[De komende tijd zal Kees Alders enkele blogseries schrijven over de antieke Chinese en Indische filosofische stromingen. Een inleiding was hier; het eerste deel over China was daar, en hieronder staat het tweede deel.]
In de traditionele geschiedschrijving van het vroegste China viel de Shang-dynastie na een opstand van de Zhou rond 1046 v.Chr. De Zhou waren oorspronkelijk een vazalstaat van de Shang. Hun hoofdstad was Haojing, bij het huidige Xi’an in Shaanxi. Dit is westelijker en meer landinwaarts, en meer bergachtig dan Henan, en was daarom dunner bevolkt. Maar de grond is vruchtbaar, en het ligt strategischer dan de vlakten van Henan.
Ruiter uit middeleeuws China (Jin-dynastie; Volkenkundig museum, Leiden)
Ammianus Marcellinus was een Romeinse oud-officier die tegen het einde van de vierde eeuw na Chr. besloot een geschiedwerk te schrijven. En wat voor geschiedwerk! In de eerst-overgeleverde boeken vertelt hij over opkomst, regering en ondergang van keizer Julianus. Een spannend verhaal. Daarna vertelt hij over de tijd van de keizers Valentinianus en Valens. Al even boeiend. Je merkt dat Ammianus probeert zo objectief mogelijk te zijn. Des te jammerder dus dat de eerste helft van het geschiedwerk verloren is gegaan. Ik had graag gelezen wat hij over de crisis van de derde eeuw en de keizers Diocletianus en Constantijn te melden had.
Af en toe is Ammianus wat pedant. Als Julianus besluit op te trekken tegen het Perzische Rijk, moet hij natuurlijk uitleggen wat dat was. Dat zou elke antieke geschiedschrijver hebben gedaan. Maar Ammianus gaat helemaal uit zijn dak en geeft in hoofdstuk 23.6 een overzicht van heel Azië, waarin hij alle informatie propt waarover hij beschikt. Niemand kon hem verslijten voor onbelezen.
Rond het begin van onze jaartelling bestonden er twee wereldrijken: het Romeinse Imperium en het Chinese Keizerrijk onder de Han-dynastie. Samen heersten zij over ongeveer de helft van de toenmalige wereldbevolking. Beide rijken hebben zich in dezelfde periode maar onafhankelijk van elkaar ontwikkeld. Is het de moeite waard om een vergelijking te maken tussen de Romeinen en de Han? De Oostenrijkse historicus Walter Scheidel, sinds 2004 hoogleraar in Stanford, meent van wel en laat dat zien in de bundel State Power in Ancient China and Rome. De bundel bevat acht artikelen die het Romeinse keizerrijk vergelijken met het China van de Han-dynastie.
Scheidel is een pleitbezorger van vergelijkende geschiedenis (comparative history). Eén van de voordelen van het vergelijken van staten en ontwikkelingen, zoals tussen Rome en de Han, is volgens hem dat het de historicus dwingt uit de specialistische “comfort zone” te treden en nieuwe vragen te stellen. Het dwingt tot het overstijgen van (historische) disciplines en het helpt bij het identificeren van causale relaties en factoren en hoe die in verschillende omgeving verschillend uitwerken. Vergelijken is overigens geen doel op zich, maar een middel voor het stellen van vragen en formuleren van verklaringen.
Ik blogde gisteren over een fresco uit het Archeologisch Museum van Afrosiab in Samarkand. Daar ga ik nog even mee verder: hierboven een knekelkistje uit de vierde eeuw na Chr. In Centraal-Azië werden de doden lange tijd neergelegd om door honden en vogels te worden opgegeten, waarna de botten werden verzameld en apart begraven. De gewoonte bestaat nog in bijvoorbeeld Tibet.
De eerste christenen hechtten nogal aan het begraven van het gebeente. Ze geloofden immers in de lichamelijke opstanding en keurden daarom grafrituelen af waarin het lichaam volledig werd vernietigd. Terwijl in West-Europa crematie in onbruik raakte, begroeven de gelovigen in Centraal-Azië de botten van hun dierbare overledenen.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.