
M. Ogulnius …
hic est et non
est.Marcus Ogulnius …
is hier en is
niet. (CIL 6.4632)
Vijf eenlettergrepige woorden achter elkaar – dat zie je niet vaak in het Latijn. Maar de Romeinse voorbijganger wiens oog op dit grafschrift viel, had iets anders om over na te denken. “Is hier en is (er) niet”: vormt dit spel met taal een paradox, zo van “is hier wel en ook weer niet”? Betekent het dat het belangrijkste, onstoffelijke deel van Marcus Ogulnius elders voortleeft?
Zijn of niet zijn
Met het werkwoord “zijn” kun je veel, in klassieke en in moderne talen. De veelbesproken openingszin van het evangelie volgens Johannes laat dat ook zien (hier of hier). “Zijn” kan “zich bevinden” betekenen: “Marcus Ogulnius bevindt zich hier.” Het kan “bestaan” betekenen: “en hij bestaat niet (meer).” Het ligt voor de hand dat dit is zoals Marcus Ogulnius (of de betalende nabestaande) de dood zag. Mors est non esse, schreef tijdgenoot Seneca in een beroemde brief: “de dood is: niet zijn”, of “dood zijn betekent dat je niet bestaat.” Na de dood ben je zoals vóór je conceptie: niet(s). Andere grafschriften spelen in op deze gedachte. “Ik was niks [voordat ik bestond], nu ben ik niks.” “Hoe snel vervallen we van niks tot niks!” (CIL 2.1434; 6.26003). Omdat de kortstondigheid van het leven zo moeilijk te verteren is, helpt een kwinkslag het leed misschien te verzachten.
Het idee dat dood zijn het tegenovergestelde is van bestaan is beslist al zeer oud. Meestal associëren we het met specifieke Griekse filosofen als Epicurus, maar ook in Hebreeuwse Bijbelboeken komen we die visie op de dood nadrukkelijk tegen. In Prediker lezen we (3:19, 20):
Zoals een dier sterft, zo sterft ook een mens… Alles is uit stof ontstaan en alles keert terug tot stof.
Verderop (9:5):
Wie nog in leven zijn, weten tenminste dat ze moeten sterven, maar de doden weten niets.
Cicero over de dood
In een geschrift over oud worden legt Cicero de volgende woorden in de mond van zijn personage Cato (De senectute 66.19):
Wat is een grijsaard toch ellendig als hij na zo’n lang leven nog niet begrepen heeft dat je je geen zorgen hoeft te maken over de dood. Je moet je er ofwel helemaal niet druk om maken als de dood je bewustzijn volledig uitdooft, of je moet er zelfs naar verlangen als je naar een plaats gaat waar je eeuwig blijft bestaan.
In deze woorden lezen we de twee uiteenlopende visies die tot op de dag van vandaag gangbaar zijn:
- met de dood houd je helemaal op te bestaan, of
- de dood is een doorstart naar een hiernamaals (al dan niet met een voorafgaande aaneenschakeling van reïncarnaties).
Cato vervolgt: “Een derde mogelijkheid is niet te bedenken.”
De opstanding van Lazarus
Die derde mogelijkheid was wel degelijk denkbaar. De twee opties die Cicero noemt hebben met elkaar gemeen dat ze definitief zijn: geen dode keert ooit terug als de mens die hij was. De overgang van zijn naar niet-zijn of naar elders zijn is onomkeerbaar.
Maar kort na het begin van de jaartelling werd er een (al langer bestaand) concept onderwezen: de dood is een tijdelijk probleem, een situatie die ongedaan gemaakt kan worden, dankzij de opstanding. Ik had het al even over het evangelie volgens Johannes. Hoofdstuk 11 staat grotendeels in het teken van een vriend van Jezus. “Onze vriend Lazarus is ingeslapen, ik ga hem wakker maken,” zei Jezus tegen zijn twaalf vrienden. “Zij dachten dat hij het over slapen had, terwijl Jezus bedoelde dat hij gestorven was” (Johannes 11:10, 12). Verderop lezen we dat Lazarus’ zus het concept van wakker maken uit de dood al begreep en koppelde aan een moment ver in de toekomst. Maar Jezus gaf een voorproefje op dat moment door Lazarus daar en toen al te doen opstaan.
“Slapen” als eufemisme voor “dood zijn” bestaat al sinds Homerus, maar Jezus had geen eufemismen nodig. Dat hij de dood voorstelt als slaap brengt de gedachte over dat de dood niet het einde is, en ook geen doorstart in een volkomen ander lichaam of in een andere dimensie, alleen een onderbreking. In vroegchristelijke graven zien we dit idee terugkomen in grafschriften (“rust zacht”) en in het gegeven dat begraafplaatsen slaapzalen worden genoemd (Grieks: koimeterion > Engels: cemetery). De dood is een pauze, een tijd om te rusten, totdat het hernieuwde, eeuwige leven in de toekomst zijn aanvang kan nemen en zelfs “de dood niet meer zal zijn” (Openbaring 21:4).
Natuurlijk zijn er overeenkomsten met de eerste twee mogelijkheden die Cicero noemt. De gestorvene vergaat en heeft geen bewustzijn, als in een slaap zonder dromen, zodat hij/zij bij het beloofde ontwaken geen benul zal hebben van de verstreken tijd sinds de dood. En als na de opstanding de dood helemaal niet meer zal bestaan treedt er een eeuwigheid in. Het zijn echter niet de overeenkomsten, maar de verschillen die deze visie maken tot de “derde mogelijkheid” die Cicero (of zijn personage Cato) zich niet kon voorstellen. De mens verandert niet wezenlijk door de dood, maar is slechts tijdelijk onbereikbaar tot aan de in de toekomst beloofde opstanding.
Wie weet geldt dit straks ook voor Marcus Ogulnius: hij is hier en is weer.
[Oorspronkelijk door Alexander Smarius gepubliceerd op de beëindigde website Grondslagen.net.]
Naschrift, 7 januari 2024
Meer doden hier.
Zelfde tijdvak
De Joodse Opstand (1)juli 23, 2019
Caesar in Kessel: terugblik (4)januari 31, 2016
De bronnen van een bronnovember 5, 2018

Dat idee vind je ook terug in een hymne uit de 16de eeuw, vooral bekend omdat een deel op muziek werd gezet door Bach als slotkoraal van de Johannespassie.
Ach Herr, lass dein lieb Engelein
Am letzten End die Seele mein
In Abrahams Schoß tragen,
Den Leib in seim Schlafkämmerlein
Gar sanft ohn einge Qual und Pein
Ruhn bis am jüngsten Tage!
Alsdenn vom Tod erwecke mich,
Dass meine Augen sehen dich
In aller Freud, o Gottes Sohn,
Mein Heiland und Genadenthron!
Herr Jesu Christ, erhöre mich,
Ich will dich preisen ewiglich!
Prachtige muziek. Sinds twee jaren wordt ze liturgisch uitgevoerd in de Antwerpse kathedraal op Goede Vrijdag. De stilte na dit slot is telkens een beklijvende ervaring.