Een olielamp uit Cyprus

Romeinse olielamp (Cyprusmuseum, Nicosia)

Een van de dingen die ik altijd moeilijk voorstelbaar vind: in de Oudheid was donker echt donker. Kaarsen, gemaakt van bijenwas, waren kostbaar. Toortsen en flambouwen brandden op hout en hout werd voor zoveel zaken gebruikt dat het schaars was. En olielampjes veronderstelden olijfolie en dat veronderstelde weer een boomgaard vol bomen. Het was dus moeilijk om veel licht te maken. Eén gevolg was dat de mensen doorgaans met de kippen op stok gingen; een ander gevolg was dat iedereen wist wanneer het volle maan was. De Juliaanse kalender was revolutionair omdat ze de band met de maanstanden verbrak en is om die reden dan ook nooit zo universeel ingevoerd als beoogd.

Lichtwinst viel te behalen door je kleine bron van licht zo te plaatsen dat die maximaal kon stralen. Dat kon dus door een lamp op een standaard te zetten. In de Late Oudheid zien we steeds meer bronzen lampen die met een ketting kunnen worden opgehangen aan het plafond of een hanenbalk. Ik heb weleens twee olielampen uit Nubië getoond; de bovenstaande komt uit Kourion, gelegen aan de zuidkust van Cyprus.

De stad – een van de mooiste opgravingen die ik ken – dankte zijn welvaart aan een haven en een Apolloheiligdom dat in de Romeinse tijd de ooit populaire Afroditecultus begon te verdringen. Kourion werd een belangrijk christelijk centrum en aan de bisschoppelijke residentie dankt de stad zijn moderne naam, Episkopi.

Ik vermoed dat de eendvormige lamp hierboven, afkomstig uit het Cyprusmuseum in Nicosia, is opgegraven in het bisschoppelijke paleis maar weet het niet zeker.

[Meer Cyprus? Tot begin april is de expositie “Eiland in beweging” in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Dit was het 353e voorwerp in mijn reeks museumstukken.]

11 gedachtes over “Een olielamp uit Cyprus

  1. jacob krekel

    Het donker van de oudheid heb ik voor het eerst ervaren door de uitbeelding ervan in Fellini’s Roma. Opgegroeid in een bos, waar geen enkele openbare verlichting was, had ik ook wel enige ervaring met het donker.

    1. FrankB

      Gerelateerd hiermee, maar nauwelijks met het oorspronkelijke onderwerp:

      “… pas rond het jaar 1910 werde kans dat de gezondheid van een toevallig geselecteerde patiënt verbeterde door toedoen van een eveneens toevallig geselecteerde arts groter dan 50%.

      Walter Krämer, Wir kurieren uns zu Tode, Frankfurt 1993.

  2. Marcel Meijer Hof

    Even praktisch: Het duurt een poosje voordat het menselijk oog volledig gewend raakt aan (heel) weinig licht. Dat duurt meen ik een minuut of twintig. Dat menig kaperkaptein een lapje voor één oog droeg zou er wel eens mee te maken kunnen hebben, dat het onderdeks nogal schemerig kon zijn – en dat met een wastobbe vol schavuiten …

    Wat ik leerde over Pompeï – pars pro toto – is, dat er kleine blokjes gepolijst wit marmer in het midden van de weg in het plaveisel lagen, opdat je ook in de duisternis wist waarheen je liep.

    In de achttiende en/of negentiende eeuw kwamen de artsen in de Betuwe maandelijks bijelkaar, des avonds, mits de volle maan helder de dijkwegen bescheen waarlangs hunne koetsjes reden. « Een karretje lands de zandweg reed, de maan scheen helder, de weg was breed. Enz. ». Maar ook in de daaraan voorafgaande eeuwen werd ’s nachts veel gereisd, vaak ook te voet. Een der burgemeesteren van Enkhuizen is op die manier aan zijn gewelddadig einde gekomen, toen hij – uit zuinigheid – terugwandelde vanuit Alkmaar !

    Het is mij in de late schemering wel eens opgevallen dat wanneer in de natuur alle kleur al is verdwenen, blauw nog lang waarneembaar blijft.

    Van een oude dame leerde ik, dat in de oorlog je maar beter de weg in de kasten blindelings moest kunnen vinden.

    Kortom, het was dan wel donker in vroeger tijden. Maar men wist er beter mee om te gaan.

    1. @marcel hof: mijn grootouders woonden een langs de weg Glanerbrug- Losser . Het kon er inderdaad enorm donker zijn. Als een man moest plassen liep hij naar achteren richting een grote eik, een wc hadden ze niet en water kwam uit de put vandaan (en eerst gekookt). Voor kinderen was het vooral spannend.
      Jona: wat een prachtige olielampen!

  3. eduard

    In Kenia reed ik eens ’s nachts in de trein langs een uitgestrekte sloppenwijk van Nairobi. Hangend op het balkon om elk zuchtje wind te vangen hoorde en voelde ik om mij heen de aanwezigheid van talloze mensen, maar er was werkelijk niets te zien dan wat door de trein even werd aangelicht.

  4. R.G. van Dam

    In Engeland in de 18e eeuw had je The Lunar Society, een gezelschap geleerden en industriëlen dat elke maand bijeen kwam op de maandag die het dichtst bij volle maan viel. Vandaar de naam. Onder anderen Erasmus Darwin, Josiah Wedgwood en James Watt waren lid.

  5. Robert

    Ik reed ooit vanuit Trier terug naar Nederland, en op zeker moment was de snelweg geheel verlaten. Geen lampen, geen auto’s, een bos rondom en nergens licht. Unheimisch. we zijn echt gewend geraakt aan licht om ons heen, en in Nederland als vaak wel ergens de weerschijn van bewoond gebied in de lucht te zien.
    Eens per jaar hebben wij een Romeins evenement in Museumpark Oriëntalis nabij Nijmegen, en een van de leuke dingen daar is dat het ’s nachts ook echt donker is – gebruik van olielampjes verplicht!

Reacties zijn gesloten.