Het articulatiedebat

Palestijnse bruidskroon uit Hebron (Rautenstrauch-Joest Museum, Keulen).

Kapitalisme is ook maar een economisch systeem. Er zijn andere opties. In de Bronstijd waren er grote paleizen, zoals dat in Mari of dat in Knossos, waar de boeren hun producten afdroegen. De koning gaf vervolgens elke onderdaan te eten vanuit zijn pakhuis. Dat heet een redistributie-economie. Uit de Oudheid kennen we ook steden waar de productie in handen was van slaven. Onvrijheid speelde later, in de Middeleeuwen, eveneens een rol in de feodale stelsels. Een stamsamenleving organiseert haar economie weer anders. Wat ik maar zeggen wil: er zijn allerlei economische systemen, die we aanduiden als configuraties of productiewijzen.

Evolutie en vrijheid

Het lijkt erop dat er een soort opvolging in zit, een evolutie. De vroege redistributie-economieën maakten plaats voor de klassieke slavernij, waaruit het feodalisme voortkwam, dat weer plaats maakte voor het kapitalisme. Bij elke stap was er meer vrijheid. Voor de vroegste marxisten gold deze opvolging van productiewijzen min of meer als dogma, waarbij de aanname was dat het volgende stadium de communistische heilstaat zou zijn. Het enige dat hier specifiek marxistisch aan is, is echter de aanname dat de motor achter de evolutie de klassenstrijd zou zijn. Een liberaal nam de spanning tussen individuen (“grote mannen”) als motor, maar dacht even evolutioneel.

Helaas zitten de feiten in de weg. Een voorbeeld is de wijze waarop het kapitalisme voet aan de grond kreeg in wat ik gemakshalve de Derde Wereld zal noemen. Wie aanneemt dat er een soort automatische evolutie richting vrijheid is, zou hebben verwacht dat het kapitalisme de hele samenleving zou domineren. Maar dat blijkt niet het geval te zijn. Sterker nog, typisch kapitalistische zaken als muntgeld kunnen prima worden geïntegreerd in meer traditionele productiewijzen, en kunnen die zelfs versterken.

Monetarisering van de bruidsprijs

Neem de bruidsprijs. Welbeschouwd is dat iets wonderlijks. Het is een overeenkomst tussen twee mensen (of families), die wordt gekoppeld aan een vorm van rijkdom. Die rijkdom kan bestaan uit land, uit dromedarissen of uit diensten.noot Genesis 29 is een bekend voorbeeld. Het wonderlijke is dat hier een overeenkomst uit het sociale domein wordt uitgedrukt in termen van het economisch domein.

Interessant is nu dat als de productiewijzen van Derde-Wereld-samenlevingen contact maken met kapitalistische economieën, de koppeling tussen de twee domeinen blijft bestaan; wat verandert is de uitdrukkingswijze ofwel articulatie van die koppeling. Zaken als de bruidsprijs kunnen uitgedrukt gaan worden in klinkende munt. Letterlijk zelfs: de monetarisering van de bruidsprijs uit zich bijvoorbeeld in met munten behangen hoofddeksels zoals op de foto hierboven. (Ik heb ze gezien van Oezbekistan tot Algerije en neem aan dat ze ook elders bestaan.) Als het kapitalisme andere economische configuraties automatisch zou hebben verdrongen, zou de bruidsprijs hebben moeten verdwijnen, wat in sommige samenlevingen ook gebeurde, maar zeker niet overal. Daar bestendigde het kapitalisme traditionele vormen.

Romeinse boeren en vroege kooplieden

Over articulatie is in de jaren zeventig stevig gedebatteerd. Ik zou daar meer over willen weten. In de Oudheid bestonden immers ook allerlei soorten economische systemen naast elkaar. De boeren in het Romeinse rijk streefden enerzijds naar autarkie en moesten anderzijds produceren voor de markt om aan het zilvergeld te komen waarmee ze de belastingen konden betalen. Dat leidde tot het soort dubbele economie dat door Julius Herman Boeke en Karl Polanyi is beschreven. Wat me ook boeit: wat beweegt mensen om sociale verhoudingen uit te drukken als een vorm van bezit? Denk hier ook aan de wijze waarop het uitwisselen van geschenken veranderde in handel (u herkent de Byblos-expositie).

Ik zou willen begrijpen hoe in de Oudheid productiewijzen op elkaar inwerkten en hoe de verschillende domeinen van de menselijke cultuur gekoppeld zijn geraakt. Ik heb de indruk dat lectuur over het articulatiedebat, zoals de discussie heette, me verder kan helpen. Maar ik kan er weinig over vinden.

De klok en klepel

Daarvoor zijn twee verklaringen. De eerste is de belangstelling van archeologen, die naar voorwerpen kijken als bewijs voor historische processen en voor maatschappelijke verhoudingen. Sinds de bekorting van het studieprogramma in de jaren tachtig lijkt er in het onderwijs echter geen tijd meer te zijn voor de vraag wat een maatschappelijke verhouding eigenlijk is. De dubbele vraag naar de aard van de wisselwerking tussen productiewijzen en naar de aard van de koppeling van cultuurdomeinen zal ongetwijfeld een rol spelen in het archeologisch onderzoek, maar ik weet niet waar.

Wat me brengt bij de tweede verklaring. Het articulatiedebat speelde rond 1980 en veel materiaal is niet gedigitaliseerd. Ik zal naar een klassieke bibliotheek moeten, maar omdat ik geen auteurs weet die zich ermee bezig hebben gehouden, weet ik niet waar ik moet beginnen te zoeken. Ik heb twee nog te lezen boeken over economische geschiedenis staan, maar ik vermoed dat een van de lezers van deze blog me rechtstreeks de antropologische literatuur in kan sturen.

Kortom: ik zoek een titel. Ik heb het gevoel dat ik wel weet wat ik ongeveer zoek, maar dat ik vooral de klok heb horen luiden zonder te weten waar de klepel hangt. U merkt het misschien aan de wat moeizame toon van dit blogje. Wie helpt me verder?

[De oudheidkundige disciplines bieden meer dan wistjedatjes, in-de-Oudheid-had-je-ook-jes en trivaliteitjes. Oudheidkunde is een wetenschap. Een overzicht van vergelijkbare stukjes is daar.]

Naschrift

Dank voor uw reacties! Er is meer hieronder en hier.

Deel dit:

4 gedachtes over “Het articulatiedebat

  1. Sara

    Ik stel me voor dat je een invalshoek zou kunnen nemen, en wel die van het eigendom. Het zou kunnen zijn dat traditionele economische vormen in essentie al ‘kapitalistisch’ waren, in de zin van eigendom verzamelen, behouden en vermeerderen. Dat kapitalisme nu zoiets betekent als ‘kapitaliseren op kapitaal’ doet aan de essentie ervan niets af.
    Katharina Pistor heeft daar veel interessants over geschreven, o.a. ‘The Code of Capital’, oftewel hoe rechtssystemen door de eeuwen heen vooral ontworpen zijn om het eigendom (de machtspositie) te beschermen, c.q. te vermeerderen.
    Wat is uiteindelijk het meest bepalend voor een cultuur, c.q. samenlevingsvorm naast die van de geografische ligging?

Reacties zijn gesloten.