Herodotos over oorzaken

Een Romeins beeld van Nemesis uit Sagalassos (Museum van Burdur)

[Vierde van zeven stukken over de Griekse onderzoeker Herodotos van Halikarnassos. Het eerste deel was hier.]

Net als historici in onze tijd zoekt ook Herodotos naar de oorzaken van de door hem beschreven gebeurtenissen. Die interesse deelt hij tot op zekere hoogte met Homeros. Ik citeer nog even de proloog van de Ilias:

Muze, bezing ons de wrok van de zoon van Peleus, Achilles,
die ongenadige wrok die de Achaeërs grenzeloos leed bracht,
tal van krachtige zielen van helden prijsgaf aan Hades
en die hun lichaam ten prooi aan honden en allerlei soorten
vogels deed vallen. Zo ging de wil van Zeus in vervulling.
Zing vanaf het begin, toen twist tot vijanden maakte
Atreus’ zoon, de koning van ’t volk, en de grote Achilles.
Wie van de goden had beiden in zulk een twistzaak verwikkeld?

(vert. H.J. De Roy van Zuidewijn)

Oorzaken

Homeros onderscheidt een eerste oorzaak (wie van de goden zette Atreus’ zoon Agamemnon en Achilles aan tot twist?) en een diepere oorzaak (de wil van Zeus). Zoals we zullen zien, maakt Herodotos een soortgelijk onderscheid tussen directe en diepere, goddelijke oorzaken. Hij gebruikt die echter iets anders dan Homeros: om oorlog te verklaren, niet een ruzie tussen twee soldaten. De dichter was niet geïnteresseerd in oorlog als zodanig; voor hem was de Trojaanse Oorlog niet meer dan een decor voor het echte drama, de wrok van Achilles. Die had grenzeloos leed veroorzaakt, omdat Zeus dat zo had gewild, maar de oorzaken van de oorlog zelf waren onbelangrijk.

Herodotos heeft daarentegen heel veel te zeggen over de oorzaken van de oorlog. Het heeft zijn speciale belangstelling, wat niet verwonderlijk is als we bedenken dat hij de Historiën aan het schrijven was tijdens het uitbreken van de Archidamische Oorlog (431-421 v.Chr..). Hij vermeldt zijn belangstelling in de proloog:

Herodotos … maakt het verslag wereldkundig van het onderzoek dat hij heeft verricht om de herinnering aan het verleden levend te houden en de grootse, indrukwekkende prestaties van de Grieken en andere volkeren te vereeuwigen. Hij stelt bij dit alles voornamelijk aan de orde door welke oorzaak zij met elkaar in conflict zijn gekomen. (vertaling Hein van Dolen, licht aangepast)

Daarna dist Herodotos wat legendarische verhalen op die elke toenmalige dichter had kunnen vertellen. Herodotos knipoogt naar bij iedereen bekende Griekse sagen en voegt er Perzische en Fenicische verhalen aan toe, verhalen die hij gehoord kan hebben in de havenkroegen van elke stad langs de Middellandse Zee. Hij presenteert zo zijn methode – hoor en wederhoor – en er klinkt een homerische echo, want alle verhalen hebben te maken met geschaakte vrouwen à la Helena, Briseïs en Chryseïs.

Actie en reactie

In paragraaf 1.5 verandert Herodotos abrupt van onderwerp en verandert zijn tot nu toe speelse verslag van toon.

Tot nu toe heb ik de Perzen en de Feniciërs aan het woord gelaten, maar ik heb er zelf ook wel wat over te zeggen. Ik spreek geen oordeel uit of ze al dan niet gelijk hebben. Nee, ik ga op mijn eigen kennis af en zal met naam en toenaam de man noemen die de werkelijke aanstichter van het kwaad jegens de Grieken is geweest.

Dat is de Lydische koning Kroisos, die de Griekse steden veroverde in het westen van het huidige Turkije, en zo een gewelddadig systeem van aanval en tegenaanval in werking stelde. Volgens Herodotos werd Kroisos overmoedig na zijn successen, viel hij roekeloos koning Cyrus van Perzië aan, die terugsloeg en Lydië én zijn Griekse onderdanen onderwierp (misschien in 547 v.Chr.). Aanval en tegenaanval. Na een generatie of twee kwamen de Griekse leiders in Ionië (zoals West-Turkije heette) in opstand, waarbij ze hulp kregen van de Atheners. Dit was, om zo te zeggen, de tegen-tegenaanval. Perzische generaals onderdrukten de opstand, de tegen-tegen-tegenaanval. Hongerig naar wraak gelastte de Perzische koning Darius een expeditie richting Athene, maar in de slag bij Marathon versloeg Miltiades de vijanden. Darius zwoer zich te wreken, maar overleed te vroeg; de expeditie die zijn zoon Xerxes erfde, liep uit op een ramp en nu was het de beurt aan de Grieken om de Perzen aan te vallen.

Voor de hedendaagse lezer is dit te simpel. Het is immers onwaarschijnlijk dat alle menselijke aangelegenheden worden bepaald door dit patroon van actie en reactie. Dat dit patroon de wil van de goden zou zijn, zoals Herodotos eveneens aangeeft, wil beschouwen wij bovendien als een interpretatie waar de historicus simpelweg niet over gaat.

Imperialisme?

Herodotos biedt echter ook een verfijndere interpretatie van de gebeurtenissen, zij het impliciet en vermoedelijk halfbewust. De diepste oorzaak van Xerxes’ grote expeditie is het imperialisme van de Perzen. Dit blijkt uit de wijze waarop hij de stof van de Historiën ordende: de Perzen onderwerpen achtereenvolgens de Lydiërs, de Babyloniërs, de Indiërs, de Egyptenaren, de Skythen, de Libiërs, de Thrakiërs… Vroeg of laat moesten de Grieken het opnemen tegen het zich steeds uitbreidende Perzische Rijk.

Dit roept de vraag op waarom Perzië zo expansief was. Herodotos meent dat het de wil van de goden was, die mensen aanstuurden door middel van dromen. Opnieuw een homerisch idee. Wij zouden het zoeken in de interne structuur van een nieuw koninkrijk. Het komt daarin nogal eens voor dat een koning zijn macht vis-à-vis andere vooraanstaande mensen versterkt door hen goud toe te werpen, dat hij binnenhaalt door veroveringen. Interne consolidatie door externe expansie. Zie ook het Macedonië van Filippos II, het Frankische Rijk of het Pruisen van de Grote Keurvorst.

Dit is echter een moderne visie, geformuleerd toen de geschiedvorsing eenmaal was uitgegroeid tot sociale wetenschap. Voor Herodotos, die meende dat individuele mannen en vrouwen (doorgaans alleenheersers) geschiedenis maakten, was een analyse als deze ondenkbaar. Ik voor mij denk dat de wijze waarop hij zijn stof ordende, vooral een gelukkige greep is geweest.

Hybris en Nemesis

Waren actie-reactie en imperialisme twee menselijke niveaus van oorzakelijkheid, Herodotos onderscheidt nog een andere, religieuze laag van causaliteit. Zijn visie op het menselijk geluk is inktzwart (lees maar). Meer dan eens geeft hij aan dat de goden jaloers zijn op het menselijk geluk, dat de machtigen eens verleid zullen worden om boven hun kunnen te grijpen en dan ten onder gaan. Steeds opnieuw verleiden de goden de stervelingen de grenzen te overschrijden die zijn gesteld aan de menselijke grootheid (Grieks: hybris), zodat zelfs de grootste koningen alles verliezen wat zij hebben.

Een illustratie is het verhaal van de Perzische koning Kambyses in Egypte. Nadat hij dat heeft onderworpen, valt hij roekeloos de heilige Apisstier aan en daarna gaat het helemaal mis. Hij laat zijn broer Smerdis doden, gaat een incestueuze verhouding aan met twee van zijn zusters, doodt de zoon van zijn vizier, laat twaalf aristocraten levend begraven en ontheiligt tenslotte allerlei Egyptische graven en mummies. Voor Herodotos is het duidelijk, dat Kambyses bepaalde grenzen heeft overschreden en hij kan Kambyses’ dood niet anders presenteren dan als een goddelijke straf was. Toen de koning namelijk hoorde over een Perzische opstand,

sprong hij te paard en wilde linea recta naar Sousa rijden … Maar bij het bestijgen viel de beschermhoes van zijn zwaard af, zodat de kling vrijkwam en in zijn bovenbeen stak. De wonde was op precies dezelfde plek als waar hijzelf ooit in Egypte de goddelijke Apisstier had gestoken.

Zelfs de goden

Herodotos was niet de enige die in theologische termen dacht over causaliteit. Dat hoogmoed voor de val kwam, was een vrome en traditionele verklaring voor de ondergang van koningen en de daaruit voortvloeiende rampen voor koninkrijken. Zelfs de goden waren– volgens Herodotos – aan deze wet onderworpen. Ook wanneer de hemelingen menselijke vroomheid en goed gedrag wilden belonen, gold dat er straffen waren voor al te groot geluk. Die straf kon eventueel worden uitgemeten aan een latere generatie.

Wanneer Kroisos, die ongeëvenaarde geschenken aan de god Apollo en zijn orakel in Delfi had gestuurd, het onderspit delft tegen Cyrus, vraagt hij de god of het soms de gewoonte is van Griekse goden om zo ondankbaar te zijn. De god van Delfi antwoordt dat zelfs hij niet kan ontkomen aan het noodlot. Persoonlijk had Apollo graag gezien dat de ondergang van de Lydische monarchie zich had voorgedaan in de tijd van Kroisos’ zonen, maar Kroisos’ overgrootvader was door een staatsgreep aan de macht gekomen, er moest een straf zijn, en zelfs Apollo was niet in staat geweest de loop van het noodlot af te wenden.

Tot slot

Ik rond af met nog een volgens mij belangrijk punt. Ons denken over causaliteit is wezenlijk anders dan dat van Herodotos. Zijn actie-reactie en zijn theologie zijn wezenlijk anders dan onze visie. Simpel gezegd: geschiedenis is een wetenschap en is pas in de negentiende, vroege twintigste eeuw ontstaan. Herodotos behoort tot een voorwetenschappelijke traditie. Vergelijk met met alchemie en chemie, met astrologie en astronomie. Het is misleidend dat we niet een soortgelijk onderscheid kunnen maken tussen voorwetenschappelijke ideeën over het verleden en wetenschappelijk geschiedvorsing.

[Wordt morgen vervolgd. Alle citaten zijn afkomstig uit de Nederlandse vertaling van Hein van Dolen, die ernaar streefde het spreektaalkarakter van Herodotos weer te geven. Als Engels voor u geen probleem is, zou ik de Landmark-vertaling adviseren, die dé standaard zet voor de wijze waarop we een klassieke tekst in de digitale tijd dienen weer te geven. Er is nogal wat online materiaal op LacusCurtius.]

2 gedachtes over “Herodotos over oorzaken

  1. FrankB

    “Steeds opnieuw verleiden de goden de stervelingen de grenzen te overschrijden die zijn gesteld aan de menselijke grootheid”
    Die ouwe Grieken waren echt slimme jongens. Tegenwoordig noemen we dit het Peter Principle.

    1. Robbert

      Nou ja, grootheidswaan en overmoed roepen bij mij toch andere associaties op dan het meer laag-bij-de-grondse PP.
      Een ander PP zit er een beetje tussenin: het Putin Principle.

Reacties zijn gesloten.