De wederopstanding

Lazarus (Catacombe van Callixtus, Rome)

De geschiedenis van Lazarus veronderstel ik bekend: Jezus wekte de broer van Maria en Marta op uit de dood. Afgaande op de vele vroegchristelijke afbeeldingen en op het feit dat men op Cyprus al vroeg het (tweede) graf van Lazarus vereerde, was het een populair verhaal. Logisch ook: Lazarus kon gelden als bewijs voor het christelijke geloof dat de dood niet het einde was.

Het Lazarusverhaal illustreert ook hoe in de oude wereld de hiernamaalsverwachting in ontwikkeling was. Zoals gastauteur Alexander Smarius op deze blog al eens vertelde, geloofden de meeste mensen dat je na je overlijden

  • óf er helemaal niet meer was
  • óf op een of andere manier voortleefde, bijvoorbeeld als schim in de onderwereld of in een of andere vorm.

In beide scenario’s vormde de dood het definitieve einde van dit leven. Het verhaal van Lazarus toont nu dat de toenmalige mensen een derde mogelijkheid waren gaan overwegen: de dood als intermezzo. Anders gezegd: je leeft, sterft en komt opnieuw tot leven.

Jezus zei: “Je broer zal uit de dood opstaan.”
“Ja,” zei Marta, “ik weet dat hij bij de opstanding op de laatste dag zal opstaan.”noot Johannes 11.23-24; NBV21.

Zoals bekend liet Jezus Marta en haar Maria niet zo lang wachten.

Alkestis

Waar komt het idee van een opstanding – al dan niet op een Jongste Dag – eigenlijk vandaan? Het Griekse verhaal van Alkestis is weleens genoemd. Zij was de echtgenote van een koning die een van de goden een gunst had bewezen en als beloning een ander namens hem mocht laten sterven. Toen Alkestis dat deed, realiseerde de koning zich ineens dat hij nooit meer een echtgenote zou vinden die zó veel van hem hield. Gelukkig haalde Herakles haar terug uit de Hades. Eind goed, al goed. Hier hebben we dus niet alleen iemand die terugkeert uit de dood, maar bovendien sterft voor een ander.

Latere christenen hebben de Griekse mythe zeker zo gelezen. Het staat echter te bezien of Galilese vissers en timmerlieden rond het jaar 30 na Chr. dit verhaal hebben gebruikt als ze nadachten over het hiernamaals. Ook de farizees geschoolde Paulus zal bij “sterven voor een ander” eerder hebben gedacht aan de aqedah. En als de eerste christenen dachten aan de wederopstanding, lag voor hen het visioen van de Mensenzoon uit Daniël 12 meer voor de hand: als deze de volken komt beoordelen, staan de doden op.

Velen van hen die slapen in de aarde, in het stof, zullen ontwaken, sommigen om eeuwig te leven, anderen om voor eeuwig te worden veracht en verafschuwd.noot Daniël 12.2.

We hebben Alkestis niet nodig. On n’a pas besoin de cette hypothèse-là. We kunnen hetzelfde verklaren vanuit het jodendom – en nog méér ook, want de Mensenzoon is een eschatologisch wezen, en Jezus’ volgelinge Marta verwijst expliciet naar de Eindtijd. Er is dus sprake van excess empirical content.

De wederopstanding

Daniël 12, geschreven rond 165 v.Chr., is niet de enige tekst waaraan Jezus’ volgelingen gedacht kunnen hebben. Zelfs niet de oudste. Het Boek der Wachters, dat deel uitmaakt van de henochitische literatuur, dateert uit de derde eeuw v.Chr. en vermeldt hoe de doden herleven om zo oud te worden als Metusalem. Dat is een echo uit Jesaja 65.20, waarin wordt voorspeld dat in een Nieuw Jeruzalem iedereen de honderd haalt. Het gaat hier om een collectief heil, dat het Joodse volk in de Eindtijd als geheel deelachtig zal worden.

Het staat iets anders in het visioen van Ezechiël 37: de profeet, die met de andere Joden leefde in Babylonische Ballingschap, ziet een dal vol beenderen veranderen in mensen, die terug kunnen keren naar het land van Israël. Deze tekst is in de zesde eeuw v.Chr. bedoeld als aankondiging van het einde van de ballingschap, dus als een concreet heil. Niks Eindtijd. Ze liet ze zich echter wel makkelijk herinterpreteren als beeld van de wederopstanding in een eschatologisch tijdperk.

De crisis ten tijde van Antiochos IV Epifanes lijkt het idee van een wederopstanding de wind in de zeilen te hebben gegeven. Daniël 12 noemde ik al. In 2 Makkabeeën 7.9 lezen we dat God degenen die omwille van de Wet van Mozes zijn gestorven, tot een nieuw, eeuwig leven zal opwekken. Dat lezen we eveneens in de Dode-Zee-rollen die bekendstaan als de Messiaanse Apocalyps (4Q521) en de Rol van de Lofprijzingen (1QHa). Deze teksten dateren uit de tweede helft van de tweede eeuw v.Chr. en reageren op de als Eindtijd ervaren eigentijdse crisis.

Kortom: we hebben een goed-gedocumenteerde joodse context waarin niet alleen herleven na de dood is gedocumenteerd, maar die de wederopstanding ook verbindt met de Jongste Dag, precies zoals de Marta van het Johannes-evangelie zegt.

[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]


Patronage

februari 11, 2024

Het vierkinderenrecht

februari 20, 2026
Deel dit:

3 gedachtes over “De wederopstanding

  1. Ben Spaans

    Het moet niet teveel een bezweringsformule gaan worden, ’te verklaren vanuit het Jodendom’. Andere invloeden waren er valt wel meer dan ‘men’ (Joden, vroege christenen) zou hebben willen toegeven.

    1. O zeker, reken maar dat er niet-joodse invloeden zijn geweest op de wereld waarin het christendom is ontstaan. De ziel is een Grieks concept, om eens iets te noemen. Maar als het jodendom voldoende verklaart of zelfs méér, hoeven we Alkestis, Osiris en Dumuzi er niet bij te halen.

  2. Ben Spaans

    Andere invloeden waren er vast wel meer dan ‘men’ (Joden, vroege christenen) zou hebben willen toegeven.

Reacties zijn gesloten.