Door berg en dal met Hannibal: de Alpen

Op weg naar de Montgenèvre

Ik had u een stukje beloofd over Hannibals opmars naar de Alpen. Het probleem is, zoals ik in eerdere stukjes heb verteld, dat de informatie uit onze bronnen te weinig, te ambigu en te inconsistent is om te passen bij het landschap. De meeste hannibalisten hebben al een idee van de oplossing, bedenken een route om bij hun Col de Teloutel te komen en interpreteren de ambigue informatie om daarbij te passen.

Immers, de in de bronnen vermelde kale rotspartijen, nauwe kloven en steile hellingen zijn overal te vinden, waarbij we nog in het midden zullen laten dat de woorden “kaal”, “nauw” en “steil” vrij vaag zijn. De afstand die Hannibals mannen per dag oprukten, kan al naar gelang het uitkomt de vijftien kilometer zijn die antieke legers normaliter op één dag aflegden, of twintig kilometer omdat Hannibal haast had, of tien kilometer omdat men marcheerde door zwaar terrein. Voeg een marge toe van een kilometer of wat en er is er altijd wel een kale rots, een nauwe kloof of een steile helling te vinden op het punt waar de hannibalist die wil hebben. Als het desondanks niet lukt, is het altijd nog mogelijk aan te nemen dat Livius en Polybios, die allebei dezelfde tekst hebben bewerkt, toevallig allebei hebben verzuimd een vermelding van een markant punt over te nemen.

Lees verder “Door berg en dal met Hannibal: de Alpen”

Op reis in Frankrijk

Briançon

Zoals u hebt gemerkt was ik vorige week in Frankrijk om de laatste hand te leggen aan mijn boek Hannibal in de Alpen. Het was behoorlijk aanpakken in de weinige tijd die mijn zakenpartner en ik allebei hadden kunnen vrijmaken. We hadden eerst anderhalve dag nodig om ter plekke te geraken. Eenmaal daar was er veel regen en vertraging. Italië was sowieso onbereikbaar door de coronamaatregelen, die een recente test voorschreven die we dan ergens in Frankrijk zouden hebben moeten afnemen, terwijl we daarvoor de tijd niet hadden.

Allemaal dingen waar niets aan viel te doen. Dat we het ideale plan – beginnen in Avignon en dan Hannibal zoveel mogelijk volgen – niet konden uitvoeren, was echter mijn eigen stommiteit. Ik had er domweg niet aan gedacht dat de Ronde van Frankrijk aankwam in Valence op het moment dat wij er wilden overnachten. Uiteindelijk hebben we vrijwel alle gestelde doelen weten te bereiken maar er was weinig lucht in het programma. We hebben uren in de auto gezeten.

Lees verder “Op reis in Frankrijk”

Door berg en dal met Hannibal: de Drac

De Drac

De tocht van Hannibal over de Alpen mag dan een non-probleem zijn, het is een leuk onderwerp om uit te leggen wat oudheidkundigen nu eigenlijk doen. Stap één: je stelt de tekst vast van onze bronnen (Polybios en Livius dus). Stap twee: kijk hoe die zich tot elkaar verhouden. Stap drie: distilleer welke aanwijzingen je nu eigenlijk hebt. Stap vier: pas deze informatie in het landschap.

Vage informatie

Over stap één hebben we het gehad toen we het hadden over de Arar/Skaras. De uitkomst van stap twee is dat de twee bronnen teruggaan op een getuige én dat Livius daar iets aan toevoegde uit Timagenes van Alexandrië. Stap drie is dat de resterende informatie te gering, te ambigu en te inconsistent is om stap vier te zetten. Dat wil niet zeggen dat we helemáál niets weten. We weten dat er twee oerbronnen waren: de getuige achter Polybios en Livius én de informatie van Timagenes.

Lees verder “Door berg en dal met Hannibal: de Drac”

Door berg en dal met Hannibal: het Eiland

De samenvloeiing van Rhône en Isère

Een van de problemen waarmee hannibalisten, zoals de Fransen degenen noemen die zich bezighouden met de onbeantwoordbare vraag waar Hannibal de Alpen overstak, te maken krijgen, is de positie van het Eiland. Hier begon Hannibal aan zijn opmars naar de Alpen. Ik heb al eens geblogd over de problematiek. De ene bron, Titus Livius, schrijft dat het een landtong was tussen de Rhône en de Arar ofwel Saône. Dan zou Eiland bij het huidige Lyon zijn, dat immers ligt waar de Saône samenkomt met de Rhône. De andere bron, Polybios, noemt de rivier Skaras.

De Isère

De tegenspraak is maar één probleem – en het makkelijkste. Arar kan niet. De Saône is te ver van de oversteekplaats waarover ik eergisteren blogde. Polybios geeft namelijk een afstandsschatting en noemt ook dat die afstand in vier dagen was te overbruggen. Zelfs vanaf de noordelijkste kandidaat-oversteekplaats is Lyon te ver. De meeste hannibalisten houden het erop dat de rivier de Isère, de antieke Isara, dezelfde is als Skaras. U ziet hierboven de samenstroming van Isère en Rhône, even ten noorden van Valence.

Lees verder “Door berg en dal met Hannibal: het Eiland”

Door berg en dal met Hannibal: de Tricastijnen

Even afgezien van het feit dat de vraag waar Hannibal de Alpen overstak totaal irrelevant is en niet beantwoord kan worden: de kwestie is nuttig om uit te leggen hoe veelkleurig de oudheidkunde is. Het begint met een analyse van wat er nu feitelijk in de bronnen staat, vervolgens probeer je te doorgronden hoe de bronnen zich tot elkaar verhouden, en zo stel je vast welke informatie je nu feitelijk hebt. Daarna ga je kijken welke Alpenpassen en routes aan die informatie voldoen.

We hebben twee bronnen, Polybios en Livius. Als je ze leest – ik ga het nu niet uitleggen, u bestelt mijn in januari te verschijnen boek Hannibal in de Alpen maar – zie je dat de verschillen vallen in drie groepen: herformuleringen, kleine verschillen en de inlassingen. Herformuleringen zijn precies dat: Livius vertelt hetzelfde als Polybios maar zet het vaak wat dik aan. De kleine verschillen bieden vier aanwijzingen dat Livius niet Polybios overschrijft maar dat zijn informatie (vermoedelijk via een tussenschakel) teruggaat op een gedeelde bron. Livius is dus niet elimineerbaar. Tot slot zijn er inlassen en een daarvan is een kort zinnetje.

Lees verder “Door berg en dal met Hannibal: de Tricastijnen”

Door berg en dal met Hannibal: de Rhône

In januari verschijnt mijn boek Hannibal in de Alpen, dat in maart zal worden gevolgd door de prequel over de Eerste Punische Oorlog, waarover ik het al eens had. Er moesten over het Hannibalboek, waarin ik uitleg waarom we niet weten kunnen waar deze de Alpen overstak, nog wat inhoudelijke puntjes op de i worden gezet en dus huurde mijn zakenpartner een auto en zijn we maandag naar de Alpen gereden. Of beter, we reden maandag tot Beaune en wilden vandaag via Avignon de Alpen in, maar de Ronde van Frankrijk en een reeks regenbuien zorgden ervoor dat we niet verder dan zijn gekomen dan Avignon. Wat al mooi genoeg is.

Paleohydrologie

De regen zouden we zelfs als authentiek kunnen beschouwen, want uit dendroklimatologisch onderzoek blijkt dat het destijds opvallend vochtig was en mogelijk iets warmer dan tegenwoordig. Dat laatste is een algemene constatering, maar je moet rekening houden met het plaatselijke klimaat en juist in een gevarieerd gebied als de Alpen kun je niet zomaar komen tot uitspraken over de  gemiddelde temperatuur. Hoe dat ook zij, het staat vast dat de gletsjers zich aan het terugtrokken waren en dat er dus, door smeltwater én de genoemde regen, meer water stond in de antieke Rhône.

Lees verder “Door berg en dal met Hannibal: de Rhône”

De tweede zeeslag bij Marseille

Afgietsel van een reliëf met twee oorlogsschepen uit Napels (Museum für antike Schifffahrt, Mainz)

Als ik u zeg dat het de derde was van de maand sextilis, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Marcellus en Lentulus consuls van Rome waren, en als ik dat omreken naar 3 juli 49 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Nou, het zou best kunnen zijn dat Caesar in Ilerda, waar hij zojuist de troepen van de Senaat had verslagen, bericht kreeg over de gebeurtenissen in Marseille, enkele dagen eerder, op de laatste dag van de Romeinse maand quinctilis (ofwel onze 30 juni). Volgens dit mooie programma deed een ijlbode te paard een kleine drie dagen over de 716 kilometer van Marseille naar Ilerda. En het nieuws dat de bode uit Marseille aan Caesar kwam brengen was goed: voor de tweede keer was er een zeeslag geweest en de aanhangers van Caesar hadden gezegevierd.

Lees verder “De tweede zeeslag bij Marseille”

De eerste zeeslag bij Marseille

Reliëf van een antieke zeeslag (Vaticaanse Musea, Rome)

Als ik u zeg dat het 27 juni was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Marcellus en Lentulus consuls van Rome waren, en als ik dat omreken naar 28 mei 49 v.Chr. op onze kalender, dan vindt u dat een wat flauw intro. Ik kondigde immers gisteren al aan dat u vandaag zou belanden in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” En dit keer gaat het eigenlijk niet over Caesar, maar vooral over het beleg van Marseille.

U herinnert zich dat Caesar deze stad voor zich had willen winnen om zijn aanvoerlijnen richting Iberië veilig te stellen. Tijdens de onderhandelingen was Lucius Domitius Ahenobarbus, een generaal in dienst van de Senaat, naar de stad gekomen en hij had alles in staat van verdediging had gebracht. De belegering was begin april begonnen en duurde dus alweer een week of zeven toen de verdedigers een uitval deden. Caesars kolonels, die de belegering voortzetten terwijl hun generaal op weg was gegaan naar Spanje, hadden schepen laten bouwen om te verhinderen dat de belegerden overzee zouden uitbreken. Caesar zelf vertelt, in de vertaling van Hetty van Rooijen:

Lees verder “De eerste zeeslag bij Marseille”

MoM | De Gallische taal

De driehoofdige Gallische godheid Lugus (Musée Saint-Rémi, Reims)

Het oude Gallisch is wat ze een Trümmersprache noemen, een taal waarvan alleen wat sporen zijn overgebleven. De Galliërs, die ooit leefden op de Povlakte en in de regio die we nu Frankrijk noemen, zijn immers tussen 225 v.Chr. en 50 v.Chr. door de Romeinen onderworpen, waarna het Latijn de dominante taal van West-Europa werd. Anders dan in het oosten, waar het Grieks, Egyptisch en Aramees overleefden, verdwenen de westerse talen vrijwel geheel. Zodoende kennen we van het antieke vocabulaire maar zo’n duizend woorden. Het weinige bewijsmateriaal bestaat uit:

  • een klein maar nog groeiend aantal inscripties (zoals het loden plaatje van Rézé),
  • een vrij groot aantal personennamen (Ambiorix, Vercingetorix…),
  • een eveneens vrij groot aantal plaatsnamen (Noviomagus, Lugdunum…), met riviernamen als speciale categorie (Axona, Isara…),
  • Indo-Europese oervormen,
  • kanttekeningen in antieke teksten.

Een voorbeeld van dat laatste is de opmerking van de laatantieke auteur Orosius dat de Gaesatiërs (die ooit de Galliërs op de Povlakte te hulp schoten in een oorlog met Rome) geen stam waren maar een groep huurlingen, wat op zichzelf natuurlijk zomaar een losse claim is, maar wordt bevestigd doordat het woord gaiso “speer” betekent. Het zijn dus speerwerpers.

Lees verder “MoM | De Gallische taal”

Het Eiland in de Rhône

Treinstation Dermech (Karthago)

Nog even over Hannibal, waar ik het gisteren al over had.

Als Hannibal de Rhône is overgestoken, marcheert zijn leger stroomopwaarts tot een punt dat het Eiland wordt genoemd. Probleem één: er is geen echt eiland in de rivier. Gelukkig kunnen het Griekse woord nesos en het Latijnse woord insula ook worden gebruikt voor de gebieden die tussen twee rivierarmen liggen in een delta, ook als wij dat niet echt als een eiland beschouwen.  Zo’n gebied is in elk geval aan alle kanten door water omspoeld. Het gebied tussen Waal en Rijn stond bijvoorbeeld bekend als het Eiland van de Bataven. Geleerden zijn er daarom eigenlijk altijd van uit gegaan dat het Eiland van de Rhône in feite de landtong is geweest tussen twee rivieren.

Een gezochte verklaring

Daarin volgen ze Polybios, die ook wat verbaasd was over een eiland in de Rhône en als verklaring voor die naam gaf dat deze stroom en een andere rivier langs twee van de drie zijden stromen en op het punt waar ze samenvloeien de top vormen van het Eiland. Vervolgens komt Polybios op de proppen met een gezochte vergelijking met de Nijldelta, waar de rivier zich echter splitst en geen rivieren samenkomen. Kortom, een rommelige passage.

Lees verder “Het Eiland in de Rhône”