Van Giffen, bioloog en archeoloog

Die Fauna der Wurten

Ik heb weleens verteld hoe de Lachmannmethode, waarbij classici en andere filologen de tekstvarianten in middeleeuwse handschriften gebruiken om de antieke originelen te reconstrueren, het model was voor de evolutietheorie van Charles Darwin. Evolutiebiologen gebruiken immers op analoge wijze hedendaagse diersoorten om te komen tot plausibele reconstructies van uitgestorven voorgangers. Een soortgelijke kruisbestuiving zien we bij Van Giffen (1884-1973).

Als je afgaat op hoe archeologen spreken over deze invloedrijke archeoloog, was zijn voornaam Professor, maar hij heette eigenlijk Albert. En hoewel hij beroemd is geworden als archeoloog, was hij van huis uit bioloog. Zijn leermeester was Jan-Willem Moll. Het door Van Giffen opgerichte instituut in Groningen heette dan ook het Biologisch-Archeologisch Instituut – de huidige naam doet die traditie niet zoveel recht.

Omdat ook jonge biologen geld moeten verdienen, nam Van Giffen een baantje als opzichter op de wierde van Dorkwerd, even ten noorden van Groningen. Die werd op dat moment – we hebben het over 1908 – namelijk afgegraven. Omdat de zo gewonnen “huisstee-aarde” voor een flink deel bestond uit antieke mest, was ze bruikbaar voor bodemverbetering. Van Giffen moest erop toezien dat eventuele archeologische vondsten bewaard bleven. Dit was zijn eerste professionele kennismaking met de archeologie. Zijn proefschrift zou gaan over zowel biologie als archeologie: Die Fauna der Wurten.

Van Giffen had van zijn leermeester Moll geleerd hoe je het beste een plantenstengel kon beschrijven. Je maakte eerst een dwarsdoorsnede en tekende die in; daarna sneed je de stengel overlangs door en tekende dat; vervolgens doorkliefde je de al gehalveerde stengel nog eens, loodrecht op de tweede doorsnede, en tekende wat je zo zag. In feite ging het dus om doorsnedes langs de x-as, de y-as en de z-as.

Van Giffen pakte de wierde waarop hij toezicht hield op soortgelijke wijze aan. En later alle andere wierden en terpen. Een horizontaal vlak was er natuurlijk al: het maaiveld. De profielen die hij vervolgens tekende om de diverse lagen te registreren, stonden daar kruislings overheen. In enkele jaren tijd had hij de opbouw van al een stuk of zestig terpen op deze wijze gedocumenteerd. Zo ontstond de archeologie van wierden en terpen met gebruikmaking van een biologisch principe.

14 gedachtes over “Van Giffen, bioloog en archeoloog

  1. Robbert

    Waar komt eigenlijk je idee vandaan dat de Lachmannmethode evolutiebiologen beinvloedde of zelfs model voor stond voor de evolutietheorie? Zijn er feiten die daarop wijzen?
    Het lijkt me op voorhand meer waarschijnlijk dat de Lachmannmethode voor klassieke teksten enerzijds en het idee van stambomen van levende wezens anderzijds in de negentiende eeuw los van elkaar ontwikkeld werden.

    1. Huibert Schijf

      Ik sluit me aan bij @Robert. In de gezaghebbende biografie van Janet Browne over Darwin wordt met geen woord gerept over Lachmann. Darwin slaagde erin te verklaren hoe soorten overleven, namelijk door zich aan te passen aan veranderingen in hun omgeving. Hij had geen idee van DNA, uiteraard. Dat je dieren terug kon fokken naar een ‘oersoort’ had hij van duivenfokkers geleerd. Die hadden natuurlijk nog nooit van Lachmann gehoord. Naarmate er meer fossielen werden gevonden werd het beter mogelijk om bijvoorbeeld de stamboom van het paard te reconstrueren. Waren die biologen echt door Lachmann geïnspireerd? Ik kan geen verwijzing vinden, maar als die er is zou ik het graag willen weten.

      1. Martin

        Als we het helemaal correct willen zeggen: wie niet aangepast is, verdwijnt. Als je mazzel hebt, dan heb je een DNA mutatie die goed van pas komt in de nieuwe omgeving.

        1. FrankB

          Volledig correct: een populatie (want het gaat niet over individuen) die onvoldoende is aangepast kent een te lage waarschijnlijkheid op vruchtbare nakomelingen en sterft uit. Een aardig voorbeeld is de populatie mammoeten op het eiland Wrangel – die hebben daar wellicht nog rondgelopen toen in bv. Egypte de Oudheid al begonnen was.

        2. Juist! Zo heeft Darwin het ook gezien. Er heeft lange tijd een groot misverstand bestaan over de betekenis van ‘the survival of the fittest’. Zoals de anderen hierboven ook zeggen heeft Darwin, die de geïsoleerde Galapagosfauna bestudeerde, gemerkt dat door een mutatie dieren die meer aangepast waren aan de omgeving en zich beter konden voeden meer kans hadden om zich voort te planten (cfr. de bekende hoppende vinken op zoek naar voedsel op de verschillende Galapagoseilanden). De vinken met de meest aangepaste snavel waren ‘the fittest’ en de theorie van de ‘natuurlijke selectie’ zag het licht en werd de motor van de evolutietheorie.
          Ik vertel hier niks nieuws voor dit forum, natuurlijk.

          Ik heb ook een paar uitgebreide biografieën van Darwin gelezen en nergens ben ik Lachmann tegengekomen. Ook op Wikipedia niet (zowel onder Darwin als onder Lachmann vond ik dat er geen wederzijdse invloed bestond). De vraagstelling van Darwin was ook een andere: waarom zijn er verschillende soorten en hoe is dat te verklaren. Aanvankelijk heeft hij zich ook wel bezig gehouden met het opstellen van stambomen, maar zijn grootste verdienste ligt in de uitwerking van de evolutietheorie.

      2. Ben Spaans

        Ik vraag me hetzelfde af. De biografie van Darwin van Adrian Desmond en James Moore bevat ook geen enkele verwijzing naar Lachmann of zijn methode, googelen brengt ook niet verder. Zowel de Duitse als Engelse wikipedia pagina’s over Lachmann geven geen enkele aanwijzing over beïnvloeding van de evolutie gedachte. Verder googelen levert ook niets bruikbaars in die richting.

        1. Huibert Schijf

          Ik hou het op een broodje aap. Bedacht door een of andere filoloog, of misschien wel door Jona Lendering zelf.

          1. Frans

            Misschien inspireerde Lachmann andere biologen die voorlopers waren van Darwin? Want hij heeft die evolutietheorie natuurlijk niet in z’n uppie verzonnen; Wallace bijvoorbeeld was op hetzelfde spoor.

            1. Ben Spaans

              Het lijkt me niet dat Wallace op de Amazone en op Borneo veel toegang heeft kunnen krijgen tot publicaties van een Duitse filoloog…

          2. Martin

            Het is duidelijk uit de eerste paragraaf: de archeologen willen hun geloofwaardigheid baseren op een analogie met de evolutiebiologie.

  2. Medellín, 29 augustus 2020

    @ Jona et al.:

    Wellicht heeft het volgende artikel met verwijzing naar de grote Hugo de Vries mede als bron gediend?

    https://www.jstor.org/stable/pdf/432661.pdf

    (En daarna alle Nederlandse biologen die hier in de Andes-landen hun onuitwisbare stempel hebben gedrukt, Thomas van der Hammen, Antoine Cleef, en ook Egbert de Vries, ex stadsdeelvoorzitter Amsterdam Zuid..)

    b.à.v. jl

Reacties zijn gesloten.