Cicero (1): Het begint met ambitie

Cicero (Capitolijnse Musea, Rome)

De wijsbegeerte is in een voor ons herkenbare vorm ontstaan in Griekenland, wat natuurlijk niet wil zeggen dat men in het oude Nabije Oosten niet eveneens deelnam aan het avontuur van de menselijke geest. Het gebeurde alleen op een andere manier: in sombere bespiegelingen als die van de Egyptenaar Ipuwer, in hymnen over de transcendente god Amon, in spreukencollecties en in deprimerende dialoog tussen een mens en zijn beschermgod. Tegelijkertijd ontwikkelden zich in China en India sterke onafhankelijke tradities die we als filosofie herkennen.

Ook de Romeinen hadden belangstelling, en zij sloten zich aan bij de Griekse traditie. Romeinse filosofen kozen daarin meestal niet voor deze of gene Griekse filosofische  school, maar gaven er de voorkeur aan de inzichten van de verschillende stroningen te combineren. We noemden dit eclecticisme. De bekendste eclecticus was Marcus Tullius Cicero, die leefde van 106 tot 43 v.Chr. Eerst zijn biografie.

Lees verder “Cicero (1): Het begint met ambitie”

Gaius Julius Caesar (3): dictator

Vervalste munt uit het jaar 46 v.Chr.: bewijs voor de economische problemen van de Tweede Burgeroorlog (Münzkabinett, Dresden)

[Slot van het op de deze blog onvermijdelijke overzichtsartikel over Julius Caesar. Het eerste deel was hier.]

De Tweede Burgeroorlog

In Rome keerde na een half jaar de rust terug en Pompeius, inmiddels hertrouwd, liet zijn nieuwe schoonvader tot consul kiezen: de behoudende Quintus Caecilius Metellus Pius Scipio. In de volgende maanden werden de regels voor de verkiezingen zó aangepast dat Caesar zich moeilijk kandidaat kon stellen. De Senaat was op ramkoers gegaan met de succesvolle generaal, die zijn troepen samentrok in de Moezelvallei en daar plannen voor een oorlog lijkt te hebben voorbereid. Het kamp bij Hermeskeil bij Trier is geïdentificeerd.

Lees verder “Gaius Julius Caesar (3): dictator”

Gaius Julius Caesar (2): Gallië

Een oude druk van Caesars boek “De Bello Gallico” (Musée de Bibracte)

[Tweede deel van het op de deze blog onvermijdelijke overzichtsartikel over Julius Caesar. Het eerste deel was hier.]

Het Driemanschap

Gewoonlijk wees de Senaat (d.w.z. de optimates) aan elke consul een provincia toe, dat wil zeggen een mandaat om een bepaalde taak te verrichten. Het hoefde niet per se een militair commando te zijn, al is ons woord “provincie” afgeleid van provincia in de zin van krijgstheater, maar dat was wel wat een consul het liefst had. Omdat Caesars tegenstanders bang voor hem waren, zorgden de senatoren ervoor dat hij de zorg voor de Italische bossen en wouden kreeg toegewezen. De senatoren konden het risico niet nemen dat Caesar aan het hoofd van een leger zou komen staan.

Lees verder “Gaius Julius Caesar (2): Gallië”

Lucius Cornelius Sulla (2)

Mogelijk portret van Sulla (Glyptothek, München)

In het vorige stuk zagen we dat de Romeinse generaal Lucius Cornelius Sulla, voordat hij naar de oorlog tegen Mithridates VI Eupator van Pontus was afgereisd, de macht had gegeven aan de Senaat. Op de revolutie volgde een contrarevolutie, want toen Sulla nog maar nauwelijks was vertrokken, grepen zijn tegenstanders hun kans.

De Eerste Burgeroorlog: Cinna versus Sulla

De Volksvergadering hernam haar rechten en wees haar oude leiders opnieuw aan. Velleius Paterculus oordeelt:

Vervolgens betraden Lucius Cornelius Cinna voor de tweede maal en Gaius Marius voor de zevende maal het ambt van consul, een blamage voor zijn vorige zes maal. Maar bij het begin ervan werd hij ernstig ziek en zo kwam een eind aan het leven van een man die in oorlog de grootste tegenstander was van de vijanden en in vrede van zijn medeburgers. (Romeinse Geschiedenis 2.23; vert. Hunink)

Lees verder “Lucius Cornelius Sulla (2)”

Lucius Cornelius Sulla (1)

De zogenaamde “Sulla” (Glyptothek, München)

De problemen waarmee de Romeinse Republiek in het laatste kwart van de tweede eeuw v.Chr. werd geconfronteerd, waren na de eindeloze reeks consulaten van Gaius Marius niet langer beheersbaar. De republiek was uit balans gebracht door een man die voor het bestel te machtig was geworden. Een van de meest acute kwesties was de relatie tussen de Romeinen en de door hen achtergestelde Italische bondgenoten, die tot een gewelddadige uitbarsting kwam in 91 v.Chr.

Bondgenotenoorlog

Het conflict staat bekend als de Romeinse Bondgenotenoorlog. Rome moest het opnemen tegen een federatie van oud-bondgenoten, die zich in een nieuwe staat hadden georganiseerd met als hoofdstad Capua. Ze hadden eigen magistraten, sloegen eigen munten en waren – kortom – een anti-republiek. Luuk de Blois en Bert van der Spek, de auteurs van Een kennismaking met de oude wereld (waarover ik ’s donderdags blog), schrijven:

Lees verder “Lucius Cornelius Sulla (1)”

Italië op weg naar een crisis

Het geld van Italië: Romeinse munt uit de late tweede eeuw v.Chr. (Bodemuseum, Berlijn)

Hoe begint een burgeroorlog? Wat gaat er aan vooraf? Ik heb daar geen ervaring mee, althans dat hoop ik, maar ik zou geneigd zijn te zeggen dat er iets goed mis gaat als aan de voorwaarden is voldaan waaraan Italië eind tweede eeuw voldeed.

Ressentimenten in Italië

Om te beginnen: een reeks economische tegenstellingen, zoals een elite die enorme rijkdommen verwierf terwijl de boerenklasse nauwelijks het hoofd boven water kon houden. Verder een ongelijkmatige verdeling van de lasten en lusten van een imperium: wie het Romeins burgerrecht bezat, kreeg forse delen van de buit, wie mee vocht als Italische bondgenoot, profiteerde aanzienlijk minder. Sprekend over het imperium: het bestond uit wingewesten die nauwelijks rechten hadden. Ze moesten betalen, niet méér. Raubkapitalismus.

Lees verder “Italië op weg naar een crisis”

Gaius Sempronius Gracchus

Zomaar een Romein, niet per se Gaius Sempronius Gracchus (Archeologisch museum, Thessaloniki)

Ik blogde vanmorgen over het optreden van Tiberius Sempronius Gracchus, die had geprobeerd de Italische boerenstand te herstellen en daarvoor betaalde met zijn bloed. Het was een tragische gebeurtenis, maar de echte tragiek was dat de Romeinen er niet van leerden. De geschiedenis herhaalde zich in 123-121 v.Chr., toen Tiberius’ jongere broer Gaius Sempronius Gracchus volkstribuun was. Concluderend dat hervormingen alleen kans van slagen hadden als de gevestigde elite was vernietigd, zette hij zich energiek aan die arbeid.

Gaius Sempronius Gracchus

Daartoe diende hij een wet in die ridders, zoals Romes financiële elite heette, het recht gaf zitting te nemen in de gerechtshoven die beslisten over van corruptie beschuldigde oud-gouverneurs. Dat waren senatoren. Hiermee zette hij dus de financiële en de bestuurlijke elite tegen elkaar op. In zijn eigen woorden: “Ik heb dolken op het Forum geworpen”.

Lees verder “Gaius Sempronius Gracchus”

Theodor Mommsen

Mommsen (Humboldt-Universität, Berlijn)

Ik noemde een tijdje geleden Theodor Mommsen en realiseerde me dat ik nog nooit over hem had geblogd. Tijd om iets recht te zetten. Mommsen was in zijn tijd namelijk echt een beroemdheid en is eigenlijk nog altijd een van die grote negentiende-eeuwse geleerden die een mens behoort te kennen. Een biografietje dus maar.

Mommsen is in 1817 geboren in een door de Deense koning bestuurd deel van Duitsland. Omdat zijn vader predikant en niet onbemiddeld was, kreeg de jonge Theodor een professionele oudheidkundige opleiding: een studie klassieke talen en rechten in Kiel. Na te zijn afgestudeerd ontving hij een Deense beurs om Frankrijk en Italië te bezoeken, waar hij in Napels inscripties bestudeerde.

Lees verder “Theodor Mommsen”