V Macedonica aan de Donau

Inscriptie van V Macedonica uit Oescus (Archeologisch museum, Sofia)

Van de meeste Romeinse legioenen kennen we de ontstaansgeschiedenis. Soms weten we welke keizer het heeft gesticht, soms kunnen we de geschiedenis herleiden tot de tijd van Julius Caesar en zijn opvolgers Marcus Antonius en Augustus. Van V Macedonica is de herkomst minder duidelijk. We kennen uit de vroegste tijd twee vijfde legioenen, V Urbana en V Gallica, die allebei identiek kunnen zijn aan het vijfde legioen dat later naar zijn standplaats Macedonië zou worden vernoemd. Misschien is het geformeerd door consul Gaius Vibius Pansa en diende het voor het eerst in 43 v.Chr., maar dat is slechts een hypothese.

V Macedonica was waarschijnlijk aanwezig bij de campagne rond Aktion (31 v.Chr.), waarna veteranen werden gevestigd in de Veneto. Een latere generatie veteranen is vijftien jaar later gedemobiliseerd in Fenicië in Beiroet. Hier kregen ook veteranen van VIII Augusta land toegewezen. In elk geval diende het legioen zelf in Macedonië.

Lees verder “V Macedonica aan de Donau”

Poëzie: Keizer Titus

Titus (British Museum, Londen)

[Fragment uit een verloren gewaand handschrift van Suetonius, teruggevonden in de abdij van Fulda, vertaald door Marieke Baert. Dit is het elfde deel van een twaalfdelige reeks over macht en onmacht in Rome. Het eerste deel was hier.]

Schijnbaar volmaakt
Zeer welbespraakt
Vreugde en lieveling der mensen

Sleurde het heilige der heiligen
In triomf door de stad
Meer kon men niet van hem wensen

Boog niet voor het lot
Die donderse god
Zijn goedheid kende geen grenzen

***

Een gastbijdrage van onze huisdichter Hans Koonings. Wordt vervolgd. Dank je wel Hans!

Berenike

Inscriptie van Berenike en Agrippa II uit Beiroet (klik=groot)

De Joodse prinses Berenike maakt in het Nieuwe Testament één keer haar opwachting en dat leidt tot zegge en schrijve drie vermeldingen. Dat is niet veel, maar we vangen desondanks een glimp op van een van de meest fenomenale vrouwen uit Romeinse geschiedenis. Ze was de dochter van de Joodse koning Herodes Agrippa I (r.37-44) en de zus van koning Herodes Agrippa II (r.43-100). Hier zijn de drie vermeldingen.

Paulus

Koning Agrippa en Berenike kwamen naar Caesarea om bij Festus hun opwachting te maken. Tijdens hun verblijf, dat verscheidene dagen duurde, sprak Festus met de koning over de rechtszaak tegen Paulus.noot Handelingen 25.13-14; NBV21.

Lees verder “Berenike”

De “Keizerlevens” van Suetonius

Hadrianus, onder wie Suetonius werkte als ab epistulis, als almachtig heerser (Altes Museum, Berlijn)

In het vorige stukje hebben we het leven van Suetonius bekeken. Maar hij is natuurlijk bekender als auteur dan als ab epistulis. We kennen van zijn hand diverse titels, zoals een biografie van Cicero, een boekje over Griekse kinderspelletjes, een scheldwoordenboek en een boek met de intrigerende titel Fysieke gebreken van de man. Helaas zijn al deze boeken verloren gegaan.

We weten iets meer over een werk dat de Pratum de rebus variis heette. Dat is te vertalen als “een weide vol uiteenlopende dingen” of, om het lichtvoetige karakter te accentueren, als “de speeltuin”. Hierin verzamelde Suetonius nuttige, interessante en vermakelijke feitjes, waarvan hij hoopte dat ze de lezer zouden amuseren. We hebben meer van dit soort collecties over uit de Grieks-Romeinse Oudheid.

Lees verder “De “Keizerlevens” van Suetonius”

Het Colosseum (7): Commodus

Commodus als Hercules Romanus (Capitolijnse Musea, Rome)

[Dit is het voorlaatste van acht blogjes over het Colosseum in Rome. Het eerste was hier.]

Gladiatoren waren zó populair dat keizer Caligula eens vaststelde dat het volk hun meer eer bewees dan hem. Verschillende vorsten (Caligula, Nero, Titus, Hadrianus, Lucius Verus, Commodus, Didius Julianus, Caracalla, Geta) trainden daarom in de kazerne. Niet alleen cultiveerden ze zo een mannelijk imago, maar ook straalde zo iets van de reputatie van de gladiatoren af op hen. Welbeschouwd is het niet vreemd dat Commodus probeerde zijn populariteit op te vijzelen door het niet bij trainen te laten, maar ook in het openbaar op te treden als jager en gladiator.

Eerst presenteerde hij zich aan het volk als Romeinse Hercules. Bij officiële gelegenheden liep hij met een knots in de hand en een leeuwenhuid over het hoofd (zie boven). Hij kan goede redenen hebben gehad zich zo te profileren, want destijds gold de heerserscultus als middel om een etnisch heterogene samenleving te verenigen. Caligula en Domitianus hadden zich op soortgelijke wijze gepresenteerd.

Lees verder “Het Colosseum (7): Commodus”

Het Colosseum (3): jachtpartijen

Jachtscène zoals ze ook in het Colosseum te zien waren (Archeologisch Museum, Mérida)

[Dit is het derde van acht blogjes over het Colosseum in Rome. Het eerste was hier.]

Ook toen keizer Titus het Colosseum voor de tweede keer inwijdde, was het gebouw niet af. Volgens de zogeheten Kroniek van het jaar 354 werd het amfitheater tijdens de regeringsperiode van Titus’ broer en opvolger Domitianus “voltooid tot aan de schilden in de nok”. Deze schilden bevonden zich bovenaan de buitenwand.

Lees verder “Het Colosseum (3): jachtpartijen”

Het Colosseum (1): de bouw

Het Colosseum

Ik kondigde een tijdje geleden aan dat ik het zou hebben over het Colosseum, het enorme amfitheater in het midden van Rome. Zo’n gebouw – ik bedoel een amfitheater – diende  voor jachtpartijen, executies en gladiatorengevechten en had, zoals de naam eigenlijk al aangeeft, het uiterlijk van een dubbel theater. Deze bouwvorm is ontstaan in Campanië, waar in de tweede eeuw v.Chr. op verschillende plaatsen zulke houten executieschouwburgen verrezen. Vanaf de tijd van Sulla werden ze opgetrokken uit steen, zoals dat van Pompeii. Rome deed vooralsnog niet mee aan deze mode, want daar bleef het Circus Maximus in gebruik voor gladiatorengevechten. Ook het Forum bleef ruimte bieden aan deze vorm van vermaak en nog ten tijde van Julius Caesar zijn daar onderaardse gangen aangelegd om wilde dieren naar hun dood te laten lopen.

In 34 v.Chr. begon een generaal van Octavianus, Titus Statilius Taurus, met de constructie van het eerste Romeinse amfitheater. Het moet op het Marsveld (Campus Martius) hebben gestaan en was waarschijnlijk niet zo groot, want onze bronnen vermelden dat Augustus zijn gladiatorenshows bleef organiseren in het Circus Maximus. Pas met de bouw van het Colosseum, waarmee in 71 na Chr. werd begonnen, kreeg deze vorm van amusement een eigen plaats.

Lees verder “Het Colosseum (1): de bouw”

Het Forum Romanum

Het Forum Romanum, gezien vanaf de Palatijn

Ik ken maar weinig plaatsen waar zoveel lieux de mémoire bij elkaar zijn te vinden als op het Forum Romanum: het centrale plein van de stad Rome.

De vorige zin is wat paradoxaal, want het woord forum betekent eigenlijk zoiets als “buiten” (vgl. ons woord forens) en verwijst dus allerminst naar iets middenin een stad. De verklaring is dat het alleroudste Rome lag op de heuvel Palatijn en dat het latere Forum Romanum inderdaad daar buiten lag. Het was de drassige vallei, die afwaterde naar de Tiber door het dal tussen Palatijn en Capitool. Archeoloog Giacomo Boni vond in dit dal allerlei archaïsche graven.

Lees verder “Het Forum Romanum”

De Colossus van Nero

Hier stond ooit de sokkel van de Colossus van Nero

In het dal tussen Velia, Palatijn, Caelius en Oppius lag de vijver waaromheen keizer Nero in 64 na Chr. het Gouden Huis had gebouwd. Keizer Vespasianus doorbrak de door zijn voorganger gecreëerde architectonische eenheid door op de plaats van het meer – dus middenin het paleis – het Colosseum te bouwen. Dit was niet de enige ingreep. Vespasianus’ opvolgers Titus, Domitianus en Trajanus vervingen andere delen van Nero’s paleis door openbare gebouwen, zoals een badhuis en winkelgalerijen. Tenslotte gelastte Hadrianus de bouw van de tempel van Venus en Roma op de plaats die ooit ruimte had moeten bieden aan een enorm standbeeld van keizer Nero.

De colossus van Nero

Het bekendste voorbeeld van zo’n reusachtig beeld was de Kolossos van Rhodos: een dertig meter hoog beeld van de Zon, een van de zeven wereldwonderen. Nero, die dweepte met alles wat Grieks was, liet op de Velia een even groot standbeeld oprichten, gemaakt van verguld brons en voorzien van zijn eigen gelaatstrekken. Ik vertelde gisteren al dat beeldhouwer Zenodoros er een jaar of tien aan werkte en de Colossus in 75 voltooide. Het beeld was toen voorzien van het hoofd van Vespasianus’ beoogde opvolger, Titus.

Lees verder “De Colossus van Nero”

De Kolossos van Rhodos

Er zijn geen afbeeldingen van de Kolossos van Rhodos, maar het gezicht moet hebben geleken op deze Rhodische munt (Bodemuseum, Berlijn)

In het jaar 305 v.Chr. sloeg een van de opvolgers van Alexander de Grote, Demetrios de Stedendwinger, het beleg op voor de stad Rhodos. De daarop volgende blokkade is in detail beschreven en zo weten we dat de belegeraars allerlei machines inzetten, zoals een verrijdbare belegeringstoren van veertig meter hoog. De stad wist de belegering echter te weerstaan en na vele maanden kwamen de twee partijen een compromisvrede overeen.

De Kolossos van Rhodos

Demetrios liet de belegeringstoren achter en de Rhodiërs smolten de metalen beplating om. Vervolgens gaven ze architect Chares van Lindos de opdracht om van het metaal een enorm standbeeld te maken van de god die de stad had beschermd: Helios, de zonnegod. Veertien jaar later, in 290 v.Chr., was het voltooid. Het was ruim dertig meter hoog en stond op een sokkel van tien meter, dus het geheel was even hoog als de belegeringstoren. Het opschrift op de sokkel is overgeleverd:

Lees verder “De Kolossos van Rhodos”