Jan van Akens woordenpracht

De Bibi Khanum-moskee in Samarkand

Vroeger woonde romanschrijver Jan van Aken in een woonboot op loopafstand van mijn huis, tegenwoordig woont hij kilometers verderop en hoewel die niet onoverkomelijk zijn, zie ik hem minder vaak dan ik zou willen. Dat komt overigens niet alleen door zijn verhuizing maar ook doordat hij voor zijn schrijfwerk een studio heeft gehuurd die nog verder weg is. En ook doordat ik altijd teveel aan mijn hoofd heb. Vorige week ben ik echter eindelijk weer eens bij hem langs gegaan en ik fietste naar huis met op de bagagedrager een print van zijn nieuwe roman, De ommegang, die later dit jaar zal verschijnen. Ik heb het manuscript rond de jaarwisseling gelezen. En het is weer een echte Van Aken.

Een echte Van Aken wil zeggen dat de helden middeleeuwse vagebonden zijn die, zelfs als ze wat geld hebben (zoals de held in De ommegang), in feite aan de zelfkant van de samenleving verblijven. Mensen zonder vaste verblijfplaats, of het moeten de kroegen en bordelen zijn in de grote en kleine steden van de toenmalige wereld – Oxford, Konstanz, Parijs, Bologna, Trebizonde of Samarkand. Want de personages reizen ook dit keer heel wat af en ook De ommegang is weer een waar bestiarium, al is het dan niet bevolkt met fabeldieren maar met de wonderbaarlijkste mensen.

Lees verder “Jan van Akens woordenpracht”

Jan van Aken, De afvallige

Full disclosure: de Nederlandse schrijver Jan van Aken woonde tot voor kort bij me om de hoek, in een mooie woonboot. We delen een belangstelling voor het verleden en onze boeken worden uitgegeven door dezelfde uitgeverij. Toen Van Aken schreef aan De afvallige, hebben we de tekst verschillende keren besproken, en toen de tekst af was, heb ik hem in zijn geheel gelezen en becommentarieerd. U weet nu dus wat u hebt aan mijn oordeel als ik u zeg dat De afvallige een heerlijk boek is.

Wie de eerdere boeken van Van Aken las, weet welke personages hij mag verwachten: verslaafden, zwervers, soldaten, vorsten en geletterden met ongebruikelijke opinies. De verslaafde doet zich dit keer niet, zoals in Het fluwelen labyrint, tegoed aan harddrugs, maar kan niet zonder wijn. De zwerftochten gaan dit keer niet, zoals in Koning voor een dag, naar Egypte, maar door het hele Romeinse Rijk, van Trier via Constantinopel en Antiochië tot Damascus. De geletterde is dit keer geen pythagorese filosoof, zoals in De dwaas van Palmyra, maar een bisschop-intrigant. Stuk voor stuk interessante karakters, met wie je ook in het echt wel eens een glas teveel wil drinken, een reis wil maken en een goed gesprek wil voeren.

Van Akens boeken zijn soms vrij rechttoe, rechtaan: er is dan één verteller aan het woord die de gebeurtenissen chronologisch weergeeft. Dit keer heeft Van Aken er gelukkig, net als in zijn meesterwerk Het fluwelen labyrint, voor gekozen uit te pakken met een lekker complexe plot, met verschillende perspectieven, chronologisch heen en weer springend tussen ongeveer 360 en 395.

Dat is de periode die begon toen keizer Julianus, als eigenlijk enige Romeinse heerser, probeerde de onweerstaanbare opmars van het christendom een halt toe te roepen, en die eindigde toen keizer Theodosius het Niceense credo dwingend voorschreef aan alle gelovigen (meer). In de tussenliggende jaren implodeerde het heidendom. Tegelijkertijd staken verschillende stammen de Donau over, wat leidde tot grote onrust in wat nu Bulgarije heet. Er was evident te weinig voedsel – het is dat ik het hoofdstuk over “Macedonische reebout” vorig jaar al heb gelezen, anders zou ik denken dat Van Aken commentaar leverde op de huidige handel in paardenvlees – en de Romeinen meenden de barbaren door honger te kunnen temmen. Het pakte anders uit: keizer Valens verloor in 378 een veldslag en zijn leven bij het huidige Edirne. Het valt te beargumenteren dat deze nederlaag het begin markeert van het proces dat bekendstaat als de Val van het Romeinse Rijk.

Dit is de spectaculaire historische achtergrond waartegen De afvallige zich afspeelt. Een Romeinse soldaat, een Gotische edelman, een genezeres en een wijnhandelaar zijn ooggetuigen, en ze blijken net iets meer invloed te hebben op de wereldgeschiedenis dan je zou verwachten. Wat Van Aken er verder van heeft gemaakt, ga ik u niet verklappen. Lees het zelf maar en geniet.

Beroemd om het verkeerde boek

Orfeus (Archeologisch Museum, Stara Zagora)

Het Handelsblad wijdde kort voor kerstmis enkele pagina’s aan auteurs die beroemd waren om het verkeerde boek. Neem Herman Melville, wiens beroemde Moby Dick een goed boek is, ook al is zijn minder bekende The Confidence-Man beter. Ik kon het niet laten te bedenken wie ik zélf een mooi voorbeeld van een om het verkeerde boek beroemde auteur, en dacht meteen aan Jan van Aken.

De reden kan ik het beste illustreren met een analogie. Onlangs schaakte ik tegen mijn neefje, die kwam met een briljant nieuwtje: hij plaatste een loper op een toren en zei dat ik het stuk niet kon slaan zolang het in het kasteel veilig was. De zet getuigde natuurlijk van creativiteit, maar schaken is nog mooier als een speler iets verrassends doet binnen de regels.

Lees verder “Beroemd om het verkeerde boek”

Orfeus in de jaren tachtig

stara_zagora_orpheus_sIII_archmus_ab
Orfeus (Archeologisch Museum, Stara Zagora)

Een van mijn eerste recensies was gewijd aan De dwaas van Palmyra van Jan van Aken. Niet veel later liep ik hem in Amsterdam tegen het lijf. Ik schoot hem aan en we maakten een praatje. We stelden vast dat we bij elkaar om de hoek woonden en zijn nadien een paar keer wezen lunchen. Ik zou dus liegen als ik zei dat ik onbevooroordeeld ben begonnen aan Het fluwelen labyrint, het boek dat Van Aken zelf beschouwt als zijn beste werk. Het publiek dacht daar overigens anders over: Het fluwelen labyrint is als enige van Van Akens romans uitverkocht en niet meer in druk gebracht.

Is het inderdaad zo goed als Van Aken zelf denkt? Of hadden de recensenten gelijk die het beschouwden als minder dan bijvoorbeeld zijn veelgeprezen De valse dageraad? Aanvankelijk neigde ik naar het tweede. Ik las Het fluwelen labyrint vooral omdat ik wist dat ik Van Aken daar een plezier mee deed: niet met tegenzin, maar het duurde even voor ik “erin kwam”.

Lees verder “Orfeus in de jaren tachtig”

De dwaas van Palmyra

Munt van Gondofares
Munt van Gondofares

In de nacht en door de mist begeef je je naar de plaats waar je schip zal afvaren, je gaat aan boord, vaart uit, en ontdekt de volgende ochtend dat je bent ingescheept in het verkeerde vaartuig. Je reisgenoten zijn niet op weg naar Italië, maar naar het verre westen. Zo begint De dwaas van Palmyra. Ik hoopte dat de auteur, Jan van Aken, de lezer op het verkeerde been wilde zetten, maar nee, in het vervolg vernemen we dat het schip ook een mummie vervoert waaraan een cruciaal onderdeel ontbreekt, net als aan het stoffelijk overschot van Osiris. We zijn in de letteren wel eens subtieler aan boord van een dodenschip gegaan.

Er moet een degelijk verhaal komen om zo’n opening te doen vergeten, en gelukkig heeft Van Aken zijn stof goed gekozen. De roman bestaat in feite uit de levensbiecht van de hoofdfiguur, Damis van Ninive, ten overstaan van de weduwe die de mummie uitgeleide doet. Damis is de leerling van de Griekse filosoof Apollonios van Tyana (4 v.Chr. – 96 n.Chr.?), die op zoek naar wijsheid een lange zwerftocht zou hebben gemaakt die hem in de jaren veertig van de eerste eeuw bracht tot in de Indusvallei.

Lees verder “De dwaas van Palmyra”