Kroisos

Kroisos op de brandstapel (foto Louvre)

Kroisos was koning van Lydië, ergens in het midden van de zesde eeuw v.Chr. Hij is beroemd om de zelfs naar antieke maatstaven flauwe mop dat bij gezanten naar Delfi stuurde met de vraag of hij Perzië moest aanvallen, waarop het orakel antwoordde dat hij een groot koninkrijk ten onder zou doen gaan. Optimistisch begon Kroisos aan de oorlog om te laat te ontdekken dat zijn eigen rijk ten onder ging. De ondergang van Lydië is een historisch feit waarvan vaak wordt beweerd dat dit in 547 v.Chr. is gebeurd, maar de datering is gebaseerd op een slecht leesbaar kleitablet waarop een rare vorm van het woord “Lydië” zou kunnen staan en is militair-strategisch onwaarschijnlijk. We weten het weer eens niet.

De ondergang van Kroisos maakte grote indruk op zijn tijdgenoten. De man had fenomenale geschenken gegeven aan de god van Delfi en het was bepaald ondankbaar van de goden dat ze niet wat meer had gedaan voor hun goedgeefse vereerder. De Griekse dichter Bakchylides beweert dat toen Kroisos door de Perzen terechtgesteld werd, de goden hem meenamen naar het land van de Hyperboreërs. Dit motief kennen we ook uit andere Griekse verhalen: als onschuldige mensen gedood dreigen te worden, nemen de goden hen weg. De Hyperboreërs leefden overigens in het hoge noorden, voorbij de noordenwind, in wat een soort gelukzalig dodenrijk is. Bakchylides ontkent dus de dood van Kroisos niet.

Herodotos kende zowel het theologische probleem als Bakchylides’ verhaal dat Kroisos was weggenomen. In de Historiën liet hij Apollo met een welgemikte regenbui de brandstapel doven waarop de Perzen Kroisos hadden geplaatst. In feite werd het “wegnemingsmotief” dus aangepast.

In het Louvre in Parijs staat de bovenstaande amfora, gemaakt door de Griekse vaaschilder Myson. Kroisos op de brandstapel, vroom plengend aan de goden, met rechts van hem de beul die het vuur opstookt. U leest er hier meer over. Ik heb de vaas, die dateert uit het eerste kwart van de vijfde eeuw, tweemaal gezien. De eerste keer was ergens in de jaren negentig tijdens een expositie in Berlijn, de tweede keer kort daarna in het Louvre zelf. In Berlijn had ik geen camera bij me, in het Louvre stond het licht slecht en maakten we een feitelijk mislukte foto.

Ik ben later terug geweest. Toen was er een oefening met het sprinklersysteem en was de zaal met de Griekse vaasschilderkunst gesloten. Een volgende keer was de vaas uitgeleend aan een museum in ik meen Canada. Daarna was de afdeling gesloten omdat er moest worden geverfd. Afgelopen vrijdag was ik opnieuw in het Louvre, voor het eerst na acht of negen jaar, en met het voornemen nu eens een goede foto te maken.

Mooi niet dus. Het Louvre is een groot museum en niet alle afdelingen zijn op vrijdagavond open. Zoals de Egyptische afdeling, een deel van de Koptische afdeling en – u raadt het – de Griekse vaasschilderkunst. Zaterdag of zondag is er weer een kans maar en raison du mouvement social de grève worden ook weleens afdelingen gesloten, dus ik ben niet overmatig optimistisch. En hoewel mijn verloofde en ik vrijdag een prima middag en avond hebben gehad in het Louvre – er waren genoeg andere mooie dingen te bekijken – haat ik, althans voor het moment, Kroisos.

Ik rond af met de onsterfelijke Louvre-filmscène. En o ja, mijn belofte u niet steeds lastig te vallen met recensies van Xerxes in Griekenland, die breek ik, want kijk maar wat er vrijdag in het Handelsblad stond.

Naschrift, zondag 26 januari

Tweede bezoek aan het Louvre. We waren er om elf uur, bekeken de Mesopotamische afdeling, hadden een late lunch, en liepen door naar de prachtige collectie uit het Romeinse Nabije Oosten. We hadden de tijd, dachten we, want het museum zou pas sluiten na negen uur. Nog wat Koptisch materiaal bekeken en daarna wandelden we naar het Griekse aardewerk. Bleek het kwart voor zes te zijn, bleek het museum om zes uur dicht te gaan.

Enfin, we hebben een goede reden nog eens terug te keren naar het Louvre.

27 gedachtes over “Kroisos

  1. Klaas

    Ik ben één keer in het Louvre geweest om de ‘Kantkloster’ van Vermeer te bekijken. Helaas, de betreffende zaal was afgesloten met het oog op een bezoek van de toenmalige Egyptische president Mubarak. Er rust een vloek op dat museum (van Belphégor?)

  2. Arnold den Teuling

    Je eigen foto is natuurlijk je eigen sensatie, maar die Kroisosvaas staat wel in alle handboeken. Ik wil je met alle genoegen een reproductie in jpeg sturen, als het weer niet lukt?

  3. FrankB

    “het was bepaald ondankbaar van de goden dat ze niet wat meer had gedaan voor hun goedgeefse vereerder.”
    Tja, Kroisos was dan ook een onuitstaanbare opschepper met veel te veel praatjes. Was ik een Griekse god geweest dan had ik hem ook lekker in de val laten lopen. Hij was nota bene gewaarschuwd! Bovendien verkreeg hij, nadat hij zijn hardhandige lesje had geleerd, de eeuwige gelukzaligheid!

    “mijn belofte u niet steeds lastig te vallen”
    kun je helemaal niet breken, want we hadden je er al van ontslagen. Alleen de uitdrukking simsalabimsociologie is al voldoende rechtvaardiging.

    1. Frans

      Mee eens! Woord van het jaar zal het wel niet worden, maar het blijft een vondst. En dat idee van ondankbare goden is ook merkwaardig. “Hogere macht, ik geloof in je, ik breng je offers, dus moet je wat voor mij doen!”. Godsdienst als handjeklap.

      1. Dirk

        Een voorouder van mij ging voor zijn zieke kind bidden in de basiliek in Saint-Hubert. Het kind genas en tot de generatie van mijn moeder kreeg elke nakomeling de naam Hubert/Hubertine mee. Of het uit dank was, of het inlossen van een belofte, weet ik niet.

  4. eduard

    Rennen op leren zolen valt niet mee (en maakt inderdaad een hels kabaal). Toen ik laatst in het Louvre was waren een aantal zéér jonge, in vlaggen gewikkelde Israëli’s bezig om de in een glazen kast uitgestalde resten van een steentijdjager die in Israel is gevonden de Joodse begrafenisrites toe te delen. Het deed me denken aan de schedel van die zeer vroege bewoner van Noord Amerika die door de plaatselijke Indianenstam via de rechter van archeologen was afgenomen om het een fatsoenlijke rituele begrafenis te kunnen geven. In het Louvre is altijd weer iets nieuws te zien.

  5. gmknepper

    Of Bacchylides Croesus’ dood niet ontkent, vraag ik me af. Bacchylides beschrijft hoe Zeus de vlammen van de brandstapel doofde (en voegt aan die mededeling toe dat ‘niets waarmee een god zich bemoeit ongeloofwaardig is’), waarna Apollo Croesus ‘phulax(e)’, d.w.z. “redde” en – zoals je terecht schrijft- naar het land van de Hyperboreeërs bracht. Die Hyperboreeërs waren een (legendarisch) volk in het hoge noorden, maar dat Apollo Croesus daarheen bracht heeft toch in de allereerste plaats te maken met het feit dat zich daar Apollo’s winterverblijf bevond, en dat die Hyperboreeërs bekend stonden als vurige Apollo-aanbidders. Het land van de Hyperboreeërs was géén dodenrijk: de dood was er juist onbekend. Dat Apollo Croesus daarheen bracht, betekende volgens mij dat Croesus definitief aan de dood was ontkomen.

  6. Dit is precies hetzelfde als bij de RKK van mijn jeugd: handjeklap! Er waren genoeg mensen die ruilhandel pleegden met God of een van zijn heiligen. Er werden bedevaarten, schenkingen, etc. beloofd aan de ‘hogere macht’ om een gunst van deze te verkrijgen (zoals het slagen van kinderen in hun examens, het genezen van zieke familieleden, etc.) Dus: Quid pro quo!

    1. Arnold den Teuling

      Het principe “Do ut des” is vóórchristelijk. Dat simpele lieden na Christus dit ook probeerden ligt voor de hand, maar is geen officiële R.K. theologie.

      1. FrankB

        Het percentage katholieken dat zich de afgelopen 2000 jaar aan officiële RK theologie heeft gehouden is niet bijster hoog, ook onder minder simpele lieden.

      2. “Do ut des” is een juridisch principe. Dat het ook een religieus principe zou zijn, is bij mijn weten een christelijke misrepresentatie, die diende om duidelijk te maken hoe platvloers de heidense culten waren.

        1. Frans

          Hmmm… Ik ben protestants-christelijk opgevoed en zo’n “voor wat hoort wat” geloof heb ik in ieder geval nooit meegekregen. God was nooit Iemand die wonderen op bestelling leverde. En je kon Hem er ook nooit op aanspreken dat Hij je gebeden niet verhoorde. God is geen hemelse klantenservice. En juist daarom vind ik dat Kroisos-verhaal zo interessant. Omdat het een godsbeeld is dat tegelijkertijd naïef en nuchter is. Geen mystiek, gewoon gelijk oversteken: ik offer, jij vervult mijn wensen.

          1. Arnold den Teuling

            Ik weet helaas de bron niet meer, maar de Romeinen offerden inderdaad aan de goden om er iets voor terug te krijgen. Misschien juist omdat ze dat zo juridisch konden formuleren. Volgens de klassieke katholieke theologie verricht men achteraf een tegenprestatie uit dankbaarheid. (En daar tegenover: menselijk onheil of tegenslag komt niet voort uit menselijk wangedrag). God laat zich niet dwingen, en de lieve heiligen hebben door hun voorspraak geen resultaatverplichting.

            1. Hebt u een bron voor de klassieke RKK theologie dat men achteraf een tegenprestatie verricht uit dankbaarheid? Het lijkt sterk op de joodse leer: de jood houdt zich aan de Wet uit dankbaarheid voor de genade te behoren tot het uitverkoren volk.

              1. Arnold den Teuling

                Nee, het is kennis uit de godsdienstles op het gymnasium, jaren 60. Maar de geschiedenis van Simon de tovenaar (uit de Handelingen) zal er ongetwijfeld mee te maken hebben evenals de joodse achtergrond. Hoewel daarin wel een straffende Jahweh optreedt.

  7. Roger Van Bever

    – Wat ik opmerkelijk vind en ook een beetje grappig is de houding van Kroisos op zijn brandstapel. Hij draagt zijn regalia en zit mooi uitgedost op een troon met Ionische kapitelen boven op de vakkundig gestapelde brandstapel. Hij brengt nog een plengoffer aan de goden en hij lacht. Inmiddels probeert de beul het hout weer aan het branden te brengen. Dit roept de vraag op of dit voor of na de regenbui was. Kroisos zit op een ontspannen, lachende manier op zijn troon, brengt nog een plengoffer (ongetwijfeld aan Apollo). Denkt hij: dit zal toch niet lukken, want ik zal door de goden beschermd worden of is de regenbui al geweest en denkt hij: zie je wel, ik word beschermd. Dank nog, Jona, aan je uitvoerige uitleg m.b.t. Kroisos op Livius?
    – Ik ben nu je boek Xerxes aan het lezen en de recensie geeft je terecht 4 ballen (van mij hadden het er best vijf mogen zijn)
    – Een intrigerende vraag is ook nog waarom Kroisos zo rijk was. Meestal vind je als antwoord: belasting op de veroverde gebieden en steden, goudmijnen. In veel talen bestaat ook de uitdrukking ‘zo rijk als Croesus’, ‘être riche comme Crésus’. Volgens de Franse Wiki haalde hij zijn rijkdom met name uit het riviertje Pactole. Le pactole is een nog veel gebruikt woord voor een grote schat, de hoofdprijs in een loterij, etc. Over Crésus wordt gezegd dat hij un ‘personnage semi-légendaire’ is. Wat is jouw mening hierover?

  8. Theo van Dijk

    Mijn vrouw en ik hebben ons in Parijs verloofd (in 1976, ook jij gefeliciteerd) en heb toen gezegd: “Parijs, nooit meer”. Uiteraard omdat alles en iedereen staakte. Mijn vrouw wilde voor haar 60e eigenlijk toch nog eens naar Parijs, maar dankzij (nou ja) mijn overredingskracht (gekanker) werd het toch Berlijn. En inderdaad, in Parijs werd weer gestaakt. Op de péréphérique (eventueel met minder accenten) hoorden we overigens ruim 6 jaar geleden dat we grootouders zouden worden, van een tweeling. Morgen gaan we voor hun 6e verjaardag naar Cambridge.

    1. FrankB

      Goddelijk ingrijpen. Ik ben iets meer dan een paar keer in Parijs geweest (maar zeker niet meer dan tien) en heb nooit een staking meegemaakt. Misschien moet u iets offeren aan Zeus.
      Of een paar weken voor u van plan bent er heen te gaan het politieke nieuws over Frankrijk volgen, dat zou ook kunnen.

Reacties zijn gesloten.