Geliefd boek: De laatste keizer van Mexico

Het verhaal van de Franse interventie in Mexico is in Nederland niet zo bekend. Bij mij wel. Karl Mays held Winnetou nam het al op voor de Mexicaanse president Benito Juárez, dus op mijn twaalfde had ik er al van gehoord. Toen ik jaren later naar Mexico reisde heb ik een aantal plaatsen die een rol speelden in deze geschiedenis bezocht en in Mexico leeft het verhaal nog zeker.

Conservatief gestook

Benito Juárez was een Zapoteek van eenvoudige komaf die zich wist op te werken tot president van Mexico, maar daarvoor moest hij wel eerst een burgeroorlog winnen tegen de conservatieve gevestigde orde, oftewel de katholieke kerk en de grootgrondbezitters. De conservatieven vluchtten naar Frankrijk en zochten steun bij keizer Napoleon III, die wel oren had naar een uitbreiding van zijn invloedssfeer richting het Amerikaanse continent. De opkomst van de Verenigde Staten was de Fransen ook toen al een doorn in het oog, maar de Amerikaanse Burgeroorlog was net uitgebroken, dus de VS waren verzwakt en dat bood kansen.

Lees verder “Geliefd boek: De laatste keizer van Mexico”

Mont Vireux

Laat-Romeinse of Frankische muur

Toen collega Herman Clerinx, de auteur van een tof boek over de Romeinse aanwezigheid in de Lage Landen, hoorde dat ik voornemens was vorige maand te gaan fietsen in de Franse Maasvallei, attendeerde hij me op het Romeinse fort bij Vireux-Molhain. Dat ligt ruwweg halverwege Givet, het eerste stadje dat je in Frankrijk tegenkomt, en Fumay. Clerinx zei nog dat het lastig bereikbaar was.

Dat heb ik geweten.

De Mont Vireux, net als het dorpje vernoemd naar een Keltische riviergodin Viruwa, is een puist die ruim tachtig meter boven de Maas uitsteekt. Je moet een gigantisch eind omfietsen om de heuvel op te komen. Vertrouw daarbij niet op Google Maps, want daarop staan niet-bestaande paden aangegeven. De enige manier om er te komen is vanaf dit punt, dat voor een fietser bereikbaar is door een enorme slinger te maken die begint bij de Rue du 18 Juin 1940 en dan verder te gaan over de straat met de goede naam Derrière les roches. Vanaf het punt waar ik zojuist naar linkte, kun je alleen nog wandelen.

Lees verder “Mont Vireux”

Gallische kledingstukken

Een man met een cucullus (Rheinische Landesmuseum, Trier)

Ik heb al eerder over Gallische woorden geblogd (één, twee), maar dat is geen reden dat niet nog eens te doen. Ik neem voor de aardigheid wat kledingstukken en dan is het beroemdste Gallische woord natuurlijk caracalla. Dat is een soort mantel met een capuchon. De anonieme auteur van de Historia Augusta voegt toe dat het “een tot de enkels reikend kledingstuk” was. Omdat een keizer die eigenlijk Antoninus heette dit kledingstuk populair had gemaakt, zou, nog steeds volgens de Historia Augusta, “het gewone volk in Rome dergelijke caracallae  ook wel antoninianae noemen”. Het schijnt dat het Gallische woord in het Provençaals heeft voortbestaan.

Het Gallische woord voor capuchons was cucullos. Ofwel cagoule in het huidige Frans, wat zoiets als bivakmuts betekent, en ook het Nederlandse woord kovel. We kennen de uitdrukking cucullos overigens – net als caracalla – alleen uit Latijnse teksten, dus er kan vertekening zijn. We kennen wel samenstellingen, zoals bardocucullus, wat de blijkbaar de muts was die een dichter droeg.

Lees verder “Gallische kledingstukken”

La petite ligne Maginot

Als ik het goed heb begrepen, was de Belgische regering in 1936 buitengewoon teleurgesteld in haar Franse bondgenoot, die zich niet actief genoeg zou verzetten tegen de opkomst van Adolf Hitler. In oktober van dat jaar verklaarde koning Leopold III zijn land neutraal. Voor de Franse generale staf, die had gemeend dat België, net als in de Eerste Wereldoorlog, zij aan zij met Frankrijk zou vechten tegen de Duitsers, was het herstel van de Belgische neutraliteit een streep door de rekening. Men had gemeend Noord-Frankrijk in België te kunnen verdedigen, waar machtige forten als Battice de Duitsers dagenlang zouden tegenhouden. Nu moest Frankrijk de eigen noordgrens verdedigen in eigen land.

De Franse regering besloot daarop om de Maginotlinie, die langs de Frans-Duitse grens lag, te verlengen langs de Belgische grens. Het project, La petite ligne Maginot, begon nog in 1936 en had in 1941 voltooid moeten zijn. In mei 1940 waren de bunkers gereed, maar onvolledig ingericht. Periscopen ontbraken en niet alle geschut was aanwezig. Het was sowieso geen massieve verdedigingslinie zoals de echte Maginotlinie; eerder was het een netwerk van grote en kleine bunkers, met een tankgracht.

Lees verder “La petite ligne Maginot”

Het Ros Beiaard in Frankrijk

Étang du Pas Bayard

Een tijdje geleden plaatste Dieter Verhofstadt hier een mooi vierdelig artikel over het Ros Beiaard. Sindsdien ben ik erop gespitst en ik heb het edele dier al op verschillende plekken gezien. Het mooiste vond ik het taxibedrijf uit Brussel dat was gespecialiseerd in het vervoer van kinderen van en naar school. In Dinant zag ik vorige week de enorme rots die Beiaard ooit met een enkele hoeftrap had doen splijten.

Lees verder “Het Ros Beiaard in Frankrijk”

De Oise

De Oise

Dankzij een vriendelijke lezer van deze blog kan ik een week passen op een huis ergens – eh, ja, “in the middle of nowhere” is misschien de beste manier om het te zeggen. Er is een spoorwegstation in de buurt maar ik heb er uiteindelijk voor gekozen de trein te nemen naar Namen, daarvandaan de Maas langs te fietsen naar Dinant, Givet en Fumay, verder te gaan over de Ardennen naar Rocroi (ja, van de veldslag) en tot slot door te fietsen naar het dorpje waar ik nu ben. Het heet Watigny. Het is anderhalve dag rijden, het is hier echt nergens, het is daar dus middenin, en het is mooi.

Hierboven ziet u het beekje achter het huis. Het is de bovenloop van de Oise, die ontspringt in Henegouwen. Ze stroomt achter mijn oppashuis langs, bereikt Guise en Compiègne, en mondt uiteindelijk ergens ten westen van Parijs uit in de Seine.

Lees verder “De Oise”

Een reliëf uit de Morvan

(klik=groot)

Even een simpele vraag. Een vriendin was onlangs op vakantie in de Morvan – wat overigens gewoon Keltisch is voor “zwarte bergen” – en trof een mooi reliëf aan in het huis van een vriendin die daar vorig jaar is gaan wonen. Eigenlijk hangt het aan de muur maar voor de foto hierboven is het even in de tuin neer gezet. Het lijkt een moderne kopie van een middeleeuws reliëf. Maar wat is het?

We hebben al wat heen-en-weer geschreven. Aanvankelijk dachten we aan twee debatterende scholastici. De baardloze persoon links heeft immers een boek op schoot en de baardige heer rechts lijkt iets uit te leggen. Toen we een grotere foto kregen, zagen we de kronen en de aureolen. Toen kregen we een ander vermoeden. Ik zal het niet uitspreken om uw eigen ideeën niet in een bepaalde richting te duwen.

Lees verder “Een reliëf uit de Morvan”

Het ros Beiaard (3)

de rotspartij in Bogny-sur-Meuse (© Mireille Grumberg)

[Derde van vier door Dieter Verhofstadt geschreven stukken over de legende van het Ros Beiaard en de Vier Heemskinderen. Het eerste deel was hier.]

De Dendermondenaren hebben de legende niet alleen gerecupereerd maar uitvergroot tot een weerkerend spektakel dat vandaag de identiteit van de stad en haar inwoners uitmaakt. Dendermonde IS de Ros Beiaardstad. Het is dus moeilijk, zeker voor een Dendermondenaar, te aanvaarden dat het eigenlijk gaat om een wijde Europese traditie met wortels in Frankrijk, met name de Maasvallei en de Ardennen. Er valt echter niet aan te ontkomen als men die streek verkent.

Bogny-sur-Meuse

Het meest tot de verbeelding sprekende landschapskenmerk zijn de vier heuveltoppen op een rij in Bogny-sur-Meuse, iets ten noorden van Charleville-Mézières. Of die heuveltoppen de inspiratie hebben gevormd voor de legende is niet geweten, noch zijn de vier broers in enige variant versteend. Op die heuvelrij staat niettemin een standbeeld van het Ros Beiaard en de Vier Heemskinderen, met een folkloristische wandeling waar de mythe wordt naverteld. Op diezelfde plek bevinden zich de ruïnes van het kasteel Regnault, dat historisch gezien eigendom was van Hughes van Réthel, maar dat een evidente kandidaat is voor het mythische kasteel Montessor. De wijk beneden de ruïnes heet overigens Château-Regnault. Aan de overkant van de Maas ligt de site l’Ermitage, waar Malegijs zijn laatste jaren zou hebben doorgebracht als kluizenaar. Niet ver daar vandaan vindt men nog ruïnes, die van het kasteel van Waridon. De naam is hier opvallend gelijkend met “Oridon”, een Ardens kasteel dat vaak voorkomt in Middeleeuwse gedichten. Dit zou een andere inspiratie kunnen geweest zijn voor Montessor.

Lees verder “Het ros Beiaard (3)”

Musée de la Romanité, Nîmes

(© Musée de la Romanité, Nîmes)

De stad Nîmes kent een aantal fraaie overblijfselen uit de Romeinse periode, waaronder een goed bewaard gebleven amfitheater (de huidige Arènes) en natuurlijk het Maison Carrée: de rond het begin van onze jaartelling gebouwde tempel, die gewijd was aan de twee zonen van Agrippa, tevens de adoptiefzonen van keizer Augustus: Gaius en Lucius.

Iets hoger in Nîmes liggen het punt, waar het aquaduct van o.a. de Pont-du-Gard eindigde in een soort verdeelstation en (nog hoger, in een fraai aangelegd park) de nog steeds wat mysterieuze ‘Tempel van Diana’ (waarschijnlijk een openbaar gebouw met wellicht een bibliotheekfunctie), gelegen in de buurt van de natuurlijke bron die vóór de aanleg van het aquaduct de belangrijkste watervoorziening van Nîmes vormde.

Lees verder “Musée de la Romanité, Nîmes”

Col de la Traversette

De Monte Viso en (links) de Col de la Traversette

Van de Col de la Traversette heb ik zelf nooit foto’s genomen, maar een bevriend echtpaar is er op vakantie en wandelde een eind in de richting. De berg op de foto hierboven is de Monte Viso, de weg naar de pas ligt links daarvan.

Hannibals pas?

Is dit de pas waar Hannibal overheen ging? Het is niet ondenkbaar, maar de theorie kent grote moeilijkheden. De Karthagers moeten dan langs de bovenloop van de Durance zijn gekomen, maar een van de weinige dingen die we zeker weten, is dat ze niet zijn gekomen langs de benedenloop van die rivier. Hoe je dan aan de bovenloop komt, moet worden verklaard. Van onze twee bronnen vermeldt de oudste, Polybios, de Durance geheel niet, terwijl de ander, Titus Livius, de rivier wel vermeldt. Dat doet hij op gezag van Timagenes van Alexandrië. We weten echter niet waar deze auteur zijn informatie vandaan haalt.

Lees verder “Col de la Traversette”