De Griekse stad Kyrene

De Apollo-bron

De Griekse wereld kende een paar belangrijke stadstaten. De aandacht gaat meestal alleen uit naar Sparta, Argos, Korinthe, Athene en Thebe. Het handboek waarover ik op donderdag doorgaans blog, Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek, beperkt zich zelfs grotendeels tot Sparta en Athene. Dat is tot op zekere hoogte onvermijdelijk, want over dit tweetal hebben we nu eenmaal de meeste bronnen. Een andere verklaring is dat we de neiging hebben steden buiten het huidige Griekenland te beschouwen als perifeer. Wat ze alleen in geografische zin waren. Milete en Efese (in wat nu Turkije is) en Tarente, Syracuse en Kyme (in zuidelijk Italië) waren echter even belangrijk als het eerstgenoemde vijftal. En dan was er ook nog Kyrene in het noordwesten van Libië.

Stichting

Volgens de traditie – Herodotos weer eens een keer – is Kyrene rond 630 v.Chr. gesticht door mensen die afkomstig waren van het eilandje Thera. Daar zou een bevolkingsoverschot zijn geweest: een van de twee standaardverklaringen in Griekse verhalen over kolonisatie. (De andere was militaire dreiging.) We hoeven het niet te geloven, al is het maar omdat Thera piepklein was en geen erg plausibele metropool, moederstad. We zullen zo meteen een aanwijzing zien dat Thera de stichter niet was. Los daarvan: kolonisatie is een lastig begrip.

De tempel van Zeus. (Kort nadat ik deze foto had genomen, viel het muildier me aan.) (Of het was iets te speels.)

Hoe het ook zij, volgens Herodotos vestigden de eerste kolonisten zich op een eilandje voor de Libische kust. Men wijst weleens het inmiddels aan het land vastgegroeide voormalige Bomba aan. Dit verhaal klinkt in zoverre plausibel dat kolonisatie vaak werd voorafgegaan door bewoning van een eiland.

Later bezetten de kolonisten een gebied genaamd Aziris, en daarvandaan stichtten ze, na een verdrag met de inheemse Libiërs te hebben gesloten, de stad Kyrene. Enigszins landinwaarts, maar niet zó ver dat de zee niet zichtbaar zou zijn. Hoog gelegen, op de rand van het Libische plateau, was daar ook een aan Apollo gewijde bron (zie de foto bovenaan). Die bood voldoende water voor een bloeiende stad, die zou vernoemd naar een amazone of een lokale nimf.

Het heroön op de agora in de Bovenstad

De stadsstichter heette Aristoteles, maar werd Battos genoemd. In het Grieks betekent dat “stotteraar”, maar het gaat waarschijnlijk om een Libische koningstitel. Nog geruime tijd regeerden Battos’ nakomelingen, de Battiaden, over Kyrene.

Archaïsche tijd

Hoewel Kyrene pas werd gesticht na een overeenkomst met de oorspronkelijke bewoners, waren de betrekkingen tussen de Grieken en de Libiërs vaak gespannen. Je kunt je de gevoelens van de laatsten voorstellen. Ze hadden de IJzertijd nog niet bereikt toen ze plotseling moesten onderhandelen met de technologisch superieure Grieken, die elk aspect van de Libische samenleving bedreigden. Als de Libiërs onrustig waren, voelden de kolonisten zich al snel bedreigd. Daarom nodigde Battos II, een kleinzoon van de stichter, nieuwe kolonisten uit. Zij kregen Libisch land, wat nog meer wrevel opriep. De Libiërs vroegen daarom de Egyptische koning Apries om hen te hulp te komen, maar het leger van Kyrene versloeg dat van de farao in 570 v.Chr.

Sfinx (Nationaal Museum, Tripoli)

Ik heb al eerder verteld dat Griekenland in de Archaïsche Periode een ontwikkeling zag waarin de aloude aristocraten steeds vaker de macht moesten delen met mensen die wel evenveel geld maar geen noemenswaardige Ahnengalerie hadden. Vaak speelde een tyran een rol bij deze aanpassing van de macht. Kyrene bewijst dat het ook anders kon lopen. Hier bleef de monarchie gehandhaafd.

Evengoed waren ook hier ernstige spanningen. De opvolger van Battos II, Arkesilaos II, zag zich rond 560 geconfronteerd met protest. De leider was zijn broer Learchos. Uiteindelijk verlieten de opposanten Kyrene, vestigden zich in de Libische stad Barka en gingen een nauwe samenwerking aan met de Libiërs. Zeventig jaar na de aankomst van de Grieken hadden die een enorme technische inhaalslag gemaakt, dus ze waren inmiddels een serieuze tegenstander. Toen Arkesilaos de Libiërs aanviel, werd hij verslagen. 7.000 soldaten zouden zijn gedood. Arkesilaos’ troon wankelde, Learchos ruimde hem uit de weg en werd vervolgens zelf vermoord in opdracht van Arkesilaos’ weduwe Eryxo. Haar zoon Battos III de Lamme was de nieuwe heerser van Kyrene.

Tempel van Apollo

Hervormingen

De derde Battos begreep dat hij niet sterk genoeg was om effectief te regeren, en nodigde daarom een zekere Demonax uit, een Griek uit Mantineia, die opdracht kreeg nieuwe wetten te maken voor Kyrene. Dit was een vrij gebruikelijke gang van zaken. Hercodificatie van de wetten is ook elders gedocumenteerd; een generatie eerder had Solon in Athene de regels aangepast; in de koloniën haalde men er vaak iemand voor uit de moederstad. Dat Demonax niet uit Thera kwam, geeft te denken over het stichtingsverhaal.

De wetgever verdeelde het volk in drie groepen: zij die van Thera kwamen, zij die kwamen van de Peloponnesos of Kreta, en zij die van andere Egeïsche eilanden kwamen. De rol van de koning werd beperkt tot religieuze taken, maar de monarchie bleef wel bestaan. Wellicht probeerde Battos zijn speelruimte nog wat te vergroten tegenover de andere partijen in de stad: hij huwde in elk geval zijn dochter Ladike uit aan koning Amasis van Egypte en verwierf zo belangrijke steun.

Zeus (Museum van Kyrene)

Hoewel de stad verdeeld was, was Kyrene inmiddels een belangrijk centrum van de Griekse cultuur. De dichter Eugammon schreef een Telegonie. Die is verloren gegaan, maar vormde met de Ilias, de Odyssee en enkele andere gedichten samen de zogeheten Epische Cyclus. Sterker, het gedicht vormde de afsluiting van de reeks.

[Wordt vervolgd]

2 gedachtes over “De Griekse stad Kyrene

  1. Anna Minis

    Ik heb Milete, Efese, Tarente en Syracuse nooit als perifeer ervaren. En vergeet ook Velia niet (waar Parmenides vandaan kwam) en Akragas/Agrigento (Empedocles). Hoogst belangrijke steden. En nu weer Kyrene. Het verhaal over het wel en wee van Kyrene door de eeuwen heen zette mij aan het denken over de vergankelijkheid van alle dingen.
    Alles endet was entstehet
    Alles, Alles rings vergehet, enz.
    Gedicht van Michelangelo, op muziek gezet door Hugo Wolf.

    1. Toch zul je in een boek over de oude Grieken vooral veel verhalen lezen over Athene en Sparta. Dat zijn dus feitelijk navertellingen van wat er in de bronnen staat, geen geschiedenisboeken. Maar die navertellingen zijn de meerderheid.

Reacties zijn gesloten.