Griekse sieraden

Griekse schildering van een dame met sieraden (British Museum, Londen)

Trouwe lezers van deze blog kennen Lauren van Zoonen van de blogs die ik weleens mag publiceren. Ze attendeerde gisteren op het bovenstaande schilderijtje, dat ze vorig jaar fotografeerde in het British Museum in Londen. Het voorwerpje meet negentien bij zeven centimeter en is gevonden in Saqqara. Een importstuk: het is immers Grieks in stijl en valt te dateren tussen 420 en 380 v.Chr. We weten dat in 404 v.Chr. het Perzische gezag over Egypte instortte en het is best mogelijk dat de eerste koning van het opnieuw onafhankelijke rijk, Amyrtaios (eigenlijk Amenirdisu), Griekse huurlingen in dienst heeft genomen. Na het einde van de Dekeleïsche Oorlog (414-404 v.Chr.) waren er nogal wat werkloze Griekse broodsoldaten. Zo iemand kan het beschilderde plankje hebben meegenomen.

De Griekse letters linksboven spellen “…odkles” of misschien “…oakles”. Ze worden onvoldoende begrepen om te weten wie de afgebeelde mevrouw is. Ze zit op een troon, maar of ze een voorname dame is of een godin, dat weten we niet. We herkennen echter een halssnoer, een armband, oorbellen en een haarnetje. En hoewel de kleuren wat verbleekt zijn, durf ik te gokken dat het van goud was. Hier is zo’n haarnetje. Het dateert uit de derde eeuw v.Chr. en ik fotografeerde het in het museum van Agrigento op Sicilië.

Lees verder “Griekse sieraden”

Articulatiedebat (dank!)

Een niet-gemonetariseerde Palestijnse bruidskroon

Het heeft me, na mijn vraag naar literatuur over het articulatiedebat, vandaag niet aan reacties ontbroken. Dus nu even een even snel als welgemeend “dank u wel”. Dit soort reacties, dat is waarom een blog zo leuk is. Er blijkt behoorlijk wat literatuur te zijn die in elk geval mijn correspondenten relevant achtten.

Zoals ik al aangaf: dit was vooral in de jaren zeventig een discussieonderwerp en de overzichtsliteratuur die ik kreeg, is dan ook wat jonger. Afgezien van wat hieronder in de commentaren staat, kan ik u nu verwijzen naar een interview dat Paul van der Grijp had met de Franse antropoloog Maurice Godelier in het Sociologisch Tijdschrift 11/3 (1984) 473-493, waarin het thema kort aan de orde komt. P. Develtere legt de materie uit in een artikel over ontwikkelingssociologische modellen in het Tijdschrift voor Sociologie 6/3 (1985) 259-293.

Lees verder “Articulatiedebat (dank!)”

Het articulatiedebat

Palestijnse bruidskroon uit Hebron (Rautenstrauch-Joest Museum, Keulen).

Kapitalisme is ook maar een economisch systeem. Er zijn andere opties. In de Bronstijd waren er grote paleizen, zoals dat in Mari of dat in Knossos, waar de boeren hun producten afdroegen. De koning gaf vervolgens elke onderdaan te eten vanuit zijn pakhuis. Dat heet een redistributie-economie. Uit de Oudheid kennen we ook steden waar de productie in handen was van slaven. Onvrijheid speelde later, in de Middeleeuwen, eveneens een rol in de feodale stelsels. Een stamsamenleving organiseert haar economie weer anders. Wat ik maar zeggen wil: er zijn allerlei economische systemen, die we aanduiden als configuraties of productiewijzen.

Evolutie en vrijheid

Het lijkt erop dat er een soort opvolging in zit, een evolutie. De vroege redistributie-economieën maakten plaats voor de klassieke slavernij, waaruit het feodalisme voortkwam, dat weer plaats maakte voor het kapitalisme. Bij elke stap was er meer vrijheid. Voor de vroegste marxisten gold deze opvolging van productiewijzen min of meer als dogma, waarbij de aanname was dat het volgende stadium de communistische heilstaat zou zijn. Het enige dat hier specifiek marxistisch aan is, is echter de aanname dat de motor achter de evolutie de klassenstrijd zou zijn. Een liberaal nam de spanning tussen individuen (“grote mannen”) als motor, maar dacht even evolutioneel.

Lees verder “Het articulatiedebat”

De Romeinse economie

Libische boeren (Museum van Bani Walid)

Het handboek waarover ik elke week even schrijf, Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek, is oorspronkelijk samengesteld in de jaren tachtig. In die tijd was economische geschiedenis in de mode. Begrijpelijk, want er zijn interessante vragen te stellen. Hoe kan het bijvoorbeeld zijn, zo vroeg de Italiaanse oudhistoricus Arnaldo Momigliano zich eens af, dat we zoveel verschijnselen verklaren vanuit handelscontacten, terwijl handel vrij marginaal was? De Blois en Van der Spek wijzen er terecht op dat 80-90% “van de bevolking betrokken was bij de productie, bewerking en verplaatsing van landbouwproducten”. (Het antwoord op Momigliano’s paradox is vermoedelijk dat oudhistorici hebben onderschat hoe mobiel de antieke bevolking was. Niet alleen kooplieden gingen op reis.)

Een andere vraag, actueel in de jaren tachtig: hoe modern of primitief was de antieke economie? Of, om die vraag te herformuleren: als de Griekse en Romeinse economie onderontwikkeld was, ten opzichte waarvan was ze dat dan? Nog anders gezegd: je kunt pas uitspraken doen over de antieke economie als je betekenisvol kunt vergelijken – en dan is de eerste vraag of de moderne economische theorie het daarvoor benodigde instrumentarium wel levert.

Lees verder “De Romeinse economie”

De oosterse redistributie-economie

Contract uit Sippar uit de tijd van Xerxes (Louvre, Parijs)

Eerlijk is eerlijk: de antieke economie is niet mijn eerste belangstelling. In de tijd dat ik studeerde, de jaren tachtig, was wel duidelijk dat de discussies neerkwamen op een herhaling van zetten. Ik begon het interessanter te vinden toen ook de archeologen zich ermee bezig bleken te houden. Ik blogde al over Heinrich Dressel. Het was echter opvallend dat de Moses Finley waar alle oudhistorici het voortdurend over hadden, boordevol vooroordelen zat over archeologie. Dat inspireerde niet echt.

Ik heb het onderwerp niet werkelijk bijgehouden en was blij verrast met het handboek waarover ik doorgaans op donderdag blog, Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek. Het blijkt tussen de eerste en de zevende druk sterk te zijn veranderd, uitgebreid, verbeterd. De voornaamste uitbreiding is een tweetal kaders, waarvan de een is gewijd aan onvrije arbeid en de ander aan de vraag of de economie van het oude Nabije Oosten valt te vangen in één model.

Lees verder “De oosterse redistributie-economie”