Romeinse cijfers

Detail van het prijsedict van keizer Diocletianus

Een nieuwtje uit Frankrijk: de grote musea gebruiken de Romeinse cijfers niet langer. Het Musée Carnavalet en het Louvre, beide in Parijs, zijn al op die weg gegaan. De reden is dat mensen de cijfers niet meer kunnen lezen. Een stukje algemene ontwikkeling dat verdwijnt.

Het staat niet op zichzelf. Mijn nichtje vertelde me onlangs dat ze de laatste tijd meer was gaan lezen en ik vroeg me af wat ik haar zou aanraden. Even dacht ik aan De komst van Joachim Stiller van Hubert Lampo, maar ik bedacht dat er teveel allusies aan de christelijke beeldentaal in zaten om voor een negentienjarige toegankelijk te zijn. Ik werd daar verdrietig van, want het is een prachtige roman die ik haar graag had aangeraden.

Ik zou, nu ook de Romeinse cijfers behoren tot ontoegankelijk wordend erfgoed, kunnen miepen over het afnemend peil van onze beschaving, maar eerlijk gezegd kan ik om die cijfers geen traan laten. Het is maar een uiterlijk vormpje. De grote schade aan onze cultuur is dat we ons een bijna militant anti-intellectualisme hebben eigengemaakt. Daar hebben we het al eens over gehad, dus ik laat het rusten. Vandaag ben ik eigenlijk vooral verbaasd.

Romeinse cijfers zijn immers ondingen. Ik moet altijd weer nadenken wat is bedoeld met XLVII of XCIX. Lagereschoolsommen als het product van CXIV en LVII min het quotiënt van XLIX en VII zijn ondoenlijk.

En dat brengt me bij de reden van mijn verbazing. Gerbert van Aurillac was, kort voor het jaar 1000, de eerste in West-Europa waarvan we weten dat hij de Arabische cijfers hanteerde. De feitelijke doorbraak was twee eeuwen later en wordt veelal in verband gebracht met Fibonacci’s Liber de abaco. Of het precies zo is gegaan weet ik niet, maar we hebben in elk geval al eeuwen lang geen behoefte aan Romeinse cijfers. Wat ik me dus afvraag, is waarom we ze überhaupt zo lang hebben gebruikt. Was dat alleen maar deftigdoenerij? Ik kan het me haast niet voorstellen.

Uw reactie mag weer in de reageerpanelen. Als u niet ingelogd raakt, volstaat een mailtje en ik zorg dat u de abonnee-status krijgt.

[Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

16 gedachtes over “Romeinse cijfers

  1. FrankB

    “Was dat alleen maar deftigdoenerij?”
    Niet alleen maar. Wel voor een groot deel. Afgelopen weekend heb ik De Kosmische Komedie uitgelezen; nu moet ik me alleen nog tot een recensie zetten. Kleine spoiler: de hoofdstukken zijn Romeins genummerd.

    1. Ik weet ook niet hoe ze het oplossen. Voor de hellenistische koningen (Ptolemaios I, Ptolemaios II,,,) is het wel een verbetering om ze zonder meer Ptolemaios Soter en Ptolemaios Filadelfos te noemen.

  2. Marcel Meijer Hof

    « Anti-intellectualisme is een constante die zich een weg baant door
    ons politieke en culturele leven, gevoed door de valse notie dat
    democratie betekent: Mijn onwetendheid net zo goed is als Uw kennis.»
    Isaac Asimov 1920 – 1992
    Dit is een van mijn geliefde aforismen, waarmee ik mijn mails vaker inleid.
    Ik heb eigenlijk nog steeds een voorkeur voor Romeinse cijfers bij rubriceringen, al sinds de middelbare school. Mijzelf kennende steekt er wel een beetje snobisme in, ergo snobisme bij een puber in de jaren zeventig; wie was ik toen eigenlijk, wat wilde ik bewijzen. De voorliefde is gebleven, door alle stromen des levens en mijn jarenlang boekhoudertje (moeten) spelen heen. Dus nog steeds … ? Nu ik veel bezig ben met erfgoedbehoud is het wel fijn dat ik geoefend ben in het lezen van al die bouw-dateringen.
    Iedereen goed gestemd aan het eind van deze dag :–]

  3. Sara

    Maar is de intellectuele elite niet altijd een kleine groep mensen geweest? Niet dat ik die klein wil houden, maar ‘iedereen aan het boek’ is een illusie. Ik denk wel dat de slinger nu naar de verkeerde kant is doorgeslagen gezien het percentage kinderen dat de lagere school verlaat dat met moeite kan lezen en schrijven. In de jaren ’50 ging het vooral om lezen, schrijven en rekenen. Maar nu? Ik hoorde laatst een psycholoog zeggen ‘Er is een grote infantilisering gaande’. Als ik in de TV gids kijk wat er op NPO 1, 2 en 3 te zien is, dan ben ik geneigd dat te geloven.

      1. FrankB

        Daar is het mee begonnen. Postuum is mijn sympathie voor minister Harry van Doorn dan ook flink toegenomen.

  4. Michel Gastkemper

    Wat ik ervan denk, is het volgende. Eerder in gebruik, bij Assyriërs en Babyloniërs, was het twaalftallig stelsel. In feite op tijd gebaseerd: twaalf uren, twaalf maanden. Lekker handig voor hoofdrekenaars, zegt Wikipedia, want deelbaar door 2, 3, 4 en 6. Ook makkelijk in beeld te brengen. De Romeinen schakelden over op het tientallig stelsel, dat is al een heel stuk abstracter, ruimtelijker, zou ik zeggen. De notatie is in ieder geval heel ruimtelijk in beeld gebracht: steeds er eentje bijtellen. Wanneer vervolgens zo’n duizend jaar geleden de Arabische cijfers in zwang raken, is dat weer een stap verder in abstractie. Je kunt je dat niet meer ruimtelijk voorstellen. Daar zitten we nu; maar niet de hele wereld beweegt zich zo makkelijk in abstracties. Dat lijkt mij de oorzaak te zijn: het is moeilijk om van een vorig niveau afscheid te nemen en naar een nieuw niveau over te stappen. Deftigdoenerij is het in ieder geval niet.

  5. Jeroen

    De hedendaagse jeugd leest vele, maar dan ook vele, malen meer dan welke voorgaande generatie dan ook.
    Wellicht is het echter elitair om literatuur tot “beter” leesvoer te verklaren dan appjes en andere social media.

  6. Dirk Zwysen

    Rekenen met Romeinse cijfers is waanzin in de lagere school en ook daarbuiten. Met de beste wil van de wereld kan ik daar geen zinnige reden voor bedenken, en ik ben nogal ruim in mijn definitie van “zinnige reden” als ik leerstof selecteer.
    Lezen en noteren van Romeinse cijfers vinden kinderen gewoon ook leuk. Het is voor hen een puzzel, een soort geheimschrift waarin ze ingewijd worden.

  7. Paulke Snijders

    Test. Het zou toch erg jammer zijn als het ‘lezen’ van Romeinse cijfers niet meer beheerst wordt. Er gaat al zoveel verloren.

  8. Rob Duijf

    Gelukkig kunnen de meeste mensen die nog de moeite nemen om een historisch museum te bezoeken, lezen. Desgewenst kan het museum de bezoeker een foldertje meegeven, waarin de antieke notatie staat uitgelegd. Ze hoeven er niet mee te rekenen, maar kunnen zo op zijn minst begrijpen wat er staat geschreven. Ook leuk als naslagwerkje. Hoeft al die historische literatuur ook niet te worden herschreven.

    Ook handig:

    https://www.romeinsecijfer.nl/

  9. Raymond Haselager

    Romeinse cijfers kom je geregeld tegen, niet alleen in literatuur maar ook in allerlei opschriften. Ik denk dat er gewoon veel minder “opmerkzaamheid” bij de jongeren is. En ook minder behoefte om zaken uit hun omgeving te begrijpen. Dit zie je ook als je mensen ziet wandelen. De meeste mensen zijn ook dan met zichzelf bezig i.p.v. nieuwsgierig rond te kijken.

  10. Klaas Krab

    “De komst van Joachim Stiller” kan je best aanraden aan je 19-jarige nicht. ‘Ontoegankelijke beeldentaal’ is best leuk om uit te puzzelen, net zoals Romeinse cijfers. Ik hoop niet dat die lol vanzelfsprekend verdwenen is bij alle negentienjarigen. “Wikipedia is your friend”.

Reacties zijn gesloten.