Een olielamp uit Cyprus

Romeinse olielamp (Cyprusmuseum, Nicosia)

Een van de dingen die ik altijd moeilijk voorstelbaar vind: in de Oudheid was donker echt donker. Kaarsen, gemaakt van bijenwas, waren kostbaar. Toortsen en flambouwen brandden op hout en hout werd voor zoveel zaken gebruikt dat het schaars was. En olielampjes veronderstelden olijfolie en dat veronderstelde weer een boomgaard vol bomen. Het was dus moeilijk om veel licht te maken. Eén gevolg was dat de mensen doorgaans met de kippen op stok gingen; een ander gevolg was dat iedereen wist wanneer het volle maan was. De Juliaanse kalender was revolutionair omdat ze de band met de maanstanden verbrak en is om die reden dan ook nooit zo universeel ingevoerd als beoogd.

Lichtwinst viel te behalen door je kleine bron van licht zo te plaatsen dat die maximaal kon stralen. Dat kon dus door een lamp op een standaard te zetten. In de Late Oudheid zien we steeds meer bronzen lampen die met een ketting kunnen worden opgehangen aan het plafond of een hanenbalk. Ik heb weleens twee olielampen uit Nubië getoond; de bovenstaande komt uit Kourion, gelegen aan de zuidkust van Cyprus.

Lees verder “Een olielamp uit Cyprus”

Laatantiek Cyprus

De bruiloft van David en Mikal: een van de stukken uit de Lambousa-schat uit Lapethos (Cyprus Museum, Nicosia)

In de vierde eeuw n.Chr. werd Cyprus getroffen door twee aardbevingen (in 332 en 342). De schade was voldoende om de provinciale hoofdstad van Pafos te verplaatsen naar Salamis, dat werd omgedoopt tot Constantia (naar keizer Constantius II). Over het algemeen bleef het eiland echter floreren.

De geschiedenis van Cyprus was in deze tijd die van het oostelijke deel van het Romeinse Rijk. De bewoners volgden de religieuze mode en bekeerden zich tot het christendom. Naar verluidt heeft de moeder van keizer Constantijn de Grote, Helena, achter Larnaka het Stavrovouni-klooster gesticht. Christelijke basilieken verrezen in Nicosia, Salamis en Kourion. In 488 kreeg het eiland een speciale status binnen de kerk: het werd als autokefaal beschouwd, wat betekent dat de belangrijkste bisschop geen verantwoordelijkheid was verschuldigd aan een van de patriarchen. Dit is nog steeds het geval, al bevindt de bezoeker zich absoluut in de sfeer van de Griekse orthodoxie.

Lees verder “Laatantiek Cyprus”

Romeins Cyprus

Inscriptie van een Romeinse officier uit Pegeia (Cyprus Museum, Nicosia)

In 58 v.Chr. veroverden de Romeinen Cyprus. Aanvankelijk maakte het eiland deel uit van de provincie Cilicië; tijdens de burgeroorlogen werd het teruggegeven aan het Ptolemaïsche Rijk; uiteindelijk werd het in 31 v.Chr. een zelfstandige provincie. De kopermijnen werden toegekend aan een Romeinse bondgenoot, Herodes de Grote, de koning van Judaea. Hoewel Salamis de grootste stad van het eiland bleef, woonde de gouverneur (iemand met de rang van procurator) in Nieuw Pafos: het lag dichter bij Rome en bovendien was dit een makkelijke voortzetting van de Ptolemaïsche praktijk. Het is de plaats waar de apostel Paulus werd verhoord.

Salamis bleef daarentegen de belangrijkste handelshaven, terwijl Oud-Pafos het belangrijkste religieuze centrum bleef: dit was de plaats waar Afrodite vanouds werd vereerd. De aanbidding van Afrodite was echter niet langer de enige belangrijke cultus: ook het orakel van Apollo in Kourion werd nu belangrijk.

Lees verder “Romeins Cyprus”