Caesar in Utica

Utica

Als ik schrijf dat het 17 april was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Caesar en Lepidus het consulaat bekleedden, en als ik dat voor u omreken naar “onze” 18 februari 46 v.Chr., dan weet u dat dit een blogje is in de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Caesar in Utica

Hij was aangekomen in Utica. Garnizoenscommandant Cato de Jongere had zelfmoord gepleegd en was door de bewoners van de stad begraven; Caesars felste tegenstanders waren weggevaren; Lucius Julius Caesar had de capitulatie aangeboden en had genade voor de stad verworven. Dat wil niet zeggen dat alles koek en ei was. Door de zelfmoord van Cato was het einde van de Tweede Burgeroorlog opnieuw uitgesteld en Caesar lijkt daarover gefrustreerd te zijn geweest.

“Caesar kwam bij Utica aan rond het uur waarop de lichten werden ontstoken”, schrijft de auteur van De Afrikaanse Oorlog, “en verbleef die nacht buiten de stad”. Een veiligheidsmaatregel. Wij kunnen ons nauwelijks voorstellen hoe donker een antieke stad moet zijn geweest. Los daarvan: de bevolking van Utica had hem gesteund en was door Cato buiten de stad geïnterneerd. Binnen de stadsmuren waren het garnizoen en de sympathisanten, de Driehonderd. Die zaten niet te wachten op de aankomst van Caesar. Dus bleef hij even buiten en ging hij pas in de ochtend, vandaag 2069 jaar geleden, Utica binnen.

Hij riep een vergadering bijeen. Daarin hield hij een gloedvolle rede tot de bewoners van Utica en bracht ze dank voor hun grote steun aan hem, maar de Romeinse burgers die er handel dreven en de leden van de Driehonderd die aan Metellus Scipio en [gouverneur] Publius Attius Varus sommen geld hadden gegeven, beschuldigde hij uitvoerig. Hij hield een vrij lang betoog over hun misdaden, maar kondigde tenslotte af dat ze zonder vrees tevoorschijn konden komen: hij zou in elk geval hun leven sparen, maar hun bezittingen verkopen, met dien verstande dat als iemand zelf zijn bezittingen terugkocht, hij die verkoop van goederen zou registreren en het geld als boete zou boeken, zodat de koper ze veilig kon behouden.

De mannen waren bleek van angst en hadden wegens hun verleden geen enkele hoop op behoud. Nu hun plotseling redding werd geboden, accepteerden ze graag en gretig de voorwaarden en verzochten Caesar aan het college van Driehonderd als geheel één geldsom op te leggen. En zo werden hun tweehonderd miljoen sestertiën opgelegd, over drie jaar in zes termijnen aan het Romeinse volk te betalen. Niemand protesteerde, ze brachten Caesar verheugd dank en verklaarden dat die dag pas voor hen het begin van hun leven was.noot Ps.Caesar, Afrikaanse Oorlog 90; vert. Hetty van Rooijen.

De opgelegde som was behoorlijk, maar we hoeven geen medelijden te hebben. De bepaling dat mensen de geconfisqueerde goederen konden terugkopen, verraadt dat ze het nog konden opbrengen. Wie rijk was in de Romeinse tijd, bezat diverse landgoederen in diverse steden. Ze waren niet geruïneerd en dat was ook niet wat Caesar nastreefde.

De toekomst

In gedachten zal hij ergens anders zijn geweest. Hij moet hebben geweten dat Gnaeus Pompeius inmiddels in Andalusië was, waar het al tijden onrustig was. (Ik blogde er al over.) Hij moet hebben vermoed dat mannen als Sextus Pompeius en Titus Labienus naar Spanje op weg waren, net als Publius Attius Varus en Metellus Scipio. Koning Juba I van Numidië bevond zich ergens in de bergen. Waar Marcus Petreius en Lucius Afranius waren, wist Caesar vermoedelijk niet, maar dit waren mensen die Spanje kenden en er een netwerk hadden. Misschien waren zij wel het gevaarlijkste.

Caesar had nu twee taken: Afrika pacificeren én zijn tegenstanders opsporen. Dat laatste zou lastig zijn, maar in de komende dagen vernam hij dat zijn adjudanten succesvol waren. Gaius Caninius Rebilus had een overeenkomst gesloten bij Thapsus, waar zijn tegenstander Gaius Vergilius een vrije aftocht kreeg en de stad overgaf. Min of meer tegelijk was de garnizoenscommandant van Thysdrus bij de nadering van de twee legioenen van Gnaeus Domitius Calvinus op de vlucht geslagen. Twee belangrijke steden waren zo voor Caesar gewonnen. Er viel echter nog genoeg te doen.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

Deel dit:

Een gedachte over “Caesar in Utica

  1. “Wij kunnen ons nauwelijks voorstellen hoe donker een antieke stad moet zijn geweest. ”

    Een week verblijven in de Romeinse straat van MusemPark Oriëntalis geeft een heel aardig idee.

Reacties zijn gesloten.