De Tweede Punische Oorlog (3)

Col du Montgenèvre

[Dit is het derde stukje in een reeks over de Tweede Punische Oorlog (218-201 v.Chr.). In het eerste deel beschreef ik hoe de Romeinen en Karthagers opnieuw in conflict raakten, dat Hannibal met het Spaanse leger Catalonië bezette en op weg was gegaan naar Italië. In het tweede stukje legde ik uit dat onze voornaamste bronnen, Polybios en Livius, elkaar tegenspraken voor Hannibals tocht over en langs de Rhône tot de hoofdstad van de Allobrogen.]

Nu begon Hannibals beroemde tocht over de Alpen. Met hulp van de Allobrogen rukte het Karthaagse leger langs de linkeroever van een onbekende rivier en na een dag stuitte op een geblokkeerde pas. Dankzij zijn Gallische bondgenoten, die de taal spraken van de bewoners van die streek en de bezetters uithoorden, vernam Hannibal dat het punt in de nacht niet werd bewaakt, wat de verovering eenvoudig maakte. Vervolgens nam Hannibal een versterking in die wordt aangeduid als “de hoofdplaats van die streek”, waardoor de Karthagers voldoende voedselvoorraden verwierven om de volgende drie dagen een grote afstand af te kunnen leggen.

Op de vierde dag bereikten ze een landstreek die wat dichter bevolkt was. Hier sloeg een onverwachte aanval van de Alpenbewoners het Karthaagse leger uiteen, maar de volgende dag herenigden de troepen zich en weer een dag later, de negende sinds het begin van de beklimming, bereikte het leger de pas over de Alpen. Livius vermeldt dat de voorhoede in deze laatste fase nog bijna verdwaalde, een detail dat niet wordt vermeld door Polybios.

Lees verder “De Tweede Punische Oorlog (3)”

De Tweede Punische Oorlog (2)

Beeldje van een krijgsolifant uit Pompeii (Museo Archeologico Nazionale, Napels)

[Dit is het tweede stukje in een reeks over de Tweede Punische Oorlog (218-201 v.Chr.). In het eerste deel beschreef ik hoe de Romeinen en Karthagers in conflict raakten, dat Hannibal met het Spaanse leger Catalonië bezette en op weg was gegaan naar Italië.]

Hannibal was opgeleid door een Spartaan die hem had verteld over Alexander, maar de Karthager was geen slaafse imitator. Zijn leger kende geen met lange lansen uitgeruste falanxbataljons en leek in menig opzicht meer op de legioenen van Rome. Naast goed getrainde infanterie bezat Hannibal een superieure ruiterij en zevenentwintig Noord-Afrikaanse bosolifanten. Weliswaar waren deze kleiner dan Indische olifanten, maar ze vormden een geducht wapen om cavalerie en onervaren legionairs in paniek te brengen. Met dit leger stak Hannibal medio augustus 218 de Rhône over. Korte tijd later zagen de soldaten de westelijke uitlopers van de Alpen, maar het oorspronkelijke plan, oprukken langs de Durance naar de Col du Montgenèvre, werd onuitvoerbaar toen een Romeins leger verscheen dat op weg was naar Spanje. Hannibal besloot daarop naar het noorden te marcheren en pas verderop naar het oosten af te buigen, de bergen in.

Lees verder “De Tweede Punische Oorlog (2)”

De Marseillaise

Isidore Pils – Kapitein Rouget de Lisle zingt de Marseillaise (1849)

Het schilderij hierboven, in 1849 vervaardigd door Isidore Pils en te zien in Straatsburg, is niet het allermooiste en de afgebeelde gebeurtenis is ook niet wereldberoemd: u ziet hoe genie-kapitein Claude Joseph Rouget de Lisle op 26 april 1792 ten overstaan van de burgemeester van Straatsburg een lied ten gehore bracht dat hij in de voorafgaande nacht had geschreven. Het heette Chant de guerre pour l’Armee du Rhin.

Het Franse Rijnleger kon in die lente wel wat inspiratie gebruiken. Drie jaar daarvoor had koning Lodewijk XVI, geconfronteerd met diverse grote problemen, de Staten-Generaal samengeroepen en de vertegenwoordigers van de burgerij hadden vervolgens gezworen het land een grondwet te zullen geven. Toen die er eenmaal was, volgde radicalisering en de ambitie de verworvenheden van de Franse Revolutie te exporteren, waarop de Europese grootmachten tot oorlog besloten. Op 20 april 1792 verklaarde Lodewijk XVI, die meende dat oorlog goed was om het verdeelde Frankrijk onder zijn gezag te herenigen, de oorlog aan Oostenrijk. Het lag in de rede dat Straatsburg het eerste Oostenrijkse aanvalsdoel zou zijn en dus gaf de burgemeester van Straatsburg kapitein Rouget de Lisle opdracht een strijdlied te schrijven.

Lees verder “De Marseillaise”

Een muntschat uit Reims

Muntschat (Musée Saint-Remi, Reims)

Als u zegt dat het plaatje hierboven er niet heel spectaculair uitziet, dan hebt u gelijk. Het ziet er niet heel spectaculair uit. En eigenlijk is het ook niet zo spectaculair. Maar toch: het gaat om een Romeins kruikje, gevonden in de buurt van Reims, waar niet minder dan 280 zilverstukken in zaten. Ze dateerden uit de tijd van keizer Vespasianus (r.69-79) tot en met Gallienus (r.253-268) en de jongste munt was geslagen in 258 of het jaar erna. Die jongste munt is belangrijk, aangezien ze een aanwijzing is voor het moment waarop het geld is begraven.

U kunt zich het scenario voorstellen: iemand bracht, om hem of haar moverende redenen, zijn spaargeld in veiligheid en begroef het op een plek waar hij het kon terugvinden. De waarde is niet helemaal vast te stellen, want in de derde eeuw n.Chr. was de inflatie erg hoog, maar het moet gaan om een aanzienlijk kapitaal. De eigenaar is echter nooit terug gekomen om het op te halen.

Lees verder “Een muntschat uit Reims”

MoM | Somno iussus

Een inscriptie uit het heiligdom van Andesina (Archeologisch Museum, Grand)

Ik blogde gisteren over een archeologe die nogal makkelijk naar een conclusie toe aan het redeneren was. Ze voegde bijvoorbeeld een letter toe aan een inscriptie en liet andere mogelijke toevoegingen onvermeld. Vandaag hebben we een soortgelijk voorbeeld: de bovenstaande inscriptie uit de derde eeuw, gevonden in Grand.

De woorden middenin zijn goed te lezen: somno iussus. Iemand heeft iets gedaan na een bevel in een droom. Het woord erboven kan alleen [tri]bunus zijn, een officier. Daarboven zijn de onderkanten van enkele letters te lezen, die ons in staat stellen de naam van de tribuun te reconstrueren, Consinius. Met toevoeging van drie letters die we niet goed kunnen duiden komen we dus op

…nno Consinius
tribunus
somno iussus

Lees verder “MoM | Somno iussus”

Romeinse astrologie

Deel van een diptiek van twee astrologische tabletten (Archeologisch museum, Grand)

Wat u hierboven ziet, is de rechterhelft van een van de twee bijna identieke astrologische diptieken die in 1967 zijn opgegraven in het Franse Grand, het antieke Andesina. Of beter: er zijn daar 188 ivoren splinters opgegraven, waarvan in het lab twee diptiekjes vielen te maken. Ze zijn bijna dertig centimeter lang, ofwel precies één Romeinse voet, en dateren uit de late tweede eeuw n.Chr.

Hoe ze precies zijn gebruikt en door wie, dat valt weer eens niet te weten, maar dat deze voorwerpen het eigendom zijn geweest van een professionele sterrenwichelaar lijkt in elk geval mij een voor de hand liggende aanname. Je kunt je voorstellen dat zo iemand zijn praktijk had in de buurt van het Apolloheiligdom: een zonnegod immers die ook nog eens de geneeskunde een warm hart toedroeg. Op deze plek, waar mensen kwamen om te baden in de geneeskrachtige wateren, was behoorlijk wat publiek en menigeen zal hebben willen weten hoe groot de kans was op genezing. Zoiets verbeeld ik me althans bij deze tabletten.

Lees verder “Romeinse astrologie”

Meditrina

Meditrina (Archeologisch Museum, Grand)

De Romeinen hadden een feest dat ze Meditrinalia noemden. Ze vierden het op 11 oktober maar wisten, zoals dat met religie nu eenmaal gaat, eigenlijk ook niet waarom ze vierden wat ze vierden. Dus verzonnen ze de bijbehorende godin. Zoals de Floralia er waren voor Flora, zo waren de Meditrinalia er voor Meditrina. Gegeven de tijd van het jaar was een associatie met de wijnoogst vanzelfsprekend.

Ergens in de negentiende eeuw is geopperd deze godin te identificeren met afbeeldingen als de bovenstaande, die her en der in het Romeinse Rijk zijn gevonden. Deze fotografeerde ik in Grand, waar nog drie Meditrina’s zijn gevonden. Steeds opnieuw een grote vrouwenfiguur te midden van wat attributen van een bepaald ambacht, altijd in een nis tussen twee pilaartjes. Duidelijk is dat het gaat om een overvloedgodin die haar gunsten uitdeelt.

Lees verder “Meditrina”