Het beleg van Jeruzalem (3)

Maquette van de burcht Antonia (Israel Museum, Jeruzalem)

[Twaalfde deel van een reeks over de Joodse Opstand in 66-70 n.Chr. Het eerste deel was hier.]

De belegering van Jeruzalem (plattegrond) was voortvarend begonnen en de Romeinen hadden de noordelijke Nieuwe Stad en de Voorstad al ingenomen, maar de belegeringsdammen waarmee ze de burcht Antonia bij de Tempel wilden veroveren, waren door de Joodse verdedigers verwoest.

De Romeinse generaal Titus kon niet anders dan de bestorming uitstellen. Het was, zolang de verdedigers nog energie hadden, geen bruikbare methode. Bovendien waren al zoveel mensen de stad ontvlucht met verhalen over voedselgebrek, dat op den duur uithongering succesvol moest zijn. In drie dagen omringden de legionairs en de hulptroepen de stad met een acht kilometer lange palissade. Josephus vermeldt dat in de wijde omgeving alle bomen waren gekapt, zodat het land er troosteloos bij lag. En hij beschrijft opnieuw de gruwelijkste taferelen: hongerige stedelingen die zich bij de omwalling zonder verzet gevangen lieten nemen, kregen iets te eten, maar gulzig als ze waren namen ze meer dan verstandig was en hun gezwollen buiken barstten open. Daardoor werd ontdekt dat velen goudstukken hadden ingeslikt, en dus werden de lijken opengesneden. Titus durfde de lijkschenners niet te bestraffen omdat het er zoveel waren.

Op 1 juli 70 waren de belegeringsdammen voldoende gevorderd om de rammen naar voren te brengen en de muren van de burcht Antonia in te beuken. Het leek weinig uit te halen, maar in de nacht stortte de noordelijke wal toch in, mogelijk, zo oppert Josephus, doordat Johannes van Gischala op die plaats een maand eerder tunnels had laten graven om de eerste belegeringsdammen te doen instorten. Toen de Romeinen de volgende dag de schade kwamen opnemen, ontdekten ze tot hun teleurstelling dat achter de bres een tweede muur verrees. Een openlijke bestorming op 3 juli, de dag waarop Vespasianus een jaar eerder tot keizer was uitgeroepen, leidde tot niets, maar twee dagen later had een nachtelijke aanval meer succes. Het moet bij deze gelegenheid zijn geweest dat Velius Rufus, over wie ik vorige maand blogde, zijn eerste onderscheidingen verdiende.

Al snel werd een begin gemaakt met de sloop van de burcht Antonia. De stenen zouden worden gebruikt om een dam te bouwen naar het terras waarop de tempel stond. Het beleg duurde nu al drie maanden en had voor de Romeinen vooral bestaan uit het bouwen van dammen en het beuken van muren. Was een muur eenmaal genomen, dan was er wel weer een nieuwe dam te bouwen. Bovendien was wel duidelijk geworden dat de verdedigers bereid waren tot alles en zich nooit zouden overgeven, ook niet toen op 14 juli het dagelijkse offer in de tempel moest worden gestaakt.

Titus stuurde Josephus er nog eens op uit om te proberen met een toespraak de verdedigers op andere gedachten te brengen, maar geen van beiden zal hebben gerekend op veel succes. En dat bleef inderdaad achterwege.

[Wordt vervolgd]

37 gedachtes over “Het beleg van Jeruzalem (3)

  1. FrankB

    Gruwelijk. Van deze fanatieke mentaliteit begrijp ik niets; ook niet van de bewondering die deze bij sommigen oproept.

      1. Rob Duijf

        ‘(…) het lijkt toch een menselijke kwaal (…)’

        Je zou het een kwaal kunnen noemen, maar het is in het algemeen de manier waarop ons denken werkt. Het denken kan het geheel niet overzien, daar is het te beperkt voor. Daarom identificeren we ons met de delen in een verdeling die we zelf aanbrengen, van het grote tot het meest subtiele. Waar verdeeldheid is, is echter in potentie conflict. De vraag is of je dat onder ogen kunt zien.

      2. Erik

        De foto met de maquette is zeker niet de burcht Antonio. De hele ‘tempelberg’ is de burcht.
        De oude geschriften zijn hier eenduidig over. Ook handelingen der apostelen spreekt over een plein tussen de tempel en de burcht.
        Na de belegering is Jeruzalem met de grond gelijk gemaakt, behalve de burcht Antonio.
        Zouden de Israëli de oude boeken induiken dan kunnen ze beginnen met hun tempel. De moskee kunnen ze gewoon links laten liggen.

  2. FrankB

    Ja, maar dat verklaart het fanatisme niet. Van de Carthagers aan het einde van de Derde Punische Oorlog begrijp ik het. Hen stond een lot erger dan de dood te wachten. Maar “kregen iets te eten” laat zien dat Titus dergelijke plannen helemaal niet had.
    Als mensen eten weigeren omdat ze zichzelf een schoonheidsideaal hebben wijsgemaakt zien we hen als patiënten.
    Deze mensen in Jeruzalem meenden dat overgave erger was dan de hongerdood. En bloc. Moeten we een collectief mentaal ziektebeeld concluderen?

      1. Rob Duijf

        Dat is wijs van die historici. Maar stak men 2000 jaar geleden nu zo anders in elkaar dan nu? Ik denk het niet…

        1. Rob Krabbendam

          Het ligt eraan. Tijd en plaats bepalen wel degelijk het gedrag van mensen. En hoe zij zichzelf en de verschijnselen in hun omgeving verklaren. Dan zie je overeenkomsten, maar ook veel verschillen. Vervolgens bepalen tijd en plaats ook de geschiedwetenschappelijke verklaringen en morele oordelen/diagnoses. Het gaat niet er niet om hoe mensen in elkaar steken, maar hoe zij zichzelf en anderen verklaren.

          1. Rob Duijf

            ‘Het gaat niet er niet om hoe mensen in elkaar steken, maar hoe zij zichzelf en anderen verklaren.’

            Natuurlijk is de manier waarop mensen zichzelf en anderen verklaren afhankelijk van plaats en tijd. Je kunt daarbij echter moeilijk om de menselijke psyche heen en al helemaal niet om de neurobiologie achter ons psychologisch functioneren; 2000 jaar is domweg veel te kort voor ingrijpende evolutionaire veranderingen.

            Kortom: het gaat wel degelijk óók om ‘hoe mensen in elkaar steken’, ook na 2000 jaar. Je zou het brein kunnen zien als ‘black box’: aan de ene kant stop je er zintuigelijke prikkels in, andere kant komt er gedrag uit. Wat er in die box zit, afgezien van de ‘hard ware’, wordt ondermeer bepaald door tijd en plaats, door conditionering, ervaring en al of niet intellectuele aannames.

            De belangrijkste menselijke drijfveer – afgezien van de noodzaak te voorzien in onze dagelijkse basale levensbehoeften – is psychologische angst voor het onbekende, of beter gezegd, wat we denken dat het onbekende is. De manier waarop de we daar invulling aan proberen te geven, is afhankelijk van plaats en tijd, maar dat doet niets af aan het fenomeen.

            We hebben de afgelopen paar duizend jaar de grenzen van onze kennis ingrijpend verlegd, maar we kunnen niet over onze kennishorizon heenkijken. Daar houdt onze ratio op en begint het irrationele en dat was 2000 jaar geleden ook zo.

            1. Ben Spaans

              Het is nog een ding om massapschychologische factoren en fanatisme aan te duiden, je kan niet zover gaan mensen collectief als ‘gek’ in medische zin aan te duiden, of een ‘collectief mentaal ziektebeeld’ toe te schrijven.

              1. Rob Duijf

                Dat klopt, dat kan ik ook niet. Dat hangt dus van allerlei definities af, maar het wil nog niet zeggen, dat het niet zo is, Ben. De criteria die we hanteren zijn afhankelijk van verschillende vergelijkende factoren, bijv. of iemand in onze cultuur naar de norm functioneert. Daarbij wijzen we het ene gedrag af, terwijl we het andere gedrag omarmen en belonen. Dat levert toch echt merkwaardige tegenstellingen op, hoor…

              2. FrankB

                Geldt dat ook voor recente gebeurtenissen als Jonestown 1978 en Waco 1993?
                Zelfmoordepidemieën? Internetfora voor anorexiapatiënten?
                Eventueel: waarom in het ene geval wel en in het andere niet?
                En hebt u iets beters in voorhanden?

    1. Rob Duijf

      Met het bloed in je wandelschoenen door blijven lopen, terwijl je voeten gillen om rust, om de finish van de Vierdaagse maar te halen: ‘de dood of de gladiolen’… Fanatisme – vergoelijkend ook wel ‘wilskracht’, ‘doorzettingsvermogen’ of ‘geloof in eigen kunnen’ genoemd, is een merkwaardig fenomeen.

      Schoon water, voedsel en fysieke bescherming zijn basale levensbehoeften. Dat ‘weet’ een antilope op de Afrikaanse savanne ook, maar zonder er bij na te denken. Die heeft geen last van die ‘felle hartstochtelijke ijver voor iets, gepaard gaande met onverdraagzaamheid jegens andersdenkenden’, dat we fanatisme noemen. Dat is een cortexproduct. Net als trots en vernedering, eer en smaad. En psychologische angst, wat uiteindelijk de drijfveer is achter al ons handelen, afgezien dan van de noodzaak te voorzien in onze basale behoeften.

      ‘(…) een collectief mentaal ziektebeeld (…)’ is een interessante gedachte, Frank! De werkelijkheid niet zien zoals deze is, maar zoals je denkt dat deze is, mag je wat mij betreft gestoorde perceptie noemen. Godsdienst is wat dat betreft een vorm van ernstige gestoordheid, maar het geldt ook voor politiek. Dat is het gekke en ook hypocriete van ons mensen: de ene gestoorde veroordelen we en stoppen we weg in een inrichting, terwijl we de andere gestoorde op een voetstuk plaatsen…

      We zien onszelf natuurlijk niet als gestoord; dat geldt altijd ‘anderen’. Logisch, want we zijn gestoord… In het licht van bovenstaande is het dus de kunst je eigen gestoordheid onder ogen te zien. (Dat zeg ik in de eerste plaats tegen mezelf.)

      1. Frans

        Ik noem dat geen mentaal ziektebeeld, ik noem dat geen gestoorde perceptie, ik noem dat verbeeldingskracht. Dat kan er inderdaad toe leiden dat je je een God in je hoofd haalt voor wie je moet strijden tot de dood erop volgt, maar ook dat je ontdekkingen doet. Zoals het maken van gereedschappen door de allereerste mensen. Chimpansees kunnen dat ook, maar chimpansees hebben de wereld niet bevolkt. Mensen wel. Dus er moet in het brein van de alleerste mensen iets zijn opgeborreld waardoor ze de wereld in zijn getrokken, niet alleen hun ogen en hun rammelende magen achterna, maar ook hun fantasie en nieuwsgierigheid: laten we eens kijken wat er voorbij de horizon is. Misschien wel een land zonder leeuwen en luipaarden en hyena’s en slangen en krokodillen…

        1. FrankB

          “Dus er moet in het brein …..”
          Dat is veel te ver gezocht. Homo Sapiens heeft de wereld bevolkt omdat de soort zich steeds zo goed wist aan te passen aan de omstandigheden en de omstandigheden zo goed wist aan te passen aan de eigen behoeften dat het geboortecijfer blijvend het sterftecijfer overtrof. Geen van beide is uniek. Kakkerlakken en bruine ratten kunnen het eerste nog beter, terwijl de argentijnse mier

          https://en.wikipedia.org/wiki/Argentine_ant

          nog beter in staat is om de omstandigheden aan te passen. Met het brein heeft dat niet zoveel te maken.

        2. Rob Duijf

          Ik denk, dat je hier twee dingen doorelkaar haalt. Enerzijds de natuurlijke drang tot voortbestaan die voor onze verre prehistorische voorgangers ooit de belangrijkste drijfveer zal zijn geweest om de gevaarlijke wereld in te trekken en hun betrekkelijke veiligheid achter zich te laten. Uit ons basale oerbrein, de amygdala, is de cortex ontwikkeld, die ons in staat stelt na te denken. Door onze natuurlijke nieuwsgierigheid en het praktische en intelligente vermogen om te observeren, hebben we ontdekkingen gedaan.

          Anderzijds zijn we echter niet in staat om over onze kennishorizon heen te kijken. We stellen ons daar van alles bij voor, wat tegelijkertijd voeding geeft aan onze angst en leidt tot irrationele beslissingen. We zijn als kinderen zo bang voor het ‘monster onder ons bed’, dat alleen in onze verbeelding bestaat. We hebben daaraan in de loop van ons bestaan tot op heden op talloze manieren culturele invulling gegeven. Die angst bestaat niet alleen in het opzichtige, maar tot in onze psychologische haarvaten.

          Psychologische angst is onze belangrijkste drijfveer geworden. Bovendien hebben die angst geïnstitutionaliseerd. Fysieke zelfbescherming is psychologisch tribalisme geworden. We klampen ons vast aan ons idee van leven en zijn naarstig op zoek naar mogelijkheden om de dood uit te stellen en we troosten ons met het idee van een volgend leven in een walhalla, een nirvana, reïncarnatie, een hemel (waarbij we vrezen voor het vagevuur en de hel), etc.

          We zijn daarin zeer succesvol geweest, anders hadden we de wereld niet tot in nagenoeg elke kier bevolkt. Dat succes dreigt ons echter nu de das om te doen. De werkelijkheid niet onder ogen kunnen zien, noem ik gestoorde perceptie.

      2. FrankB

        “is een merkwaardig fenomeen”
        Ja, maar los van de vraag of we dat een mentale ziekte moeten noemen, kan ik dat begrijpen. Er is immers een einde met beloning na afloop.
        Maar deze verdedigers van de burcht Antonia wezen beloning (voedsel) af.

        1. Rob Duijf

          ‘Normaal’ gesproken probeert ons basale oerbrein (amygdala) een gevaarlijke situatie zo snel mogelijk te neutraliseren door te vechten, te vluchten of te bevriezen, waarbij die acties ook nog eens door elkaar kunnen lopen. Zelfs in geval van vechten staat intimidatie voorop, alles gericht op het zo snel mogelijk herstellen van de veilige situatie. Daar komt geen denkwerk aan te pas, want als je in een acuut levensbedreigende situatie eerst moet gaan nadenken, ben je dood. In luttele seconden kan die veilige situatie weer zijn hersteld.

          Wat bezielt mensen toch om – terwijl alle sirenes van de amygdala keihard staan te toeteren – weloverwogen (cortex) een potentieel gevaarlijke situatie op te zoeken en die status quo te handhaven, desnoods tot de dood erop volgt?

          Is de angst voor een vertoornde godheid groter dan de angst voor de vijand? Is de angst voor de schande van de overgave dreigender dan een heldhaftige dood? Er kunnen talloze redenen zijn, waarom ‘normale’ mensen die niet leiden aan een of andere vorm van psychopatalogie, bewust alle alarmbellen negeren. Staan ze aan de verkeerde kant van de morele lijn, dan zijn het fanatici, maar staan ze aan de goede kant, dan zijn het helden. Voldoen ze niet aan het morele rolmodel, dan zijn het verraders en lafaards. Zo zijn er nog wel wat stereotypen te bedenken.

          Het merkwaardige is, dat de mens enerzijds in staat is anderen in levensbedreigende omstandigheden te helpen zonder aanzien van de eigen veiligheid, terwijl anderen in niets ontziend fanatisme onschuldigen slachtofferen. En dat komt allemaal uit hetzelfde brein…

  3. Frans

    In het artikel waar je naar linkt staat dat die Argentijnse mier door de mens is geintroduceerd in al die andere landen. Net zoals de kakkerlakken en de ratten; ze liftten mee met de mens.

  4. Frans

    En nu even een antwoord aan Rob: het menselijk brein kent zoveel verschillende vormen van bewustzijn. Het wakende brein, waarin we ons nu, tijdens het lezen en schrijven van dit alles bevinden, is er maar een van. Als je ’s nachts droomt, bevindt je brein zich weer in een ander bewustzijn. Een hypnotische trance is weer een andere vorm van bewustzijn. Een trance opgewekt door andere middelen is weer een andere vorm van bewustzijn. Meditatie is weer een andere vorm van bewustzijn. En ze kunnen allemaal op hun eigen manier betekenis geven aan je leven. Dit klinkt misschien een beetje zweverig, maar juist omdat het allemaal niet rationeel is, is het moeilijk in woorden te vatten. En daarom hebben we, lijkt mij dan, dingen als beeldende kunst en muziek, om de dingen die je niet met woorden kunt zeggen, uit te drukken. Hopelijk helpt dit. Als Jona ooit nog eens een stukje schrijft over de oorsprong van godsdienst, is dat misschien een goed moment om er nog dieper in te duiken.
    Potdorie, we zijn nu wel heel ver afgedwaald!

      1. Rob Duijf

        Over wat bewustzijn nu eigenlijk is, daarover is in de wetenschap nog geen consensus. Verschillende disciplines (filosofie, psychologie, neurobiologie, etc.) kijken er op hun eigen manier naar. Dus als je een theoretisch-wetenschappelijk antwoord wilt, kunt je er kasten vol dikke boeken over lezen (als je tijd van leven hebt…).

        Je kunt er ook hier-en-nu op een feitelijke manier naar kijken, door je bewust te zìjn – te beseffen – van wat je denkt en zegt, de keuzes die je maakt, kortom: je hele doen en laten. Doe je dat niet, dan klooi je maar wat aan.

  5. jacob krekel

    De stelligheid waarmee hier algemene waarheden over de mens worden verkondigd is opmerkelijk, En nog opmerkelijker wordt het als men daarmee gaat verklaren waarom de joden in Jerusalem zich liever doodvochten dan zich aan Titus over te geven.
    Om ook iets stelligs te zeggen: wij weten helemaal niets over hoe de mens zich tot een paar duizend jaar geleden heeft gedragen, wat daarbij zijn of haar drijfveren waren. Ik heb Hariri’s Sapiens na een tijdje weggelegd omdat hij voortdurende stellige uitspraken doet over zaken waar wij helemaal niet van kunnen weten. Als de moderne mens ons daarbij enige indicatie geeft dan kunnen we vermoeden dat de mens ook 100.000 jaar geleden al een enorm gedragsrepertoire heeft gehad, en dat zijn vertoonde gedrag ook toen sterk van de omstandigheden afhing. En misschien 300.000 jaar geleden ook wel.
    Als het dus gaat om de vraag waarom die Joden zich doodvochten, dan helpen algemeenheden niet veel. Interessanter is het in te gaan op de specifieke omstandigheden waaronder dit plaats vond, steeds beseffend dat verklaringen sowieso hachelijk zijn. Als zinvolle verklaringen mogelijk waren zouden immers ook voorspellingen mogelijk moeten zijn.
    Ik kom niet veel verder dan de observatie dat in dit soort situaties vaak de meest radicale elementen de overhand krijgen en die vechten zich graag dood. Uit de beschrijving van Jona concludeer ik dat dat ook hier gebeurd is.
    In het ghetto van Warschau hebben de joden zich ook doodgevochten en daarbij kans gezien nog flink onderling ruzie te maken.

    1. Rob Duijf

      ‘Om ook iets stelligs te zeggen: wij weten helemaal niets over hoe de mens zich tot een paar duizend jaar geleden heeft gedragen, wat daarbij zijn of haar drijfveren waren.’

      En dat verbaast mij dan weer. Ik weet niet, of ik je hier goed begrijp, maar de studie van het menselijke gedrag is al heel oud en voorzover overgeleverd, weten we hoe men daar in de oudheid over dacht, daargelaten of de interpretaties juist waren. Zij vormen immers de basis van onze huidige psychologische inzichten. Dan zijn er nog de geschriften die ons zijn nagelaten, waaruit mens- en wereldbeelden vallen te destileren. Het beeld dat daar uit naar voren komt, verschilt echt niet met wie wij nu zijn, ook al keek men toen anders tegen de wereld aan, omdat men niet de kennis had, die wij nu hebben. Men had echter dezelfde angsten en menselijke tekortkomingen en net zoals wij dat nu nog doen, probeerde men met offer, ritueel en gebed de natuur te bezweren en vermeende hogere machten gunstig te stemmen. Tenslotte vallen er wel degelijk voorspellingen te doen, over hoe we ons in bepaalde situaties zullen gedragen en hoe we ons aan omstandigheden aanpassen, zoals bij het sturen van groepsgedrag en crisisbeheersing.

  6. jacob krekel

    De oudheid is maar een paar duizend jaar geleden. En betreft samenlevingen die de natuurlijke habitat van homo sapiens al lang achter zich gelaten hadden. Over hoe de mens daarin, vele tienduizenden jaren lang geleefd heeft, over wat zij dacht en voelde, daar weten we niets van. We kunnen alleen vermoeden dat daarin een enorme variëteit heeft bestaan, omdat mensen van nu zo’n enorm gedragsrepertoire blijken te hebben en onder vrijwel gelijke omstandigheden heel verschillend kunnen reageren.
    Daarom vind ik zinnen die beginnen met “De mens is…” bij voorbaat verdacht, zeker als er ook nog “nu eenmaal” in voorkomt.
    Ik heb ooit het boek El hablador gelezen van Vargas LLosa. Over de Machiguengas, een volk in het Amazonegebied dat nauwelijks met “de beschaving” in aanraking was gekomen. Dat dus leefde zoals de mensheid al meer dan 100.000 had gedaan. Al die zinnen met “De mens is..” passen niet bij de Machiguengas.
    Nog een paar dingen over wat u zegt.
    Ik ben wel Christen, maar ik probeer nooit met offer, ritueel en gebed de natuur te bezweren, en ik ken veel medegelovigen die dat ook nooit doen. Wij vinden dat heidens.
    De persoonlijkheidsleer van de oudheid berustte op de vier temperamenten en dat is echt iets heel anders dan het OCEAN model. Die inzichten uit de oudheid zijn niet de basis voor onze psychologie, ze zijn alleen maar hinderlijk, net zoals het idee van vier elementen dat is voor het verstaan van de natuur.
    We kunnen inderdaad heel goed voorspellen, en doen dat graag, maar hebben het vervolgens zelden bij het juiste eind, omdat het gedrag van chaotische (in wiskundige zin) systemen onvoorspelbaar is.

  7. jan kroeze

    Natuurlijk keek de mens mens 2000 jaar geleden anders tegen de wereld aan; ik neem aan dat groener was, meer bomen en nu en dan moest je heel hard rennen om uit de buik van een ander dier te blijven. En natuurlijk flink veel meer dieren.Misschien was het er veel leuker, ik weet het niet.

  8. jan kroeze

    0h ja wat je ook kan doen is mensen tekenen in plaats van er over blijven te fisoloveren.
    Je moet in dat geval heel goed kijken,Je hebt kans meer over het te tekenen subject te weten te komen dan wanneer je er over praat. Oef!

  9. Marcel O

    In een van de commentaren wordt de vergelijking gemaakt met de Carthagers die zich doodvochten omdat ze geen alternatief hadden en dat de Joden in Jeruzalem dit wel zouden hebben want Titus gaf vluchtelingen te eten. Maar wat als de Joden dit niet wisten of dat ze een leider hadden die hen voor het oog hield dat er helemaal geen alternatief was, dat de Romeinen ze uiteindelijk toch zouden kruisigen? Zullen we zeggen, een goede demagoog kan mensen overtuigen van het tegendeel als ze daar toch al toe geneigd zijn. Ze kenden de verhalen over en zagen vast en zeker regelmatig de wreedheid van de Romeinen. Het is dan best makkelijk te de vergissing te maken dat dit hen ook stond te wachten. Dat is de stok. De wortel is martelaarschap, de hemel van Jaweh, dat soort dingen. Verder hebben we het over een tijd waarin wreedheid en geweld van alledag was, ook binnen een homogene groep. En we hebben het over een groep die misschien erg veel angst en afkeer had van ‘anderen’. Allemaal te begrijpen motiveringen die opgeteld dit soort gedrag kunnen verklaren zonder ze ‘voor gek te verklaren’. Het stempel van fanatisme wordt tenslotte altijd door de buitenwereld geplaatst.

Reacties zijn gesloten.