideeën – de catastrofe van 70 na Chr. overleefde.

Lees verder “De ideeën van de farizeeën”

De messiaanse maaltijd

De eindtijd, zoals afgebeeld in het Bachkovo-klooster. De drie aartsvaders zitten links.

In deze reeks, waarin ik het Nieuwe Testament probeer te plaatsen in zijn joodse context, waren we beland in een al acht maanden durende subreeks over de Bergrede, en daarbinnen zijn we bezig met het Onze Vader. Vorige week kondigde ik aan dat ik zou terugkomen op de bede om het dagelijks brood. Er is geen enkele reden die niet letterlijk te nemen, maar er is vrijwel zeker ook een overdrachtelijke betekenis. Ik schreef

dat het woord dat we als “dagelijks” weergeven, een hapax is, een woord dat slechts één keer in de antieke letteren voorkomt. Het is dus moeilijk om ἐπιούσιος zomaar te vertalen. Mogelijk is het een verwijzing naar een toekomstige maaltijd, als de mensen in de Eindtijd mogen aanschuiven bij een door de messias aangeboden maaltijd.

Lees verder “De messiaanse maaltijd”

De Joodse Opstand (4)

Misschien stelt dit portret uit de Ny Carlsberg Glyptotek in Kopenhagen Flavius Josephus voor, de voornaamste bron voor de Joodse Opstand. Zeker is dat niet.

[Vierde deel van een reeks over de Joodse Opstand in 66-70 na Chr. Het eerste deel was hier.]

De Joden hadden het garnizoen van Jeruzalem uitgemoord en een Romeinse strafexpeditie verslagen. Ze wisten dat er nu geen compromis met Rome meer mogelijk was. Een nieuwe hogepriester creëerde een provisionele regering waarin ook enkele bij het volk populaire leiders waren opgenomen, zoals de al genoemde Simeon ben Gamaliël. Ook de sadducee Ananos II maakte deel uit van deze regering, een oud-hogepriester die we tevens kennen als de man die de opdracht gaf om Jakobus de Rechtvaardige, de broer van Jezus, te stenigen. Het nieuwe bestuur lijkt vooral de macht voor de traditionele elite te hebben willen behouden en, als ze eenmaal het radicaliserende volk weer tot de orde had geroepen, onderhandelen met Rome.

Daarom zond het nieuwe bewind generaals naar de andere delen van het land, die zowel de verdediging tegen de legioenen moesten organiseren als de eigen bevolking disciplineren. Josephus kreeg daarbij de belangrijkste sector toegewezen: Galilea in het noorden, waar hij als eerste contact zou maken met de Romeinse troepen. Voor zover bekend had hij geen militaire ervaring, maar hij had in 64 Rome bezocht  – heeft hij de stad zien branden?  – en kende de keizerin. Voor het diplomatieke spel dat een generaal moest spelen, kon dit, zoals zal blijken, aanzienlijke voordelen hebben.

Lees verder “De Joodse Opstand (4)”

De Joodse Opstand (1)

Nero, wiens belastingen de Joodse Opstand uitlokten (Glyptothek, Munchen)

Ik blogde al eens over de brand in Rome. Keizer Nero, die weliswaar liever muzikant was geweest maar als het erop aankwam een competent keizer kon zijn, nam meteen maatregelen. De pyromanen werden al snel geïdentificeerd: het zouden Joden zijn, allochtonen die woonden tegenover de plek waar de brand was uitgebroken. Preciezer nog: het waren Joden die de leer volgden van de charismaticus Jezus de Nazareeër.

De brandstichters werden levend verbrand en anderen werden voor de honden geworpen. Dat was een dramatische reconstructie van de bestraffing van Aktaion, een jager die zich in mythologische tijden had vergrepen aan de moeder van Dionysos, de god die destijds werd beschouwd als de Griekse tegenhanger van de god der Joden. Nero presenteerde zich dus als beschermer van het ware Jodendom tegen verkrachting door de christenen.

Lees verder “De Joodse Opstand (1)”

Het obscurantisme van Henk-Jan Prosman

Jezus in de Hof van Olijven (muurschildering uit de Sta. Maria in Via Lata, Rome, nu in het Museo della Crypta Balbi)

Ik meende dat de Evangelische Omroep steeds opener werd voor wat ik maar even “de wetenschap” zal noemen. Ik heb weleens op de radio mogen uitleggen waarom al die opgravingen in Israël waarin het gelijk van de Bijbel werd bewezen, volstrekte flauwekul zijn. EO-voorman Andries Knevel liet zich ervan overtuigen dat wetenschap en religie niet (hoeven te) snijden en dat het bestaan van evolutie niet betekende dat er geen voorzienigheid was. Ik ben in een vroege fase betrokken geweest bij een documentaire-reeks over de historische Jezus die een paar weken geleden is uitgezonden.

Dat de EO opener was komen staan voor de wereld, was bovendien in lijn met wat ik zie bij evangelische vrienden, die wel een voorkeur hebben voor een meer letterlijke uitleg van de Bijbel, maar moeiteloos erkennen dat er ook anders naar kan worden gekeken. In de zin dat ze het vermogen hebben hetzelfde probleem vanuit twee perspectieven te bekijken, met en zonder de geloofsaanname dat de Bijbel letterlijk waar is, belichamen ze een ruimdenkendheid die ik de “angry atheists” zou toewensen. Kortom, ik was optimistisch over de EO. Maar ik had dit interview met “evangelisch populist” dominee Henk-Jan Prosman nog niet gelezen. “Eigenlijk was Jezus ook een populist.”

Lees verder “Het obscurantisme van Henk-Jan Prosman”