Curtius Rufus

Portret van een Romein, tweede kwart eerste eeuw (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

We moeten het eens hebben over Quintus Curtius Rufus. Een Romeinse officier waarvan er dertien in een dozijn gingen, maar wel een Romeinse officier die wordt vermeld door de Romeinse geschiedschrijver Tacitus. Hier is het citaat, dat begint met een schitterende insinuatie.

Over de afkomst van Curtius Rufus, die volgens sommigen de zoon was van een gladiator, wil ik geen onjuistheden beweren, terwijl ik me er tegelijk voor schaam de waarheid uit de doeken te doen. Eenmaal volwassen werd hij lid van de staf van een quaestor die Africa als standplaats had gekregen. Toen hij zich in de stad Hadrumetum in een zuilengalerij bevond waar hij op dat moment – het was midden op de dag – helemaal alleen was, was er een vrouwelijke gedaante van bovenmenselijke afmetingen aan hem verschenen en hoorde hij haar zeggen: “Jij, Rufus, jij bent de man die als gouverneur naar deze provincie zal komen.”noot Tacitus, Annalen 11.2-21; vert. Marinus Wes.

Hadrumetum is het huidige Sousse in Tunesië en Tacitus voegt toe dat het voorteken hoge verwachtingen bij Curtius Rufus had gewekt. Om gouverneur van Africa Proconsularis te worden, moest iemand namelijk al een hele reeks eerdere functies hebben bekleed. Feitelijk was Curtius Rufus een droomcarrière voorspeld.

Loopbaan

Terug in Rome bereikte hij dankzij de vrijgevigheid van zijn vrienden en zijn aangeboren scherpzinnigheid het ambt van quaestor en kort daarna ook dat van praetor. Andere kandidaten kwamen weliswaar uit meer prominente families, maar hij had kunnen rekenen op een aanbeveling van de keizer doordat Tiberius zijn allesbehalve illustere afkomst had verhuld met de opmerking: “Curtius Rufus lijkt mij een afstammeling te zijn van zichzelf.”

Zijn loopbaan bracht hem rond 47 na Chr. naar de Rijn, waar hij een zilvermijn toevoegde aan het Romeinse Rijk. De soldaten onder zijn commando moesten er hard werken en schreven een brief naar de keizer, inmiddels Claudius, met de suggestie om aan hoge officieren de beloning voor bijzondere verdiensten alvast te verlenen vóór vertrek naar hun machtsgebied.

Tegenover zijn meerderen gedroeg Curtius Rufus zich dermate kruiperig dat men er akelig van werd, tegenover zijn minderen arrogant, en tegenover zijn gelijken onhandelbaar. Het leverde hem het consulaat op, de eretekenen verbonden aan de triomf, en tenslotte de functie van gouverneur van Africa. Daar is hij vervolgens ook gestorven. Hij heeft inderdaad bereikt wat het lot hem voorspeld had.

Er is hier iets wonderlijks aan de hand. Curtius Rufus was quaestor en praetor in de jaren twintig, maar hij was consul ten tijde van Claudius, namelijk in 43. Nu zijn Romeinse loopbanen redelijk stereotiep en een gat van minstens dertien jaar tussen praetuur en consulaat is ongebruikelijk. De verklaring moet zijn dat Curtius Rufus de protegé was van iemand die in ongenade was gevallen. Dat kan alleen Seianus zijn geweest, de praetoriaanse prefect van keizer Tiberius. Toen deze Seianus uit de weg liet ruimen, kwam er ook een einde aan de loopbaan van Curtius Rufus. Pas na de staatsgreep van Claudius kwam hij weer in beeld voor een bestuursfunctie.

Alexander de Grote

In de jaren 31-41 stond Curtius Rufus dus aan de zijlijn. En het is in deze tijd, de tirannieke laatste jaren van Tiberius en het despotisme van zijn opvolger Caligula (r. 37-41), dat Curtius Rufus zijn Geschiedenis van Alexander de Grote heeft samengesteld.

Als we afzien van enkele kleinere bronnen, is Quintus Curtius Rufus de enige Latijnse auteur over Alexander de Grote. Oorspronkelijk bestond zijn Geschiedenis van Alexander de Grote uit tien boeken, maar de eerste twee daarvan zijn verloren gegaan. Onze middeleeuwse manuscripten – bijna honderd, dit werk was populair – beginnen als het Macedonische leger in het voorjaar van 333 v.Chr. door Frygië oprukt; het laatste boek eindigt met de begrafenis van Alexander.

Hoewel de Geschiedenis van Alexander de Grote onjuistheden bevat, is het een fascinerend boek. Ik denk dat het, van alle antieke bronnen over de ondergang van het Perzische Rijk, voor moderne lezers de meest toegankelijke en aansprekende is.

Zowel de vergissingen als het boeiende karakter zijn te herleiden tot hetzelfde gegeven: Curtius Rufus baseert zich in hoofdlijnen op de Geschiedenis van Alexander van Alexanders tijdgenoot Kleitarchos. Deze vroeg-hellenistische auteur had geen toegang tot het koninklijke hof, zodat hij niet altijd de juiste informatie had, maar dat compenseerde hij door zich te concentreren op Alexanders veronderstelde psychologische ontwikkeling van ridderlijke veroveraar tot paranoïde, sadistische despoot.

Psychologie

Deze psychologische dimensie moet het werk van Curtius Rufus voor Romeinse lezers opvallend actueel hebben gemaakt. Natuurlijk was het echte onderwerp niet Alexander, maar de tirannie van Tiberius en Caligula. Rufus’ beschrijving van het proces van Filotas is bijvoorbeeld zo geschreven dat elke luisteraar moe hebben gedacht aan een soortgelijk voorval tijdens de regering van Tiberius. U kunt het vergelijken met de Claudius-romans van Robert Graves, die feitelijk gaan over de schandalen in het Britse koninklijke huis. Of met de Napoleon-biografie van Jacques Presser, die feitelijk gaat over de despoten van de jaren dertig.

Overigens: Curtius Rufus mag dan op hoofdlijnen Kleitarchos volgen, hij was geen slaafse imitator. Hij las ook andere bronnen (Ptolemaios, Aristoboulos) en heeft van tijd tot tijd zijn model gecorrigeerd. Curtius Rufus is niet de grootste geschiedschrijver uit de Oudheid, maar hij probeert wel degelijk kritisch te zijn en hij heeft allerlei interessants te vertellen dat we niet vinden in onze beste bron, Arrianus van Nikomedeia.

Dat Tacitus geen aandacht besteedt aan de Geschiedenis van Alexander de Grote snap ik; Tacitus schreef nu eenmaal geen wetenschapsgeschiedenis. Waarom er echter geen Nederlandse vertaling is, is mij echter een raadsel.

Deel dit:

6 gedachtes over “Curtius Rufus

  1. Marijn Taal

    Wat een leuk blogje! Toen ik een aantal jaar geleden het auteurschap van de Geschiedenis van Alexander de Grote onderzocht, was de secundaire literatuur wel vrij terughoudend met de identificatie van de Quintus Curtius Rufus van de Geschiedenis met de Curtius Rufus die Tacitus noemt. Is er wellicht recentelijk een nieuwe publicatie verschenen die de identificatie wel aanvaard die u hiervoor gebruikt hebt?

    Wat betreft een Nederlandse vertaling, ik werk eraan.

  2. Dirk Zwysen

    Reusachtige vrouwen die met voorspellingen of waarschuwingen strooien kwamen vaker voor in die tijd.

    Bij Tacitus is het dus die “species muliebris ultra modum humanum”, bij Suetonius is het een “species barbarae mulieris humana amplior” die Drusus verbiedt zijn veroveringen in Germania te ver te drijven.

  3. Ben Spaans

    Het is niet echt duidelijk of ‘I, Claudius”, ‘eigenlijk’ over de (toenmalige) Britse koninklijke familie gaat.
    Robert Graves zou het boek hebben geschreven uit geldnood (dan moet je wel weten dat er voor een dergelijke roman een markt is, toch?).

  4. Steven Van Impe

    Er is wel een Nederlandse vertaling van Curtius Rufus, alleen geen moderne. Een zekere A. Snel, verder niet geïdentificeerd, liet in 1613 zijn vertaling “Hoog-beroemde historie vant’ leven ende de daden van Alexander de Groote” drukken in Delft. Die bleef nog de hele zeventiende en achttiende eeuw in druk, in de Republiek maar ook in de Spaanse/Oostenrijkse Nederlanden. Quintus Curtius werd veel gebruikt in het onderwijs, in het Latijn en ook in het Nederlands. De moeilijkste vraag is waarom hij aan het eind van de achttiende eeuw uit de mode raakte.

Reacties zijn gesloten.