Italië op weg naar een crisis

Het geld van Italië: Romeinse munt uit de late tweede eeuw v.Chr. (Bodemuseum, Berlijn)

Hoe begint een burgeroorlog? Wat gaat er aan vooraf? Ik heb daar geen ervaring mee, althans dat hoop ik, maar ik zou geneigd zijn te zeggen dat er iets goed mis gaat als aan de voorwaarden is voldaan waaraan Italië eind tweede eeuw voldeed.

Ressentimenten in Italië

Om te beginnen: een reeks economische tegenstellingen, zoals een elite die enorme rijkdommen verwierf terwijl de boerenklasse nauwelijks het hoofd boven water kon houden. Verder een ongelijkmatige verdeling van de lasten en lusten van een imperium: wie het Romeins burgerrecht bezat, kreeg forse delen van de buit, wie mee vocht als Italische bondgenoot, profiteerde aanzienlijk minder. Sprekend over het imperium: het bestond uit wingewesten die nauwelijks rechten hadden. Ze moesten betalen, niet méér. Raubkapitalismus.

Dat zijn alvast drie soorten ressentiment. De auteurs van het handboek dat wij onderhand zo goed kennen, Een kennismaking met de oude wereld van Luuk de Blois en Bert van der Spek, maken bovendien gewag van “de geestelijke ontworteling die een grote trek naar de stad gewoonlijk met zich meebrengt”, wat ik ervaar als moralisme en niet als geschiedschrijving. Maar dit is duidelijk: wie stennis wilde trappen, kon mensen vinden om daarbij te helpen.

Falende staat

Dat hoefde niet erg te zijn indien Rome een redelijk functionerend staatsapparaat zou hebben gehad. Maar dat was er niet. Het handboek verraste me met de rake formulering dat in de late tweede eeuw v.Chr. de relaties tussen centrale overheid en provincie nog werden gezien in termen van patronage. Als dat in 1985 al in de eerste druk stond, was ik het glad vergeten, maar het is natuurlijk correct.

Het staatsapparaat was niet toegesneden op het bestuur van een imperium. Er waren te weinig bestuurders. Ambtenaren waren er überhaupt nauwelijks. Een gouverneur nam zijn eigen slaven en vrijgelatenen mee naar zijn provincie. (Eigenlijk zou ik provincia moeten zeggen:  er waren geen of nauwelijks territoriale grenzen. Een gouverneur had imperium, gezag dus, en kreeg wat troepen voor een slecht gedefinieerde oorlogszone, en dat was wat een provincia was.)

Je mag de vraag stellen of in een voorindustriële samenleving een ambtelijk apparaat überhaupt wel kan bestaan. Eigenlijk lukt het besturen van een maatschappij pas de afgelopen twee eeuwen een beetje. Dus het zij de Romeinen vergeven dat het niet meteen lukte. En eerlijk is eerlijk: ze stelden rechtbanken in om corruptie te bestraffen. (Er werd daarna decennia lang gesteggeld over de samenstelling van de jury’s.) Ook probeerden ze bestuurders in te tomen met wetgeving om de bestuurlijke loopbaan te reguleren. Regels die helaas voortdurend werden aangepast. Het uitbreken van de Tweede Burgeroorlog (Caesar tegen de Senaat) had alles te maken met een verandering van de regels.

Eroderende tradities

Waarmee een volgend probleem in beeld komt: het ontbreken van consensus. Er waren tradities over de dingen geregeld hoorden te worden, maar die tradities erodeerden. We zagen al dat Tiberius Sempronius Gracchus zich herkiesbaar stelde, een collega afzette en zich bemoeide met buitenlandse financiën: alle drie niet verboden maar hoogst ongebruikelijk.

Voeg toe: nieuwe ideeën. De Griekse filosofie deed haar intrede in Rome – vorige week vertelde Kees Alders op deze plaats over Karneades – en de nieuwe opvattingen bewezen dat de traditionele opvattingen niet de enig mogelijke waren. Dat was niet per se verkeerd. Onder invloed van de Stoa kregen rijke vrouwen wat meer speelruimte en dat lijkt niet te zijn ervaren als een groot probleem. Althans, niet zo groot als de ilias van rampen die ik in het blogje van vandaag aan het opsommen ben.

Verder was er onduidelijkheid over de weg naar legitimiteit. Er waren twee manieren: via de Volksvergadering en via de Senaat. Politici die de eerste weg kozen, heetten populares; de tweede weg was die van de optimates.

Geweld

Verdeeldheid troef dus, al was iedereen het erover eens dat hervormingen nodig waren. De hervormingen van Gaius Sempronius Gracchus waren echter in bloed gesmoord. Wie nog hervormingen wilde, wist wat hem te doen stond: zorg dat je een eigen leger of een generaal aan je zijde krijgt. De groeiende populariteit van de eerste gladiatoren zou best weleens drempelverlagend gewerkt kunnen hebben.

Kortom, iedereen die zo rond 120 v.Chr. de krant las, Polybios bijvoorbeeld, kon weten dat het er slecht uitzag voor Rome. En dus voor Italië en voor het hele Middellandse Zee-gebied.

Deel dit:

14 gedachtes over “Italië op weg naar een crisis

  1. FrankB

    “wat ik ervaar als moralisme”
    Deze keer wil ik het tweetal het voordeel van de twijfel geven. Ik denk dat ze bedoelen: mensen die van het platteland naar de stad trekken voelen zich er niet meteen thuis, laat staan dat ze zich ermee identificeren. Vergelijk het met onze statushouders. Wat er ook valt aan te merken op inburgeringscursussen en spreidingsbeleid (veel), ze afschaffen zou onwenselijk zijn. En de Romeinen hadden niets dat er zelfs maar op lijkt.

    “Eigenlijk lukt het besturen van een maatschappij pas de afgelopen twee eeuwen een beetje.”
    Dat zou ook wel eens kunnen komen doordat we tegenwoordig aan besturen een veel bredere betekenis toekennen dan destijds. In het Romeinse imperium kwam besturen slechts op drie hoofdpunten neer: belasting innen, de orde bewaren en aanvallen van buitenaf pareren. In de grensgebieden kwam daar nog bij: betrekkingen met omliggende stammen onderhouden (daar valt het organiseren van slavenrooftochten ook onder, iets dat tegenwoordig minder gebruikelijk is).

    “Verdeeldheid troef dus, al was iedereen het erover eens dat hervormingen nodig waren. De hervormingen van Gaius Sempronius Gracchus waren echter in bloed gesmoord.”
    Verdeeldheid zelf is nog niet voldoende. Zie de Nederlandse Verzuiling – nooit was de verdeeldheid zo groot als toen. “In bloed gesmoord” is de doorslaggevende factor – de Romeinen hadden geen procedures om conflicten zonder geweld te beslechten. Niemand had die. Daarom acht ik de Romeinse burgeroorlogen in zekere zin onvermijdelijk. Het is niet de vraag óf die er zouden komen, maar hoeveel en wanneer.

  2. “Luuk de Blois en Bert van der Spek maken bovendien gewag van “de geestelijke ontworteling die een grote trek naar de stad gewoonlijk met zich meebrengt”, wat ik ervaar als moralisme en niet als geschiedschrijving. ”

    Misschien wel. Maar als je net daarvoor het imperium hebt beschreven met de anachronistische term ‘Raubkapitalismus’ denk ik dat je moet oppassen moralisme.. 😉

    1. FrankB

      Nou, ik weet nog zo net niet of de term roofkapitalisme anachronistisch is. Definitie van kapitalisme: “Een economisch systeem gebaseerd op winsstreven, waarin de productiemiddelen ….. privaat eigendom zijn van particuliere ondernemers.” Grond en slaven waren de belangrijkste productiemiddelen. En dat er van roof sprake is (boeren die voor Rome vochten werden beroofd van hun grond, slaven van vrijheid) is overduidelijk.

  3. “De groeiende populariteit van de eerste gladiatoren zou best weleens drempelverlagend gewerkt kunnen hebben.”

    Dat moet je denk ik toelichten. Het klinkt mij nu in de oren als een verzuchting van een agent over een verband tussen de ‘Fast & Furious’ films en een toename van joyriding onder jongeren.

  4. Huibert Schijf

    “de geestelijke ontworteling die een grote trek naar de stad gewoonlijk met zich meebrengt”, wat ik ervaar als moralisme en niet als geschiedschrijving. ” Sinds de stadssociolgen van de Chicago schhool in de jaren dertig van de vorige eeuw is daar veel over geschreven. Maatschappelijke zorg misschien, maar met moralisme heeft het weinig van doen. In principe zijn het toetsbare hypothesen.

  5. Wij realiseren ons onvoldoende hoe veelvoorkomend burgeroorlogen zijn. In landen waar het hebben van de macht heel lucratief is, in aanzien en geld, en dat zijn er nogal wat, wordt vaak heel hard gevochten om de macht. Die hele rampenlitanie is dus helemaal niet een noodzakelijke voorwaarde voor burgeroorlog, en misschien ook geen voldoende. Neem Zimbabwe, waar de rampen nog wel erger waren: de burgeroorlog is daar uitgebleven. In Cote d’Ivoire is hij wel uitgebroken omdat de verliezer van de verkiezingen dat niet wilde toegeven. In de USA waren er in het kamp van de verliezer die best een burgeroorlog wilden.
    Ik heb nu de hypothese dat als het centraal gezag maar sterk genoeg is en de juiste mate van meedogenloosheid heeft, het niet snel tot een burgeroorlog komt. In Rwanda was de meedogenloosheid te groot. Van Idi Amin en de Rode Khmer zou je dat ook kunnen zeggen, maar daar moest er toch een buurland aan te pas komen om orde op zaken te stellen. Aan de langdurige burgeroorlogen in Colombia en Mexico kwam pas een einde toen de strijdende partijen er in slaagden om afspraken te maken over de verdeling van de staatsmacht, en een ordelijke opvolging. In Rome maakte Augustus een einde aan de onduidelijkheid over het centrale gezag. Maar een goede regeling voor de opvolging is er nooit gekomen. Een poging als de tetrarchie had beter lot verdiend, maar haalde het ook niet.

    1. Bestaat hier geen onderzoek over?

      Neem X parameters, waarvan de helft hypothetisch kunnen leiden tot een burgeroorlog (economische ongelijkheid) en de helft irrelevant lijken (tijd van het jaar). Ga na hoe vaak die parameters voorkwamen op de plaats en tijd van een burgeroorlog. Ga na hoe vaak die parameters voorkwamen op een plaats of tijd waar geen burgeroorlog plaatsvond.

      Ik neem aan dat je voorbeelden louter voorbeelden zijn en geen steekproef ter deductie.

  6. Dit soort onderzoek lijkt mij volstrekt zinloos. Ik deel om te beginnen niet de veronderstelling dat de waarden op een bepaald stel parameters tot een bepaalde uitkomst zullen leiden. Het toeval, de ambitie van de hoofdrolspelers, en hun partners, speelt minstens net zo’n rol. Waarom komt het in Rwanda tot burgeroorlog en in Boeroendi niet? daar is geen systematisch antwoord op te geven. Neem nou de Eerste Wereldoorlog, wat daar al niet over de oorzaken geschreven is, en over de eventuele onvermijdelijkheid. En consensus is nooit ontstaan, en zal ook nooit ontstaan omdat de basisaanname ondeugdelijk is, namelijk dat de oorzaken van zo’n oorlog bepaalbaar zijn.
    Uiteraard kan ik me in een reactie op een blog alleen beperken tot een paar voorbeelden, maar mijn punt was alleen dat burgeroorlogen vaak en onder heel veel verschillende omstandigheden voorkomen, en dat de cocktail die beschreven is niet een noodzakelijke voorwaarde voor een burgeroorlog is.

    1. Ik begrijp je standpunt en ik vermoed ook dat het toeval een grotere rol speelt dan welke systematiek dan ook. Maar dat is net wat zo’n onderzoek zou kunnen aantonen, of eerder niet aantonen. Nu is het mening op mening.

  7. Frans Buijs

    Misschien is geschiedenis soms toch wel een beetje de biografie van grote mannen.🤫

  8. Ben Spaans

    ‘…of een ambtenaren apparaat in een voor-industriële samenleving überhaupt kan bestaan’ – ik zeg maar één woord: China.

    1. Wat ze voor China ambtenaren noemen, zijn bij mijn weten bestuurders, Het ambtelijk apparaat dat ik bedoelde, is de vertrouwde drieslag van beleidmakende, beleiduitvoerende en beleidcontrolerende taken. Dat is best groot en eigenlijk zijn zulke apparaten pas na de Industriële Revolutie mogelijk geworden (kunstmest, hogere agrarische rendementen enz.).

  9. HansH

    ” Sprekend over het imperium: het bestond uit wingewesten die nauwelijks rechten hadden. Ze moesten betalen, niet méér. Raubkapitalismus.”

    Ik vertaal imperare als het geven van een bevel, waarbij de ontvanger en de zender weten dat bij niet opvolgen standrecht wordt toegepast.
    Een imperium is dan bij mij een gebied waar een consul mag imperare.

    “bij mijn weten bestuurders, Het ambtelijk apparaat dat ik bedoelde, is de vertrouwde drieslag van beleidmakende, beleiduitvoerende en beleidcontrolerende taken. Dat is best groot en eigenlijk zijn zulke apparaten pas na de Industriële Revolutie mogelijk geworden (kunstmest, hogere agrarische rendementen enz.).”

    Die drieslag loopt bij mijn weten via de keizercultus: zo kon je een topbaan krijgen via de fides en dan was je pius tegenover de princeps en later de dominus.

    Het legioen dat een einde maakt aan de Bataafse opstand draagt de eretitel”pius et fidelis.”

Reacties zijn gesloten.