Geliefd boek: The Hare with Amber Eyes

Met Edmund de Waals The Hare with Amber Eyes. A hidden inheritance (2010) heb ik een speciale band. Het boek gaat over de adellijke, Joodse familie Ephrussi uit Wenen. De Ehrussis kwamen oorspronkelijk als graanhandelaren vanuit Odessa naar Wenen. Als in 1862 de Donau een grote overstroming veroorzaakt, leent de familie grote bedragen aan de staat om de kades te herstellen. Het was in het Habsburgse Rijk niet ongewoon om zo’n familie met een adellijke titel te belonen, ook bij Joodse families. De Ephrussis uit Odessa splitsten zich op in een Weense (bankiers) en een Parijse tak (graanhandelaren). Sinds ik het boek kocht heb ik het regelmatig geraadpleegd voor informatie over Joodse adel. Maar natuurlijk ook wegens de indrukwekkende geschiedenis.

De Waal beschrijft zijn speurtocht naar zijn familie aan de hand van een verzameling van 264 netsuke, waaronder een haas met ogen van barnsteen. Toen Japanse mannen nog een kimono droegen werd een netsuke aan de gordel geknoopt om daaraan ‘spullen’ op te hangen. Het zijn kunstzinnige en praktische voorwerpen. Vrouwen stopten kleine spullen in de mouwen van hun kimono.

Lees verder “Geliefd boek: The Hare with Amber Eyes”

Skaras of Arar? (2)

Scaliger (Museum Martena, Franeker)

Ik schreef gisteren dat Polybios en Livius zo nu en dan woordelijk overeenstemmen en dat in zulke passages de afwijkingen interessant zijn. Mijn voorbeeld was Polybios Wereldgeschiedenis 3.49.6, waar sprake is van een rivier Skaras, terwijl Livius het in Geschiedenis sinds de stichting van de stad 21.31.4 heeft over de Arar.

Op het eerste gezicht heeft die laatste rivier goede papieren. Het is namelijk de naam van de Saône, die bij de samenvloeiing met de Rhône een lang schiereiland vormt. Op die plaats lag de Keltische nederzetting Lugdunum, het huidige Lyon. Het is dus niet zo vreemd dat de eerste die zich over deze kwestie boog, de Italiaanse humanist Niccolò Perotti (1429-1480), de tekst van Polybios gewoon aanpaste: hij vertaalde Skaras met Arar.

Een eeuw later opperde de Zwitserse geleerde Josias Simmler (1530-1576) dat Polybios Araros moest hebben geschreven. Zo’n hypothese, waarbij een geleerde een anders onbegrijpelijke tekst een beetje aanpast om er iets begrijpelijks van te maken, staat bekend als een “emendatie”.

Lees verder “Skaras of Arar? (2)”

Skaras of Arar? (1)

De Romeinse historicus Livius en zijn Griekse voorganger Polybios stemmen soms woordelijk overeen. Ik heb het voor Hannibals tocht over de Alpen weleens bij elkaar gezet: hier kunt u zien dat ze precies hetzelfde vertellen. Des te leuker zijn natuurlijk de punten waar ze verschillen en concreet denk ik aan een zinnetje uit Polybios (Wereldgeschiedenis 3.49.6) dat overeenkomt met Livius’ Geschiedenis sinds de stichting van de stad 21.31.4. Het gaat om de beschrijving van een eiland tussen de Rhône en de… ja, daar zit dus het probleem. Als u de links naar Polybios en Livius gebruikt, zult u in het Grieks en Latijn Isara lezen, maar dat staat er niet.

De meeste middeleeuwse Polybioshandschriften noemen de tweede rivier Skaras, met als uitzondering een in München bewaarde Byzantijns manuscript dat bekendstaat als de Bavaricus of Monacensis graecus 157. Daar staat Skaros en dat kan alleen een kopiistenfout zijn. Dit handschrift is namelijk een kopie van een verloren voorbeeld dat ook is gebruikt door de klerk die de Vaticanus graecus 1005 vervaardigde, en die noteerde Skaras. Een van de twee kopiisten maakte een overschrijffout en dat zal niet degene zijn geweest die hetzelfde schreef als de andere handschriften. We mogen aannemen dat het Skaras en niet Skaros was wat Polybios schreef.

Lees verder “Skaras of Arar? (1)”

De mantel van Martinus

Ik ken meneer Hagenaars uit Diemen niet. Hij is de auteur van de bovenstaande brief, die vrijdag te lezen viel in Trouw. en een reactie is op deze column van Koos Dijksterhuis. De briefschrijver legt uit dat Martinus van Tours de helft van zijn mantel aan de armen gaf omdat hij soldaat was en de helft van zijn mantel eigendom was van Rome. Door een halve cape te geven, gaf hij zijn hele bezit.

Een van de vaste gebruikers van de reageerpanelen van deze blog legde de brief aan me voor. Hij had hier nog nooit van gehoord, geloofde ik het?

Nou, nee. Ik geloofde onmiddellijk dat Hagenaars het te goeder trouw had geschreven, want de verklaring valt ook op verschillende internetsites te lezen. Meestal met precies dezelfde formulering: “de mantel was eigendom van Rome”. Het staat eveneens op de Wikipedia. Het gaat evident terug op één bron, maar dat wil niet zeggen dat de verklaring juist is. Het zweemt naar een bepaald soort verklaringen dat je wel vaker tegenkomt.

Lees verder “De mantel van Martinus”

Martinus van Tours (Sint-Maarten)

SInt-Maarten (Museum Mayer van den Bergh, Antwerpen)

Dat niet alle christelijke heiligen bescheiden personen waren, wordt geïllustreerd door Martinus van Tours. Sint-Maarten, zoals u hem kent, nam zelf een biograaf in dienst om zijn heiligenleven schrijven. Je zou je ergeren aan Sulpicius SeverusLeven van de heilige Martinus  als de tekst niet zo interessant was. Martinus was namelijk bepaald geen kwezel.

Het verhaal van de mantel

Hij begon zijn loopbaan bij de Romeinse cavalerie en was achttien toen hij zich in 335 bekeerde tot het christendom. Dat gebeurde, zo lezen we, nadat hij bij de stadspoort van Amiens een naakte man had zien zitten, die door iedereen werd genegeerd. Het was hartje winter.

Lees verder “Martinus van Tours (Sint-Maarten)”

WvdK | Het Gallisch dorpje dat wij zo goed kennen

De Gallische krijger uit Vachères (kopie uit het Museo nazionale della civiltà romana, Rome)

Laten we eerlijk zijn: u denkt niet werkelijk dat een Gallisch dorpje er uitzag zoals in Asterix. Zelfs in een kleine nederzetting aan de westelijke rand van Gallië (zo heette Frankrijk toen), waar de bewoners moedig weerstand boden aan de Romeinse overweldigers, waren er allerlei dingen die de dorpelingen hadden overgenomen van de aangrenzende cultuur. De verspreiding van Italiaanse vrouwensieraden rond 100 v.Chr. documenteert de handel die op dat moment al plaatsvond. Ze toont trouwens ook langs welke routes Julius Caesar tussen 58 en 50 v.Chr. Gallië zou onderwerpen.

Maar goed, hoe zag zo’n Gallisch dorp er nu wél uit? Hier zijn wat foto’s uit Aubechies in Henegouwen, waar in een historisch openluchtmuseum allerlei antieke gebouwen zijn nagebouwd, dus ook uit de La Tène-tijd, om de archeologische naam te gebruiken voor de cultuur van Gallië in de Late IJzertijd. Plus nog wat zaken uit andere plekken.

Lees verder “WvdK | Het Gallisch dorpje dat wij zo goed kennen”

Een Perzische leeuw in Frankrijk

Gotische leeuw uit de voormalige abdij van Picheny

Vroege gotiek: een van de trouwe lezers van deze blog stuurde me bovenstaande foto van een leeuw. De uitleg op het bordje in het museum, als ik het goed heb begrepen de abdij van Fontenay, vertelde dat het reliëf afkomstig is uit de abdij van Picheny bij Montlevon. Die bestaat niet langer maar stond aan de weg van Parijs naar Reims en Champagne. De toelichting vertelt verder dat het reliëf is geïnspireerd door de Sasanidische kunst.

En dat is waar het curieus wordt. Het reliëf is gemaakt rond 1150 of iets later, in de tijd van de vroege gotiek. De laatste Sasanidische koning is vermoord in 651. Een half millennium eerder. Ik zie zo snel niet waar de parallel zit, al kan ik wel iets bedenken. Een gaande, aanziende leeuw was namelijk ook een gangbaar symbool in Perzië. Voorzien van een zwaard en met een zon op de rug waar op dit reliëf een gekrulde staart zit, stond het tot 1979 op de Iraanse vlag. De meest nationalistische Iraniër zal echter moeite hebben de combinatie leeuw, zon en zwaard terug te voeren tot de Sasanidische tijd. Over het feit dat de leeuw in Picheny een mensenhoofd heeft en dus eigenlijk een sfinx is, zullen we het dan niet hebben. Je zoekt toch eigenlijk een nauwere parallel maar ik ken hem niet.

Lees verder “Een Perzische leeuw in Frankrijk”

Wallonië: de ronde om Vlaanderen

(klik=groot)

Vandaag eens een persoonlijk stukje over mijn reis door Wallonië. Door familieomstandigheden kwamen mijn Curaçaose familieleden over naar Nederland. Ze trokken tijdelijk in mijn Amsterdamse huisje. Omdat dat een tweekamerwoning is, werd het wat druk en dus besloot ik anderhalve week naar Wallonië te gaan. Ik moest later dit jaar sowieso die kant op, dus het was eerder een vervroegde studiereis dan een onverwachte vakantie, hoewel het natuurlijk ook dat laatste was.

Het begon dus met vakantie. Zoals de trouwe lezers van deze blog zich herinneren, heb ik afgelopen zomer een huisje kunnen huren in Gemmenich, aan de Belgische kant van de Vaalserberg, en daar hebben mijn vriendin en ik een weekend doorgebracht. Eindelijk hadden we de gelegenheid eens een bezoekje te brengen aan het museum van Kelmis, de hoofdstad enige stad in het voormalige Neutraal Moresnet. U hoeft er niet speciaal voor om te reizen, maar als u in het Land van Herve komt, is het wel een toevoeging.

Lees verder “Wallonië: de ronde om Vlaanderen”

De gesel Gods (6)

Een Frankische krijger: de Heer van Morken (Johnny Shumate)

[Voorlaatste deel van een zevendelige reeks over Attila de Hun. Het eerste deel was hier en behandelde het begin van de veldslag op de Catalaunische Velden.]

De anekdote over de stroom bloed waarmee het vorige stukje eindigde oogt onwaarschijnlijk, maar zwaardwonden zijn over het algemeen vrij groot en antieke veldslagen lijken buitengewoon bloedig te zijn geweest. Als er ook nog paarden zijn doodgebloed, is er geen enkele reden om te twijfelen aan Jordanes’ macabere beschrijving.

Het landschap is licht glooiend en toen de Visigotische en Romeinse ruiters hun tegenstanders achternazetten, raakten ze het contact met de Hunnen kwijt, bijvoorbeeld door aan de andere zijde langs een heuvel te rijden. Bij het vallen van de avond bleken ze het kamp van de Hunnen te zijn gepasseerd. Thorismund, de zoon van de gesneuvelde Visigotische koning Theodorik, reed in de nacht argeloos het kampement van zijn vijanden binnen en werd maar met moeite door zijn volgelingen bevrijd. Het woord is opnieuw aan Jordanes (in de vertaling van Hein van Dolen).

Lees verder “De gesel Gods (6)”

De gesel Gods (5)

Kroon uit het graf van een Hunnenleider (Nationaal Museum van Hongarije, Boedapest)

[Vijfde deel van een zevendelige reeks over Attila de Hun. Het eerste deel was hier en ik was gekomen tot Attila’s inval van Gallië in 451 n.Chr. Hij had niet al zijn doelen kunnen bereiken en zocht een plaats om slag te leveren tegen een coalitie van de Romeinen en hun Germaanse bondgenoten, geleid door generaal Aetius.]

Attila meende dat hij een goed slagveld had gevonden op de eindeloze grasvlakte tussen het huidige Troyes en Châlons-sur-Marne: de Catalaunische Velden. Alles draaide om het bezetten van een heuvelrug. Als de soldaten van de Romeinse coalitie die als eersten bezetten, zouden hun bogen een draagwijdte krijgen waarmee ze gelijk kwamen aan de Hunnen; omgekeerd, als Attila’s krijgers de heuvelrug bezetten, dan restte de tegenstanders niets anders dan de aftocht. Jordanes, die in de zesde eeuw een Geschiedenis van de Goten schreef, doet verslag van de veldslag die hier op 20 juni 451 plaatsvond. De fragmenten zijn vertaald door Hein van Dolen.

Theodorik bezette met de Visigoten de rechtervleugel en Aetius met de Romeinen de linker. Ze lieten Sanguibanus in het midden plaatsnemen (hij was de aanvoerder van de Alanen). Dat gebeurde uit strategische voorzorg om de man in wiens moed zij weinig fiducie hadden door een massa getrouwen te omringen. Immers, wie nauwelijks kans krijgt te vluchten, strijdt noodgedwongen mee.

Lees verder “De gesel Gods (5)”