V Macedonica aan de Donau

Inscriptie van V Macedonica uit Oescus (Archeologisch museum, Sofia)

Van de meeste Romeinse legioenen kennen we de ontstaansgeschiedenis. Soms weten we welke keizer het heeft gesticht, soms kunnen we de geschiedenis herleiden tot de tijd van Julius Caesar en zijn opvolgers Marcus Antonius en Augustus. Van V Macedonica is de herkomst minder duidelijk. We kennen uit de vroegste tijd twee vijfde legioenen, V Urbana en V Gallica, die allebei identiek kunnen zijn aan het vijfde legioen dat later naar zijn standplaats Macedonië zou worden vernoemd. Misschien is het geformeerd door consul Gaius Vibius Pansa en diende het voor het eerst in 43 v.Chr., maar dat is slechts een hypothese.

V Macedonica was waarschijnlijk aanwezig bij de campagne rond Aktion (31 v.Chr.), waarna veteranen werden gevestigd in de Veneto. Een latere generatie veteranen is vijftien jaar later gedemobiliseerd in Fenicië in Beiroet. Hier kregen ook veteranen van VIII Augusta land toegewezen. In elk geval diende het legioen zelf in Macedonië.

Lees verder “V Macedonica aan de Donau”

Het vernieuwde leger van Caesar

Romeinse standaarddrager (Kunsthistorisches Museum, Wenen)

Ik zeg niet dat de legionairs van Julius Caesar, aan wie ik zojuist een blogje wijdde, voortaan alleen nog maar vriendelijke heren waren. Ik noemde het bloedbad in de Griekse stad Gomfoi al eens. Evenmin beweer ik dat Caesar op een humanitaire missie was. Het disciplineren van de soldaten was noodzakelijk omdat verdere plundering schadelijk was voor het door Caesar verworven Romeinse Rijk.

Het ontstaan van een beroepsleger

Maar toch. Er veranderde nóg iets. Een Romeinse man mocht zesmaal worden opgeroepen voor een veldtocht. De proletariërs die het leger waren gaan vormen, dienden zes jaren aaneen. Het leger dat Caesar in Gallië inzette, diende langer, veel langer. Uiteraard waren er protesten en muiterijen, maar gaandeweg groeide een beroepsleger. Ten tijde van keizer Augustus diende een legionair twintig jaar, waarna hij nog vijf jaar beschikbaar moest blijven. De soldij en de afzwaaipremie (aanvankelijk een boerderij, later een betaling) waren gereguleerd. De officieren kregen fors meer betaald, opdat ze loyaal zouden zijn en geen leiding zouden geven aan muiterijen.

Lees verder “Het vernieuwde leger van Caesar”

Het leger van Caesar

Re-enactors in de uitrusting van soldaten uit de tijd van Caesar.

Ik zou dit blogje kunnen aankondigen met “Het was quintilis in het jaar waarin Julius Caesar zonder collega het consulaat bekleedde”. En ik zou dit traditiegetrouw kunnen omrekenen naar juli 45 v.Chr., zodat u wist te zijn beland in een aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” Ik zou dan kunnen vertellen dat hij op weg was naar noordelijk Italië en ik zou kunnen speculeren over zijn route. Dat zou allemaal kunnen, maar liever behandel ik een algemener onderwerp dat niet precies valt te koppelen aan een kalenderdatum: het leger.

Investeren in jezelf

Het Romeinse leger had ooit bestaan uit dienstplichtige boeren. Die waren rijk genoeg om een wapenrusting te betalen. In de loop van de tweede eeuw v.Chr. waren de soldaten echter steeds vaker gerekruteerd uit het proletariaat. Hierdoor was het leger van karakter veranderd. De militaire dienst was niet langer een dienst aan de staat, maar een manier om jezelf te verrijken. Wat ooit een eervolle taak voor de gemeenschap was geweest, verwerd, om de beruchte woorden van Wim Deetman te parafraseren, tot slechts “een investering in jezelf”.

Lees verder “Het leger van Caesar”

Het ontstaan van XI Claudia

Inscriptie voor een soldaat van het Elfde Legioen, die vocht in Aktion (Museo nazionale della civiltà romana, Rome)

Rome is niet gebouwd op één dag en is niet gebouwd door keizers of consuls. Het Mediterrane wereldrijk is ontstaan door de integratie van de diverse regionale economieën en kreeg een Romeins uiterlijk doordat er altijd legionairs waren die bereid waren te strijden voor consuls of keizers. Wat betekent dat de geschiedenis van de Mediterrane economie en Romeinse regimentsgeschiedenis belangrijk zijn. Wat weer betekent dat we het vandaag gaan hebben over het Elfde Legioen, dat een eeuw na zijn oprichting de bijnaam Claudia zou krijgen.

Een eerste begin

(U zult in een moment weten waarom “eerste begin” voor één keer geen pleonasme is.) Het was een van Romes oudste legioenen. Toen Julius Caesar in 58 v.Chr. besloot niet vanaf de Povlakte naar Dacië te trekken, maar in plaats daarvan Gallië binnen te vallen, rekruteerde hij twee extra eenheden: het Elfde en het Twaalfde. Caesar vermeldt het Elfde in zijn beschrijvingen van de strijd tegen de Nerviërs, en het legioen zal zeker ook hebben deelgenomen aan andere beroemde campagnes, zoals de belegeringen van Bourges en Alesia.

Lees verder “Het ontstaan van XI Claudia”

XII Fulminata aan de Eufraat

Het regenwonder, waarbij XII Fulminata werd gered, op de Zuil van Marcus Aurelius in Rome

Ik vertelde in het vorige stukje hoe XII Fulminata was onteerd in de Armeense oorlog. Het werd, zoals ik zei, nog erger.

Joodse Oorlog

In oktober 66 na Chr. had de gouverneur van Judea, Gessius Florus, militaire steun nodig om de controle over het in opstand gekomen Jeruzalem terug te winnen. Het Twaalfde (ondersteund door onderafdelingen van IIII Scythica en VI Ferrata) kwam, zag en keerde terug: de commandant had vastgesteld dat zijn strijdmacht niet sterk genoeg was. Dat was tot daar aan toe. Op de terugweg werd het legioen echter door de Joodse leider Eleazar, de zoon van Simon, verslagen. Aan de vernedering werd nog de schande toegevoegd: het legioen verloor zijn adelaarsstandaard.

Lees verder “XII Fulminata aan de Eufraat”

XII Fulminata, het bliksemlegioen

Een soldaat van XII Fulminata (Capitolijnse Musea, Rome)

Het heeft er de schijn van, al is het niet bewijsbaar, dat de nummers van de Romeinse legioenen al vóór Julius Caesar waren gekoppeld aan provincies – wat in de tijd vóór Caesar overigens geen territoriaal afgebakende gebieden waren maar aangewezen oorlogszones. De eerste vier legioenen stonden ter beschikking van de twee consuls, de nummers vijf en zes lagen in de twee Spaanse provincies en de nummers VII, VIII, VIIII en X lagen in de Provence en op de Po-vlakte. Waarna de oostelijker gebieden weer hogere nummers hadden.

Caesar

Toen Caesar gouverneur werd van de Provence en de Po-vlakte, beschikte hij dus over vier legioenen. Voor de oorlog tegen Helvetiërs die in 58 v.Chr. uitbrak, voegde hij er twee aan toe, die hij de nummers XI en XII gaf. Over dat laatste legioen wil ik het vandaag hebben. Het heeft tijdens de Gallische Oorlog zeker gestreden in de slag aan de Sabis (de Selle in Noord-Frankrijk) tegen de Nerviërs; het nam deel aan de belegering van Bourges, onderscheidde zich bij Lutetia en hielp bij de blokkade van Alesia.

Lees verder “XII Fulminata, het bliksemlegioen”

III Gallica (1)

De heuvelrug bij Munda; de rechtertop is bestormd door III Gallica

Wie het Romeinse Rijk wil begrijpen – en wie zou dat nou niet willen? – ontkomt niet aan de geschiedenis van de legioenen. Niet omdat de Romeinen krijgszuchtiger waren dan andere antieke volken, want dat waren ze niet, maar omdat de regimentsgeschiedenis toont waar de brandhaarden waren, hoe de Romeinen ermee omgingen en hoe mensen van hot naar haar bewogen. Over het Tiende Legioen Gemina heb ik het al eens gehad. Vandaag behandel ik het Derde Legioen Gallica.

Ontstaan

De nummers één tot en met vier waren traditioneel voorbehouden aan de Romeinse consuls. Het Derde dat wij kennen, gaat terug op het tweede consulaat van Julius Caesar, dat hij had willen bekleden in 49 v.Chr. Zoals ik bij een andere gelegenheid al vertelde, waren er machinaties waardoor hij zich geen kandidaat stellen mocht, zodat hij zich gedwongen zag tot een Tweede Burgeroorlog. De reguliere consuls zetten hun Derde Legioen over naar Albanië en Caesar formeerde het zijne vanaf het moment dat hij consul was, in 48 v.Chr.

Lees verder “III Gallica (1)”

Tollenaars

Romeins belastingkantoor (Makthar)

In verschillende verhalen uit het Nieuwe Testament komen tollenaars voor. Ze waren verantwoordelijk voor het innen van de belastingen. Het woord “tollenaar” komt van een Grieks woord τελώνης, dat verwijst naar het wegen van grote sommen geld. Belastingen werden namelijk voor een flink deel voldaan in klinkende munt; hierboven ziet u de bakken waarin de belastingplichtigen hun geld kwamen storten.

Belastinginners doen nuttig werk. De overheid garandeert de grensverdediging, de openbare orde, de rechtspraak en allerlei openbare voorzieningen. Dat was in het Romeinse Rijk niet anders dan bij ons en dat wisten de ingezetenen van het Mediterrane wereldrijk natuurlijk ook. Dat maakt de diepe weerzin die men tegen de tollenaars voelde, op het eerste gezicht wat curieus. Als verklaring wordt vaak corruptie genoemd, en daar is ook wel enig bewijs voor. Johannes de Doper draagt de belastinginners op niet teveel te vragen (Lukas 3.13). Ik vraag me echter af of dit wel het hele verhaal is. Eerst een blik op het systeem, daarna op de toepassing.

Lees verder “Tollenaars”

Bloedbad in Gomfoi

Een regenboog boven de Aoos

Als ik u zeg dat het 29 quintilis was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Gaius Julius Caesar (voor de tweede keer) en Publius Servilius Isauricus consuls van Rome waren, en als ik dat omreken naar 18 juni 48 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Aankomen in Griekenland. Hij had na de nederlaag bij Dyrrhachion zijn acht legioenen in veiligheid gebracht in Apollonia, waar hij op 20 quintilis was aangekomen. Hij was er niet lang gebleven en opgerukt langs de rivier de Aoos, richting Ioannina. Daar was hij afgebogen naar het oosten, over Katarapas door de Pindos-bergen, richting Thessalië. Hij verliet nu het gebied dat in de Oudheid Epirus heette en trok nu met zes legioenen Griekenland binnen.

Lees verder “Bloedbad in Gomfoi”

De gefnuikte opmars van Metellus Scipio

De Haliakmon

Als ik u zeg dat het medio mei was en toevoeg dat het was in het jaar waarin Gaius Julius Caesar (voor de tweede keer) en Publius Servilius Isauricus de Romeinse consuls waren, en als ik dat voor u omreken naar begin april 48 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Het antwoord op die vraag is dat hij nog steeds bij Dyrrhachion was, het huidige Durrës in Albanië. Zijn mannen waren bezig schansen te bouwen om de soldaten van Pompeius te omsingelen. Die waren even hard bezig schansen te bouwen om te beletten dat ze aangevallen zouden worden. Daarmee zouden ze zich nog wel even mee bezighouden, dus wij schakelen over naar Griekenland. De vraag op aller lippen is immers: wat was Quintus Caecilius Metellus Pius Scipio Nasica aan het doen? Ik zal u niet in spanning houden.

Lees verder “De gefnuikte opmars van Metellus Scipio”