Het goud van Macedonië

Gouden krans uit Stavroupolis (Archeologisch Museum van Thessaloniki)

Al aan het begin van zijn regering toonde de Macedonische koning Filippos II dat hij even slim als onvoorspelbaar was. In 359 v.Chr. veroverde hij de stad Amfipolis, die behoorde tot de Atheense invloedssfeer. De Atheners wilden de stad graag terug, waarop Filippos zei dat hij dan de havenstad Pydna in ruil wilde hebben. De Atheners stemden in en stonden hem Pydna af. Daarmee hadden ze een basis in de noordelijke wateren minder en was het moeilijker om de oorlog met Macedonië te hernemen. Filippos had daarna geen reden meer om Amfipolis nog af te staan.

Het aardige van die stad was dat er grote wouden waren, waar het Atheense scheepstimmerhout vandaan kwam, en goudmijnen. Door het verlies was Athene serieus afgezwakt. De ooit machtige stad, die al te maken had gehad met een door de Perzen gesteunde opstand onder de bondgenoten, was nu definitief een mogendheid van het tweede plan. En voor Macedonië begon een mooie toekomst. We zien die aan het goud in de graven.

Binnen Macedonië was Filippos’ koninklijke macht niet onomstreden. Zeker, de baronnen – ik gebruik deze term bij gebrek aan beter – hadden hem erkend als hun heerser, maar de koning van Macedonië was in principe de eerste onder gelijken. Met die goudmijn erbij (en het prestige van steeds meer militaire overwinningen) was hij echter heel wat vermogender dan eerdere vorsten en dat liet hij merken ook. Macedonië was niet langer een federatie van enkele baronnen maar werd een echt koninkrijk.

Filippos wist de baronnen te vriend te houden. In feite kocht hij ze uit: als hij weer eens een stad had veroverd, deelden de baronnen royaal in de buit, zodat ze schatrijk werden. Voor hen was het daardoor aantrekkelijk met de koning op te trekken, hoewel diens macht met elke verovering verder groeide. Het betekende overigens ook dat de expansie van Macedonië, die de interne consolidatie van de koninklijke macht garandeerde, door moest gaan. Uiteindelijk expandeerde het rijk tot Filippos’ zoon en opvolger Alexander aan de rivier de Hyfasis in India rechtsomkeert maakte.

De rijkdom van de baronnen is gedocumenteerd in verschillende graven, het een nog mooier dan het ander. De absolute top is Derveni (waar ook de papyrus is gevonden), maar ook Pydna mag er zijn, of Stavroupolis, waar bovenstaande krans is gevonden. Het is allemaal ruwweg even oud als deze kop, dit graf en dit reliëf, maar wat lastig om het veel preciezer te dateren. Chemische analyses zouden kunnen uitmaken of het goud komt uit Europa of uit Azië, en of het behoort tot de regering van Filippos of die van Alexander.

Al het goud ligt in het archeologisch museum van Thessaloniki. Alleen al om dat te zien moet u echt die stad eens bezoeken. Het is sowieso de fijnste stad aan de Egeïsche Zee.

[Dit was het 392e voorwerp in mijn reeks museumstukken.  Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

8 gedachtes over “Het goud van Macedonië

  1. Dirk

    “Al het goud ligt in het archeologisch museum van Thessaloniki. Alleen al om dat te zien moet u echt die stad eens bezoeken. Het is sowieso de fijnste stad aan de Egeïsche Zee.” Dit is niet correct. De goud- en andere schatten liggen nu in Vergina!

    1. Verrek, nu je dat schrijft: dat kwam een paar weken geleden ook aan bod. Iemand zei dat, misschien was jij het wel. Van Vergina zou ik het snappen, maar ook Derveni?

      1. Sowieso een van de mooiste musea die ik ken. Al is het maar omdat hier het museum samenvalt met de lieu de memoire waar het aan gewijd is: om de schatten te zien moet je zelf afdalen in de grafheuvel.

      2. Vasílis

        ‘Derveni’ is, voor zover ik weet, (nog steeds) ten toon gesteld in het Archeologisch Museum van Thessaloníki, inderdaad de fijnste stad.

  2. Is dit een versiering als bv. onze kerstkrans, een offergave, of heeft iemand dit op het hoofd gedragen? En zo ja: was dit een vrouw of een man? (Het doet me denken aan de krans van madeliefjes die we vroeger maakten en droegen. Jongens waagden zich daar niet aan – hoewel ze het misschien best leuk hadden gevonden.)

    1. Robbert

      Inderdaad, we droegen ze natuurlijk niet zelf maar we maakten wel degelijk hele slingers, voor onze moeders.

  3. De grafheuvel van Vergina is het mooiste museum van Griekenland. De entree, en dan binnen in het donker met prachtige belichting de schatten is spectaculair. De opgravingen uit Vergina in 1982, op weg voor een eerste bezoek aan Mount Athos, in het museum in Thessaloniki gezien in standaard vitrines, Vergina is een mooi excuus voor een nieuw bezoek aan Griekenland, Ruud Verkerk

Reacties zijn gesloten.